Water wordt wijn

Zondag 20 januari 2019, 2de zondag door het jaar (jaar C)

Ik heb geen Grieks-Latijnse humaniora gevolgd en ik heb dat altijd als een leemte en een gemis ervaren. Want daardoor is er veel kennis over de cultuur van Grieken en Romeinen aan mij voorbijgegaan. Wat ik wel begrepen heb is dat de klassieke goden een nogal cynisch allegaartje waren. Ze kenden dezelfde hartstochten als de mensen. D.w.z. dat het kon gebeuren dat ze je hielpen als het hun goed uitkwam. Maar even zo vrolijk konden ze je een ferme loer draaien en dan had je ze veel beter niet aangeroepen. Laat het nu precies op dit vlak zijn dat zich het “blije” van de christelijke “Blijde Boodschap” situeert. Op het vlak namelijk van onze persoonlijke verhouding met God. “Blijde Boodschap” is geen begrip ontleend aan een of andere heilsleer, het slaat niet op een of andere extatische toekomstverwachting: dat ooit iedereen op deze wereld vast werk en eten zal hebben. Of dat er nergens meer oorlog zal zijn en kanker definitief overwonnen.

Nabije God
“Blijde Boodschap” gaat erover dat God, om te beginnen, wel degelijk bestaat.
En dat Hij onnoemelijk veel van ons houdt. Dat Hij geen verre, onbereikbare God is, maar dat Hij ons integendeel onvoorstelbaar nabij is, ons beter kent dan wij onszelf kennen. In ons diepste binnenste aanwezig is. Het is belangrijk om te zien dat die liefde van God fel, actief en opwindend is. Het is niet het soort tevreden toekijken van een opa die het leuk vindt dat het jonge volkje het naar zijn zin heeft. Het is de liefde van een God die op ons betrokken is en die leven in ons leven wil brengen. Die zo sterk van ons houdt dat Hij ons leven tot een bruiloftsfeest wil maken. Want dat is het wat het verhaal van de Bruiloft in Kana ons wil vertellen. De echte Bruidegom is God. God, die met ons wil huwen. Met ons, met zijn mensen, zijn Kerk, met ieder van ons afzonderlijk.
God wil een intieme, tedere relatie met ons aangaan. Hij is . . . verliefd op ons.
En Hij wil maken dat het water van ons leven verandert in wijn. Hij wil dat ons leven een feest wordt en onze vreugde volkomen.

Onwennig
Ik weet dat wij, u en ik, ons nogal onwennig voelen bij heel die huwelijksretoriek. “Mag het niet een beetje minder”, hoor ik u al denken.
En, inderdaad, ik heb het zelf ook redelijk moeilijk om mij de Schepper van hemel en aarde voor te stellen als iemand die naar ons kijkt zoals een jongen met ogen van een verliefde otter naar zijn meisje kijkt. En toch is het precies dat wat de evangelist ons wil vertellen. En dus worden wij geacht – ook als dat beeld ons niet zo lekker zit – daar niet te veel van af te pingelen. Want als het ons wat ongewoon in de oren klinkt, kan dat erop wijzen dat wij de Boodschap wat eenzijdig activistisch hebben opgevat. Jezus mag dan wel onze inspiratiebron zijn, Diegene die ons oproept om ons in te zetten voor de wereld, om ons te geven voor de medemens. Maar dan, denken wij, is het natuurlijk aan ons. En hangt alles af van onze inzet en onze overgave, onze bekwaamheid en ons inzicht, onze plannen en onze projecten. Zo zien wij het meestal. Maar dat schijnt toch niet echt de bedoeling te zijn. Wat het evangelie ons vertelt, is dat we dan volop bezig zijn met het aandragen van water. En zorgen voor water is goed en is zeker ook nodig.

Vreugde
Maar God wil van dat water wijn maken. Wijn van vreugde voor onszelf en voor de mensen voor wie wij ons inzetten. Water van onze inzet wordt wijn als wij heel bewust – van het begin tot het einde – God betrekken in alles wat we doen. Als wij God in ons en via ons laten werken. Als wij doen wat Maria van ons vraagt – “doe maar wat Hij u zeggen zal” – dan krijgt alles wat we doen, zelfs de lastigste karwei, ook iets van een feest. Omdat wij dan partner zijn van Hem die voortdurend water in wijn verandert. Dan geeft onze inzet voor anderen ons méér dan alleen maar voldoening omdat we iets goeds doen, dan beleven we er ook intense vreugde aan.

Verantwoorden
Op dit punt gekomen, wordt het natuurlijk wel tijd dat ik mij een beetje ga verantwoorden. Want dat is allemaal gemakkelijk gezegd: God wil ons leven in een feest veranderen. En “God is verliefd op ons”. Maar als je nuchter naar de wereld en naar je eigen leven kijkt dan merk je daar, op het eerste gezicht, niet zoveel van. Als God werkelijk liefde is, als je dat wil geloven, dan is het eerste wat je opvalt als je naar de wereld kijkt: de afwezigheid van God.
Heel de natuur kreunt onder verschrikkingen en rampen die genadeloos toeslaan en waar niemand iets kan aan doen. En in ons eigen leven is er naast vreugde ook ziekte, aftakeling en dood. Waar is God dan?
Dat is een ongelooflijk belangwekkende vraag, waar wij een antwoord moeten op geven als wij willen dat de mensen ons enigszins serieus kunnen nemen.
Ik wil proberen een aanzet te formuleren maar dat kan niet in 3 zinnen.

Come and see next week
Daarom zal ik er volgende week uitgebreid op terugkomen.
Voorlopig zijn we dus gestrand bij een dubbele vaststelling:
1. Het evangelie, ons geloof zegt ons dat God liefde is en dat Hij onnoemelijk veel van ons houdt.
2. Als je nuchter in de wereld en in het leven staat, dringt die gedachte zich meestal niet aan je op en merk je echt wel wat anders.
Hoe moet dat nu?
Een vette kluif voor volgende week.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s