Afwijzing

Zondag 3 februari 2019, 4de zondag door het jaar (jaar C)

“Geen sant in eigen land”, zegt het spreekwoord. En het verwondert niet dat ook deze zegswijze, zoals ontelbare andere in zoveel verschillende talen, teruggaat op een passage uit de Bijbel. In dit geval op wat Jezus overkwam in Nazareth. Het gaat hier om een merkwaardig verschijnsel dat iedereen onmiddellijk herkent. Wanneer iemand uit een kleine gemeenschap bekend en zelfs beroemd wordt, een kunstenaar, een sportfiguur of een politicus, dan zijn de mensen die hem of haar kennen van vroeger heel fier: het is iemand van hen. Ze blijken dan vroeger ook altijd heel erg close geweest te zijn, waren bevriend met de familie, herinneren zich vele anekdotes, kortom, ze waren zo goed als familie. Maar de algemene verrukking duurt niet lang. Ze brokkelt af en wordt al heel snel veel minder algemeen.

Boekskes
Al van in het begin zijn er trouwens mensen die sowieso tegen zijn. Mensen die d ’office alles naar beneden trekken wat een beetje boven het gemiddelde uitsteekt. De gedachte erachter is dat je zelf een beetje groter wordt als je iemand die meer betekent dan jij naar beneden haalt. Het is niet direct een verheven gedachte, maar ze ligt in onze tijd wel aan de basis van het grote succes van “de boekskes”. De journalisten van die boekskes weten immers heel goed dat mensen er vaak plezier aan beleven wanneer prominenten uit de wereld van de politiek, de wereld van de sport of de wereld van de showbusiness naar beneden getrokken en door het slijk gehaald worden. Die werelden van show, politiek en sport liggen overigens heel dicht bij elkaar . . .
(En terwijl ik die laatste zin opschrijf besef ik dat ik nu precies hetzelfde doe als “de boekskes”: blijkbaar heb ik het er, als priester, toch een beetje moeilijk mee dat zowel de politiek als de sport als de show momenteel veel meer dan het geloof zich mogen verheugen in aanzien en interesse bij de mensen. Vandaar dat ik deze opendoelkans niet mocht missen.) En dat brengt ons dan weer naadloos bij een volgende reden van afwijzen: jaloezie.

Ommezwaai
Bewondering en jaloezie liggen vaak dichter bij elkaar dan we denken.
Ik denk dat dit in Nazareth ook het geval geweest is. De fierheid om “de jongen van bij ons die het gemaakt heeft” maakt al vlug plaats voor de gedachte: “Wat heeft hij eigenlijk dat ik niet heb? Ik ken bovendien zijn hele familie, zo speciaal zijn die toch ook niet.” Het zijn allemaal heel kleinmenselijke houdingen, die wij herkennen in onze eigen omgeving. En misschien zelfs bij onszelf.
Bij de afwijzing van Jezus in Nazareth speelde echter nog iets anders een rol, misschien wel de grootste rol. Jezus heeft al een zekere faam verworven als genezer en wonderdoener. En nu hij zijn vroegere dorpsgenoten vereert met een bezoek zijn ze natuurlijk vol verwachting dat ook zij, misschien nog meer dan de “vreemden”, zullen kunnen genieten van zijn wonderlijke gaven. Maar in plaats daarvan begint Jezus hen tegen de haren in te strijken en te zeggen dat ze zich moeten bekeren, hun leven moeten beteren.
Dat is nu toch wel het toppunt. Wat denkt die omhooggevallen melkmuil wel? Terwijl hij anderen laat genieten van zijn kunstjes, komt hij ons hier de les spellen. En de aanvankelijke bewondering en nieuwsgierigheid slaat om in afkeer en woede.

Onze tijd
Als we nu even het anekdotische achter ons laten en dit verhaal op onze tijd leggen dan werpt dit misschien ook een heel ander licht op de lamentabele toestand waarin kerk en geloof zich momenteel bevinden.
Vroeger werd God door de meeste mensen vooral gezien als de wonderdoener, de redder in nood, de laatste toevlucht bij ziekte, armoede en doodsgevaar.
Toen, vooral na het concilie, het accent kwam liggen op het appél dat van God uitgaat naar ons toe, op zijn aandringen dat ons leven genezend, bevrijdend en leven gevend zou zijn voor anderen, toen voltrok zich geruisloos een copernicaanse omwenteling bij de grote massa mensen. Misschien heeft de Kerk daar veel te weinig oog voor gehad. Mensen willen op de eerste plaats gelukkig zijn. Iedere mens wil een gelukkig leven, genieten van vele dingen en gespaard blijven van ziekte en van pijn. Duizenden jaren lang hebben de mensen voor al deze dingen hun toevlucht gezocht in het geloof. En nu ineens is God geen wonderbare bondgenoot meer die hen daarbij helpt, maar een appel om eerst het geluk van anderen na te streven.

Verzuim
Men heeft te veel verzuimd de mensen duidelijk te maken dat een leven van inzet voor anderen geen moeizame plicht is, maar juist de beste weg naar diep geluk voor jezelf. En dat verzuim bleek een historische blunder zonder voorgaande. En dus verlieten de oudere generaties de kerk en bleven ze alleen de bedevaartsplaatsen trouw. Want daar kan je nog terecht met vragen om hulp en genezing. En de jongere generaties, die zoeken het geluk gewoon ergens anders. Want ondertussen was er natuurlijk ook de fors gestegen welvaart . . . Men heeft gedacht de mensen te bevrijden door Latijn, wierook en wijwater in de kast te zetten. Maar daar ging het helemaal niet om. De echte uitdaging voor de Kerk is mensen van vandaag, met al hun welvaart, ervan te overtuigen dat menselijk geluk en zinvol leven het doel is van het geloof, maar dat je pas echt gelukkig wordt in de mate dat je anderen gelukkig maakt.
Én dat God je dáárbij helpt. Op wonderbare wijze.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s