De Gans-Andere

Zondag 10 februari 2019, 5de zondag door het jaar (jaar C)

Soms gaat de hemel eenvoudig voor je open. Heel even maar, een klein momentje, maar lang genoeg om je lenzen op scherp te zetten en ineens te begrijpen wat je nooit hebt willen of kunnen zien. Onontwarbaar gewaande knopen ontrafelen zich en de oplossing van een aardsmoeilijk probleem wordt je zomaar in de schoot geworpen. Het lijkt of je daar zelf niets moet voor doen. Iemand zegt iets, heel gewoon en nietsvermoedend, of je oog valt toevallig op een woord of op een foto, en ineens is het er, die straal die recht uit de hemel lijkt te komen en die alles glashelder en klaar en doorzichtig maakt. Ik denk dat roeping zoiets is.
Ineens, volkomen vanuit het niets, staat je klaar en duidelijk voor ogen wat je moet doen, welke richting je leven zal uitgaan.

Hulp
Nu ja, zo volkomen uit het niets komt dat natuurlijk ook niet. Je zit al langer met vragen, je bent er al langer mee bezig, maar je slaagt er maar niet in daar enige klaarheid in te krijgen. En dan ineens is er dat magische moment. Wat je op één of andere manier altijd al vaag geweten hebt, staat je ineens helder als kristal voor ogen. Wat er impliciet altijd al geweest is, treedt ineens expliciet naar buiten.
En je weet zeker dat iets je zover gebracht heeft, je minstens geholpen heeft.
Ik heb me laten vertellen dat ook in de wetenschapsbeoefening dit verschijnsel gekend is. Vóórdat iemand een nieuwe uitvinding doet of tot een baanbrekend inzicht komt, is er dat volstrekt wetenschapsvrije moment waarin de intuïtie een zeer belangrijke rol speelt in het vinden van de goede richting.
En dan ineens is er het moment waarop je verstand het geheim ontrafelt en inzicht en begrip de plaats innemen van onwetendheid en machteloosheid.
Maar “Iets” – noem het intuïtie – heeft je tot bij de poort gebracht.

Gelokt
Ik denk dat ook bij een religieuze roeping zich iets dergelijks afspeelt. Iets waar je eigenlijk altijd al mee bezig was, staat je ineens klaar en duidelijk voor ogen en je wordt daar helemaal van vervuld. Alles is anders.
Het is zoals de zon die door de wolken breekt en het hele landschap kleur en warmte geeft. Maar je weet duidelijk: ik heb dit niet allemaal zelf uitgevonden, ik ben dit niet helemaal alleen op het spoor gekomen, ik ben daarin geholpen, ik ben eigenlijk een beetje “gelokt”. En dat alles samen maakt de ervaring onbeschrijflijk. Letterlijk. De toevoeging van donder, een stem uit een wolk of verschijnende engelen is daarbij niet buitenissig. De ervaring is zo overrompelend, dat alleen mythische taal bekwaam is om ons een idee te geven van wat er gebeurt. En dat geldt voor alle momenten waarop wij iets van God gewaarworden.

Taal
De mythische taal is de enige die bekwaam is om het ontzag en de huiver uit te drukken t.o.v. Hem die de Gans-Andere is. Wij gebruiken dat woord (Gans-Andere) wel vaak, maar wij beseffen in onze tijd te weinig nog dat God inderdaad de Gans-Andere is. God is gedomesticeerd, wij praten erover alsof Hij bij ons thuis op de schouw staat. Maar wij “kennen” God niet. Weet u waarom het heelal zo ondenkbaar uitgestrekt is? Of waarom de Andromedanevel geschapen is? In ieder geval niet voor mij. En ook niet voor de mensheid. Wij weten zo goed als niets van die dingen. Het enige wat wij vanuit ons geloof weten, is dat God onnoemelijk veel van ons houdt. Meer weten wij niet. Maar er is in onze taal geen ruimte meer voor het niet-weten, het niet-kennen van God. De grootste ramp die het geloof kon overkomen gebeurde toen men vanaf de 16de en 17de eeuw de wetenschappelijke taal en methodes ook ging toepassen op het geloof. Uit die bedenkelijke koppeling kwam een eigenaardige tweeling voort: atheïsme en fundamentalisme. Een tweeling inderdaad. Want hoewel ze elkaar hevig bestrijden, zijn ze elkaars spiegelbeeld.
Beiden hebben het immers over een God die ze helemaal menen te kennen.
En die dus per definitie niet bestaat.

Zee
Dit even terzijde. Terug nu naar “Roeping” in de christelijke betekenis. In het evangelie van vandaag zegt Jezus dat Hij van zijn leerlingen “vissers van mensen” wil maken. De leerlingen tegen wie Hij dat zei waren vissers van beroep en zij zullen onmiddellijk begrepen hebben wat Jezus bedoelde. De zee was voor hen hun kostwinning. Maar tegelijk was de zee ook heel bedreigend. Er waren stormen en schipbreuken. De tol aan mensenlevens was hoog, de vis werd duur betaald. Wat Jezus bedoelt is dat zijn volgelingen de taak hebben om mensen weg te halen uit alle mogelijke onheilssituaties. Uit alle situaties die duisternis en dood betekenden voor hen.

Levenshouding
Christenen hebben dat altijd en van in het begin begrepen. Ze hebben van bij de aanvang, aangepast aan de tijd en de beschikbare middelen, een veelkleurige en onvergelijkbare waaier ontplooid aan liefdadige initiatieven, caritatieve instellingen, sociale actie en individuele menslievendheid.
Maar misschien hebben wij, zoals vorige week al werd aangehaald, er te weinig de nadruk op gelegd dat naastenliefde niet zozeer een morele verplichting is, maar de vanzelfsprekende levenshouding van mensen die geloven dat God liefde is. En dat wij precies door zo te leven, zin in ons eigen leven vinden. En ook ons eigen geluk. Ook in deze tijd zullen we dus tegen de “flow”, tegen de heersende mentaliteit moeten ingaan. Overtuigd dat er geen levenszin en geen geluk te vinden is in een puur hedonistische manier van leven, maar juist in het je dienstbaar opstellen t.o.v. anderen.
En om daarvan met ons eigen leven te getuigen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s