Op zoek naar geluk

Zondag 10 maart 2019, 1ste zondag van de Veertigdagentijd (jaar C)

Het gaat niet zo goed met ons. De verdeeldheid tussen de mensen neemt toe. De kloof wordt groter tussen jong en oud, tussen hoog- en laaggeschoolden, tussen ontwikkelde landen en landen van de derde wereld. Mensen hebben ook steeds meer het gevoel dat hun mening in de gestroomlijnde pers nooit aan bod komt. In de politiek is “waarheid” een wel zeer rekbaar begrip geworden en in plaats van te streven naar eenheid, en te zoeken naar oplossingen waar zowat iedereen zich kan in vinden, lijkt het of men alleen nog probeert de tegenstander in diskrediet te brengen. Gele hesjes, klimaatbetogingen, toenemend racisme, het zijn allemaal uitingen van een stijgend onbehagen met de huidige toestand en met angst en onzekerheid voor de toekomst. Het is allemaal nogal alarmerend. In zo’n situatie is het heel belangrijk dat wij terug op zoek gaan naar dingen die ons verbinden, naar dromen en verzuchtingen die alle mensen gemeen hebben. En als je dat doet, als je daarnaar op zoek gaat, dan valt onmiddellijk één verlangen op dat leeft in elke mens: het verlangen naar geluk.
Elke mens, uit elke tijd en uit elk volk en land en cultuur wil gelukkig zijn, wil een gevuld, zinvol en gelukkig leven leiden. Het is in de manier waarop wij dat geluk nastreven, dat wij verschillen. En die manier waarop wij ons geluk nastreven en ons leven uitbouwen, heeft soms catastrofale gevolgen voor anderen. Soms zelfs voor onnoemelijk veel mensen.

Aanzien
En daarover gaan de bekoringen van Jezus in de woestijn. Over de verkeerde middelen die wij soms aanwenden om gelukkig te zijn. Verkeerd, omdat ze nooit het beoogde doel bewerken en vaak ook nog eens ongelukkige of zelfs noodlottige gevolgen hebben voor andere mensen. En een eerste middel waarvan wij vaak menen dat het ons gelukkig gaat maken, is aanzien verwerven. Wij leven in een tijd van de cultus van vedetten. Mensen die heel gekend zijn en ook heel rijk werden, bijvoorbeeld via sport of entertainment, die worden door miljoenen bewonderd. En ook als zij gemakkelijk een halve stad uit de armoede konden halen, maar dat niet doen, dan nog blijven de mensen hen bewonderen. Vandaar de enorme bekoring om zelf ook gekend en bewonderd te worden. Vandaar dat het aantal volgers en “likers” op facebook zo belangrijk is, en het beeld dat anderen over ons hebben. Aan dat beeld wordt heel veel aandacht besteed. Op facebook bijvoorbeeld zal je daardoor ook nooit iemand echt leren kennen. Het enige wat je daar leert is hoe de ander zou willen dat je hem of haar ziet, hoe je over hem of haar denkt. . .
Bekendheid en aanzien zijn soms wel leuk en ze strelen je ijdelheid, maar ze maken je niet duurzaam gelukkig op zich. Als gekende, rijke en aanzienlijke mensen ook gelukkige mensen zijn, en die zijn er natuurlijk ook, heel veel zelfs, dan zijn ze gelukkig omwille van andere redenen. . .

Macht
Macht dan? Ook niet. Mensen die het gaan zoeken in macht zijn bijna per definitie mensen die ongelukkig zijn en die, juist omdat ze ongelukkig zijn in hun situatie, compensatie voor dat gemis gaan zoeken in macht. Het prototype is hier de mislukte schilder Adolf Hitler. Dat machtsgeile vind je echter niet alleen terug in de hoogste regionen van politiek en maatschappij. Je vindt het overal, je botst er overal tegenaan, ook in de kleinste parochie of vereniging, ook in families en gezinnen. Macht geeft je ontegensprekelijk korte momenten van euforie en voldoening. Maar het maakt je zeker niet blijvend gelukkig. Machtshonger is een ziekte die vreet aan jezelf en die desastreus is voor anderen.

Genegenheid kopen
En dan heb je tot slot nog de verleiding van het veranderen van stenen in brood. Het gaat dan niet zozeer over brood om je eigen honger te stillen, maar om brood dat je onbeperkt kan uitdelen. Het gaat over de hoop dat je vriendschap en geluk kan kopen met het uitdelen van materiële zaken, met de milde weldoener uit te hangen. Ook hier moeten we niet ver naar voorbeelden gaan zoeken. Goddank bestaat er in veruit de meeste gevallen een sterke liefdesband tussen ouders en hun kinderen en bestaat er meestal ook een oprechte en aandoenlijke genegenheid tussen grootouders en hun kleinkinderen. Maar soms zie je ook hoe grootouders eerder gezien worden als oudere mensen met geld “waar ze toch niks mee doen, terwijl wij het zo goed kunnen gebruiken”. En je ziet dan hoe oma en opa genegenheid proberen te kopen. Maar dat gaat niet. Een vluchtig dankjewel en soms zelfs een haastige kus kan er nog net af, maar dat is het dan.

Basisvertrouwen
Je kan genegenheid niet kopen. En nu komen we bij de kern. Mensen steken zo in elkaar dat ze alleen maar gelukkig zijn als ze beminnen. En vooral: als ze zich bemind weten, als ze weten dat er iemand is die heel sterk van hen houdt. Maar omdat menselijke geliefden sterfelijk zijn, veranderlijk, ontrouw kunnen worden, is het van enorm belang te kunnen geloven dat de Grond van het bestaan van je houdt, dat je gewild bent en bemind wordt door God zelf. De volgende generaties dat geloof onthouden in die God die liefde is, zou hun basisvertrouwen ernstig kunnen schaden. En dat zou naar mijn gevoel meer dan een vergissing zijn. Het zou bijna een misdaad zijn. Moeten we er bijgevolg niet alles aan doen om die tendens tegen te gaan? En onze kinderen opnieuw de kans geven om die God van Jezus, die liefdevolle, dragende grond van het leven te leren kennen?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s