Wij moeten hen helpen

Zondag 17 maart 2019, 2de zondag van de Veertigdagentijd (jaar C)

“De wereld is ons dorp”, schreef Prof. Baeck al in de jaren 70. En inderdaad, dankzij de media mag er zo goed als niets in de wereld gebeuren of wij weten het. Maar wat er allemaal in dat grote dorp van ons gebeurt, is niet zo fraai.
Vandaag enkele gedachten bij de campagne van Broederlijk Delen die door onze parochies gesteund wordt. Een campagne die straatarme boeren in Guatemala wil helpen om een lapje grond te verwerven, en daarop aan landbouw te doen en bijvoorbeeld wat kippen te houden voor eigen gebruik. Die boeren werken nu op reusachtige plantages die eigendom zijn van grootgrondbezitters. Op die plantages wordt 1 bepaald product verbouwd, bestemd voor de uitvoer. In Guatemala is dat koffie, op andere plaatsen in Zuid-Amerika zijn dat bijvoorbeeld graangewassen als voeder voor de dieren, die moeten zorgen voor steaks en hamburgers voor Noord-Amerika.
Het is de boeren niet toegestaan iets anders te verbouwen, ze krijgen voor hun werk een hongerloon en als ze 1 dag afwezig zijn, door ziekte van henzelf, hun vrouw of een van hun kinderen, worden ze ontslagen. En ander werk is er niet.
Toen enkele jaren geleden de koffieprijs instortte, vonden de grootgrondbezitters in Guatemala het de moeite niet meer waard en ze lieten de grond braak liggen. Maar het verbod voor de boeren om op een klein stukje iets voor zichzelf te verbouwen, bleef. Organisaties ter plaatse, die door Broederlijk Delen gesteund worden, proberen nu via bewustmaking, politieke druk en met juridische middelen te bekomen dat de arme boeren eigenaar worden van een stukje grond dat toch niet gebruikt wordt. Zodanig dat ze voor zichzelf en hun gezin aan een betere toekomst kunnen werken.

Zelfrespect
Het spreekt natuurlijk vanzelf dat het om nog veel meer gaat dan alleen maar een meer gevarieerde en gezonde voeding en een beetje geld. Wanneer zo’n uitgebuite landarbeider een kleine maar zelfstandige boer wordt, dan geeft dat een enorme boost aan zijn gevoel van eigenwaarde. Hij is geen slaaf meer die altijd maar moet buigen en knikken voor het allernoodzakelijkste voedsel voor zijn gezin, maar iemand met verantwoordelijkheid, die echt aan de toekomst van zijn gezin kan werken. Iemand die rechtop gaat, die zich misschien voor het eerst echt een mens weet omdat hij iets kan betekenen voor anderen. Speciaal voor hen die hem het nauwst aan het hart liggen, zijn vrouw en zijn kinderen. En wat geldt voor de mannen geldt natuurlijk evenzeer voor de vrouwen. Vrouwen staan er in Latijns-Amerika dikwijls helemaal alleen voor en dan blijkt dat in de strijd voor meer rechtvaardigheid, vrouwen vaak mondiger en militanter zijn dan mannen.
Wij moeten deze mensen helpen. Het is gewoon een kwestie van elementaire rechtvaardigheid. En van menselijkheid.

Kan dat?
Wij zijn altijd verontwaardigd als wij horen over de sociale wantoestanden de voorbije eeuwen hier bij ons en we zijn maar wat blij dat er nu een zekere welstand is voor bijna iedereen. Maar, omdat de wereld inderdaad ons dorp geworden is, zijn wij perfect op de hoogte van de hemeltergende corruptie, uitbuiting en onderdrukking in grote delen van die wereld vandaag.
En dat maakt ons triest en opstandig. Want wij denken dan dat wij daar zelf niets aan kunnen veranderen. Wij zijn tenslotte geen politici. En wij behoren niet tot die 1% van de wereldbevolking van wie het gezamenlijk vermogen groter is dan dat van de overige 99%.

Het kan!
Maar . . . wij kunnen wel iets doen. Wij kunnen ons bijvoorbeeld meer richten op fairtrade producten en geen luxevoedsel kopen uit exotische landen, als we weten dat ze in onmenselijke omstandigheden gekweekt zijn. En wij kunnen vooral acties als die van Broederlijk Delen steunen, acties die op een niet-gewelddadige manier aansturen op echte en duurzame hervormingen.
Wij, westerlingen, zullen in ieder geval tot een vorm van herverdeling moeten overgaan. Zelfs als we het niet doen vanuit morele verontwaardiging, dan zullen we het toch moeten doen voor onze eigen veiligheid.
Want ook voor de doodarme uitgebuite mensen van de ontwikkelingslanden is de wereld een dorp geworden: zij zien hoe wij leven. Met wat een overvloed aan mogelijkheden en comfort. Terwijl zij niets hebben, niet eens genoeg te eten.
Voor hen zijn wij de hedendaagse bewoners van burchten en luxevilla’s, terwijl zij zoals de arme Lazarus ondervoed en met zweren overdekt aan onze poort liggen.

Het moet
Als wij niet echt gaan delen met hen, komen ze het op een dag zelf halen.
Niet met honderden en duizenden zoals de vluchtelingen nu, maar met tientallen miljoenen tegelijk. Dan overkomt ons wat de Romeinen overkwam. Dan worden wij weggevaagd door kolossale volksverhuizingen. Als christenen mogen wij echter niet handelen uit angst. Als wij achter meer rechtvaardigheid en herverdeling staan, dan is dat op de eerste plaats omdat wij Jezus willen volgen. Jezus, die ons leerde dat onze naasten niet noodzakelijk verwanten of buren zijn, maar elke mens die ik zou kunnen helpen en die beroep op mij doet.
Een totaal onbekend kind dat naar etensrestjes zoekt op een vuilnisbelt even buiten Kinshasa, is evenzeer mijn naaste als mijn tante in het rusthuis die weinig bezoek krijgt. Elke mens in nood is mijn broer of zus. En heeft recht op hulp.
Pas als dat besef diep in mij leeft, mag ik mij volgeling van Jezus noemen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s