Excuseren en vergeven

Zondag 7 april 2019, 5de zondag van de Veertigdagentijd (jaar C)

Een vrouw is op overspel betrapt en wordt vóór Jezus gebracht. Het is de bedoeling dat hij een oordeel over haar uitspreekt. Jezus doet dat niet.
Hij laat integendeel haar hypocriete aanklagers één voor één afdruipen. Zodat de vrouw, de facto, vrijgesproken wordt. Dit verhaal is geliefd bij twee groepen mensen. De eersten zien er vooral een bewijs in van de mildheid en de oneindige vergevingsgezindheid van God. De anderen, je zou ze “relativisten” kunnen noemen, zien er vooral een bewijs in dat Jezus heel “breed” is in die dingen. Dat wijzelf zwaarder tillen aan onze zonden dan God. Maar dat laatste is, denk ik, wishful thinking. Jezus zegt aan het eind heel uitdrukkelijk tot de vrouw: zondig voortaan niet meer. Duidelijk toch niet zó breed. . .

Zonden
Je zou hier ook het verhaal kunnen naast leggen van de publieke zondares die na een ontmoeting met Jezus, tranen van berouw stort. Tranen ook van dankbaarheid en geluk omwille van de uitweg, het nieuwe leven dat Jezus haar toonde. Tot de verbouwereerde omstaanders zegt Jezus: “Haar zonden zijn haar vergeven, al zijn het er velen, omdat zij veel heeft liefgehad”.
Dat deze vrouw “veel heeft liefgehad” slaat uiteraard op haar oprecht berouw en op de dankbare en tedere genegenheid waarmee ze Jezus benaderde.
Er staat immers: ze waste Jezus’ voeten met dure balsem en met haar tranen. En ze droogde ze af met haar haren. In dit geval zijn er zelfs mensen die bij dat “omdat ze veel heeft liefgehad” denken aan haar vroegere activiteiten met haar klanten. Je kan bij het uitleggen van de Bijbel allerlei sprongetjes maken zoals lammetjes dat doen in de voorjaarsweide. Maar het moet niet al té dol worden.

God
In ieder geval is de strekking van heel het evangelie: God verafschuwt de zonde, maar Hij bemint de zondaar. Want die blijft zijn geliefd kind, hoe groot zijn fouten ook zijn. En daarom vergeeft Hij ons ook telkens als wij erom vragen.
Zijn barmhartigheid is onbegrensd, zijn liefde onvoorwaardelijk. Hij is, ook hierin, zo totaal anders dan wij, zozeer zelfs dat het bijna onbegrijpelijk voor ons is. Voor ons is iemand echt vergeven het moeilijkste dat er bestaat.
Maar het is al veel als wij duidelijk zien dat God anders is dan wij.
Ons hele rechtssysteem bijvoorbeeld, waar we terecht fier op zijn, is helemaal gebaseerd op onze zin voor rechtvaardigheid. En dat houdt dus ook in dat misdrijven bestraft worden. En zo is het goed. En ook nodig. Je kan geen samenleving in stand houden als je misdaden ongestraft laat.
Maar God moet geen maatschappij in stand houden. Hij kan zich de luxe permitteren van fouten te vergeven. Als God kan Hij dat en als liefdevolle Vader, zoals wij Hem in Jezus leren kennen hebben, doet Hij dat ook.

Excuseren
Op dit punt gekomen is het belangrijk dat wij zien dat er een zeer duidelijk onderscheid bestaat tussen iemand vergeven en iemands excuses aanvaarden.
Iemand excuseren wil zeggen: “Ik begrijp dat je er eigenlijk niets kan aan doen, dat je het zo niet bedoeld had, dat het eigenlijk jouw schuld niet was”. Bijna altijd als wij vergeving vragen, zijn wij eigenlijk bezig met ons te excuseren. Zelfs tegenover God, zelfs in de Biecht. Je krijgt dan zoiets van: “Heer, ik weet het, wat ik deed was grondig fout. Maar ze hebben het wel een beetje uitgelokt.” Of: “Mijn geduld met hun eindeloos getreiter raakte op. Ik ben tenslotte ook maar een mens”. Dat is: niet vragen om vergeving, maar je excuseren. En wij doen dat zo gemakkelijk, omdat er inderdaad ook vaak “verzachtende omstandigheden” aan te voeren zijn. Vaak kunnen wij verkeerde daden van ons inderdaad gedeeltelijk of zelfs geheel ver-ont-schuldigen.
Maar als het eigenlijk onze schuld niet was, dan valt er ook niks te vergeven.
Vergeving slaat wezenlijk op dat deel van de handeling waar je geen enkel excuus kan voor aanvoeren. Echte vergeving betekent heel scherp de zonde, het vergrijp, de fout te zien, dat deel van de zonde waarvoor geen enkel excuus bestaat, hoe welwillend je ze ook wil benaderen. Alle verschrikking, laagheid en venijn ervan te zien en toch geheel verzoend te zijn met de mens die het gedaan heeft.

Ondoenbaar
Dat, en niets anders dan dat, is vergeving. En die vergeving kunnen wij altijd van God krijgen als wij erom vragen. En dat maakt blij natuurlijk. En toch, ik denk echt dat wij, mensen, niet tot dat soort vergeving in staat zijn. Niet uit onszelf. Wanneer iemand echt zwaar tegen mij misdaan heeft, dan kan ik mijzelf misschien zo ver krijgen dat ik begrip kan opbrengen voor “verzachtende omstandigheden”, de dader minstens gedeeltelijk kan excuseren.
Maar het niet-excuseerbare, het naakte kwaad in al zijn smerigheid vergeven, dat kan ik niet. Toch niet zonder Gods hulp. En dus weet ik wat mij te doen staat. Want over die dingen staat er iets heel schokkends in het Evangelie. Je kan er gewoon niet omheen.
Van Gods liefde mogen wij goddank aannemen dat ze onvoorwaardelijk is.
Maar over zijn vergeving staat er -zwart op wit- dat wij ze alleen maar krijgen als wij ook zelf bereid zijn onze broeders en zusters te vergeven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s