Hoezo, verrezen?

Zondag 28 april 2019, Beloken Pasen (jaar C)

Vorige maandag bracht de zender Q2 de film “Risen”. Het is het relaas van de zoektocht naar het lichaam van Jezus op bevel van keizer Tiberius.
“Want” -zo stond in de programmaboekjes- “de Romeinen deden er alles aan om dat lichaam te vinden, omdat de Verrijzenis zo cruciaal is dat het hele geloof van de christenen er mee valt of staat”. En dat is natuurlijk ook zo.
Voor christenen is de Verrijzenis van Christus niet alleen het centrale gegeven in hun geloof, het paasgebeuren vormt zelfs het middelpunt van de menselijke geschiedenis, die van dan af -zo geloven zij- een andere wending heeft genomen.

Ontmoetingen
Maar het lichaam van Jezus, het “stoffelijk overschot” van de gekruisigde, begraven, weggehaald, verstopt of teruggevonden heeft daar weinig mee te maken. Bij verrijzenis denken wij spontaan aan een spectaculair, Hollywoodachtig gebeuren met heel veel licht en geluid en aan de ontzetting van de bewakers die angstig wegkruipen. Maar onze bijna exclusieve aandacht voor dit opstandingsgebeuren zelf, zou de apostelen en de eerste christelijke leraren heel erg verbaasd hebben. Als zij beweerden dat zij de opstanding hadden “meegemaakt” dan beweerden zij niet dit te hebben gezien of meegemaakt.
Wat zij beweerden was dat zij, in de weken die volgden op de kruisiging, op een gegeven moment Jezus hebben ontmoet. En die ontmoetingen verliepen voor iedereen anders. Maar ze drukten wel een onuitwisbare stempel op hun leven. En elk van hen was er diep van overtuigd dat de Jezus die ze hadden zien sterven aan het kruis, verrezen is en leeft. En elk van hen stierf liever de marteldood dan het getuigenis van die verrijzenis af te zweren.

Bestaanswijze
Waarom is het niet-belangrijk zijn van Jezus’ lichaam zo belangrijk?
Omdat het bij de verrijzenis om iets totaal anders gaat dan bij de opwekking van Lazarus. Bij Lazarus ging het om een ontzield lichaam dat terug tot leven kwam. Om later weer te sterven. Bij de verrijzenis van Jezus is daar geen sprake van. De verrezen Heer laat zich kennen in een heel nieuwe bestaanswijze.
Vandaar ook dat de leerlingen Hem in de regel niet onmiddellijk herkennen. Het duurt altijd een beetje voordat een eerste aarzelend vermoeden aanzwelt tot het bijna extatische besef: het is de Heer!
Er is nog iets opvallends: de joden in Jezus’ tijd geloofden in een vaag soort voortbestaan, een schimmenbestaan eigenlijk, na de dood.
En daarom wordt ons in de verrijzenisverhalen ook duidelijk gemaakt dat het hier niet gaat om een geestverschijning: een spook legt geen houtskoolvuurtje aan en eet geen vis, zoals de Verrezene dat doet.

De Heer
Het gaat dus wel degelijk om de gekruisigde Jezus—Hij toont zijn wonden—en Hij is ook niet zonder een zekere lichamelijkheid. Denk aan de geheimzinnige woorden: “Houdt mij niet vast”. De Verrijzenis gaat dus ook niet om een soort omgekeerde Menswording: de mens Jezus die terug God wordt. Neen. Bij de Verrijzenis gaat het om de Mens Jezus die door God is opgewekt tot een heel nieuwe bestaanswijze. Van dan af is Hij: de Heer. Waarom is Hij de Heer?
Omdat God zich in Hem heeft laten kennen en wij—buiten Hem om—niets over God kunnen zeggen. Gewoon niets.
Ons verstand en onze wetenschap kunnen nooit doordringen in het Mysterie dat God is. Wanneer God echter Jezus heeft laten verrijzen, kan dat alleen maar geïnterpreteerd worden als een soort “goedkeuring” van Jezus’ woorden en daden. (En ik schrik een beetje van de bijna banale bewoordingen die ik moet gebruiken, maar ik denk dat het zo is). Wij kunnen God zelf nooit vatten, op geen enkele manier. Maar wanneer wij zeggen dat wij geloven in Jezus, dan zeggen wij dat wij er op vertrouwen dat Jezus een icoon, een “vertaling” is van God, een vertaling die wij wél kunnen begrijpen.

Twijfelen
Iets anders nu.
Als je gelooft, mag je dan niet kritisch zijn, niet twijfelen?
Natuurlijk wel, maar je moet ook zorgen dat je er geen permanente houding, geen spelletje van maakt. Een alibi om niet te hoeven leven naar dat geloof. Geloven heeft nu eenmaal gevolgen, voor je manier van leven, voor je gedrag en je moraliteit. En het kan bijzonder handig zijn om, telkens als het doen of laten van iets je moeilijk valt, geloofstwijfels in te roepen. “Dan moet je er toch nog eens goed over nadenken”, zeg je dan. Dat is zoals “morgen ga ik op dieet”, vaak alleen maar dient om vandaag nog eens goed te kunnen schransen. En datzelfde spelletje kan je spelen met “geloofstwijfels”. Maar eens dat je iets voor waar aanneemt, op grond van kritisch verstandelijk onderzoek, dan moet je je daar ook aan houden, totdat er een grondige reden opduikt om de zaak opnieuw te overwegen. Wat je eens rationeel voor waar hebt aangenomen, mag je ook niet voortdurend door je emoties of zelfs door een slechte spijsvertering in vraag laten stellen.
“Eeuwig-zoekend” zijn is vaak niet anders dan de onwil en de angst om je te binden. Het heeft iets van vlinderen, iets playboyachtig.
Daarom ook is geloof, tot onze verwondering misschien, ook één van de 7 deugden. . .

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s