Roepingen

Zondag 12 mei 2019, Vierde zondag van Pasen (jaar C)

Vandaag is het de roepingenzondag. Een dag waarop er in de kerken over de hele wereld traditioneel gebeden wordt voor nieuwe roepingen.
Als God echt van ons houdt, zoals wij geloven, dan kan het niet anders of Hij roept vandaag evengoed als vroeger, mensen die zijn woord willen uitdragen, zijn liefde gestalte geven en de gelovigen willen voorgaan in het gebed.
Het probleem is dus niet dat er minder mensen geroepen worden, maar dat er, hier bij ons althans, bijna geen gehoor meer aan gegeven wordt.

Niet overdrijven
Dat er “minder gehoor aan gegeven wordt” is misschien niet de juiste uitdrukking. Het niet-ingaan op Gods roeping gebeurt niet bewust of moedwillig. Het probleem is eerder dat die roep niet meer gehoord wordt. Wij leven niet langer in een maatschappij die helemaal doordrongen is van het geloof. Niet alleen de kennis van het geloof is in Vlaanderen heel erg achteruitgegaan, maar bovendien speelt dat geloof nog maar een zeer kleine, bijna verwaarloosbare rol in het leven van de meeste mensen. Kardinaal Danneels sprak in dat verband over de “religieuze ontbossing” van Vlaanderen.
En zelfs pratikerende christenen hebben God heel vaak een welbepaalde, beetje afgebakende plaats in hun leven gegeven: tot hier en niet verder.
Zij leven niet naast onze maatschappij maar er middenin; ook zij zijn dus niet ongevoelig voor de vanzelfsprekend geworden hang naar consumeren en genieten, naar carrière en bekend zijn. En wanneer hun zoon of hun dochter blijk geeft van een opvallende religieuze belangstelling, krijgen die nogal vlug te horen dat ze maar beter gewoon moeten doen.
“Iets mag het hebben, maar je moet niet overdrijven”.

Versnelde veranderingen
Je kan dus zeker niet zeggen dat priester of religieuze worden op dit ogenblik goed in de markt ligt. En eigenlijk is dat ook niet zo’n ramp.
Want het beeld dat wij hebben over priesters en religieuzen hangt nog helemaal vast aan een tijd die voorbij is. En terwijl de wereld op korte tijd helemaal veranderd is en in steeds sneller tempo altijd maar verder verandert, hebben wij er geen flauw vermoeden van hoe de Kerk van de toekomst er zal uitzien. Zo hoor je gelovigen nogal eens zeggen: wij mogen onze kerken ook niet te vlug sluiten of verkopen, want stel dat er een opleving komt . . .
Dát die opleving er komt, daar mogen we zeker van zijn. De mens is fundamenteel religieus en echte atheïsten zullen altijd een kleine minderheid blijven. Maar wie zegt dat de Kerk van de toekomst nog gebouwen-in-eigendom nodig heeft? Dat kan zijn, maar dat is helemaal niet zeker.

Wending
Die onzekerheid geldt trouwens voor heel de wending die Kerk en christendom aan het nemen zijn. Dat die wending -zoals er maar weinige geweest zijn in de geschiedenis- bezig is, mag voor iedereen duidelijk zijn. Maar zelfs vage contouren van wat het ooit worden zal, zijn voor niemand al zichtbaar.
Het enige wat we hebben is ons vertrouwen dat de Geest van God hier aan het werk is en dat Hij weet wat Hij wil. En dat Hij, wiens naam is: “Ik zal er zijn” met ons en met de hele mensheid meetrekt. En -ondanks alle schijnbare ondergang- ons nooit in de steek zal laten.

Vertrouwen
Het is wel geen comfortabele situatie als je niet precies weet waar je naartoe moet werken. Het enige wat we dan kunnen doen is wat we altijd hebben gedaan, in tijden van crisis: helemaal teruggaan naar de bronnen van ons geloof. Naar de eenvoud van het vroegchristelijk geloof en vertrouwen.
Telkens wanneer wij geconfronteerd werden met abrupte en onverwachte wendingen, hebben wij dat gedaan. Zowel bij de invallen van de barbaren als toen we gesteld werden voor de uitdagingen van de Renaissance, de confrontatie met de Verlichting, de explosie van de wetenschappelijke kennis.
Telkens was er, na aanvankelijke (en begrijpelijke) weerstand, altijd een terugvallen op de kern van ons geloof: een liefdevol leven leiden, in vertrouwen op God. En dan rustig overwegen wat van de nieuwe inzichten een verrijking betekent, waar we onze eigen ideeën moeten uitzuiveren, en wat we zeker moeten bewaren en meenemen naar de komende eeuwen. En omdat we op dit ogenblik nog niet precies weten waar we naartoe gaan, moet de Kerk zich momenteel vooral bezighouden met iets waar ze goed in is: studie en gebed. We moeten ons openstellen voor de werking van de Geest. En ons helemaal focussen op vertrouwen. Vertrouwen in een nieuwe bloei van het christelijk geloof in de tijden die komen. En ons niet langer verliezen in het krampachtig in stand willen houden van zaken waarvan we zelf weten dat ze geen enkele toekomst hebben.

Nieuwe herders
Wij weten nog niet precies hoe de Kerk van de toekomst er zal uitzien. Maar wij kunnen ons wel al een beeld vormen van de nieuwe voorganger, de nieuwe herder. Het zal een man of een vrouw zijn, gehuwd of ongehuwd, maakt niet uit. Het moet niet per se iemand zijn met opzienbarende talenten op gebied van leiderschap, geleerdheid of redenaarskunst. Maar het zal iemand zijn met een diep geloof in de God van Jezus en met een even diep respect voor de mensen. Vooral dat laatste was in het verleden niet altijd evident.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s