God verwachten

Zondag 11 augustus 2019, negentiende zondag door het jaar (jaar C)

Het geloof, zegt Paulus ons vandaag, is de vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.
We staan hier wel heel ver af van een opvatting waarbij geloof gezien wordt als het voor waar aannemen van een aantal verhalen of het kritiekloos onderschrijven van een aantal uitspraken en dogma’s.
Wat Paulus hier zegt (en wat alle grote christelijke denkers hem zullen nazeggen) is dat geloof, religieus geloof, een zaak is van vertrouwen op God.

En ons verstand?
Geloven in God is niet zozeer een aantal stellingen of theorieën over Hem aannemen, maar vertrouwen op Hem.
In de Bijbel staat dat niemand ooit God gezien heeft. M.a.w. geloven kan nooit alleen een kwestie zijn van verstandelijk akkoord gaan met een of andere opvatting over wie God is en wat Hij doet en wat Hij van ons verlangt.
Natuurlijk is geloof niet iets dat zomaar neerdaalt met de hemelse dauw.
Het heeft wortels in onze ervaringswereld. Hoe ontstaat een geloof?
Op een gegeven ogenblik is er een charismatische figuur waarvan mensen aannemen dat die vanuit een duidelijke godsverbondenheid ons meer kan vertellen over God. De verhalen over Hem en zijn uitspraken worden verder verteld en opgetekend. En zo krijgt een geloof stilaan een vorm die kan bestudeerd, aangeleerd en doorgegeven worden. Minstens een aspect ervan spreekt ons verstand aan en kan “begrepen” worden.
Vandaar theologie, dogmatiek en exegese.

Vertrouwen
Maar het wezenlijke van het geloof is vertrouwen. Vertrouwen op God.
Vertrouwen dat, wat je ook overkomt, Hij je nooit in de steek zal laten.
En dat is er juist zo mooi aan. Wij staan er misschien niet direct bij stil, maar vertrouwen en liefde liggen heel dicht bij elkaar. Als je iemand vertrouwt kan je daar allerlei rationeel onderbouwde redenen voor opgeven. De hoge morele normen van die persoon bijvoorbeeld, zijn of haar karaktervastheid enz.
Maar echt 100% vertrouwen doe je alleen maar iemand die je ook graag ziet.
En daarom is het ook zo mooi dat je geloof in een God die liefde is zich uit in het vertrouwen dat je Hem schenkt.
Over hoe je precies God kan beminnen zijn al bibliotheken volgeschreven.
Maar misschien doe je dat nog het best door je vertrouwen in Hem uit te spreken.

Medewerkers
Geloof, liefde en vertrouwen liggen heel dicht bij elkaar.
En daarom kan een eenvoudige mens, die vol vertrouwen een kaarsje aansteekt, veel dichter bij God staan dan iemand die over God kan preken alsof die bij hem thuis in de canapé zit. Je moet trouwens altijd een zekere reserve behouden t.a.v. mensen die over God praten of Hij bij hen thuis op de canapé zit. Niemand kan zo over God spreken. God blijft altijd voor een deel een mysterie, waar geen mens helemaal in kan doordringen.
Dé God die wij helemaal kunnen vertrouwen vraagt van ons echter ook een soort wederdienst, wat niet meer dan logisch is natuurlijk. En daar heeft het evangelie het vandaag over. God vraagt aan ons dat Hij ons ook mag vertrouwen. Dat wij ook trouw zouden zijn aan Hem.
Dat wil zeggen dat wij beschikbaar zijn als Hij ons nodig heeft. Dat wij medewerkers worden, en dat klinkt misschien wat hoog gegrepen, maar zo is het werkelijk: God wil doorheen ons werken, God wil ons nodig hebben om zijn liefde gestalte te geven, om zijn Rijk onder ons te vestigen. We hebben het er de laatste tijd al zo vaak over gehad. God heeft de wereld niet volmaakt geschapen. De Schepping is nog volop bezig, de wereld is nog helemaal onaf. God wil in die wereld steeds verder doordringen. En Hij wil ons daarvoor nodig hebben.

Alert
En daarom moeten wij alert blijven. Niet indutten, niet alles op zijn beloop laten. Maar voortdurend uitkijken naar elk teken dat van Hem zou kunnen komen en waarmee Hij beroep op ons doet. En dat teken is meestal de vragende blik van iemand die -om welke reden ook- gemeden en niet geteld wordt, geen uitzicht meer heeft op een beetje respect, op een beetje geluk.
De gelijkenis over de verstandige beheerder die niet hoeft te blozen als zijn baas onverwacht thuiskomt: hij kan niet verrast worden omdat hij dag in dag uit voortreffelijk werk verricht en op ieder moment rekenschap kan afleggen.
Dit werd vroeger vooral begrepen als een waarschuwing dat je helemaal klaar moest zijn voor de ontmoeting met God op het moment van je dood.
Vele voorname Romeinen die zich bekeerden tot het christendom, lieten zich daarom pas dopen op hun sterfbed. Om helemaal zondeloos voor God te staan. (En wellicht ook een beetje om -tot aan hun dood- hun heidense leefgewoonten te kunnen verderzetten). Maar dat is natuurlijk een karikatuur van wat Jezus bedoelt.

Voortdurend
God staat echt niet alleen voor ons aan het eind van ons leven. Hij komt voortdurend op ons af. Vragend, smekend, opvorderend zelfs. Hij toont zijn gelaat in schrijnende situaties, soms in dingen die ons zelf overkomen, maar vooral in de hulpeloze blik van een ander. Maar wij moeten alert zijn om zijn gelaat te herkennen. Als wij alleen maar bezig zijn met onze dagelijkse beslommeringen, mislopen wij zijn verschijnen in ons leven.
Maar Hij blijft komen. Voortdurend. Elke dag.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s