God niet inperken

Donderdag 15 augustus 2019 – Onze-Lieve-Vrouw Ten Hemelopneming (kerkelijk jaar C)

Hoe ouder je wordt, hoe meer genuanceerd je over allerlei dingen begint te denken. Ik heb in mijn jeugd een uitgesproken ongelovige, maar toch ook opvallend verdraagzame caféhouder gekend.
Hij schreef geen geleerde traktaten over tolerantie, maar hij vatte zijn houding samen in één zin: “Als het 12 uur is moet alleman eten.”
Het was een man naar mijn hart. Maar onbewust sterkte hij mij in de overtuiging dat, wanneer ongelovige mensen ruimdenkend en rechtvaardig zijn en ook het goede voor anderen nastreven, ze dat doen vanuit praktische overwegingen: om de maatschappij een beetje leefbaar te houden. Een gedachte sterk verwant aan de overtuiging dat iedereen vrij is te doen wat hij wil, als hij er maar voor zorgt dat zijn vrijheid de vrijheid van anderen niet hindert. Het is een berekende en weinig waarderende vorm van verdraagzaamheid. Je houdt niet echt van de anderen, maar je vindt het verstandig hun af en toe ook wat te gunnen zodat jezelf rustig je eigen ding kan blijven doen.
Het is geen verheven vorm van ongeloof, maar het is in ieder geval nog altijd stukken beter dan het domme en agressieve atheïsme dat je nogal eens aantreft op het internet.
Een atheïsme dat ook zelden gehinderd wordt door enige kennis van zaken, en dat zijn mosterd haalt bij voorbijgestreefde argumenten, pseudo-historische kitsch als de Da Vinci Code en vooral ook bij de al even hoogstaande bedenkingen van geestgenoten, eveneens op het internet.

Bondgenoten
Maar er zijn ook andere atheïsten. Mensen die niet in God geloven maar die toch proberen rechtvaardig en verdraagzaam in het leven te staan. Die andere mensen respecteren en helpen en vol mededogen zijn voor wie minder geluk heeft dan zij. Deze mensen zijn onze objectieve bondgenoten.
Wij moeten hen volledig respecteren. Hen niet persé in onze Kerk willen binnenleiden. Maar het zijn onze bondgenoten. Onze houding t.a.v. de mens is gelijklopend met die van hen. En ons afwijzen van de opvattingen uit de antieke tragedies, waarin alle gebeurtenissen in onze wereld direct door de goden worden bestuurd, is hetzelfde. De grote hedendaagse theoloog Tomas Halik begint zijn boek “Gedeeld met God”: “Op veel punten ben ik het met atheïsten eens, vaak op bijna ieder punt. Behalve in hun geloof dat God niet bestaat”.
Ze zijn onze bondgenoten. En dat is niet eens zo raar.
Augustinus zei al: “Velen die denken dat ze in de Kerk zijn, staan er buiten.
En velen die er buiten denken te staan, staan er binnen”.

Godsbeeld
Maar nog eens: wij moeten hen niet “binnenhalen”, maar hen respecteren als broeders in het mens-zijn. Vaak komt hun afwijzen van God vanuit een persoonlijke tragedie.
Of gewoon vanuit de vaststelling dat de werkelijkheid niet liefelijk en idyllisch in elkaar steekt, maar juist heel erg wreed en onbarmhartig. Moeilijk in overeenstemming te brengen met een liefdevolle Schepper.
Christenen, voor wie dat uiteraard ook een probleem vormt, zijn daarom, vanuit een steeds beter begrijpen van Jezus, God meer en meer gaan zien als een Bodem van liefde en ontferming die via ons, zijn mensen, wil doordringen in de wereld. Dat is wat wij bedoelen met het vestigen van het “Rijk Gods”. De wereld is niet af. God wil ons nodig hebben om zijn liefde steeds meer gestalte te geven onder de mensen.

Mysterie
Ook wij hebben dus een streep moeten trekken onder de kinderlijke fantasie van een God die telkens klaarstaat om ons te dienen. Want dat is een God die duidelijk niet bestaat en die een projectie is van ons infantiel verlangen naar onbeperkte macht.
Ook wij zijn zoekers. Ook wij moeten vastgeroeste voorstellingen loslaten en terug aanknopen met wat alle grote figuren uit het christendom altijd geweten hebben: dat God een mysterie blijft. Dat wij Hem moeten zoeken in de “wolk van het niet-weten”. Alles wat wij over God “weten” is dat Hij Liefde is. Maar blijkbaar toch ook anders dan wij ons dat voorstellen. En ook dat Hij niet optreedt als magische beschermengel, maar dat Hij, die zelf gekruisigd werd, aanwezig is in onze ergste nood. En dat Hij zich soms juist daar het scherpst laat voelen. “In onze diepste ellende”, schrijft Simone Weil, “in de poel van ontroostbare bitterheid, straalt de pracht van zijn Genade”. Maar wij hebben dat niet zelf in de hand. God blijft een mysterie en wij zijn pelgrims, zoekers, verlangend een glimp van Hem op te vangen.

Waarden
Dat wil echter niet zeggen dat wij ons geloof zelf moeten laten verwateren.
Nu wij een beetje afstand genomen hebben van de vroegere zekerheid van dogma’s en regels mogen wij het christendom niet domweg verengen tot een stelsel van waarden, tot een moraal. Daarom, op dit Mariafeest een toepasselijk voorbeeld van die neiging tot verengen.
Wij geloven dat God ons aanspreekt in het diepst van ons hart. En dat Hij ons kneden wil tot mensen van vrede, die behagen vinden in dienstbaarheid en liefde. Maar als wij geloven dat Hij tot ons spreekt in ons hart, waarom dan ook niet op andere manieren? Bijvoorbeeld via gebeurtenissen, via wonderen zelfs? Wij moeten God niet willen inperken. Laat mensen dus gerust bidden in hun nood en een kaarsje aansteken. Wie dat doet, staat in ieder geval open voor het ontzagwekkend mysterie dat God is. En daar gaat het in de eerste plaats over in religieus geloof. Over het Mysterie achter de zichtbare en bestudeerbare werkelijkheid.
Over God dus.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s