Dat foute geloof

Zondag 25 augustus 2019, éénentwintigste zondag door het jaar (jaar C)

In een praatprogramma op tv krijg je tegenwoordig zelden nog een interessante uitwisseling van ideeën tussen verstandige en beschaafde mensen. Zo’n confrontatie heeft steeds meer het karakter van een afrekening, waarbij de ene de andere probeert in te blikken. Je merkt iets dergelijks ook met programma’s die handelen over ons collectief verleden. Blijkbaar is het verleden van ons volk iets waar wij ons alleen maar moeten over schamen.
Neem bijvoorbeeld die programma’s over ons koloniaal verleden. Natuurlijk zijn er destijds dingen gebeurd die voor ons nu niet meer door de beugel kunnen. Nu niet meer.
Immers de mentaliteit van individuen en volkeren verandert. Maar indertijd stond ons koloniaal systeem model voor de hele wereld. De Kerk zorgde voor scholen en dispensaria. De staat voor de administratie, het bestuur en de infrastructuur. Dat ondertussen de rijkdommen van dat land naar Europa werden gesleept, vond men in die dagen de normaalste zaak van de wereld. Ook de progressieven van die tijd, ook de staatsmannen en denkers die sympathiek stonden t.a.v. de Verlichting vonden dat de logica zelf: de “inboorlingen” (zoals men die mensen toen noemde) deden er immers toch niets mee en wij konden het goed gebruiken.

Oneerlijk
Geschiedenis dient om niet te hervallen in de fouten van het verleden. Maar je moet wel altijd kijken naar de mentaliteit en de opvattingen in een bepaalde periode eer je een oordeel velt. Want iets wat wij nu totaal verkeerd vinden, was vroeger misschien heel normaal en goed.
Omdat wij dat zelden doen, zijn dergelijke programma’s ook bijna altijd oneerlijk. Veel eerlijker zou het zijn om bijvoorbeeld een programma te maken over wie nu de rijkdommen uit Afrika weghaalt, kindsoldaten slachtoffert en krijgsheren steunt die 100 keer erger tekeergaan dan Leopold II. Maar dat is natuurlijk delicater. Dat zou onze huidige economische belangen kunnen schaden, misschien zelfs onze eigen betrokkenheid blootleggen. Veel interessanter is het je excuses aan te bieden voor het verleden van je eigen volk: het geeft je een air van rechtschapenheid, terwijl je zelf helemaal buiten schot blijft.

Kerk
Iets gelijkaardigs gebeurt er ook i.v.m. het verleden van de Kerk. Voor mensen die steeds minder van geschiedenis afweten, wordt de Kerk steeds meer vereenzelvigd met de uitwassen ervan: de kruistochten, de inquisitie en de Borgia’s. Maar dat was niet de Kerk, dat waren de ziektes van de kerk.
De echte Kerk, dat was dat magnifieke lichaam dat 2000 jaar lang de drager van onze beschaving is geweest.
En dat tezelfdertijd ook heel volks-verbonden was. De Kerk, dat was: zorg voor zieken en gehandicapten, voor armen en uitgestotenen.
De Kerk, dat was ook: al die nonkel paters en tante nonnekes die elke Vlaamse familie rijk was. Dat was het zustertje van de kleuterklas. Dat was de onderpastoor, die, met de hulp van vrijwilligers, zorgde voor een zaal en lokalen voor de jeugd in een tijd toen de gemeenten daar geen geld voor hadden. En nog oneindig veel meer.
De Kerk, dat was echt wel meer dan alleen maar Godfried van Bouillon en Alexander Borgia. Waarom zetten wij ons toch zo af tegen ons verleden?

Economie
Een vleugje Marx kan hierbij misschien helpen? Marx ontdekte dat de culturele bovenbouw bepaald wordt door de economische onderbouw. Dat onze politiek en onze rechtspraak, ons hele maatschappelijk bestel en zelfs ons denken, onze doelstellingen en de manier waarop wij gelukkig willen worden, bepaald worden vanuit de economie, vanuit diegenen die het daar voor het zeggen hebben.
En nog nooit was hun macht om de mensen helemaal te richten en te sturen zo groot als vandaag, dank zij de gigantische invloed van de media en de reclame.
Wat die economische machthebbers willen is duidelijk: dat wij consumeren tot we erbij vallen.
Kopen, genieten van alles wat je met geld kan kopen = gelukkig zijn.
Dat is de boodschap die er bij ons van de morgen tot de avond ingeramd wordt. En hier situeert zich het probleem met het christelijk geloof.
Als je invloed wil op mensen, als je mensen wil achter je aan krijgen, moet je beroep doen op strevingen die al in hen aanwezig zijn en die strevingen aanwakkeren en in dienst nemen.
Hitler bijvoorbeeld deed beroep op de bij de Duitsers sterk aanwezige gevoelens van vernederd zijn, onrechtvaardig behandeld zijn en wraak willen nemen. Een systeem zoals het onze, dat ons wil aanzetten tot consumeren, gaat beroep doen op onze hebzucht en genotzucht, onze pronkzucht, en zelfs op onze gevoelens van afgunst en jaloezie.

Domper
Christelijk geloof met zijn soberheid, zijn naastenliefde en zijn deugden is voor zo’n systeem alleen maar ouwe koek, en vooral: hinderlijke brol. Het geloof beweert immers dat levensvervulling niet ligt in consumeren, maar in liefhebben en iets betekenen voor anderen. Wanneer onze media eerder geloofsonvriendelijk zijn, dan heeft dat uiteindelijk meer te maken met het heersende “consumisme” dan met grote filosofische overwegingen.
Wij zouden als christenen wel gek zijn als we tegen de welstand waren waar we zelf mee voor gevochten hebben. Maar wij vinden wel dat wij het oneindig vervlakkende en onterende mensbeeld, waarbij zelfs menselijke relaties consumptieartikelen worden, moeten afwijzen.
Aan ons, christenen, om te bewijzen dat je wel degelijk kan genieten van de hedendaagse welvaart en tegelijk beseffen dat je echte levensvervulling alleen maar kan vinden in een liefdevolle omgang met andere mensen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s