Toch even schrikken

Zondag 8 september 2019, drieëntwintigste zondag door het jaar (jaar C)

In de evangelielezing van vorige week had Jezus het met die onmiskenbaar milde ironie van Hem, over onze neiging om ons belangrijker voor te doen dan we zijn. En hoe wij ons daarmee regelmatig zelf in nesten werken én op onze plaats worden gezet.
Soms ook letterlijk, zoals in het verhaal over de bruiloftsgasten die op de ereplaatsen gingen zitten. En die wat later, beschaamd en vernederd, moesten verhuizen, plaats moesten maken voor gasten die blijkbaar belangrijker waren dan zij.

Liefdeloos?
En dan verandert ineens de toon. Als Jezus het heeft over de eisen die Hij stelt aan diegenen die Hem willen navolgen. Die eisen zijn ronduit verbijsterend, wekken zelfs een zekere weerzin op.
Je kan bijvoorbeeld de eis om radicaal te breken met je vader en moeder, je vrouw en je kinderen, totaal niet in overeenstemming brengen met de persoonlijkheid van Jezus, een man die volmaakt liefdevol in het leven stond.
Je kan die uitspraak alleen maar verstaan als: je mag een familieband nooit tussen jou en mij laten komen. Als je familiale of vriendschapsbanden je verhinderen om beschikbaar te zijn voor God, dan moet je ermee breken.
Kloosterlingen bijvoorbeeld hebben die eis altijd in al zijn radicaliteit omarmd.
De vraag blijft dan natuurlijk hoe wij, de minder radicale volgelingen van Jezus, toch gehoor kunnen geven aan zijn oproep en zijn eisen, die immers ook voor ons bestemd zijn. Misschien moeten wij wat meer van onze familie- en gezinsleden dezelfde verdraagzaamheid eisen die zij van ons verwachten.

Respect
Als er verschillende meningen onder één dak leven, is het niet noodzakelijk de gelovige kant die altijd moet inbinden. Al lijkt het daar vaak op.
Je kan bijvoorbeeld niet geloven hoeveel overlast en narigheid en hinder het geeft voor de overige bewoners van het huis, als vader zondagmorgen vroeger opstaat om naar de Mis te gaan. Heel anders dan wanneer hij opstaat om te gaan joggen of om de poes uit te laten of het ontbijt klaar te maken. Want dat kan rekenen op ieders sympathie. Maar opstaan voor de Mis, je kan niet geloven hoe pijnlijk storend en hinderlijk dat is voor de andere mensen.
Wat Jezus ons vandaag zegt, is: je moet in die dingen niet te tam zijn. Vraag respect. Laat de liefde voor je gezin en je familie geen dam opwerpen tussen jou en de Bron van alle liefde. Dat zou al te gek zijn.
God is immers geen concurrent van “onze menselijke” liefde. God is er de Drager van.

Religieuzen
Jezus heeft het wat verder over nog twee andere voorwaarden waaraan moet voldaan worden als wij Hem willen navolgen: je kruis opnemen en afstand doen van al wat je bezit. Ook niet iets om onmiddellijk vrolijk van te worden. Het zal wel meteen duidelijk zijn dat het ook hier gaat om voorwaarden die, in al hun radicaliteit, alleen maar goed beleefd kunnen worden door mensen die gekozen hebben voor een leven als religieus en die verschillende geloften hebben afgelegd.
Mensen die gewoon in de wereld leven—en die moeten er toch ook zijn—kunnen dit onmogelijk in al zijn consequenties beleven.
Als monnik of als zuster kán je zo leven omdat je niet moet voorzien in je gewone levensonderhoud, daar zorgt de gemeenschap voor. En dus kan je, als je dat wil, je helemaal geven aan het religieuze leven van gebed en verdieping, van sociale inzet en zorg.
Als kloosterling kan je, als je dat echt wil, de navolging van Jezus in al zijn radicaliteit beleven.

Iedereen
Maar het kan gewoon niet dat Jezus het maken van die keuze van iedere mens verlangt. Dat blijkt trouwens al uit zijn eigen leven. Jezus was bijvoorbeeld bevriend met het gezin van Martha en Maria en Lazarus; voor zover we dat kunnen nagaan, een normaal huishouden. En wanneer Hij iemand bevrijdt, geneest, een nieuwe toekomst geeft, vraagt Hij aan de betrokkene alleen maar niet meer te zondigen en anders te leven. Maar Hij legt hun, zoals in het concrete geval van de tollenaar Zacheüs, niet op dat ze hun gezin moeten verlaten, dat ze van beroep moeten veranderen of als kluizenaar gaan leven . . .
Er is dus overduidelijk ruimte gelaten voor gewone mensen zoals u en ik, om Jezus na te volgen op een manier die bij onze situatie past.
Jezus vraagt ons alleen dat we dat serieus zouden doen. Dat we geen wishy-washy-christenen zijn. Dat we het Franse “catholique avant tout” niet vertalen met: “katholiek, af en toe”.

Eigen verantwoordelijkheid
Ieder van ons moet hier zijn verantwoordelijkheid opnemen. Er bestaat geen vooraf uitgestippelde weg. Ieder moet voor zichzelf uitmaken hoe hij die navolging van Jezus in zijn eigen situatie het best gestalte kan geven.
Maar dan -binnen onze mogelijkheden- toch zo radicaal als het maar kan.
Uit andere passages in het evangelie blijkt overduidelijk dat Jezus beter overweg kan met zondaars dan met lauwe mensen, noch warm, noch koud, met mensen die nogal rap content zijn.
Dat wij geen religieuzen zijn, ontslaat ons op geen enkele wijze van de verplichting om het ideaal zo dicht mogelijk te benaderen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s