Over gOD met een kleine “g”

Zondag 22 september 2019, vijfentwintigste zondag door het jaar (jaar C)

Dit evangelie zit je eigenlijk niet lekker. Het lijkt er immers op dat Jezus hier een man tot voorbeeld stelt die niet alleen het geld van zijn meester verkwist heeft, maar hem dan ook nog eens op de koop toe een tweede keer bedriegt door valse schuldbekentenissen te bezorgen aan hen die bij zijn baas in het krijt stonden. Maar dat lijkt alleen maar zo.
In het Israël van die tijd golden i.v.m. rentmeesterschap nogal wat merkwaardige regels. Ik heb dat ook nu pas gelezen en ik ga u in ieder geval de uitleg besparen.
Maar misschien kunt u gewoon van me aannemen dat de zogenaamde “onrechtvaardige rentmeester” alleen zijn eigen loon verkwist had. En dat hij, toen hij in nauwe schoentjes kwam te staan en zijn betrekking dreigde te verliezen, een regeling trof die wel nadelig was voor hem, maar anderzijds zijn toekomst veilig stelde. En waarbij niemand anders enig nadeel ondervond. Jezus prijst hier bijgevolg niet één of andere slinkse praktijk van een nogal louche heerschap, maar het feit dat deze weinig achtenswaardige man, die in een crisissituatie belandt, met overleg tewerk gaat en een oplossing uitdoktert waar alle partijen kunnen mee leven.
Nu deze kleine moeilijkheid hopelijk op enigszins bevredigende wijze opgelost is, kunnen we overgaan tot het serieuzere werk.

Nieuwe religie
Wat bedoelde Jezus met de “onrechtvaardige Mammon”? Is geld dan slecht op zich? Natuurlijk niet. Geld is gewoon een betaalmiddel dat de uitwisseling van goederen en diensten vergemakkelijkt en de omslachtige ruilhandel overbodig maakt. Geld op zich is neutraal: je kan er ook voortreffelijke dingen mee doen, je kan geld op een heel evangelische manier besteden.
“Mammon” is trouwens een woord dat niet slaat op geld zelf. Mammon is het tot god verheven geld. En dat is iets heel anders.
Wat betekent dat woord “god” overigens?
Eigenlijk betekent het woord “god” niets anders dan: diegene of datgene waar ik heel mijn hoop op stel, waar ik alles van verwacht, waar ik helemaal op vertrouw.
Voor nogal wat mensen is dat gewoon geld. En dus is geld hun god.
Ook al zijn ze er zich vaak niet van bewust of zullen ze beweren dat ze helemaal niet godsdienstig zijn. De geldgod is bovendien een hele jaloerse god, hij duldt geen andere god naast zich. En hoe meer het vertrouwen in de geldgod groeit, hoe meer zijn aanhangers zich afkeren van elke andere vorm van godsdienst.
En wie zou durven ontkennen dat de aanbidding van de Mammon—zij het dan onofficieel—de grootste godsdienst in het rijke westen geworden is?
Dat, zoals iemand mij onlangs nog zei, de Westerse mens nog nooit zo godsdienstig geweest is als vandaag.
Alleen is de verering van de Bijbelse God vervangen door de aanbidding van het geld.

Pijnlijk
Het is een uitspraak die ons erg onrustig maakt en korzelig, ons zelfs ronduit kwaad maakt. Wij willen dat niet geweten hebben. Wij willen dat niet horen. Wij kunnen het zo moeilijk onder ogen zien dat wij westerlingen, christenen en ex-christenen, sinds de komst van welvaart en rijkdom, de God van Jezus tenminste gedeeltelijk geruild hebben voor de god van het geld.
En persoonlijk denk ik zelfs dat daar de reden ligt waarom christenen zich zo weinig weerbaar opstellen tegenover al de antigodsdienstige bagger die wij dagelijks over ons heen krijgen. Dat dát de reden is waarom de media, die alleen maar negatief “nieuws” brengen over het geloof en politici die dat geloof gewoon willen afschaffen, zo weinig tegenspraak ondervinden. Ik denk: omdat zij een soort verontschuldigende functie vervullen.
Hun voortdurende kritiek geeft mensen het geruststellende gevoel dat ze toch niet helemaal fout zijn als ze hun boontjes niet meer voor 100% bij het christelijke geloof te weken leggen. Als ze niet doen wat het geloof van hen vraagt, en ze op de eerste plaats voor zichzelf aan het zorgen zijn.

En wij?
Zusters en broers, ik kom ook niet van een andere planeet. Ook ik draai mee in onze maatschappij en wat ik zeg tegen u, zeg ik ook tegen mezelf. Omdat het evenzeer geldt voor mij als voor u.
O.K., stel dat de geldgod een beeld zou hebben in een tempel, dan gaan wij hem daar zeker niet de ganse dag op de aarde uitgestrekt aanbidden.
Maar we gaan er wel kaarsjes branden.
Denk aan de definitie van daarstraks: onze god dat is diegene of datgene waar wij al ons vertrouwen in stellen, al onze hoop op veiligheid en geborgenheid, waar al onze verwachtingen, al ons uitzien naar geluk op gericht staan.
Is dat voor ons de God van Jezus, of is dat toch ook niet, of misschien zelfs vooral, de god van het geld?
Voor Jezus is geld niet vies op zich. Geld dient niet noodzakelijk alleen maar om te voldoen aan onze onverzadigbare eigen verlangens. Je kan er ook goed mee doen. Je kan er ook mensen mee helpen, je kan er hongerigen mee voeden en armen een duw mee geven. Je kan er prachtige initiatieven mee steunen en vriendschap en vrede mee bewerken.
Dat is wat Jezus zegt: “Het geld van de onrechtvaardige Mammon, dat oorzaak is van zo onnoemelijk veel kwaad, je kan daar ook veel goed mee doen”.
“Doe dat dan”, zegt Jezus.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s