Een andere Koning

Zondag 24 november 2019, 34ste zondag door het jaar (jaar C), Feest van Christus Koning

Het vastnagelen van iemand aan een kruis is wellicht de meest afschuwelijke vorm van terechtstelling die ooit door mensen is uitgedacht.
Het kan niet de bedoeling zijn dat ik hier met hallucinante beelden de verschrikking probeer te schetsen die de gekruisigde moest doormaken.
Maar ik mag u misschien even herinneren aan de film die Mel Gibson enkele jaren geleden uitbracht: “The passion of the Christ”.
Gibson heeft daar van over de hele wereld veel kritiek op gekregen, omdat de hele film een aaneenschakeling leek van bloedstollend gruwelijke scènes.
Zelfs de meest harden onder ons moesten regelmatig de blik afwenden.
Mel Gibson, die een gelovig katholiek is, is altijd blijven volhouden dat het nooit zijn bedoeling geweest is om een horrorfilm te maken, maar wel een realistische weergave van een weerzinwekkend afschuwelijke realiteit.

Onrealistisch
Ik denk dat hij gelijk heeft. Ons beeld daarover is vertekend.
Wij zijn van in onze jeugd sterk geconditioneerd door de ontelbare brave, stijlvolle crucifixen vanwaar Jezus op een beheerste, bijna ingetogen manier naar ons kijkt.
Hij is tenslotte onze Verlosser. En Hij is bovendien de Zoon van God.
Geen theatrale en vernederende toestanden dus. Maar waardigheid.
O.K., maar realistisch zijn zo’n afbeeldingen niet. Een kruisiging is iets gruwelijks.
Moslims beweren zelfs dat Jezus net voor de kruisiging vervangen werd door een dubbelganger. Ze kunnen er gewoon niet bij dat God zou toelaten dat een van zijn belangrijkste profeten op een dergelijk ontluisterende manier aan zijn einde zou komen.

Tegenbeeld
Want een kruisdood is inderdaad een ontluisterend gebeuren.
Deze Jezus, voortstrompelend, gegeseld, bebloed en naakt op een kruis geslagen, was het absolute tegendeel van wat wij ons voorstellen bij het woord “koning”. Een koning, zeker in die tijd, staat voor absolute macht, een macht die beschikt over leven en dood van anderen en die daarbij aan niemand rekenschap verschuldigd is. Die blindelings gehoorzaamd wordt en die liever gevreesd, dan geliefd is.
Macht, rijkdom en volslagen minachting voor mensen.
Dat was waar heersers in die tijd voor stonden, en wat ook in onze tijd nog vele machthebbers kenmerkt. Jezus is het complete tegenbeeld daarvan.
Herodes had met een opmerkelijk gevoel voor cynisme (iets waar wreedaardige tirannen vaak heel sterk in zijn) Jezus behangen met een purperen mantel en Hem een doornkroon op het hoofd gezet: een schertskoning dus.
En de grap sloeg aan: de omstaanders putten zich uit in het maken van sarcastische opmerkingen over deze man, die in alles het tegendeel bleek van wat hij pretendeerde te zijn: een koning.

Echte
Pas achteraf zou blijken dat Hij, Christus, de enige echte koning was.
En dat al die wreedaardige tirannen, ieder op zijn tijd, tot stof zouden vergaan en als een boze droom zouden verdwijnen, terwijl Hij, Christus, is blijven heersen over de harten van miljoenen mensen tot op vandaag.
Zodat zou blijken dat Hij inderdaad de echte Koning was en dat al de machtigen die, vol van zichzelf, alleen maar zorgen voor zichzelf en minachtend neerkijken op andere mensen, de echte spotkoningen zijn.
Jezus bracht een heel nieuwe invulling van het koningschap.
Heersen werd bij Hem dienen. Wie de voornaamste wilde zijn, moest de dienaar van allen zijn.
Deze koning gaf zich heel zijn leven lang helemaal weg opdat anderen het goed zouden hebben. Zijn koninkrijk was er een waar broederlijkheid en liefde de norm was. En het hofceremonieel bij uitstek was de voetwassing.

Nieuwe invulling
Waar koningschap en macht tot dan toe op de meest vanzelfsprekende manier geassocieerd werden met geweld, uitbuiting, oorlog, minachting en bedrog, draaide in Jezus’ rijk alles om liefde, barmhartigheid, waarheid en respect.
Toen Jezus voor Pilatus stond, gebeurde er iets heel merkwaardigs.
Toen Pilatus Hem vroeg of Hij inderdaad koning was, distantieerde Jezus zich niet van die titel maar Hij bevestigde zeer stellig dat Hij inderdaad koning was.
En precies daardoor gaf Hij een totaal nieuwe invulling aan dat begrip.
Dat heersen dienen is of zou moeten zijn, dat komt van Jezus.
En dankzij 2000 jaar christendom is die opvatting ook in ons collectief bewustzijn gesijpeld. En ook al gedragen ook nu nog vele heersers zich of ze daar nooit van gehoord hebben, het aanvoelen bij de mensen dat heersen eigenlijk dienen zou moeten zijn, is gebleven.
Evenals de scepsis en argwaan t.a.v. leiders die de meer “klassieke weg” gaan.
Sinds Jezus blijft de twijfel, of de machtigen der aarde, met al hun geld, hun paleizen en hun legers, niet de echte schertsfiguren zijn.

Het einde van de wereld

Zondag 17 november 2019, drieëndertigste zondag door het jaar (jaar C)

De evangelielezing van vandaag is een typisch voorbeeld van wat men gaan noemen is: apocalyptiek. Het zijn bloedstollende verhalen over al de verschrikkingen die aan het einde der tijden voorafgaan.
Het is het geliefkoosde genre van sommige predikanten en van mensen die met de Bijbel de deuren aflopen en die ervan uitgaan dat de Blijde Boodschap er het beste ingaat als je eerst de mensen de stuipen op het lijf hebt gejaagd.
Nu, het is ook nogal wat: oorlogen, onlusten, aardbevingen, hongersnood en pest, allerlei tekenen aan de hemel en zware vervolgingen.
Je zou voor minder in je schelp kruipen.
En toch . . . als je er rustig over nadenkt, dan merk je dat het niet gaat over onvoorstelbare, bovennatuurlijke wereldse fenomenen, maar om zaken die we kennen.
De vier afzichtelijke ruiters van de Apocalyps: oorlog, besmettelijke ziekten, hongersnood en valse profeten, moeten niet opeens op het einde der tijden verschijnen. Ze zijn er altijd al geweest, ze gaan met ons mee doorheen de geschiedenis. We zijn er nog nooit in geslaagd hen helemaal van ons af te schudden.

Deze wereld
Maar tot voor kort hebben wij dat nooit beseft.
Pas de recente ontwikkeling van de massamedia heeft gemaakt dat wij weten dat, over de hele wereld gezien, er voortdurend oorlogen en natuurrampen zijn, dat wij het hongerprobleem nog verre van opgelost hebben en dat overal op deze aarde op ditzelfde moment christenen vervolgd en vermoord worden om hun geloof. (Al wordt daarvan hier in het westen zelden melding gemaakt in de pers. Waarschijnlijk is dat niet belangrijk?)
Als je dat nu allemaal op een rij zet, dan merk je dat de zogenaamde beschrijving van het einde der tijden niets anders is dan een beschrijving van de wereld zoals hij is. En zoals hij overigens altijd geweest is.

Inzet
Wat het evangelie ons zegt is: dat is de wereld. Waarom hij zo en niet anders is, weten wij niet. Maar dat is de wereld en in die wereld moeten wij leven.
En met alle kracht die in ons is, op zoek gaan hoe wij die wereld kunnen verbeteren. Hoe wij van een wereld waarin al die verschrikkelijke dingen gebeuren, toch meer en meer een echte thuis kunnen maken voor alle mensen.
De verleiding is zelfs groot om te veronderstellen dat de wereld juist zo krakkemikkig in elkaar steekt om ons de kans te geven er verbeterend in op te treden. Maar dat is waarschijnlijk een brug te ver en misschien alleen maar pure speculatie.
Maar het is in ieder geval wel zo dat het onaf zijn van de wereld ons de kans geeft om met al de liefde en al de werklust en daadkracht die in ons is, ons in te zetten om die wereld meer herbergzaam te maken voor alle mensen.
Om via het werken aan onszelf, het op gang brengen van vredesprocessen en via wetenschappelijke vooruitgang en technologische verwezenlijkingen van deze aarde, meer en meer een tuin van Eden te maken waar mensen gelukkig kunnen leven.

Einde
Maar hoe zit dat dan met het “einde der tijden”?
Ik denk dat wij ons over dat einde der tijden niet te veel zorgen moeten maken.
Ooit zal de aarde verdwijnen, zoveel is zeker. Bijvoorbeeld door een botsing met één of andere reusachtige komeet.
Maar dat kan gemakkelijk nog enkele miljoenen jaren uitblijven en heeft dus voor ons persoonlijk leven geen enkel belang.
Strikt genomen, en dat is helemaal niet egocentrisch bedoeld, is het “einde der tijden” niets anders dan het moment waarop ik sterf.
Voor de wereld, voor de mensheid, is mijn dood nog minder dan een onooglijk rimpeltje op een kalme zee, maar voor mij persoonlijk is mijn dood, “het einde der tijden”. Als ik sterf, stort voor mij de hele wereld in.
“De molen maakt geen geluid meer, het scheprad breekt in stukken, de waterkruik valt in de put. Het stof keert terug naar de aarde.” (Prediker, hoofdstuk 12). Alles valt stil.

Hoop
En voor de mensen die dat te wachten staat, voor ieder van ons dus, zijn deze teksten geschreven. Deze teksten zijn niet geschreven om mensen angst aan te jagen voor een mythisch einde der tijden. Ze zijn geschreven om mensen moed in te spreken als ze hun wereld zien instorten.
Ze zijn geschreven toen de eerste zware vervolgingen waren losgebroken en christenen als volksvermaak voor de leeuwen werden gegooid.
En ze zijn geschreven voor ieder van ons. Voor ieder die ouder wordt, zijn krachten voelt afnemen en “het einde der tijden” voelt naderen.
Want het zijn wezenlijk teksten van hoop.
Ze geven ons moed en richten ons op. Zij sporen ons niet aan tot naïef optimisme over de wereld en over hen die het daar voor het zeggen hebben.
Want in die wereld gebeuren verschrikkelijke dingen en tirannen zijn van alle tijden. Maar ze sporen ons aan heel onze hoop te stellen op Hem die alles nieuw maakt.
Want Hij, en niets of niemand anders, heeft het laatste woord. Hij alleen.
Waarvoor wij in ons uur van diepste nood, kunnen bidden met psalm 131.

De stormen zijn bedaard in mij
en vredig is mijn geest.
Zoals een kind op moeders schoot,
zo veilig voel ik mij.
Zoek dus uw toevlucht bij de Heer
van nu af voor altijd.

Heilzame barst – Allerheiligen

Vrijdag 1 november 2019 – Allerheiligen (jaar C)

Op Allerheiligen vieren wij het feest van alle mensen die op een heel eigen maar ook heel radicale manier Jezus hebben nagevolgd in hun leven. Mensen van wie wij zeker kunnen zijn dat zij hun doel bereikten en nu leven bij God.
En daardoor werden ze een voorbeeld voor alle christenen.
Maar hun navolgen van Christus was zo strikt persoonlijk, individueel en uniek dat wij hen niet moeten proberen te kopiëren. Zij moeten ons alleen maar “goesting” doen krijgen om op onze eigen, persoonlijke manier ons geloof radicaler te beleven.
Een kleine jongen kan gefascineerd opkijken naar voetballers als Ronaldo.
Maar als hij zelf een groot voetballer wil worden, moet hij zijn eigen weg vinden. Hij mag niet proberen een kopie, een doorslag van Ronaldo te worden, want dan wordt het niets. Straks komen we daar nog op terug.

Gedenken
Nu eerst iets anders. Mét de jaren hebben wij, de gewone mensen in de Kerk, van Allerheiligen een opstapje gemaakt naar Allerzielen. En gedenken wij twee dagen lang onze eigen dierbaren die overleden zijn. Er zijn weinigen van ons op Allerheiligen nog bezig met de heiligen die officieel door de Kerk als voorbeeld zijn aangewezen. O.K., dat is dan maar zo. “Vox populi, vox Dei”, “de stem van het volk is de stem van God”.
Maar laat ons dan misschien ook eens even kijken naar dat “gedenken” van onze overledenen. Wat bedoelen wij eigenlijk met dat “gedenken?”
Gedenken wij hen zoals wij feiten en gebeurtenissen gedenken die ooit hebben plaatsgevonden, maar die nu zijn afgesloten en alleen nog leven in onze herinnering? Of geloven wij dat onze dierbaren ook echt verder leven, niet alleen in onze herinnering, niet alleen “in ons hart”, maar echt?

Bewust
Christenen geloven in leven na de dood.
In het centrum van ons geloof staat de Verrijzenis van Christus.
Wij geloven dat Jezus, gekruisigd en begraven, leeft bij God. En dat als gevolg van zijn leven, dood en verrijzenis, allen die zich zoals hij openstellen voor de liefde van de Vader, mét hem de dood zullen overwinnen en leven.
Hoe dat leven na de dood eruit ziet weten wij niet. Wij vermoeden dat het een totaal andere wijze van leven zal zijn. Maar hoe het precies zal zijn weten we niet. Wel, dat het een bewust verder leven zal zijn.
De oosterse idee van opgenomen worden in het Al, opgaan in God, zoals een druppel in een oceaan, is heel mooi op het eerste gezicht. Maar een druppel verdwijnt in de zee, lost erin op, houdt op met te bestaan. Terwijl wij geloven dat ons bewustzijn op de een of ander manier verder leeft.
Maar hoe, dat moeten wij helemaal overlaten aan Gods vindingrijkheid. Wij kunnen ons daar zo goed als niets bij voorstellen.

Braaf
Misschien kunnen wij nu toch even teruggaan naar de heiligen die wij vandaag geacht worden te vieren: de mensen die door de Kerk officieel zijn bevestigd als christenen die het geloof op eminente manier hebben beleefd en belichaamd. En die daardoor terecht zijn bij God en een voorbeeld werden voor ons allen. De officiële heiligen dus. De heiligen waar wij kaarsjes voor branden, de heiligen die geacht worden onze “voorsprekers” te zijn en waar nogal wat katholieken al eeuwenlang soms op een meer vertrouwensvolle manier mee omgaan dan met God en met Jezus.
Want God is tenslotte . . . God, en heiligen zijn mensen zoals wij. En dat is juist.
Maar precies dat laatste vergeten wij in de praktijk nogal eens. Wij zetten hen letterlijk en figuurlijk op een piëdestal.
Vandaar dat wij verwonderd opkijken als paus Franciscus (en hij doet dat voortdurend) iedere christen oproept tot heiligheid.
Heilig-zijn lijkt wel heel erg ver van ons bed. Omdat in ons christelijk onderbewustzijn de idee heeft postgevat dat heiligen ook in het echt een soort plaasteren beelden waren, mensen die een stuitende braafheid ten toon spreidden.

The crack
Maar dat is niet zo. Juist de grootste heiligen blijken in werkelijkheid vaak nukkige, dwarsliggende naturen geweest te zijn, met een moeilijk karakter.
Mensen die vaak ook hun hele leven last hadden van de hartstochten die in hen leefden, net zo goed als in ons.
Ze zijn zoals wij. Niets menselijks is hen vreemd.
Maar zij hebben zich wel radicaal opengesteld voor Gods liefde. Zich zodanig voor Hem opengesteld dat Gods liefde meer en meer in hen gestalte kreeg. Van hen uit naar buiten kwam. Onze gebreken moeten ons dus niet afschrikken.
Soms lijkt het er zelfs op dat juist onze gebrokenheid en onze onmacht de ontmoeting met God mogelijk maakt. Dat juist in onze zwakheid en via onze kwetsuren, God bij ons kan binnenkomen.
Omdat juist onze wonden, ons pantser verzwakken. En alleen als ons schild van zelfbehoud barsten vertoont, er plaats is voor overgave. Alleen als er een barst komt ik hét pantser dat wij jarenlang als een monsterlijk koraalrif om ons heen bouwen, kan God binnenkomen. Heiligen gaan vaak heel anders leven na een ernstige ziekte, volledige ontreddering of groot verdriet. Juist in onze grootste ellende vindt de Genade vaak zijn weg. “There is a crack in everything”, zingt Leonard Cohen, “that’s how the light gets in”. In alles komt wel ergens ooit een barst, en juist daardoor komt het licht binnen.