Heilzame barst – Allerheiligen

Vrijdag 1 november 2019 – Allerheiligen (jaar C)

Op Allerheiligen vieren wij het feest van alle mensen die op een heel eigen maar ook heel radicale manier Jezus hebben nagevolgd in hun leven. Mensen van wie wij zeker kunnen zijn dat zij hun doel bereikten en nu leven bij God.
En daardoor werden ze een voorbeeld voor alle christenen.
Maar hun navolgen van Christus was zo strikt persoonlijk, individueel en uniek dat wij hen niet moeten proberen te kopiëren. Zij moeten ons alleen maar “goesting” doen krijgen om op onze eigen, persoonlijke manier ons geloof radicaler te beleven.
Een kleine jongen kan gefascineerd opkijken naar voetballers als Ronaldo.
Maar als hij zelf een groot voetballer wil worden, moet hij zijn eigen weg vinden. Hij mag niet proberen een kopie, een doorslag van Ronaldo te worden, want dan wordt het niets. Straks komen we daar nog op terug.

Gedenken
Nu eerst iets anders. Mét de jaren hebben wij, de gewone mensen in de Kerk, van Allerheiligen een opstapje gemaakt naar Allerzielen. En gedenken wij twee dagen lang onze eigen dierbaren die overleden zijn. Er zijn weinigen van ons op Allerheiligen nog bezig met de heiligen die officieel door de Kerk als voorbeeld zijn aangewezen. O.K., dat is dan maar zo. “Vox populi, vox Dei”, “de stem van het volk is de stem van God”.
Maar laat ons dan misschien ook eens even kijken naar dat “gedenken” van onze overledenen. Wat bedoelen wij eigenlijk met dat “gedenken?”
Gedenken wij hen zoals wij feiten en gebeurtenissen gedenken die ooit hebben plaatsgevonden, maar die nu zijn afgesloten en alleen nog leven in onze herinnering? Of geloven wij dat onze dierbaren ook echt verder leven, niet alleen in onze herinnering, niet alleen “in ons hart”, maar echt?

Bewust
Christenen geloven in leven na de dood.
In het centrum van ons geloof staat de Verrijzenis van Christus.
Wij geloven dat Jezus, gekruisigd en begraven, leeft bij God. En dat als gevolg van zijn leven, dood en verrijzenis, allen die zich zoals hij openstellen voor de liefde van de Vader, mét hem de dood zullen overwinnen en leven.
Hoe dat leven na de dood eruit ziet weten wij niet. Wij vermoeden dat het een totaal andere wijze van leven zal zijn. Maar hoe het precies zal zijn weten we niet. Wel, dat het een bewust verder leven zal zijn.
De oosterse idee van opgenomen worden in het Al, opgaan in God, zoals een druppel in een oceaan, is heel mooi op het eerste gezicht. Maar een druppel verdwijnt in de zee, lost erin op, houdt op met te bestaan. Terwijl wij geloven dat ons bewustzijn op de een of ander manier verder leeft.
Maar hoe, dat moeten wij helemaal overlaten aan Gods vindingrijkheid. Wij kunnen ons daar zo goed als niets bij voorstellen.

Braaf
Misschien kunnen wij nu toch even teruggaan naar de heiligen die wij vandaag geacht worden te vieren: de mensen die door de Kerk officieel zijn bevestigd als christenen die het geloof op eminente manier hebben beleefd en belichaamd. En die daardoor terecht zijn bij God en een voorbeeld werden voor ons allen. De officiële heiligen dus. De heiligen waar wij kaarsjes voor branden, de heiligen die geacht worden onze “voorsprekers” te zijn en waar nogal wat katholieken al eeuwenlang soms op een meer vertrouwensvolle manier mee omgaan dan met God en met Jezus.
Want God is tenslotte . . . God, en heiligen zijn mensen zoals wij. En dat is juist.
Maar precies dat laatste vergeten wij in de praktijk nogal eens. Wij zetten hen letterlijk en figuurlijk op een piëdestal.
Vandaar dat wij verwonderd opkijken als paus Franciscus (en hij doet dat voortdurend) iedere christen oproept tot heiligheid.
Heilig-zijn lijkt wel heel erg ver van ons bed. Omdat in ons christelijk onderbewustzijn de idee heeft postgevat dat heiligen ook in het echt een soort plaasteren beelden waren, mensen die een stuitende braafheid ten toon spreidden.

The crack
Maar dat is niet zo. Juist de grootste heiligen blijken in werkelijkheid vaak nukkige, dwarsliggende naturen geweest te zijn, met een moeilijk karakter.
Mensen die vaak ook hun hele leven last hadden van de hartstochten die in hen leefden, net zo goed als in ons.
Ze zijn zoals wij. Niets menselijks is hen vreemd.
Maar zij hebben zich wel radicaal opengesteld voor Gods liefde. Zich zodanig voor Hem opengesteld dat Gods liefde meer en meer in hen gestalte kreeg. Van hen uit naar buiten kwam. Onze gebreken moeten ons dus niet afschrikken.
Soms lijkt het er zelfs op dat juist onze gebrokenheid en onze onmacht de ontmoeting met God mogelijk maakt. Dat juist in onze zwakheid en via onze kwetsuren, God bij ons kan binnenkomen.
Omdat juist onze wonden, ons pantser verzwakken. En alleen als ons schild van zelfbehoud barsten vertoont, er plaats is voor overgave. Alleen als er een barst komt ik hét pantser dat wij jarenlang als een monsterlijk koraalrif om ons heen bouwen, kan God binnenkomen. Heiligen gaan vaak heel anders leven na een ernstige ziekte, volledige ontreddering of groot verdriet. Juist in onze grootste ellende vindt de Genade vaak zijn weg. “There is a crack in everything”, zingt Leonard Cohen, “that’s how the light gets in”. In alles komt wel ergens ooit een barst, en juist daardoor komt het licht binnen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s