Het einde van de wereld

Zondag 17 november 2019, drieëndertigste zondag door het jaar (jaar C)

De evangelielezing van vandaag is een typisch voorbeeld van wat men gaan noemen is: apocalyptiek. Het zijn bloedstollende verhalen over al de verschrikkingen die aan het einde der tijden voorafgaan.
Het is het geliefkoosde genre van sommige predikanten en van mensen die met de Bijbel de deuren aflopen en die ervan uitgaan dat de Blijde Boodschap er het beste ingaat als je eerst de mensen de stuipen op het lijf hebt gejaagd.
Nu, het is ook nogal wat: oorlogen, onlusten, aardbevingen, hongersnood en pest, allerlei tekenen aan de hemel en zware vervolgingen.
Je zou voor minder in je schelp kruipen.
En toch . . . als je er rustig over nadenkt, dan merk je dat het niet gaat over onvoorstelbare, bovennatuurlijke wereldse fenomenen, maar om zaken die we kennen.
De vier afzichtelijke ruiters van de Apocalyps: oorlog, besmettelijke ziekten, hongersnood en valse profeten, moeten niet opeens op het einde der tijden verschijnen. Ze zijn er altijd al geweest, ze gaan met ons mee doorheen de geschiedenis. We zijn er nog nooit in geslaagd hen helemaal van ons af te schudden.

Deze wereld
Maar tot voor kort hebben wij dat nooit beseft.
Pas de recente ontwikkeling van de massamedia heeft gemaakt dat wij weten dat, over de hele wereld gezien, er voortdurend oorlogen en natuurrampen zijn, dat wij het hongerprobleem nog verre van opgelost hebben en dat overal op deze aarde op ditzelfde moment christenen vervolgd en vermoord worden om hun geloof. (Al wordt daarvan hier in het westen zelden melding gemaakt in de pers. Waarschijnlijk is dat niet belangrijk?)
Als je dat nu allemaal op een rij zet, dan merk je dat de zogenaamde beschrijving van het einde der tijden niets anders is dan een beschrijving van de wereld zoals hij is. En zoals hij overigens altijd geweest is.

Inzet
Wat het evangelie ons zegt is: dat is de wereld. Waarom hij zo en niet anders is, weten wij niet. Maar dat is de wereld en in die wereld moeten wij leven.
En met alle kracht die in ons is, op zoek gaan hoe wij die wereld kunnen verbeteren. Hoe wij van een wereld waarin al die verschrikkelijke dingen gebeuren, toch meer en meer een echte thuis kunnen maken voor alle mensen.
De verleiding is zelfs groot om te veronderstellen dat de wereld juist zo krakkemikkig in elkaar steekt om ons de kans te geven er verbeterend in op te treden. Maar dat is waarschijnlijk een brug te ver en misschien alleen maar pure speculatie.
Maar het is in ieder geval wel zo dat het onaf zijn van de wereld ons de kans geeft om met al de liefde en al de werklust en daadkracht die in ons is, ons in te zetten om die wereld meer herbergzaam te maken voor alle mensen.
Om via het werken aan onszelf, het op gang brengen van vredesprocessen en via wetenschappelijke vooruitgang en technologische verwezenlijkingen van deze aarde, meer en meer een tuin van Eden te maken waar mensen gelukkig kunnen leven.

Einde
Maar hoe zit dat dan met het “einde der tijden”?
Ik denk dat wij ons over dat einde der tijden niet te veel zorgen moeten maken.
Ooit zal de aarde verdwijnen, zoveel is zeker. Bijvoorbeeld door een botsing met één of andere reusachtige komeet.
Maar dat kan gemakkelijk nog enkele miljoenen jaren uitblijven en heeft dus voor ons persoonlijk leven geen enkel belang.
Strikt genomen, en dat is helemaal niet egocentrisch bedoeld, is het “einde der tijden” niets anders dan het moment waarop ik sterf.
Voor de wereld, voor de mensheid, is mijn dood nog minder dan een onooglijk rimpeltje op een kalme zee, maar voor mij persoonlijk is mijn dood, “het einde der tijden”. Als ik sterf, stort voor mij de hele wereld in.
“De molen maakt geen geluid meer, het scheprad breekt in stukken, de waterkruik valt in de put. Het stof keert terug naar de aarde.” (Prediker, hoofdstuk 12). Alles valt stil.

Hoop
En voor de mensen die dat te wachten staat, voor ieder van ons dus, zijn deze teksten geschreven. Deze teksten zijn niet geschreven om mensen angst aan te jagen voor een mythisch einde der tijden. Ze zijn geschreven om mensen moed in te spreken als ze hun wereld zien instorten.
Ze zijn geschreven toen de eerste zware vervolgingen waren losgebroken en christenen als volksvermaak voor de leeuwen werden gegooid.
En ze zijn geschreven voor ieder van ons. Voor ieder die ouder wordt, zijn krachten voelt afnemen en “het einde der tijden” voelt naderen.
Want het zijn wezenlijk teksten van hoop.
Ze geven ons moed en richten ons op. Zij sporen ons niet aan tot naïef optimisme over de wereld en over hen die het daar voor het zeggen hebben.
Want in die wereld gebeuren verschrikkelijke dingen en tirannen zijn van alle tijden. Maar ze sporen ons aan heel onze hoop te stellen op Hem die alles nieuw maakt.
Want Hij, en niets of niemand anders, heeft het laatste woord. Hij alleen.
Waarvoor wij in ons uur van diepste nood, kunnen bidden met psalm 131.

De stormen zijn bedaard in mij
en vredig is mijn geest.
Zoals een kind op moeders schoot,
zo veilig voel ik mij.
Zoek dus uw toevlucht bij de Heer
van nu af voor altijd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s