Beeld van God

Dinsdag 24/woensdag 25 december 2019, Kerstmis (jaar A)

Dat wij de laatste 50 jaar het geloof meer en meer zijn gaan voorstellen als therapeutisch, dat was, denk ik, een vergissing.
Ik mag dat rustig zeggen want als daar iemand met open ogen ingelopen is, dan zal het deze jongen wel zijn. Ik steek al jaren de loftrompet over de genezende en bevrijdende kracht van het christelijk geloof. Ik blijf daar ook nu nog achter staan. Ik ben er diep van overtuigd dat goed begrepen christendom mensen openbreekt en ten volle doet leven. Dat het heilzaam is, zowel voor het individu als voor de maatschappij.
Maar strikt genomen zou je dat genezende karakter een aangenaam bijproduct kunnen noemen.
Want het christelijk geloof wil niet op de eerste plaats een therapie zijn.
Het pretendeert ons immers feiten aan te reiken. Ons te vertellen waarom de wereld, de kosmos en het leven is zoals het is. Wat de bedoeling ervan is.

Passie
De vraag die dan daarbij vooral gesteld moet worden is niet zozeer: is het goed voor me, is het heilzaam voor de mensen?
Maar: is het waar? Want, ofwel is het waar en dan is het van onnoemelijk belang voor elke mens. Ofwel is het niet waar en dan is het meteen het meest kolossale bedrog dat ooit op mensen is losgelaten. En dan moeten we er meteen mee kappen, ongeacht of we er ons goed bij voelen of niet.
En die vraag, dat nieuwsgierig en zelfs gepassioneerd willen weten of iets waar is of onwaar, is typisch menselijk. Het is één van de dingen, waarin mensen verschillen van dieren. En het is bij uitstek ook typisch christelijk.
Dat zoeken naar waarheid is binnen de Kerk altijd bijna een obsessie geweest.
Het heeft ons briljante geesten opgeleverd, gaande van Augustinus, Thomas van Aquino en meester Eckhart tot Pascal en Descartes. Maar het bracht ons ook de inquisitie en later ook de systematische twijfel, en daarna het pantheïsme van Spinoza. En nog later het atheïsme, dat eigenlijk een soort niet-erg-gewenste tweelingbroer is van het christendom.

Rationeel
Dat zijn dan de minder prettige consequenties van dat gepassioneerd zoeken naar de waarheid. Maar die moeten wij er bij nemen. Liever dan ons verstand tussen haakjes te zetten.
En wij mogen ons vooral niet in de anti-wetenschappelijke hoek laten dringen waarin onze “tweelingbroertjes” ons zo graag willen neerzetten.
Wij katholieken, zijn bijvoorbeeld absoluut geen creationisten hoewel de media dat soms heimelijk suggereren. De Big-Bang theorie is zelfs afkomstig van een priester van bij ons, Georges Lemaître van de Leuvense Universiteit. Onze protestantse fundamentalistische broeders in Amerika dwalen als zij nieuwe wetenschappelijke bevindingen bestrijden.
Wij moeten juist dankbaar zijn als de wetenschap bepaalde inzichten en denkbeelden van het geloof kan aanvullen of uitzuiveren.
Maar tezelfdertijd zijn wij er ons, in onze queeste naar inzicht en waarheid, heel sterk van bewust dat wetenschap geloof nooit kan vervangen.
Er is niet 1 grote levensvraag waarop de wetenschap een antwoord kan geven.
Dat wil ze ook niet. Dat bedoelt ze ook niet.
Wetenschap legt uit hoe iets in elkaar zit. En ze doet dat met een splendeur die iedere normale mens met ontzag en bewondering vervult. Maar daar houdt het mee op. Voor een antwoord op de grote levensvragen zijn haar schouders te smal. Als wij dus willen weten of het waar is wat het geloof—en met name het christendom—ons vertelt, dan zullen wij er niet komen met wetenschappelijke proefnemingen. En zelfs filosofische en theologische overwegingen kunnen ons wel helpen, maar ze kunnen ons niet echt over de streep trekken.

Springen
Het enige deugdelijk middel is alle angst voor inbeelding van je afzetten en ervan uitgaan dát het waar is. En er dan naar leven.
En dan ervaren dat het inderdaad zo is. Als je wil weten of bidden zin heeft, bid dan. Er is geen enkele garantie dat je ook verhoord wordt.
Maar als je bidt, echt bidt, bidt met je hart en met overgave, dan zal je wel vroeg of laat ondervinden dat er Iemand is die naar je luistert.
En dat die Iemand ook echt van je houdt. Onvoorwaardelijk van je houdt.
En dat geldt voor alle facetten van het geloof. Durf de sprong te wagen.
Zeg, zoals Pascal, met zijn beroemde weddenschap: “J’accepte” of: “Ik neem het aan”. Leef er dan naar, probeer ernaar te leven, en je zal ondervinden dat alles wat het kindje dat vannacht geboren is ons heeft geleerd, ook werkelijk waar is.
Probeer te bidden. Spreek gewoon tegen God en ga ervanuit dat er inderdaad Iemand is die naar je luistert. En je zal merken dat God geen inbeelding is, maar een ontzagwekkende werkelijkheid. Er is niets, maar dan ook niets ter wereld dat je zo’n geborgenheid geeft als het besef dat Hij er werkelijk is. En dat Hij van je houdt, meer nog, dat Hij de liefde zelf is.

Weerspiegeling
En stilaan ontdek je, ook zonder filosofen en theologen, iets wat je gerust het grootste geheim van de kosmos kan noemen. Je ontdekt dat die God die liefde is ook diep in jezelf aanwezig is, als een intens verlangen. En dat de geboorte in Bethlehem niet iets eenmaligs is. Je ontdekt dat die ontzagwekkende God, de Schepper van Hemel en aarde ook in jou mens wil worden. Dat je geroepen bent om, op je eigen allerindividueelste manier, een beeld, een “weerspiegeling” van God te zijn. Het lijkt een onbereikbaar ideaal, maar belangrijk is dat wij elke dag groeien naar dat ideaal toe: een mens te worden die steeds meer leeft van en voor de liefde. Ondertussen blijf je misschien toch wel zitten met de vraag of geloof nu al dan niet gelukkig maakt. Persoonlijk ben ik er van overtuigd dat het christelijk geloof je inderdaad gelukkig maakt.
Als je beseft dat je bemind wordt en van daaruit ook zelf liefdevoller probeert te leven, dan bén je gewoon gelukkig. Je kan je zelfs serieus de vraag stellen of er buiten de liefde wel geluk bestaat?
Maar de hamvraag, of het ook wáár is, kan alleen jijzelf beantwoorden.
Maar dan moet je wel durven springen.

Geheimvol samenspel

Zondag 8 december 2019, 2de zondag van de Advent (jaar A)

Mensen die niet zoveel van het geloof afweten, zal je niet vlug zo ver krijgen dat ze ook effectief eens wat lezen in de Bijbel. Ze menen daarin toch alleen maar wat wereldvreemde overdenkingen te zullen vinden en verhalen die weinig of niets met het echte leven te maken hebben.
Maar dat is natuurlijk een vooroordeel zo groot als een huis.
Want in feite is er geen enkel facet van het leven dat er niet grondig aangepakt en doorgelicht wordt.
En geeft de Bijbel blijk van een opzienbarende diversiteit, een bijzonder breed palet, een verfrissende zin voor afwisseling.
Niets menselijks of het komt aan bod. Naast de verhalen van koningen en bedelaars, van goden en profeten, van heiligen en moordenaars, vind je er bijvoorbeeld ook het “Hooglied”, een van de mooiste liefdesgedichten die ooit zijn geschreven.
Wanneer je uit dat Hooglied niet zo vaak hoort voorlezen in de kerk, dan komt dat waarschijnlijk door de sterk erotische geladenheid ervan.
Daarnaast heb je ook de psalmen die, vaak in een wondermooie en heel ontroerende taal, gans het gamma van menselijke emoties verwoorden.
En waarin je jezelf vaak beter terugvindt dan in de hedendaagse artikels en boekjes voor psychologische hulp.

Utopie
Een tot de verbeelding sprekende en erg poëtische taal vind je dan weer bij Jesaja.
Zoals in de lezing van vandaag, die een beeld wil oproepen van de toestand waarin de schepping zal verkeren als de Vredevorst er mag heersen.
“De wolf huist bij het lam.
De panter vlijt zich neer naast het geitje.
Het kalf graast samen met het leeuwenjong.
En de zuigeling speelt bij het hol van de adder.”
In het rijk van de Vredevorst, het Rijk van God, wordt het onmogelijke waar en het onverzoenlijk geachte, verzoend.
Het lijkt een droom. En dat is het natuurlijk ook: een droom waar je reikhalzend naar uitkijkt. Maar het is geen utopie, die nooit gerealiseerd zal worden. Ooit zal het zover zijn. Dat Rijk van God zal er komen. God zelf staat er garant voor.
En het licht nu al op, nu hier, dan daar, in elk woord en in elk gebaar waarin Jezus herkend wordt.

Zekerheid
Het Rijk Gods is geen utopie.
Het baant zich een weg, onweerstaanbaar. Niemand kan het tegenhouden.
Ook al heeft het de schijn tegen en verloopt niet alles in een triomfantelijke rechte lijn. Ik moet nu ineens denken aan wat de grote Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer zei toen de Nazi’s hem, na langdurige folteringen, naar de executiepaal sleepten. Hij zei: “Wij kunnen niet verliezen”. Waarschijnlijk bedoelde Bonhoeffer: zelfs al zouden wij de realisatie van dat Rijk hier op aarde nooit meemaken, zelfs al zou geen enkele mens die realisatie hier op aarde ooit zien, dan nog zullen wij er volop deel van uitmaken in het andere leven. Op voorwaarde dat wij serieus geprobeerd hebben om dat Rijk hier op aarde te vestigen.
Ik geloof dat dat zo is. En het is een bijzonder troostvolle gedachte bij alle lijden, dat je als christen op je weg kan tegenkomen: wij kunnen niet verliezen.
D.w.z. wij wel, maar niet datgene waar we aan werken: de vestiging van het Rijk Gods, een Rijk van vrede, liefde en rechtvaardigheid. Omdat het uiteindelijk Gods werk, Gods droom is.
Hij wil ons daarbij nodig hebben en zoveel mogelijk aan ons delegeren. En wij kunnen fouten maken, verkeerde wegen gaan en mislukken.
Maar uiteindelijk zal God altijd winnen. Ook al moet die overwinning plaatsvinden binnen het kader van een voor ons bijna onbegrijpelijk samenspel tussen Zijn almacht en de vrijheid die Hij aan mensen geeft . . .

Gerechtigheid
Bij dit alles moet er natuurlijk wel op gewezen worden dat die Vrede van het Rijk Gods, de Vrede die christenen nastreven, een vrede is die het gevolg is van werken aan gerechtigheid.
Want je kan natuurlijk ook een soort vrede afkopen door je neer te leggen bij allerlei onrechtvaardige toestanden. Door je mond te houden en de andere kant op te kijken als je geconfronteerd wordt met onrecht en onderdrukking.
Maar dat is een vrede die gestoeld is op lafheid, een lafheid die juist onvrede bestendigt bij de mensen en de groepen die niet mee aan het feest zitten.
Gerechtigheid en vrede gaan samen. Geen vrede zonder gerechtigheid.
Wil je vrede, zet je dan in voor de strijd tegen onrecht.

Innerlijke vrede
Daar komt nog iets heel belangrijks bij, speciaal voor deze adventstijd, die toch een tijd van inkeer en bezinning is.
Voor een christen is het van het allergrootste belang dat hij—wij hadden het er vorige week al over—dat hij, vóórdat hij de wereld wil veranderen, eerst werkt aan zichzelf. Opdat hij zijn inzet voor de wereld en de mensen vanuit de juiste ingesteldheid kan doen.
Maar ook nog om een andere reden. Namelijk: om vrede in het eigen hart te hebben.
Je kan nooit vrede in je hart krijgen zolang je leven beheerst wordt door hartstochten en emoties, die vechten met het liefdevolle diepste in jezelf.

Méér dan “goede werken”

Zondag 1 december 2019, 1ste zondag van de Advent (jaar A)

“Je weet niet op welk uur van de nacht de dief zal komen. Wees dus waakzaam”, zegt Jezus, “want ook de Mensenzoon komt op een uur waarop je het niet verwacht”.
Dergelijke teksten maken ons onrustig, en dat is ook de bedoeling, maar ze mogen ons niet ongerust maken. Want de komst van Jezus in ons leven, ook aan het eind ervan, zou iets moeten zijn waar we naar uitkijken.
Maar om dit op die manier aan te voelen moet er eerst een klik gemaakt worden.
Want vooral de niet meer zo jonge mensen in ons midden, zijn een beetje “mismeesterd” door de opvoedkundige methodes van vroeger. Waarbij “bang maken” voor de gevolgen van verkeerd gedrag, een belangrijke rol speelde.
Ik herinner mij nog heel goed al de verschrikkelijke dingen die vooral oudere tantes en oma’s voorspelden als wij ons niet gepast gedroegen.
Als je in de winter naar buiten liep zonder sjaal of jas, kreeg je volgens hen gegarandeerd op zijn minst een dubbele fleuris.
Als je op je handen ging staan met je benen in de lucht, dan was de kans groot dat “het bloed in je kop zou schieten” en dan was je dood.
En als je te lang op het toilet bleef zitten, kwamen je darmen mee af.

Straffen
Die bangmakerij behoorde vroeger blijkbaar wezenlijk bij de opvoeding. En natuurlijk kwam dat nog sterker tot uiting op het gebied van godsdienst en geloof, want bij het bedenken van mogelijke straffen van God stond er zo goed als geen enkele rem op de verbeelding.
Ik had een oom voor wie gewoon alles wat verkeerd liep “een straf van Jezus was”. En dat is natuurlijk onzin. Indien wij, in ons denken, ook maar de minste neiging in die richting vertonen, moeten we daar resoluut komaf mee maken.
De wereld is wat hij is. Het menselijk leven is wat het is. Er gebeuren prachtige dingen, maar evengoed verschrikkelijke dingen.
Er zijn in ons leven momenten van opperste geluk en extase, maar er is ook afzien en lijden en dood. Dat is ons leven, dat is onze wereld.
God is niet Iemand die ons bij dat alles het leven voortdurend nog eens extra zuur wil maken als wij niet binnen de lijntjes kleuren.

Uitkijken
God wil integendeel dat wij een mooi, goedgevuld en zinvol leven uitbouwen.
Maar blijkbaar zijn Zijn criteria voor een gelukkig leven helemaal anders dan de dingen waar wij spontaan aan denken.
En precies om te vernemen wat de echte en de juiste criteria zijn om tot een geslaagd en gelukkig leven te komen, is het belangrijk dat wij waakzaam zijn, dat wij alert zijn voor elke wenk die van Hem zou kunnen komen.
Want God komt echt niet alleen maar aan het eind van ons leven op ons af.
Als je er echt aandacht voor hebt (en geloof) dan merk je dat Hij je voortdurend aanspreekt in duizend, vaak onverwachte dingen.
En als je dan daarbij nog beseft dat God liefde is en niet alleen wil dat wij van ons leven iets moois maken maar ons daarbij ook nog wil helpen, dan kan je alleen nog maar uitkijken, vol verwachting uitkijken naar zijn komen in ons bestaan.
En dan ga je echt waakzaam en alert worden en i.p.v. angst te hebben voor zijn komen, het zeker niet willen missen.
Omdat je weet dat echt en diep levensgeluk alleen maar je deel kan zijn als je in harmonie leeft met de grond van het bestaan, met God.
En daarom is het zo belangrijk om precies te weten wat God van ons verlangt.
En hier stuiten we meteen op de grote moeilijkheid bij onze zoektocht.

Anders
Want hoe meer wij beginnen te begrijpen wat God van ons wil, hoe meer we beseffen dat dat verlangen van God iets heel anders is dan wij tot dan toe hadden gedacht. Ons idee van goed, zinvol, gelukkig en moreel leven is een leven van werken en creatief zijn, genietend van de goeie dingen van het leven, en, tezelfdertijd, toch ook niet vergeten je af en toe in te zetten voor anderen.
Dat is zo ongeveer ons idee van “goed en zinvol leven”.
Maar hoe meer wij God leren kennen, hoe meer we beseffen dat Hij iets heel anders met ons voorheeft.
God wil niet zozeer dat wij deftige burgers zijn die regelmatig ook een steentje (of een centje) bijdragen aan het werken aan een betere wereld.
God wil op de eerste plaats dat wij werken aan onszelf. Dat wij, voor wij beginnen aan de wereld, eerst onszelf helemaal “herbouwen”. Met zijn hulp.
Pas als wij dichter bij Hem komen en meer en meer op Hem beginnen te lijken en zelf ook liefdevolle wezens worden, zijn wij klaar om de wereld in te trekken en daar iets duurzaams te verrichten.

Kern
Je bent geen christen omdat je Rode Neuzen steunt of De Warmste Week. Dat doen de banken immers ook. En banken, hoe belangrijk die ook zijn, kan je toch moeilijk verdenken van christelijke ambities. Maar je bent op de goede weg als je, met Gods hulp, elke dag werkt aan jezelf en systematisch, beetje bij beetje, alles uit je hart wegwerkt wat tegen de liefde ingaat. Als je dat doet wordt het steunen van Rode Neuzen en De Warmste Week een zinvol onderdeel van een veel groter geheel; van een proces, een omwenteling: de ombouw van jezelf tot een liefdevol mens.
Het is daarover dat het christendom gaat. Over niets anders.
Pas als we dit ten volle beseffen, kunnen wij mét Paulus zeggen:
“De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan.”
“Het uur om uit de slaap te ontwaken is aangebroken . . .”