Agnus Dei

Zondag 26 januari 2020, 3de zondag door het jaar (jaar A)

Als je een homilie uitschrijft dan moet je, net zoals bij een opstel, je houden aan een strak schema. Als je zomaar begint te schrijven, dan brengt de ene gedachte de andere mee. En dan weet je wel waar je begint maar niet waar je eindigt.
In ieder geval niet waar je wilde eindigen. Opeens zijn de twee pagina’s vol en ook je 7 minuten “preektijd” zijn dus om.
Vorige week overkwam me dat. Ik begon over de zondebok, een gegeven uit het Oude Testament dat in het Nieuwe (Testament) duidelijk toegepast werd op Jezus. Maar ik verloor me zodanig in het uitweiden dat aan het eind van mijn betoog bleek dat ik op geen enkele manier de link had gelegd tussen Jezus en de zondebok. Omdat dit echter een belangrijk gegeven is in ons geloof, kom ik er vandaag op terug.

Paradox
Want je vindt die gedachte inderdaad overal, bij alle verschillende christelijke gezindten terug. Zowel bij de katholieken als bij orthodoxen en protestanten en bij al de honderden verschillende “schakeringen” ervan vind je de gedachte dat Jezus door zijn kruisdood “de zonden van de wereld op zich genomen heeft”.
Dat Hij “voor onze zonden gestorven is”. Dat Hij de wereld “door zijn kruisdood heeft verlost”. Het zijn onthutsende uitspraken.
De laatste tijd is er overigens nogal wat bezwaar gerezen tegen dit soort formuleringen omdat ze God tekenen als een soort tiran, die genoegdoening eist en offers wil om begane fouten uit te boeten. Tot zelfs de afschuwelijke kruisdood van zijn Zoon. Een gedachte die toch totaal niet overeenkomt met het beeld van de liefdevolle Vader dat Jezus zelf ons heeft geleerd.

Schuldbesef
Maar anderzijds is het toch ook duidelijk dat mensen echt wel weet hebben van de dingen die ze verkeerd doen, van hun fouten, van de misdaden die ze begaan.
Toen de soldaten en de politieke kopstukken Jezus aan het kruis hadden geslagen, riep Hij: “Vader, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen”.
Maar wij weten het wel. En maar al te goed zelfs.
Wij doen voortdurend dingen waar we heel goed van weten dat dit eigenlijk niet kan. Gedachten en handelingen waarvan we als gelovigen heel goed weten dat ze tegen God, d.w.z. tegen de liefde ingaan.
Wij zijn wel bijzonder knap in het vinden van argumenten om onze houding te verantwoorden.
Meestal volstaat zelfs de eenvoudige bedenking dat wij toch ook goed voor onszelf moeten zorgen.

Plaatsvervangend
Niet iedereen leeft even bewust, dat is waar.
Maar zelfs mensen die heel goed beseffen dat ons diepste verlangen, het verlangen naar liefde is, laten toch toe dat dat verlangen heel vaak weggedrukt wordt door egoïstische reflexen.
Als God inderdaad een liefdevolle Vader is, dan kan het niet anders of wij moeten in zijn ogen nukkige kinderen zijn. Dan kan het niet anders of zijn eindeloze liefde wordt even eindeloos teleurgesteld als Hij naar ons kijkt.
Wij zijn tot prachtige dingen in staat, wij kunnen soms tot op grote hoogte onszelf wegcijferen om er te zijn voor anderen. Wij kunnen op uitzonderlijke momenten heel ver gaan in het ingaan op Gods wil. Maar de gevraagde, totale overgave, het volmaakte geloof, dat heeft Jezus in onze plaats en in onze naam moeten tonen. En in die zin is Hij inderdaad voor ons gestorven.

Ultieme overgave
De absolute verschrikking in de Olijfhof was niet het zicht op de kruisdood.
Er was iets nog veel ergers: de totale verlatenheid. Vragen om de kelk weg te nemen. Maar er komt alleen maar stilte. Er is niemand om je te redden, niemand die om je geeft. De diepste put waarin iemand kan worden neergelaten . . . Verlaten door God en door de mensen.
En zelfs dan nog durven vertrouwen en geloven: niet mijn wil, maar Uw wil.
Zelfs dan nog weigeren je woorden, je daden, je hele leven te verloochenen.
Die ultieme overgave, dat bijna bovenmenselijk vertrouwen, dat moest iemand in onze plaats, in onze naam doen. Jezus heeft dat gedaan. Uit liefde voor ons.
Ervoor gezorgd dat wij in het reine gekomen zijn met God.
Je mag daar gerust een andere formulering voor gebruiken.
Ons geloof zegt alleen dat we dankzij Jezus (zijn leven en zijn dood) in het reine gekomen zijn met God. Hoe het werkt is een theorie, en dus van ondergeschikt belang.
Wat mij persoonlijk het meest aanspreekt is dat Hij, van God en mens verlaten, niet vluchtte, maar doorging, geen enkel woord terugnam en bleef vertrouwen op God, ONDANKS ALLES.

Diep tragisch
Zonder twijfel het meest pijnlijke dat ik soms meemaak, is wanneer iemand op het eind van een mooi leven tegen mij zegt: “Ik heb spijt dat ik zo geleefd heb, altijd maar zorgend voor anderen. Als ik het nog kon herdoen, ik zou veel meer profiteren, veel meer erop los leven.”
Het diep-tragische ervan is dat het vaak gaat om mensen die echt goed geleefd hebben, maar die nu aan het eind ten prooi vallen aan diepe twijfels omdat de tijdsgeest helemaal tegenzit en “zorgen voor jezelf” nog het enige gebod lijkt te zijn.
Wij moeten krachtig tegen die nare gevoelens ingaan. En zo’n lieve, goede mensen helpen opdat ze tevreden en vol vertrouwen de eeuwigheid ingaan.
Zij hebben een leven geleid dat waard is om met eeuwigheid te worden bekleed. Ze hebben er recht op om met diepe tevredenheid op hun leven terug te kijken. En dat mag hun niet worden afgenomen.

Jezus en Darwin

Zondag 19 januari 2020, 2de zondag door het jaar (jaar A)

Een zondebok is iemand die, soms terecht, maar meestal onterecht, de schuld krijgt van zowat alles wat er fout loopt.
In de politiek maar ook in ons dagelijks samenleven wordt daar nogal eens handig gebruik van gemaakt.
Zowel het begrip zondebok als de uitdrukking “beladen met alle zonden van Israël”, hebben een Bijbelse oorsprong.
Eéns per jaar, op Jom Kipoer, de Grote Verzoendag, koos de hogepriester in Jeruzalem een geitenbok uit en die werd dan symbolisch beladen met al de zonden van het volk en daarna de woestijn ingejaagd om daar te sterven.
Als een offer voor al de fouten van de mensen. Een onschuldig offer uiteraard, want de bok werd geofferd voor wat de mensen hadden misdaan.
Het is duidelijk dat men in die tijd weinig gevoel opbracht voor dieren en naast het nut dat ze hadden voor onze voeding, hen vooral ook zag als een middel om de gunst van de goden af te kopen door hen te offeren.
Zelfs de Joden, die een toch al meer geëvolueerde godsdienst beleden, kenden nog dierenoffers. Denk maar aan de besnijdenis van Jezus, toen Maria en Jozef ook twee tortels moesten offeren.

Schuldbewustzijn
Vaak ging het offer bij de Joden om een teken van dankbaarheid, maar meestal was het een uiting van spijt voor wat ze verkeerd hadden gedaan.
Het was natuurlijk wel bijzonder handig dat ze een dier lieten boeten voor hun eigen zonden, maar belangrijk voor ons nu is wel dat de Joden (onze “geestelijke voorouders”) een sterk zondebesef hadden, een sterk bewustzijn dat ze tekortschoten tegenover God, dat ze niet altijd leefden zoals het zou moeten. En dat is positief.
Je moet er natuurlijk wel voor zorgen dat dit gevoel van schuldig zijn ook niet extreem wordt, want dan krijg je een vals schuldbewustzijn en durf je nog nauwelijks te leven. Tijdens de preutse Victoriaanse tijd bijvoorbeeld was dat zeker het geval en Freud was daar het gelukkige antwoord op.
Maar een gezond schuldbewustzijn is een zegen, zowel voor de samenleving als voor het individu. Waar dat gezond schuldbewustzijn stilaan verdampt, krijg je meer egoïstisch ingestelde individuen en bijgevolg ook een maatschappij die steeds ruwer en onveiliger wordt.
Voor christenen is het besef van tekortschieten uiteraard nog meer vanzelfsprekend omdat het absolute ijkpunt waar ze zich op richten een God is die als Pure Liefde gezien wordt. En t.a.v. die God kan je alleen maar minnetjes uitvallen.

Levensdrift
Vandaar ook de enorme nood aan vergeving en bevrijding.
Want er is niet alleen het gevoel van tekortschieten, van zonden en fouten.
Je wil er als christen ook vanaf. Je wil doen wat God van je vraagt, je wil dichter bij Hem komen. Je wil een goed en liefdevol leven uitbouwen, maar het is zo aartsmoeilijk. Je vervalt voortdurend in het verkeerde.
In ons zijn immers allerlei mechanismen aan het werk die ingaan tegen ons verlangen om een goed en liefdevol mens te zijn. En die mechanismen zijn ingebakken in onze natuur. Het zijn zelfs stuwende krachten, die een belangrijke rol gespeeld hebben in onze biologische evolutie en die ons triomfantelijk gebracht hebben tot wie we nu zijn.
Krachten die vaak veel sterker zijn dan onze wil.
En toch, hoe ouder je wordt, hoe meer je over al die dingen nadenkt en er ook rond mediteert en bidt, hoe meer je ervan overtuigd geraakt dat het inderdaad om puur biologische krachten gaat die alles te maken hebben met blinde instandhoudingsdrang. Met overleven, met overwinnen en met het uitschakelen van al wat je daarbij in de weg loopt.

Liefde
Maar je komt er ook achter dat het diepste verlangen in de mens iets heel anders is.
Dat het diepste verlangen in ons een verlangen is naar liefde.
Precies het tegenovergestelde dus van wat onze primaire biologische driften willen.
Maar wel helemaal overeenkomend met wat Jezus van ons vraagt en met de richting die Hij ons wijst. Je moet echt geen groot geleerde zijn om te beseffen dat wat Jezus van ons vraagt en waarbij Hij ons wil helpen, de enige echte weg is naar de volledige ontplooiing van ons menszijn.
Niet het volgen van onze dierlijke impulsen, het streven naar altijd maar meer macht en aanzien maken een mensenleven geslaagd, maar juist het onder controle brengen van die driften.
Want dát is groeien als mens. Dat is een geslaagd menselijk leven uitbouwen. Met Gods hulp de ‘struggle for life’ langzaam, maar zeker ombouwen tot een ‘struggle for love’. Van een bangelijk, ruziemakend, altijd op concurrentie en vijandigheid beducht wezentje uitgroeien tot een sterke man, een sterke vrouw die zichzelf durft riskeren in het zich geven aan anderen.
Zolang je nog in de eerste, driftmatige, verdedigende fase zit, lijken de eisen van Jezus pure beknotting van het leven. Pas als je doorzet, besef je de waarheid van zijn woorden: “Ik ben gekomen opdat mensen leven zouden hebben, en wel in overvloed”.

De Heer

Zondag 12 januari 2020, Doop van de Heer (jaar A)

Met het doopsel van Jezus vieren wij het derde openbaringsfeest en daarmee sluiten we de kersttijd meteen ook af. Eerst was er Kerstmis zelf, toen wij herdachten dat God zich aan ons liet kennen in een kind waar geen plaats voor was in de herberg.
Driekoningen was dan weer de herdenking van het feit dat Hij moet verkondigd worden aan elke mens en aan elk volk op deze wereld.
En de doop in de Jordaan onderstreept dan weer dat Jezus niet zomaar een groot figuur of een geweldige profeet was, maar dat in deze mens God zelf onder ons kwam wonen.
Dat wij uit onszelf God die “woont in het ontoegankelijk licht”, wel kunnen vermoeden, maar nooit kunnen kennen.
En dat die God zich daarom aan ons heeft laten kennen in een mens. De enige manier om ons de kans te geven ons enigszins een voorstelling van Hem te kunnen maken.

Uniek
Dat Jezus Gods Zoon is, dat in Hem God zich aan ons heeft getoond op de enige manier die voor ons begrijpelijk is, wil ook zeggen dat wij nooit tot God kunnen komen, tenzij door Jezus. Dat vraagt een woordje uitleg, omdat het heel erg exclusief en pretentieus klinkt en ook bijzonder onvriendelijk voor mensen met een ander geloof.
Maar dat lijkt alleen maar zo. Want dat je alleen via Jezus tot God kan komen, wil op geen enkele manier betekenen dat je alleen als christen tot God kan komen. Het wil alleen zeggen dat wij nooit tot God kunnen komen via woorden en handelingen die tegen de liefde ingaan, ook al lijken ze godsdienstig.
Concreet wil dat zeggen dat je bijvoorbeeld nooit God kan dienen door zijn zogenaamde vijanden uit de weg te ruimen. Want dat gaat regelrecht in tegen het wezen van God, zoals Jezus Hem leren kennen heeft.

Radicaal
Jezus leerde ons dat God liefde is. Dat God pure Liefde is. Niet liefde, + ook nog een beetje iets anders. Neen. Alleen liefde. Dat is wat Jezus ons leerde.
En als wij dat werkelijk geloven, dan beseffen wij ook dat alleen woorden en daden die ingegeven en doordrongen zijn van liefde, iets te maken hebben met God.
Het is een bijzonder radicaal principe, dat echter even onverbiddelijk is voor christenen als voor andersdenkenden. En het is meteen het enige principe waaraan christenen—je zou bijna zeggen fanatiek—moeten vasthouden.
Politieke ideologieën zullen altijd toestaan dat nu, in onze tijd, offers moeten gebracht en principes moeten ingeslikt worden, met het oog op een paradijselijke toekomst later.
Voor een christen kan dat niet. God is liefde. En dus kan je God nooit dienen door ook maar één mens de duivel aan te doen. Ook niet gedurende korte tijd.

Acties
Laten wij ons daarom focussen op het belang van die figuur van Jezus voor ons geloof. Op het feit dat Hij helemaal centraal staat in het christendom.
Dat klinkt vanzelfsprekend, maar de praktijk is toch wel anders.
De laatste jaren heeft naar mijn gevoel, binnen de Katholieke Kerk, het geloof in God en de persoonlijke band met Jezus heel sterk aan belang ingeboet ten voordele van sociale inzet, het bezig zijn met het verbeteren van de wereld.
Is dat wel een goede evolutie? Zagen wij daarmee de tak niet af waarop wij zitten? Gaan de sappen die voor nieuwe blaadjes moeten zorgen, ook in de toekomst blijven stromen?
Je kan dan wel zeggen: in een geseculariseerde maatschappij zijn er toch ook mooie acties voor het Goede Doel. Dat is zo. Maar durf je dan wel zien dat achter de façade van die grote acties, onze maatschappij zelf steeds ruwer, onverschilliger en gewelddadiger wordt? Het vanzelfsprekend elkaar helpen in het gewone leven is geruisloos aan het verdwijnen.
Het er vanzelfsprekend voor elkaar zijn van kinderen voor hun ouder wordende ouders, van individuen voor de gemeenschap, van rijke mensen voor armen, het is allemaal aan het verdampen.
Natuurlijk was dat vroeger ook niet altijd ideaal. Maar ik hou mijn hart vast om wat er gaat gebeuren als in onze maatschappij de christelijke humus helemaal verdwenen is.

Kern
Wij kunnen ons christendom zo maar niet in de kast zetten en denken dat wij die onvergelijkbare stuwkracht, dat kolossale elan dat van geloof uitgaat, kunnen vervangen door af en toe een actie voor het Goede Doel.
En daarom alleen al zullen wij wel verplicht zijn om terug te grijpen naar het geloof zelf en niet alles te verwachten van de moraal die er uit voortvloeit. Want die dreigt een kartonnen façade, een alibi te worden.
Wij moeten teruggrijpen naar de persoonlijke band met Jezus, teruggrijpen naar het gebed, teruggrijpen naar een echte diepdoorleefde relatie met God.
Ons geloof is voor een stuk verschrompeld tot sociale inzet aan de ene en devotionele praktijken aan de andere kant.
Maar in het christendom gaat het wezenlijk over het lijden, de dood en de Verrijzenis van Jezus. Over het inzicht dat Jezus de verrezen Heer is.
En dat wij, via onze relatie met Hem, opgenomen worden in het leven van God zelf. Niets minder dan dat.
Sociale inzet en devotionele praktijken horen daarbij. Maar los van Jezus, d.w.z. los van de Liefde dreigen ze elke duurzaamheid te verliezen.

Neutraal op zijn Belgisch

Zondag 5 januari 2020, Openbaring van de Heer – Driekoningen (jaar A)

In de 19de en de 20ste eeuw dachten velen dat de wetenschap uiteindelijk het religieus geloof overbodig zou maken. Dat bleek echter niet zo te zijn. Daarna begon men ongeveer dezelfde verwachtingen te koesteren naar toenemende modernisering en stijgende welvaart toe. Uiteindelijk zou dat het geloof de das omdoen. Maar ook dat bleek niet te kloppen, althans niet wereldwijd. De secularisatie, het afstand nemen van het geloof bleef grosso modo beperkt tot West-Europa. En zelfs daar betekent secularisering nog hoegenaamd geen atheïsme. Grote massa’s mensen werden vrij onverschillig tegenover de leer en de riten van de Kerk, maar ze gooiden de deur niet dicht. Terwijl elders in de wereld het religieuze geloof alleen maar vooruitgaat.

Feiten
Er is geen enkel land waar techniek en technologie het leven zo beheerst en waar de welvaart ook zo sterk toeneemt als in Zuid-Korea. Maar het christendom houdt er met gemak gelijke tred met de stijgende moderniteit.
En terwijl vooral de Evangelische Kerk enorm vooruitgaat in Afrika, telt bijvoorbeeld Saigon (Ho Chi Minh City) in Vietnam meer priesterkandidaten dan heel West-Europa.
Dit klinkt allemaal een beetje triomfalistisch, maar het is gewoon de toestand zoals hij is. Wij moeten misschien wat minder denken dat wij nog altijd voorop lopen en dat wat hier bij ons het geval is, vroeg of laat, ook elders zal gebeuren. Het zwaartepunt in de wereld verschuift. Wij lopen allang niet meer voorop.
Op bijna geen enkel gebied.
Iets gelijkaardigs geldt voor de gedachte dat de behoefte aan godsdienst afneemt naarmate de welstand groeit.
Godsdienst kan inderdaad een troost zijn voor wie arm is en onaanzienlijk.
Maar het wordt met de dag duidelijker dat godsdienst veel meer is dan alleen maar dat. En dat religie iets heel natuurlijks en iets algemeen menselijks is. Dat het er altijd zal zijn. En dat je het alleen maar weg krijgt door de gelovigen zelf te liquideren. Iets wat totalitaire regimes als nazisme en communisme heel goed begrepen hebben.

Rechtstaat
Anderzijds is het wel duidelijk dat de tijd van pastoor Munte en de Heren van Zichem, de tijd dat één geloof de ganse bevolking bestreek voorgoed voorbij is.
Alleen al door de immense migratie zijn er in onze grootsteden momenteel soms tot wel 100 verschillende geloven aanwezig.
Als je dat allemaal overdenkt, wordt het meer dan duidelijk dat wij bovenal de rechtstaat moeten koesteren. Als misschien wel de meest kostbare verwezenlijking van onze westerse beschaving.
De rechtstaat, die er garant voor staat dat ieder het geloof of de mening van zijn keuze mag belijden. Dat de ene groep zijn wil niet opdringt aan de andere.
De rechtstaat, als ultieme bewaker van rechten en vrijheden van groepen en individuen.
Die rechtstaat, met zijn wetten en verordeningen, met politie, onderzoek, processen en straffen, is op zich echter nogal steriel. Er steekt geen ziel in.
Het geeft mensen geen warmte.
Het is zoals de roep om meer blauw op straat. Het draait rond angst en beveiliging. Het is geen enthousiast makend verhaal op zich.

Pluralisme
Kunnen wij daarom niet het oude begrip “pluralisme” terug vanonder het stof halen?
Toen ik jong was, was Vlaanderen zo goed als homogeen katholiek. En het begrip pluralisme maakte toen opgang. Het hield in dat andersdenkenden positief en waarderend benaderd werden. Dat andersdenkenden niet gewoon maar getolereerd werden, maar dat wij zelfs onze eigen katholieke verenigingen, scholen en instellingen openstelden voor mensen die anders dachten dan wij.
Wij deden dat. En, volgens sommigen, verloren wij daardoor meteen ook onze eigenheid. Kan zijn.
Feit is in ieder geval dat toen eenmaal de dijk doorbroken was en de zuilen gesloopt, het woord pluralisme ineens verdween uit ons taalgebruik.
In plaats van positieve, waarderende verdraagzaamheid voor mensen en groepen met een ander geloof en andere ideeën, kwam het begrip neutraliteit.
Als een nieuw toverwoord. Het bleek achteraf een zeer misleidend woord te zijn.

Dubieus
Want niemand kan er iets op tegen hebben dat mensen met een officiële functie geen sluier mogen dragen. Of dat er in een rechtszaal geen kruis mag hangen.
Maar wat hier in Vlaanderen momenteel gebeurt, gaat veel verder.
“Neutraal” is maar al te vaak een ander woord geworden voor het taboe-verklaren van alles wat met geloof te maken heeft. Het uitgommen en doodzwijgen van alles wat christelijk is in de media (behalve het negatieve). Tot zelfs het zielige geknoei in de ondertiteling op onze tv-zenders.
Godsdienst moet blijkbaar weg.
Maar dat heeft niets te maken met neutraliteit. Dat is gewoon de natte droom van sommige atheïsten. Dat is het uitvoeren van het programma van één bepaalde groep.
Zo gaan we er nooit komen. Die manier van doen schreeuwt om reactie. Want zo zetten we de rechtstaat zelf op de helling.
Alleen positieve waardering voor andersdenkenden schept nog toekomst.
Voor ons en voor onze kinderen en kleinkinderen.

Begrijpen = vergeven

Zondag 29 december 2019, Feest van de H. Familie (jaar A)

In het kader van de jongerenwerking in Lubbeek bracht Farid Boulos, een van onze jonge Syrische christenen, een tijdje geleden een 20-tal jonge mensen samen in de kerk voor een film met een serieuze religieuze thematiek.
Het verhaal gaat over een voortreffelijke man, een zekere Mack Philips, die een geslaagd en gelukkig leven leidt.
Prachtig gezin, mooie en liefhebbende vrouw en kinderen, leuke job, goed inkomen, enfin, alles wat een man zich dromen kan.
En dan op een keer gebeurt er iets verschrikkelijks en verandert het idyllische plaatje in een nachtmerrie. Macks jongste dochter, zijn oogappel, wordt tijdens een vakantie gekidnapt en een tijd later teruggevonden, misbruikt en vermoord.

Wraak
Van dan af wordt haar vader alleen nog gedreven door gevoelens van haat en wraakzucht. En terwijl zijn vrouw, ondanks alle ontreddering, haar sterk geloof behoudt, moet hij nu helemaal niet meer hebben van God.
Die relatie met God was vroeger al erg problematisch omdat zijn eigen vader een alcoholist was, die zijn vrouw, Macks moeder, voortdurend sloeg.
Een vader die ook hem op soms beestachtige wijze afranselde als hij voor zijn moeder opkwam. Hij kon gewoon niet begrijpen dat God al die dingen toeliet.
En toen dan die verschrikkelijke tragedie met zijn dochtertje gebeurde was de deur voor Mack voorgoed dicht.
D.w.z. voor hem. Maar niet voor God. God zoekt zelf contact met hem.
En Hij doet dat met oneindig veel liefde en tact. God (de Vader) laat zich aan Mack kennen, niet als een vader, want dat zou een heel naar effect gehad hebben, maar als een Afro-Amerikaanse dame van middelbare leeftijd, vol humor en vooral ook, vol liefde en begrip.

Zelfvernietigend
Enfin, ik ga u de hele film niet vertellen, u kan hem dan beter zelf gaan zien.
Maar de pointe komt hierop neer dat God de man langzaam maar zeker laat inzien dat zijn haat- en wraakgevoelens op de eerste plaats hemzelf ten gronde richten. Omdat haat en wraak en overigens elke vorm van negativisme, afgunst, nijd, woede en vijandigheid helemaal in strijd zijn met wat er ten diepste in ons leeft. Het diepste in ons is immers een schreeuw naar liefde: liefde geven en liefde krijgen.
Maar door alles wat ons overkomt in het leven (en ook door aangeboren afwijkingen, een verkeerde opvoeding en zo meer) raakt die diepste kern in ons ondergesneeuwd, bedolven, uitgeschakeld, vergeten.
En geraken wij ingekapseld en worden wij gedreven door vijandige gevoelens tegenover al wie wij zien als “daders”, als mensen die alleen maar kwaad willen doen. En dat woekert verder, altijd maar verder. Uiteindelijk richt onze kwaadheid zich tegen zowat iedereen, tegen de hele wereld, tegen het leven zelf. Maar, de wereld gaat daar niet aan kapot. Het zijn wijzelf die steeds meer wegkwijnen in onze kerker met muren van zelfbeklag en woede . . .

Inzicht
De enige mogelijkheid om daaruit te ontsnappen is dat wij inzien dat diegenen die ons kwaad berokkenen zelf ook slachtoffers zijn.
Zoals aan Mack in de film door God wordt duidelijk gemaakt dat zijn agressieve vader zelf ook mishandeld en misbruikt was door zijn vader . . .
Er bestaat geen enkele “dader” die niet ook zelf slachtoffer is.
En dat inzien is een echte genade. Omdat er alleen dán heling kan komen.
Dat inzicht komt niet vanzelf. Wij zijn door onze angst, onze woede en onze afkeer zo verblind dat iemand ons moet helpen: een wijs iemand, een vriend, een geliefde . . . God zelf.
Alleen het inzicht dat al wie ons kwaad doet, onnatuurlijk bezig is, zelf een slachtoffer is, alleen dat inzicht, kan ons bevrijden. En ons ervoor behoeden zelf daders, zelf mensen te worden die handelen tegen hun liefdevolle kern in.
Begrijpen = vergeven, zei Gaston Eyskens en dat is een van de meest wijze woorden die uit de mond van een politicus werden opgetekend.

Wegzinken
Er is dan echter nog één groot probleem.
Wanneer je niet alleen één iemand vergeeft, maar tegenover iedereen een nieuwe houding aankweekt van begrip en dus van vergeving, dan stort voor een stuk ook je vroegere zekerheid, eigenlijk zelfs je hele vroegere wereld in.
Al dat inkapselen, al die verweertechnieken, al die verontschuldigende reflexen, heel die jarenlange, soms levenslang opgebouwde Calimero-mentaliteit (zij zijn groot en ik ben klein, en dat is niet eerlijk), dat is gewoon een stuk van onszelf geworden. Net zoals onze automatisch opkomende gevoelens van achterdocht en wantrouwen. Wanneer dat allemaal wegvalt, valt ook een groot stuk zekerheid weg die we zo zorgvuldig opgebouwd hebben. Het lijkt wel of we onze persoonlijkheid zelf opgeven. Naakt staan. Wegzinken.

Jezus
En dan denk ik terug aan die film.
Aan die scene waarin Jezus Mack uitnodigt om met Hem over het water te lopen. Ongeloof, angst, maar uiteindelijk durft de man het toch. Hij laat alle angst varen en hij loopt over het water. Hij neemt een enorm risico, want hij laat al het vertrouwde los, laat alle gebaande wegen achter en maakt een sprong in het onbekende. Je moet goed beseffen: als je Jezus echt volgt, is er alleen nog het vertrouwen op God, alle andere zekerheden vallen weg.
En het lukt. En aan het eind van de film nog een grappige scene. Mack wil eens proberen of dat over-het-water-lopen hem ook alleen lukt. Maar hij zinkt.
En Jezus kijkt glimlachend toe en zegt: nee man, zonder mij lukt het je niet.
Ik geloof dat dat zo is. Ik ben er zelfs zeker van.