De Heer

Zondag 12 januari 2020, Doop van de Heer (jaar A)

Met het doopsel van Jezus vieren wij het derde openbaringsfeest en daarmee sluiten we de kersttijd meteen ook af. Eerst was er Kerstmis zelf, toen wij herdachten dat God zich aan ons liet kennen in een kind waar geen plaats voor was in de herberg.
Driekoningen was dan weer de herdenking van het feit dat Hij moet verkondigd worden aan elke mens en aan elk volk op deze wereld.
En de doop in de Jordaan onderstreept dan weer dat Jezus niet zomaar een groot figuur of een geweldige profeet was, maar dat in deze mens God zelf onder ons kwam wonen.
Dat wij uit onszelf God die “woont in het ontoegankelijk licht”, wel kunnen vermoeden, maar nooit kunnen kennen.
En dat die God zich daarom aan ons heeft laten kennen in een mens. De enige manier om ons de kans te geven ons enigszins een voorstelling van Hem te kunnen maken.

Uniek
Dat Jezus Gods Zoon is, dat in Hem God zich aan ons heeft getoond op de enige manier die voor ons begrijpelijk is, wil ook zeggen dat wij nooit tot God kunnen komen, tenzij door Jezus. Dat vraagt een woordje uitleg, omdat het heel erg exclusief en pretentieus klinkt en ook bijzonder onvriendelijk voor mensen met een ander geloof.
Maar dat lijkt alleen maar zo. Want dat je alleen via Jezus tot God kan komen, wil op geen enkele manier betekenen dat je alleen als christen tot God kan komen. Het wil alleen zeggen dat wij nooit tot God kunnen komen via woorden en handelingen die tegen de liefde ingaan, ook al lijken ze godsdienstig.
Concreet wil dat zeggen dat je bijvoorbeeld nooit God kan dienen door zijn zogenaamde vijanden uit de weg te ruimen. Want dat gaat regelrecht in tegen het wezen van God, zoals Jezus Hem leren kennen heeft.

Radicaal
Jezus leerde ons dat God liefde is. Dat God pure Liefde is. Niet liefde, + ook nog een beetje iets anders. Neen. Alleen liefde. Dat is wat Jezus ons leerde.
En als wij dat werkelijk geloven, dan beseffen wij ook dat alleen woorden en daden die ingegeven en doordrongen zijn van liefde, iets te maken hebben met God.
Het is een bijzonder radicaal principe, dat echter even onverbiddelijk is voor christenen als voor andersdenkenden. En het is meteen het enige principe waaraan christenen—je zou bijna zeggen fanatiek—moeten vasthouden.
Politieke ideologieën zullen altijd toestaan dat nu, in onze tijd, offers moeten gebracht en principes moeten ingeslikt worden, met het oog op een paradijselijke toekomst later.
Voor een christen kan dat niet. God is liefde. En dus kan je God nooit dienen door ook maar één mens de duivel aan te doen. Ook niet gedurende korte tijd.

Acties
Laten wij ons daarom focussen op het belang van die figuur van Jezus voor ons geloof. Op het feit dat Hij helemaal centraal staat in het christendom.
Dat klinkt vanzelfsprekend, maar de praktijk is toch wel anders.
De laatste jaren heeft naar mijn gevoel, binnen de Katholieke Kerk, het geloof in God en de persoonlijke band met Jezus heel sterk aan belang ingeboet ten voordele van sociale inzet, het bezig zijn met het verbeteren van de wereld.
Is dat wel een goede evolutie? Zagen wij daarmee de tak niet af waarop wij zitten? Gaan de sappen die voor nieuwe blaadjes moeten zorgen, ook in de toekomst blijven stromen?
Je kan dan wel zeggen: in een geseculariseerde maatschappij zijn er toch ook mooie acties voor het Goede Doel. Dat is zo. Maar durf je dan wel zien dat achter de façade van die grote acties, onze maatschappij zelf steeds ruwer, onverschilliger en gewelddadiger wordt? Het vanzelfsprekend elkaar helpen in het gewone leven is geruisloos aan het verdwijnen.
Het er vanzelfsprekend voor elkaar zijn van kinderen voor hun ouder wordende ouders, van individuen voor de gemeenschap, van rijke mensen voor armen, het is allemaal aan het verdampen.
Natuurlijk was dat vroeger ook niet altijd ideaal. Maar ik hou mijn hart vast om wat er gaat gebeuren als in onze maatschappij de christelijke humus helemaal verdwenen is.

Kern
Wij kunnen ons christendom zo maar niet in de kast zetten en denken dat wij die onvergelijkbare stuwkracht, dat kolossale elan dat van geloof uitgaat, kunnen vervangen door af en toe een actie voor het Goede Doel.
En daarom alleen al zullen wij wel verplicht zijn om terug te grijpen naar het geloof zelf en niet alles te verwachten van de moraal die er uit voortvloeit. Want die dreigt een kartonnen façade, een alibi te worden.
Wij moeten teruggrijpen naar de persoonlijke band met Jezus, teruggrijpen naar het gebed, teruggrijpen naar een echte diepdoorleefde relatie met God.
Ons geloof is voor een stuk verschrompeld tot sociale inzet aan de ene en devotionele praktijken aan de andere kant.
Maar in het christendom gaat het wezenlijk over het lijden, de dood en de Verrijzenis van Jezus. Over het inzicht dat Jezus de verrezen Heer is.
En dat wij, via onze relatie met Hem, opgenomen worden in het leven van God zelf. Niets minder dan dat.
Sociale inzet en devotionele praktijken horen daarbij. Maar los van Jezus, d.w.z. los van de Liefde dreigen ze elke duurzaamheid te verliezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s