Jezus en Darwin

Zondag 19 januari 2020, 2de zondag door het jaar (jaar A)

Een zondebok is iemand die, soms terecht, maar meestal onterecht, de schuld krijgt van zowat alles wat er fout loopt.
In de politiek maar ook in ons dagelijks samenleven wordt daar nogal eens handig gebruik van gemaakt.
Zowel het begrip zondebok als de uitdrukking “beladen met alle zonden van Israël”, hebben een Bijbelse oorsprong.
Eéns per jaar, op Jom Kipoer, de Grote Verzoendag, koos de hogepriester in Jeruzalem een geitenbok uit en die werd dan symbolisch beladen met al de zonden van het volk en daarna de woestijn ingejaagd om daar te sterven.
Als een offer voor al de fouten van de mensen. Een onschuldig offer uiteraard, want de bok werd geofferd voor wat de mensen hadden misdaan.
Het is duidelijk dat men in die tijd weinig gevoel opbracht voor dieren en naast het nut dat ze hadden voor onze voeding, hen vooral ook zag als een middel om de gunst van de goden af te kopen door hen te offeren.
Zelfs de Joden, die een toch al meer geëvolueerde godsdienst beleden, kenden nog dierenoffers. Denk maar aan de besnijdenis van Jezus, toen Maria en Jozef ook twee tortels moesten offeren.

Schuldbewustzijn
Vaak ging het offer bij de Joden om een teken van dankbaarheid, maar meestal was het een uiting van spijt voor wat ze verkeerd hadden gedaan.
Het was natuurlijk wel bijzonder handig dat ze een dier lieten boeten voor hun eigen zonden, maar belangrijk voor ons nu is wel dat de Joden (onze “geestelijke voorouders”) een sterk zondebesef hadden, een sterk bewustzijn dat ze tekortschoten tegenover God, dat ze niet altijd leefden zoals het zou moeten. En dat is positief.
Je moet er natuurlijk wel voor zorgen dat dit gevoel van schuldig zijn ook niet extreem wordt, want dan krijg je een vals schuldbewustzijn en durf je nog nauwelijks te leven. Tijdens de preutse Victoriaanse tijd bijvoorbeeld was dat zeker het geval en Freud was daar het gelukkige antwoord op.
Maar een gezond schuldbewustzijn is een zegen, zowel voor de samenleving als voor het individu. Waar dat gezond schuldbewustzijn stilaan verdampt, krijg je meer egoïstisch ingestelde individuen en bijgevolg ook een maatschappij die steeds ruwer en onveiliger wordt.
Voor christenen is het besef van tekortschieten uiteraard nog meer vanzelfsprekend omdat het absolute ijkpunt waar ze zich op richten een God is die als Pure Liefde gezien wordt. En t.a.v. die God kan je alleen maar minnetjes uitvallen.

Levensdrift
Vandaar ook de enorme nood aan vergeving en bevrijding.
Want er is niet alleen het gevoel van tekortschieten, van zonden en fouten.
Je wil er als christen ook vanaf. Je wil doen wat God van je vraagt, je wil dichter bij Hem komen. Je wil een goed en liefdevol leven uitbouwen, maar het is zo aartsmoeilijk. Je vervalt voortdurend in het verkeerde.
In ons zijn immers allerlei mechanismen aan het werk die ingaan tegen ons verlangen om een goed en liefdevol mens te zijn. En die mechanismen zijn ingebakken in onze natuur. Het zijn zelfs stuwende krachten, die een belangrijke rol gespeeld hebben in onze biologische evolutie en die ons triomfantelijk gebracht hebben tot wie we nu zijn.
Krachten die vaak veel sterker zijn dan onze wil.
En toch, hoe ouder je wordt, hoe meer je over al die dingen nadenkt en er ook rond mediteert en bidt, hoe meer je ervan overtuigd geraakt dat het inderdaad om puur biologische krachten gaat die alles te maken hebben met blinde instandhoudingsdrang. Met overleven, met overwinnen en met het uitschakelen van al wat je daarbij in de weg loopt.

Liefde
Maar je komt er ook achter dat het diepste verlangen in de mens iets heel anders is.
Dat het diepste verlangen in ons een verlangen is naar liefde.
Precies het tegenovergestelde dus van wat onze primaire biologische driften willen.
Maar wel helemaal overeenkomend met wat Jezus van ons vraagt en met de richting die Hij ons wijst. Je moet echt geen groot geleerde zijn om te beseffen dat wat Jezus van ons vraagt en waarbij Hij ons wil helpen, de enige echte weg is naar de volledige ontplooiing van ons menszijn.
Niet het volgen van onze dierlijke impulsen, het streven naar altijd maar meer macht en aanzien maken een mensenleven geslaagd, maar juist het onder controle brengen van die driften.
Want dát is groeien als mens. Dat is een geslaagd menselijk leven uitbouwen. Met Gods hulp de ‘struggle for life’ langzaam, maar zeker ombouwen tot een ‘struggle for love’. Van een bangelijk, ruziemakend, altijd op concurrentie en vijandigheid beducht wezentje uitgroeien tot een sterke man, een sterke vrouw die zichzelf durft riskeren in het zich geven aan anderen.
Zolang je nog in de eerste, driftmatige, verdedigende fase zit, lijken de eisen van Jezus pure beknotting van het leven. Pas als je doorzet, besef je de waarheid van zijn woorden: “Ik ben gekomen opdat mensen leven zouden hebben, en wel in overvloed”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s