Agnus Dei

Zondag 26 januari 2020, 3de zondag door het jaar (jaar A)

Als je een homilie uitschrijft dan moet je, net zoals bij een opstel, je houden aan een strak schema. Als je zomaar begint te schrijven, dan brengt de ene gedachte de andere mee. En dan weet je wel waar je begint maar niet waar je eindigt.
In ieder geval niet waar je wilde eindigen. Opeens zijn de twee pagina’s vol en ook je 7 minuten “preektijd” zijn dus om.
Vorige week overkwam me dat. Ik begon over de zondebok, een gegeven uit het Oude Testament dat in het Nieuwe (Testament) duidelijk toegepast werd op Jezus. Maar ik verloor me zodanig in het uitweiden dat aan het eind van mijn betoog bleek dat ik op geen enkele manier de link had gelegd tussen Jezus en de zondebok. Omdat dit echter een belangrijk gegeven is in ons geloof, kom ik er vandaag op terug.

Paradox
Want je vindt die gedachte inderdaad overal, bij alle verschillende christelijke gezindten terug. Zowel bij de katholieken als bij orthodoxen en protestanten en bij al de honderden verschillende “schakeringen” ervan vind je de gedachte dat Jezus door zijn kruisdood “de zonden van de wereld op zich genomen heeft”.
Dat Hij “voor onze zonden gestorven is”. Dat Hij de wereld “door zijn kruisdood heeft verlost”. Het zijn onthutsende uitspraken.
De laatste tijd is er overigens nogal wat bezwaar gerezen tegen dit soort formuleringen omdat ze God tekenen als een soort tiran, die genoegdoening eist en offers wil om begane fouten uit te boeten. Tot zelfs de afschuwelijke kruisdood van zijn Zoon. Een gedachte die toch totaal niet overeenkomt met het beeld van de liefdevolle Vader dat Jezus zelf ons heeft geleerd.

Schuldbesef
Maar anderzijds is het toch ook duidelijk dat mensen echt wel weet hebben van de dingen die ze verkeerd doen, van hun fouten, van de misdaden die ze begaan.
Toen de soldaten en de politieke kopstukken Jezus aan het kruis hadden geslagen, riep Hij: “Vader, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen”.
Maar wij weten het wel. En maar al te goed zelfs.
Wij doen voortdurend dingen waar we heel goed van weten dat dit eigenlijk niet kan. Gedachten en handelingen waarvan we als gelovigen heel goed weten dat ze tegen God, d.w.z. tegen de liefde ingaan.
Wij zijn wel bijzonder knap in het vinden van argumenten om onze houding te verantwoorden.
Meestal volstaat zelfs de eenvoudige bedenking dat wij toch ook goed voor onszelf moeten zorgen.

Plaatsvervangend
Niet iedereen leeft even bewust, dat is waar.
Maar zelfs mensen die heel goed beseffen dat ons diepste verlangen, het verlangen naar liefde is, laten toch toe dat dat verlangen heel vaak weggedrukt wordt door egoïstische reflexen.
Als God inderdaad een liefdevolle Vader is, dan kan het niet anders of wij moeten in zijn ogen nukkige kinderen zijn. Dan kan het niet anders of zijn eindeloze liefde wordt even eindeloos teleurgesteld als Hij naar ons kijkt.
Wij zijn tot prachtige dingen in staat, wij kunnen soms tot op grote hoogte onszelf wegcijferen om er te zijn voor anderen. Wij kunnen op uitzonderlijke momenten heel ver gaan in het ingaan op Gods wil. Maar de gevraagde, totale overgave, het volmaakte geloof, dat heeft Jezus in onze plaats en in onze naam moeten tonen. En in die zin is Hij inderdaad voor ons gestorven.

Ultieme overgave
De absolute verschrikking in de Olijfhof was niet het zicht op de kruisdood.
Er was iets nog veel ergers: de totale verlatenheid. Vragen om de kelk weg te nemen. Maar er komt alleen maar stilte. Er is niemand om je te redden, niemand die om je geeft. De diepste put waarin iemand kan worden neergelaten . . . Verlaten door God en door de mensen.
En zelfs dan nog durven vertrouwen en geloven: niet mijn wil, maar Uw wil.
Zelfs dan nog weigeren je woorden, je daden, je hele leven te verloochenen.
Die ultieme overgave, dat bijna bovenmenselijk vertrouwen, dat moest iemand in onze plaats, in onze naam doen. Jezus heeft dat gedaan. Uit liefde voor ons.
Ervoor gezorgd dat wij in het reine gekomen zijn met God.
Je mag daar gerust een andere formulering voor gebruiken.
Ons geloof zegt alleen dat we dankzij Jezus (zijn leven en zijn dood) in het reine gekomen zijn met God. Hoe het werkt is een theorie, en dus van ondergeschikt belang.
Wat mij persoonlijk het meest aanspreekt is dat Hij, van God en mens verlaten, niet vluchtte, maar doorging, geen enkel woord terugnam en bleef vertrouwen op God, ONDANKS ALLES.

Diep tragisch
Zonder twijfel het meest pijnlijke dat ik soms meemaak, is wanneer iemand op het eind van een mooi leven tegen mij zegt: “Ik heb spijt dat ik zo geleefd heb, altijd maar zorgend voor anderen. Als ik het nog kon herdoen, ik zou veel meer profiteren, veel meer erop los leven.”
Het diep-tragische ervan is dat het vaak gaat om mensen die echt goed geleefd hebben, maar die nu aan het eind ten prooi vallen aan diepe twijfels omdat de tijdsgeest helemaal tegenzit en “zorgen voor jezelf” nog het enige gebod lijkt te zijn.
Wij moeten krachtig tegen die nare gevoelens ingaan. En zo’n lieve, goede mensen helpen opdat ze tevreden en vol vertrouwen de eeuwigheid ingaan.
Zij hebben een leven geleid dat waard is om met eeuwigheid te worden bekleed. Ze hebben er recht op om met diepe tevredenheid op hun leven terug te kijken. En dat mag hun niet worden afgenomen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s