Niet normaal. Anders.

Zondag 23 februari 2020, 7de zondag door het jaar (jaar A)

Je kan niet zeggen dat de Kerk vandaag hoog scoort in de publieke opinie. Toch niet hier in West-Europa.
Een beetje meidengroep, quizmaster of influencer is momenteel met groot gemak populairder dan de organisatie die 2000 jaar lang de drager van onze beschaving is geweest. Je kan dat terecht vinden of niet, begrijpelijk of juist niet. Maar het is een feit. En voor christenen is dat geen aangename situatie.
Wij zijn een beetje ontheemden geworden in een maatschappij die we zelf voor een groot stuk gevormd en gedragen hebben.

Verlangen
Soms gebruikt men daar het woord “ballingschap” voor en dat is niet eens slecht gekozen. Zoals de joden zich voelden in Babylon, zo zijn wij in zekere zin ballingen geworden in onze eigen maatschappij. Op zich is dat echter geen verkeerd gevoel. Zolang je maar blijft verlangen naar en dromen van Jeruzalem.
Maar dan wel het nieuwe Jeruzalem. Christenen verlangen niet naar een terugkeer van vroegere toestanden, van oude structuren en machtsdromen. Ze zijn zich niet alleen bewust van de mooie dingen die ze gerealiseerd hebben. Ze hebben ook geleerd van de fouten uit het verleden. En ze verlangen alleen naar een hergeboorte van het enthousiaste geloof dat aan de basis lag van het ontstaan en de explosieve groei van de Kerk. Omdat die Kerk in die tijd echte bevrijding bracht voor miljoenen mensen.
Wij kunnen ons geen idee meer vormen van de vervoering die de komst van het christendom teweegbracht in de oude afgeleefde wereld van het Romeinse keizerrijk. Auteurs spreken over “a tremendous sense of salvation”, een overrompelend gevoel van gered-zijn, dat de komst van het christendom teweegbracht.

Anders leven
Wie waren die nieuwe christenen? Eén van hun meest opvallende kenmerken was dat ze zich op geen enkele manier confirmeerden met de moraal en de mentaliteit van die oude afgeleefde wereld.
Ze stelden zich niet vijandig op tegenover de overheid of de wetten van het land, maar ze brachten een heel andere manier van omgaan met elkaar.
Ze sloegen voor het eerst in de geschiedenis een golf van solidariteit los in en tussen alle lagen van de bevolking. En dat was volslagen nieuw. De oude wereld kende dat niet.
Toen men de respectabele Romeinse wijsgeer Cato de Oude vroeg wat mensen konden doen als ze arm waren, antwoordde hij: “Ze kunnen altijd nog zelfmoord plegen”. Dat was de mentaliteit. Maar christenen waren anders.
De welgestelden ontfermden zich meer over de armen, de zieken werden verzorgd, de eenzamen en de wanhopigen opgezocht en moed ingesproken.
De christenen waren niet uit op macht, ze predikten geen politieke revolutie, die bijna altijd alleen maar maakt dat de onderdrukten van vandaag de onderdrukkers van morgen worden.

Zoals Jezus
Ze leefden gewoon anders dan de andere mensen. Ze probeerden zoveel mogelijk te leven zoals Jezus hun dat vroeg. Ze beleefden de waarden van het evangelie niet alleen in hun gezin, maar ze brachten ook broederlijkheid en warmte in hun sociale relaties. Ze noemden elkaar broeder en zuster en ze gingen zorgzaam om met elkaar. En dat maakte zo’n indruk op de heidenen dat die massaal gingen toetreden tot de nieuwe beweging die zich Kerk ging noemen. Wij moeten precies hetzelfde doen. Wij moeten gewoon anders leven dan de wereld voorschrijft. Wij moeten gewoon onze goesting doen. Niet wat de wereld van ons wil, maar onze eigen goesting. Dat wil zeggen: Gods goesting doen. Leven zoals Jezus ons dat vraagt in zijn evangelie.
Als we dat doen zijn we, vaak onbewust, bezig met te evangeliseren en spreken wij de mensen terug aan.

Verleuken
Zoals ik een tijdje geleden al zei i.v.m. de catechese van kinderen.
Wij moeten in de liturgie met kinderen nooit proberen allerlei Ketnet- en Kzoom-toestanden binnen te loodsen. Dat kan voor het kind wel plezant zijn op het moment zelf, maar dat is niet duurzaam en heeft al helemaal geen religieuze betekenis. Terwijl kinderen juist openstaan voor het sacrale en het religieuze dat ze op de meest natuurlijke wijze van bij hun geboorte meegekregen hebben. Het spontane openstaan voor wat ons overstijgt, wordt zelfs helemaal dichtgetimmerd door vieringen die door oudere mensen zijn bedacht met de bedoeling het allemaal wat “leuker” te maken voor kinderen. Maar leuk alleen heeft duidelijk geen enkel effect op termijn. Iets gelijkaardigs geldt voor ons, volwassenen.

Anders
Als wij terug wervend willen zijn, dan moeten wij ons vooral niet te fel aanpassen aan de huidige wereld. Want de ongeschreven en onuitgesproken maar zeer nadrukkelijke wet van deze wereld is: “Zorg voor jezelf en zorg dus dat je geld hebt. Rijk worden is het ultieme doel.”
Wij moeten daar niet te veel tegen preken, maar gewoon leven vanuit de overtuiging dat dat onzin is. Wij moeten ons niet aanpassen. Wij moeten niet per se tonen dat we ook modern zijn. Wij moeten niet per se tonen dat we normaal zijn. Wij zijn niet normaal. De dag dat wij normaal zijn, lopen we mee met de menigte. En dat kunnen wij niet maken. Wij zijn volgelingen van een man die door meelopers tegen het kruis werd geschreeuwd.

Vermomde vijand

Zondag 16 februari 2020, 6de zondag door het jaar (jaar A)

Dit is een evangelielezing die choqueert, en wel om meerdere redenen.
Om te beginnen is er die onthutsende uitspraak: “Denk niet dat Ik gekomen ben om wet en profeten op te heffen; Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling ervan te brengen”.
Wie dus een van die voorschriften (bedoeld wordt de wetten en de voorschriften uit het Oude Testament) opheft en zo de mensen leert, zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen.
Je moet daar toch wel even voor gaan zitten. Want als Jezus met 1 typische gewoonte van religies gebroken heeft, dan is het wel met de hebbelijkheid om de mensen met allerlei geboden en verboden om de oren te slaan.
Van Jezus meenden we toch te weten dat Hij alleen het gebod om elkaar te beminnen heeft overgehouden.

Stijlfiguren
En dat is natuurlijk ook zo. Want als je verder leest, dan merk je dat Hij de diepere zin van al die oude voorschriften onthult. En de diepere zin van al die geboden en verboden is geen andere dan proberen te komen tot vormen van samenleven waarin mensen mekaar respecteren en beminnen.
Maar wat dat betreft is Hij dan wel radicaal en schuwt Hij in zijn uitspraken geen overdrijvingen. Zonder twijfel zijn die overdrijvingen stijlfiguren om de aandacht te scherpen en het belang van zijn statement te onderstrepen.
Ze zijn duidelijk niet bedoeld als een advies dat je letterlijk moet nemen.
Als Hij zegt dat “Gij zult niet doden” alleen niet genoeg is. Dat “wie idioot zegt tegen zijn broeder, zal branden in de hel”. En dat je, “als je hand je hindert, je ze dan maar beter afhakt”, dan begrijpt iedereen dat je dat niet letterlijk in praktijk moet brengen.

Destructieve kracht
Maar dat voor Jezus de eis om elkaar graag te zien wel dwingend en absoluut is. Hij gaat daar niet licht over. Jezus weet waar Hij het over heeft. Er woedt in elke mens een strijd en Hij kent de tegenstander.
Hij weet dat je de strijd niet kan winnen met wollige en goed menende uitspraken en met het zoeken naar geruststellende compromissen.
De tegenstander is een oerkracht die schuilt in ieder van ons. Een primitieve kracht die ons ertoe brengt alleen maar met onszelf bezig te zijn en meedogenloos neer te slaan al wie ons daarbij in de weg loopt: al de anderen.
Het is een nietsontziende, destructieve kracht die vriendschappen kapot maakt, gezinnen uit elkaar drijft, groepen tegen elkaar opzet. Het is een vernietigende kracht die triomfantelijk met ons door de geschiedenis gaat en oorzaak is van oorlogen, slavernij en onderdrukking.
Het is een kracht die niet alleen de anderen onderdrukt maar ook onszelf tot slaaf maakt van onze laagste driften.

Strijd
Jezus wil de mensen niet met wetten en verordeningen om de oren slaan.
Hij wil mensen niet beknotten of inperken. Hij wil ons juist bevrijden.
“Ik ben gekomen”, zegt Hij, “opdat ze leven zouden hebben en wel in overvloed”.
Maar om dat volle leven te bereiken, om een mooi en gelukkig leven uit te bouwen, is het belangrijk dat wij beseffen wie de vijand is.
Het is immers een vijand die zich vermomd heeft als bondgenoot en strijdmakker, als onze beste vriend. De neigingen tot egoïsme en genotzucht, eerzucht en machtswellust beloven ons leven te vervullen, want daar gaat het over, maar uiteindelijk maken ze het tot een hel. Niet alleen voor anderen, maar ook voor onszelf.
En ze leven diep in ons, in ieder van ons.
Ze moeten dus niet op de eerste plaats bestreden worden bij “de anderen”, maar in onszelf.
Jezus is geen ideoloog, geen politiek strateeg die het kwaad situeert buiten ons en die plannen ontwerpt om de boosheid bij anderen te bestrijden.
Natuurlijk moeten wij onszelf ook teweerstellen tegen de boosheid van anderen.
Maar dat kan alleen maar tot een verschrikkelijke escalatie leiden, als wij niet beginnen met het kwaad in onszelf te bestrijden.

Morele groei
Als we eerlijk zijn moeten we toegeven dat we dat werken aan onszelf een beetje uit het oog verloren hebben.
Toegegeven, in de tijd dat de Kerk de hele maatschappij richting gaf, haar bemoederde en bevoogde, hadden wij misschien te veel aandacht voor ons eigen kwaad en de plicht om te werken aan onszelf.
En hadden wij te weinig oog voor het kwaad dat van buitenaf ons leven binnendringt, het kwaad dat wordt aangericht door een slechte wetgeving en maatschappelijke structuren bijvoorbeeld.
Maar zitten we vandaag niet in het andere uiterste?
Situeren wij het kwaad niet te veel en te vlug buiten onszelf?
Mensen willen genieten van het leven en gelukkig zijn.
Maar voelen wij daarnaast ook nog de drang om uit te groeien tot een moreel hoogstaande mens? Tot een liefdevolle mens. Want dat is toch het doel van ons leven hier op aarde. Wij moeten dat blijven in het oog houden.
Want als dát wegvalt, dan worden alle middelen goed om het eigen geluk te bereiken.
En wordt onze enige bekommernis: niet betrapt worden…

Christelijk zelfbewustzijn

Zondag 9 februari 2020, 5de zondag door het jaar (jaar A)

Toen ik nog een kind was, stond in één van onze handboekjes op school, ik veronderstel dat van godsdienst, dat België het katholiekste land van de wereld was. En wij, jongens van de gemeenteschool van juffrouw Bas, hoe raar dat nu ook moge klinken, waren daar heel fier op.
Wij hadden tenslotte ook niet zoveel om mee uit te pakken, want wij hadden al vlug door dat ons land voor de rest niet zoveel voorstelde.
Uit het aardrijkskundeboekje wisten we bijvoorbeeld dat Belgisch Congo 80 keer groter was dan België. En in het voetbal verloren we soms met 12-0 van Nederland. Maar wij waren dan toch tenminste het katholiekste land van de wereld. En dat kon niemand ons afnemen.
De feiten waren door dat handboekje wel een beetje bij het haar getrokken want ook in die tijd waren landen als Polen, Ierland en Spanje nog veel katholieker dan België. Maar dat wisten wij niet. En we waren fier op wat we meenden te weten. Wij hadden dan tenminste toch iets waar we in uitblonken.
Kunt u zich dat nu nog voorstellen? Dat jongens van 10-11 jaar of zelfs oudere mensen fier zijn op het feit dat wij katholieker zijn dan anderen? Ondenkbaar gewoon.

Uiterst rechts?
Zijn wij trouwens nog ergens fier op? Fier op onze nieuwe vriendin, ja. Of fier op onze wagen, op ons huis of op het goede schoolrapport van onze kinderen. Jazeker.
Maar ik bedoel: zijn we nog fier op wat we samen bereikt hebben?
Zijn we nog fier op waar we samen als gezin, als groep of als volk voor gestreden hebben, het onheil waar we ons collectief tegen verzet hebben en dat we hebben afgewend?
Durven wij nog fier zijn op onze geschiedenis, onze identiteit, ons geloof? Ik gebruik met opzet het woordje “durf”, want het lijkt in onze tijd serieus onbehoorlijk om te zeggen dat je fier bent Europeaan, Belg, Vlaming of katholiek te zijn. Is dat immers niet een beetje racistisch, ruikt dat niet een beetje naar uiterst rechts?
Wat is dat toch voor flauwekul!
Enkele weken geleden nog verklaarde de vroegere Amerikaanse ambassadeur in Brussel dat de Europeanen veel te weinig zelfbewust zijn, dat ze veel belangrijker zijn dan ze zelf durven denken.

Genoeg geweest
Wij moeten eindelijk eens af van dat eindeloos mea culpa geklop.
Het is zeker waar dat wij alert moeten zijn en bewust van de fouten uit het verleden om te voorkomen dat de wandaden van nazisme en communisme zich ooit nog kunnen herhalen. Maar er is niks mis met een gezond nationaal gevoel.
Is het bijvoorbeeld niet zielig dat 75 jaar na de oorlog Duitsers van nu, die toen nog niet eens geboren waren, nog altijd geacht worden zich te verontschuldigen voor wandaden die ze niet zelf bedreven hebben?
Terwijl katholieken na 1000 jaar nog om de haverklap de kruistochten op hun bord uitgeschept krijgen. Wij moeten wat er verkeerd was in het verleden niet onder de mat vegen (hoewel de kruistochten echt nog wel anders te duiden zijn dan als pure westerse en christelijke agressie!)
Maar we mogen onszelf niet ongelukkig maken door de fouten uit ons verleden zodanig uit te vergroten dat wij niet meer fier durven zijn op het geheel.

Bredere plaatje
En dat geldt in het bijzonder ook voor ons geloof.
Ook als je perfect op de hoogte bent van al de hansworsterijen van de Borgia’s en hun gemijterde lookalikes, dan nog kan je nog vol bewondering staan voor wat de Kerk betekend heeft voor de westerse cultuur en de menselijke beschaving in het algemeen.
En ook al kon die Kerk zich soms heel autoritair en onderdrukkend opstellen voor groepen en individuen, dan nog zie je toch ook wel de immense betekenis ten goede die ze gehad heeft doorheen de hele geschiedenis, niet alleen voor moraal en cultuur maar ook voor ontelbare mensen op de sukkel: zieken, armen, mensen waar niemand anders ooit naar omzag.
Persoonlijk hou ik trouwens vooral van de Kerk en van het geloof omdat ik er van overtuigd ben dat wat ze verkondigen gewoon waar is. En dus niet op de eerste plaats omdat het waardevol en goed is voor mens en maatschappij, hoezeer ik daar ook van overtuigd ben.

Geloofsoverdracht
Ik denk dat het de hoogste tijd wordt dat wij gelovigen terug meer zelfbewust worden en fier op ons geloof. In die mate dat we het ook terug enthousiast kunnen doorgeven aan de volgende generaties.
Want waar zijn we tegenwoordig mee bezig?
Bijna al onze inspanningen op het gebied van geloofsoverdracht zijn er op gericht om de kerkelijke vieringen “aangenamer”, “kind-vriendelijker” en “eigentijdser” te maken. Op zich is daar niks op tegen maar eigenlijk gaan wij er dan vanuit dat het geloof, zonder die opsmuk, niet aanspreekt. En dat is niet zo. Er is niets natuurlijker dan religieus geloof, het besef dat wij deel uitmaken van een groter geheel. Iedere mens krijgt dat mee met zijn geboorte.
Het is dát besef dat wij bij onze kinderen terug moeten aanspreken en ontwikkelen.
Het is maar zeer de vraag of wij dat op de juiste manier aanpakken als wij in het gezin, de school en de catechese al beginnen met ervan uit te gaan dat het religieuze-op-zich niet aanspreekt en dus moet “ver-leukt” worden.
Ik vrees dat juist dat “leuke” te vluchtig is om kinderen echt aan te spreken.