Vermomde vijand

Zondag 16 februari 2020, 6de zondag door het jaar (jaar A)

Dit is een evangelielezing die choqueert, en wel om meerdere redenen.
Om te beginnen is er die onthutsende uitspraak: “Denk niet dat Ik gekomen ben om wet en profeten op te heffen; Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling ervan te brengen”.
Wie dus een van die voorschriften (bedoeld wordt de wetten en de voorschriften uit het Oude Testament) opheft en zo de mensen leert, zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen.
Je moet daar toch wel even voor gaan zitten. Want als Jezus met 1 typische gewoonte van religies gebroken heeft, dan is het wel met de hebbelijkheid om de mensen met allerlei geboden en verboden om de oren te slaan.
Van Jezus meenden we toch te weten dat Hij alleen het gebod om elkaar te beminnen heeft overgehouden.

Stijlfiguren
En dat is natuurlijk ook zo. Want als je verder leest, dan merk je dat Hij de diepere zin van al die oude voorschriften onthult. En de diepere zin van al die geboden en verboden is geen andere dan proberen te komen tot vormen van samenleven waarin mensen mekaar respecteren en beminnen.
Maar wat dat betreft is Hij dan wel radicaal en schuwt Hij in zijn uitspraken geen overdrijvingen. Zonder twijfel zijn die overdrijvingen stijlfiguren om de aandacht te scherpen en het belang van zijn statement te onderstrepen.
Ze zijn duidelijk niet bedoeld als een advies dat je letterlijk moet nemen.
Als Hij zegt dat “Gij zult niet doden” alleen niet genoeg is. Dat “wie idioot zegt tegen zijn broeder, zal branden in de hel”. En dat je, “als je hand je hindert, je ze dan maar beter afhakt”, dan begrijpt iedereen dat je dat niet letterlijk in praktijk moet brengen.

Destructieve kracht
Maar dat voor Jezus de eis om elkaar graag te zien wel dwingend en absoluut is. Hij gaat daar niet licht over. Jezus weet waar Hij het over heeft. Er woedt in elke mens een strijd en Hij kent de tegenstander.
Hij weet dat je de strijd niet kan winnen met wollige en goed menende uitspraken en met het zoeken naar geruststellende compromissen.
De tegenstander is een oerkracht die schuilt in ieder van ons. Een primitieve kracht die ons ertoe brengt alleen maar met onszelf bezig te zijn en meedogenloos neer te slaan al wie ons daarbij in de weg loopt: al de anderen.
Het is een nietsontziende, destructieve kracht die vriendschappen kapot maakt, gezinnen uit elkaar drijft, groepen tegen elkaar opzet. Het is een vernietigende kracht die triomfantelijk met ons door de geschiedenis gaat en oorzaak is van oorlogen, slavernij en onderdrukking.
Het is een kracht die niet alleen de anderen onderdrukt maar ook onszelf tot slaaf maakt van onze laagste driften.

Strijd
Jezus wil de mensen niet met wetten en verordeningen om de oren slaan.
Hij wil mensen niet beknotten of inperken. Hij wil ons juist bevrijden.
“Ik ben gekomen”, zegt Hij, “opdat ze leven zouden hebben en wel in overvloed”.
Maar om dat volle leven te bereiken, om een mooi en gelukkig leven uit te bouwen, is het belangrijk dat wij beseffen wie de vijand is.
Het is immers een vijand die zich vermomd heeft als bondgenoot en strijdmakker, als onze beste vriend. De neigingen tot egoïsme en genotzucht, eerzucht en machtswellust beloven ons leven te vervullen, want daar gaat het over, maar uiteindelijk maken ze het tot een hel. Niet alleen voor anderen, maar ook voor onszelf.
En ze leven diep in ons, in ieder van ons.
Ze moeten dus niet op de eerste plaats bestreden worden bij “de anderen”, maar in onszelf.
Jezus is geen ideoloog, geen politiek strateeg die het kwaad situeert buiten ons en die plannen ontwerpt om de boosheid bij anderen te bestrijden.
Natuurlijk moeten wij onszelf ook teweerstellen tegen de boosheid van anderen.
Maar dat kan alleen maar tot een verschrikkelijke escalatie leiden, als wij niet beginnen met het kwaad in onszelf te bestrijden.

Morele groei
Als we eerlijk zijn moeten we toegeven dat we dat werken aan onszelf een beetje uit het oog verloren hebben.
Toegegeven, in de tijd dat de Kerk de hele maatschappij richting gaf, haar bemoederde en bevoogde, hadden wij misschien te veel aandacht voor ons eigen kwaad en de plicht om te werken aan onszelf.
En hadden wij te weinig oog voor het kwaad dat van buitenaf ons leven binnendringt, het kwaad dat wordt aangericht door een slechte wetgeving en maatschappelijke structuren bijvoorbeeld.
Maar zitten we vandaag niet in het andere uiterste?
Situeren wij het kwaad niet te veel en te vlug buiten onszelf?
Mensen willen genieten van het leven en gelukkig zijn.
Maar voelen wij daarnaast ook nog de drang om uit te groeien tot een moreel hoogstaande mens? Tot een liefdevolle mens. Want dat is toch het doel van ons leven hier op aarde. Wij moeten dat blijven in het oog houden.
Want als dát wegvalt, dan worden alle middelen goed om het eigen geluk te bereiken.
En wordt onze enige bekommernis: niet betrapt worden…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s