Virus

Zondag 8 maart 2020, 2de zondag van de veertigdagentijd (jaar A)

U weet ongetwijfeld dat het Vaticaan strikte regels heeft uitgevaardigd i.v.m. de strijd tegen het coronavirus. Die orders worden onmiddellijk doorgegeven door de bisschoppen en je kan er zeker van zijn dat ze worden nageleefd tot in de meest afgelegen kerkjes van Amazonië, Oost-Timor en Papoea-Nieuw Guinea.
Soms heeft de strakheid van een organisatie als de Katholieke Kerk ook zo zijn voordelen. Waarover gaat het?
Er treden per direct een aantal, uiteraard tijdelijke, maar zeer strikte bepalingen in voege.
Geen wijwater meer om je te bekruisen bij het binnenkomen van de kerk.
Geen communie meer op de tong. Beperking van het aantal mensen die de communie uitdelen en in achtneming van strikte hygiënische regels.
Bij de vredeswens worden gelovigen verzocht zich te beperken tot een vriendelijk knikje. Geen handen schudden meer. En ook niet kussen.
Zelfs je eigen vrouw mag je niet kussen. En ook niet die van iemand anders.
Maar dat mocht vroeger ook al niet.
We gaan ons daar ook strikt aan houden. We mogen zeker niet paniekerig gaan doen. Maar het gaat hier toch om een ernstige zaak.
En de maatregelen die Rome neemt zijn verantwoord en weloverwogen.
Ik zou daar toch graag enkele bedenkingen bij leggen.

Beïnvloeding
Ik denk niet dat het veel problemen zal geven om de handelingen en gebaren die nu worden opgeschort later opnieuw in te voeren. Dat zal het probleem niet zijn.
Maar waar wij ons meer zorgen kunnen over maken, is de mogelijkheid dat heel de heisa rond dat virus bijna onmerkbaar onze kijk op de mensen om ons heen gaat beïnvloeden.
Als wij inderdaad overal vermijden om handen te schudden—en gedurende de periode dat het virus actief is, is dat zeker aangewezen—dan is het gevaar niet denkbeeldig dat wij ons ook daarna meer gereserveerd zullen opstellen t.a.v. buren en collega’s. Zelfs tegenover familieleden en vrienden.
Want terwijl wij deze dagen ons gelleke en ons fleske met ontsmettingsalcohol overal meezeulen zijn we ook stilletjes, zij het ongewild, bezig “de ander” anders te bekijken.

Heimelijk
Die mag mij dan al sympathiek zijn, hij of zij is toch ook een mogelijke bron van infecties. Het klinkt misschien overdreven.
Maar we moeten hier toch alert zijn. Het gaat hier om psychologische processen die wij vaak niet onder controle hebben.
Over beelden die zich vormen en vastzetten buiten onze wil om. Wij moeten daar alert voor zijn.
Wij waren de laatste jaren eindelijk wat losgekomen van de traditionele Hagelandse stugheid. Wij zijn na eeuwen van serieus en stoer zijn eindelijk wat meer zuiders en joyeuzer geworden in onze omgang met elkaar.
Wij mogen dat niet zomaar terug opgeven.
Wij komen van ver. Positieve emoties van warmte en genegenheid werden vroeger zelden of nooit getoond. Negatieve emoties wel.
Kwaad zijn en schreeuwen en vloeken, iedere Vlaamse streekroman staat er vol van. Maar liefde tonen en warmte, dat deed je beter niet in het publiek.
En al helemaal niet als man.
Als christenen gaan wij er echter van uit dat God Liefde is.
En van daaruit kan onze voornaamste betrachting in de relaties tussen mensen alleen maar zijn: het bevorderen van vriendschap, genegenheid en samenwerking.

Alert
Wij kunnen niet genoeg op onze hoede zijn voor het gevaar van een mentaliteit die zich geruisloos zou kunnen gaan nestelen in onze geest.
Wij moeten dat niet onderschatten.
Wij dachten dat we alles al gehad hadden wat betreft het wantrouwen van anderen. Wij hebben in onze lange menselijke geschiedenis al misprijzen en afkeer gekend t.a.v. mensen met een andere nationaliteit, een ander geloof, een andere huidskleur, een andere geaardheid, een ander voorkomen.
En dat is al erg genoeg.
Maar kunt u zich voorstellen in wat voor een wereld wij terechtkomen als je iedereen, elke andere mens, gaat zien als een bedreiging? Als elke andere mens gezien wordt als iemand die je kan besmetten, als iemand die je gezondheid in de vernieling kan draaien.

Herstellen
Voor het samenleven van mensen zou die mentaliteit een even dodelijk virus zijn als welke coronabesmetting ook.
Het beste dat wij kunnen doen is nu strikt de richtlijnen van de overheid volgen.
Maar eens dat het gevaar geweken is, moeten wij onmiddellijk het verloren terrein terugnemen.
Wij zijn hier om elkaar lief te hebben. Niet om schrik te hebben van elkaar.

Geld: god én duivel

Zondag 1 maart 2020, 1ste zondag van de veertigdagentijd (jaar A)

In een artikel in Tertio vestigt een Amerikaanse theologe onder meer de aandacht op een merkwaardig verschijnsel dat wij met enig speuren in onze herinneringen kunnen bevestigen. Het feit namelijk dat je tot de jaren 80 op tv Amerikaanse feuilletons had met verhalen over gewone mensen, die niet rijk of machtig waren, maar die zo goed mogelijk de strijd aangingen met het leven en met alles wat hun overkwam. Denk aan “Lassie”, “Kleine Huis op de Prairie”, “Bonanza”, “Vader weet het beter”. Van dan af echter, vanaf de jaren 80, kwamen rijkdom en macht steeds meer in beeld. Denk aan “Dallas” tot en met de hedendaagse zogenaamde “Reality-tv”, waarbij je ademloos kan volgen hoe superrijke mensen met hun mooie lichamen hun dagen doorbrengen, vaak in een sfeer van een bodemloze onbenulligheid.

Invloed
Je kan daar wel je neus voor ophalen en zeggen: “Ik kijk niet naar zo’n brol”.
En zowat iedereen zegt dat. Maar ondertussen wijzen onderzoeken uit dat wereldwijd massaal veel mensen de Kardashians ademloos volgen.
En blijkbaar niet genoeg krijgen van programma’s als “The sky is the limit”.
Nu staan er in het evangelie niet direct instructies over welke tv-programma’s en films de moeite waard zijn en welke niet.
Maar het is wel zo dat ons kijkgedrag een zeer merkbare invloed heeft op ons denken, op hoe wij de anderen zien. Op ons sociaal gedrag.
Het soort films en programma’s in kwestie houden ons voortdurend voor, ook zonder het met zoveel woorden te zeggen, dat rijk zijn het doel van het leven is. Dat steeds-meer-willen de evidentie zelf is, de normaalste zaak van de wereld. Evenals de reflex om iedereen neer te halen die je daarbij wel eens in de weg zou kunnen lopen.

Rijkdom
Nu zou het wel eens kunnen dat, wanneer een buitenstaander deze tekst leest hij of zij gaat denken: lap, daar heb je het weer. Nu de kerk de seksuele revolutie niet heeft kunnen tegenhouden, heeft ze een nieuw slachtoffer gevonden: i.p.v. de seksualiteit moet nu de welstand met grote argwaan worden bekeken. Maar dat klopt natuurlijk niet. Het christelijk geloof prijst vrijwillige soberheid aan, maar zal nooit armoede op zich verheerlijken, het zal die integendeel met alle middelen bestrijden.
Er is absoluut niets mis met rijke mensen op zich. Sommige van de meest voortreffelijke mensen die er zijn, kan je moeilijk anders noemen dan. . . rijk.
Of heel rijk zelfs. (Er bestaan nogal wat romantische misvattingen daarover).
Er is ook helemaal niks mis met rijk willen worden, d.w.z. ook materieel vooruit willen komen.
Een bedrijf opzetten bijvoorbeeld, en daar zelf ook een flinke stuiver aan verdienen, zodat niet alleen voor jezelf, maar ook voor diegenen waar je van houdt het leven aangenamer en gemakkelijker kan worden.
Daar is helemaal niks mis mee, ook niet voor christenen.

geldgod
Fout loopt het pas wanneer geld verheven wordt tot god.
Wanneer altijd maar meer geld hebben het doel van je leven wordt.
Denk niet te vlug: niet bij mij, ik hou de zaak onder controle. Denk dat niet te vlug, want het gaat om een virus dat momenteel woekert in onze samenleving.
En het is vooral moordend voor de solidariteit onder de mensen.
Waar geld god is, worden mensen concurrenten van elkaar op elk gebied.
En komt het toelaatbare van uitbuiting als vanzelf terug bovendrijven.
De rijkste mens van de wereld (zijn persoonlijk fortuin wordt geschat op 135 miljard dollar) wordt door miljoenen mateloos bewonderd om zijn ondernemingszin en zijn vermogen om alles wat hij aanraakt te veranderen in goud.
Maar in zijn bedrijven werken mensen voor een absoluut hongerloon, onder een enorme prestatiedruk en sta je meteen op straat als je zelfs maar een plaspauze neemt.

Terugval
Met al onze bewondering voor mensen die het maken en snel rijk worden verzeilen wij, zonder dat wij er veel erg in hebben, terug in 19de -eeuwse toestanden. En plakken wij het woord vooruitgang op wat in feite een hervallen is in menselijke verhoudingen van 2 eeuwen geleden.
De aanbidding van de geldgod brengt ook mee dat wij meer en meer gaan neerkijken op mensen die arm zijn en de schuld daarvan bij henzelf leggen.
In plaats van solidair te zijn, gaan we hen zelfs vastpinnen op zaken waar ze geen enkele zeggingsmacht over hebben: het feit dat ze zwart zijn of immigrant of homo of vrouw. . .
Er is niks mis met geld of met welstellend of zelfs rijk zijn.
Mis gaat het pas als wij geld gaan aanbidden. Want de geldgod is een monster dat mensen tegen elkaar opzet.
“Gij zult de Heer uw God aanbidden en Hem alleen dienen”, zei Jezus.
Laat dat het eerste bezinningspunt van deze vasten zijn.