Broodnodige bezinning

Zondag 24 mei 2020, Zevende zondag van Pasen (jaar A)

Opvallend veel mensen vertellen mij dat ze Pasen heel erg gemist hebben. Ze bedoelen dan de liturgische diensten die dit jaar niet konden doorgaan. Hetzelfde geldt voor de zondagsvieringen die tot nader order opgeschort zijn.
Mensen zeggen mij dat ze de zondagse bijeenkomsten echt missen.
En dat is positief. De ervaring van gemis wijst op leegte en verdriet én op verlangend uitkijken naar het opheffen ervan.
Wij mogen die gevoelens niet wegdrukken door de mensen gewoon te verwijzen naar de missen die her en der aangeboden worden via livestream, YouTube enz. (Kijk eens hoe modern wij zijn.) Een Mis is geen kijkstuk, geen (klerikale) vertoning. Voor mensen die wegens ouderdom of ziekte niet fysiek in de kerk aanwezig kunnen zijn, is er genoeg aanbod op tv. Maar voor al de anderen blijft gelden dat de Eucharistieviering wezenlijk een bijeenkomst is van de gelovige gemeenschap die samenkomt, niet rond de priester maar rond de Heer.
Om zijn lijden en dood te herdenken. En om zijn verrijzenis en zijn blijvende aanwezigheid onder ons te vieren. Beter is het te wachten tot na Corona om dan met een feestelijke viering het einde van de ellende te vieren, dan nu de mensen eigenlijk met een kluitje in het riet te sturen.

Geduld
Hetzelfde geldt voor het ongeduld dat bij sommige gelovigen blijkbaar de overhand begint te halen. Ze dringen er steeds meer op aan dat we—met in-achtnemen van de voorschriften—toch terug vieringen in de kerk zouden organiseren.
Maar zie je ons daar al zitten, stijf op onze hoede, op 1,5 meter afstand van elkaar en met een doekje voor onze mond. Het enige wat dan nog ontbreekt is een helm en een gasmasker. Dan zitten we helemaal aan de IJzer in plaats van in een zondagskerk.
Neen, laten we ook dit facet van de crisis gewoon uitzieken.
En laten wij bewust het gemis en de verwachting koesteren.
Om toe te leven naar een feestelijke “heropeningsmis” in een echte paasstemming met alles erop en eraan (uitdeling van palm die op palmzondag gewijd werd, paaseierenworp voor de kinderen, groot koor enz.).
Laat ons met z’n allen daar naartoe leven.

Armoede
Zelf heb ik van meet af aan resoluut geweigerd om “mijn” Mis op de dragen vóór een camera. Niet omdat ik zo bewonderenswaardig nederig ben, want dat ben ik niet. Maar omdat ik niet wil meewerken aan het verder uithollen van de liturgie.
Liturgie heeft maar één doel en dat is: de verzamelde gelovigen helpen om contact te leggen met God. Momenteel ken ik maar 1 mens die daarin slaagt vóór een camera en dat is paus Franciscus. Een man die door zijn ongeëvenaard sterke persoonlijkheid, staande voor God, een doorgeefluik wordt voor God. Een man die als geen ander de liefde, de nederigheid en de barmhartigheid van Christus uitstraalt en door kan geven, ook voor een camera. Maar wij hebben zo’n mensen momenteel niet.
Ook dat is, mede door het coronavirus, pijnlijk duidelijk geworden.
Tientallen jaren lang hebben wij ons in Vlaanderen en in heel West-Europa weggestopt achter Rome. Alles wat achteruitging, niet van de grond kwam of mislukte werd toegeschreven aan het starre conservatisme en de onwrikbaarheid van “het instituut”, van Rome en van de paus.
Nu wij echter een paus hebben die op elk gebied voorop loopt en die ook bewonderd wordt door een groeiend aantal andersgelovigen en atheïsten, nu staan wij in de West-Europese Kerk serieus voor aap.
Overal in de wereld waar de Kerk zich op de eerste plaats bezighoudt met haar kernopdracht, de verkondiging en “beleving” van Jezus Christus, maakt zij een sterke bloei door.
Maar overal waar het christelijk geloof verpieterd is tot een morele code, is de Kerk stervende.

De kern
Want dat je moet goed zijn voor een ander, niet mag pesten op school en steun moet geven aan het goede doel, dat verkondigt tegenwoordig iedereen. Dat is christelijk erfgoed dat zo sterk verankerd is in ons corpus, dat zelfs een geseculariseerde maatschappij dat verder blijft propageren en doorgeven. Daarvoor hebben de mensen de Kerk niet langer nodig.
Christenen moeten daarom terug getuigenis afleggen over de grond, het waarom van hun morele houding. Het terug meer hebben over wie het is die ons daartoe oproept en ons steunt om zo te leven. Ze moeten het terug meer hebben over God. Over wat Hij betekenen kan in je leven.
Wij zijn zo langzamerhand een godsdienst-zonder-God geworden.
Wij spreken graag over hoe moeilijk het voor ons is om te verkondigen in een geseculariseerde maatschappij. Maar de Kerk bij ons is zelf geseculariseerd.
Wij hebben het over onze maatschappij, die terug moet geëvangeliseerd worden. Maar het zijn op de 1ste plaats wijzelf, de christenen in het Westen, die terug geëvangeliseerd moeten worden.
Ik ben helemaal niet pessimistisch. De Kerk heeft in haar lange geschiedenis al vaker afwijkende wegen moeten verlaten.
Maar het moet niet te lang meer duren. Onze tijd is bijna om en onze kerken bijna leeg.

Respectvol omgaan met mensen

Zondag 17 mei 2020, Zesde zondag van Pasen (jaar A)

Op Aswoensdag, wanneer de mensen getekend worden met een askruisje, gebruik ik altijd de oude formule: “Mens, gedenk dat gij van stof zijt en tot stof zult wederkeren”. Er is ook een modernere versie die zegt: “Bekeer u en geloof in het evangelie”. En dat is natuurlijk de kern van de zaak, maar tegelijk klinkt het toch ietwat banaal. Omdat “Bekeer u, geloof in het evangelie”, woorden zijn die je gewoon verwacht in de kerk. Het is een gedachte die wel tien keer in verschillende vormen herhaald wordt in elke viering. Maar als iemand je vlakaf zegt dat je van stof bent, dat je ooit terug tot stof zal vergaan, dát is schokkend. Dat doet je nadenken.

The limit
Je moet daarin ook niet overdrijven natuurlijk. In de middeleeuwen bijvoorbeeld waren de mensen geobsedeerd door de dood. Er zijn maar weinig middeleeuwse schilderijen waarop niet ergens een doodshoofd of een skelet te zien is. En dat is natuurlijk ook ongezond. Voortdurend denken aan de dood zet een domper op onze levensvreugde, maakt ons futloos en versmacht onze creatieve krachten.
Maar in een cultuur (de westerse) van “the sky is the limit” is het goed dat wij er af en toe aan herinnerd worden dat niet “the sky” maar doodgewoon ons doodgaan the limit is.
Ik moet daarbij ineens denken aan een gewoonte uit het oude Rome.
Wanneer een veldheer een grote overwinning had behaald, dan kreeg hij een triomftocht in de stad. Voorafgegaan door zijn soldaten die onder bloemen bedolven werden, kwam de generaal op zijn strijdwagen, stormachtig toegejuicht door een zee van uitgelaten mensen. Maar achter hem op de wagen stond een man die een lauwerkrans boven zijn hoofd hield, maar die ook voortdurend herhaalde: “Gij zijt geen God, gij zijt maar een mens, gij zijt geen God, gij zijt maar een mens. . . “

Doel
En dat is óók een van de taken van de Kerk: de mensen bemoedigen, hun een gevoel van eigenwaarde geven, hen bevestigen, ze hun grootse roeping voor ogen houden. Maar hen tezelfdertijd ook met de voeten op de grond houden.
De fantasieën van de wereld doorprikken. Hen eraan herinneren, voortdurend hen eraan herinneren dat niet rijk en machtig worden het doel van een mensenleven is, maar groeien als mens. De fantasieën van de wereld doorprikken. Ons er voortdurend aan herinneren dat niet geld en macht ons gelukkig maken, maar beminnen en bemind worden. Ons eraan herinneren dat mensen op de eerste plaats medemensen zijn, geen concurrenten. Dat ondanks al ons hectisch gedoe, wij evenzeer fundamenteel eenzaam zijn als de anderen. En dat die anderen evenzeer nood hebben aan warmte en tederheid als wijzelf.

Oase
Misschien is dat wel de voornaamste taak van Kerk en geloof in onze tijd. De zelfstandigheid van de wereld erkennen en tegelijk in die wereld de hoeders zijn van de menselijkheid. In die wereld een oase zijn van vriendelijk en respectvol omgaan met elkaar. Want die houding dreigt steeds meer zoek te raken naarmate de race naar geld en succes aan belang wint.
Timothy Radcliffe zegt dat de Kerk ook een voorbeeld moet zijn voor de wereld van politiek en economie, voor de beleidsmakers in het algemeen.
In een tijd en een wereld van fake news en succesvol populisme, waarin op vele plaatsen allerlei rare figuren aan de macht komen die weinig respectvol omgaan met mensen en met hun rechten, zou de Kerk een toonbeeld moeten zijn van inspraak en overleg, waarbij elke persoon én zijn mening met heel veel respect behandeld wordt.

Anders
Ik denk, eerlijk gezegd, dat we daar als Kerk nog heel ver vanaf zijn.
En dan heb ik het niet speciaal over “Rome” of over dat wat zo vaak misprijzend “het instituut” genoemd wordt. Maar over ons, over elke christen, over onze parochies.
Als wij gist in het deeg en zout in de wereld willen zijn, dan zal dat op dit vlak moeten gebeuren.
Dan zullen mensen niet naar ons beginnen te kijken en te luisteren omdat wij zo heftig tekeer gaan tegen alles wat misloopt in de wereld, maar omdat ze zien dat wij zelf op een heel andere, op een echt respectvolle manier met elkaar omgaan. En eerder het vergelijk zoeken dan de ruzie.
Eerder het winnen van de andere voor een idee, dan het doordrukken van de eigen visie. Eerder de consensus zoeken, dan de breuk.
Als wij onszelf terug op de kaart willen zetten, dan zal dat op die manier moeten gebeuren. Door op een heel andere manier met elkaar om te gaan dan in “de wereld” gebruikelijk is.

Liefst niet te normaal

Zondag 10 mei 2020, Vijfde zondag van Pasen (jaar A)

Ik denk dat maar weinigen onder ons niet reikhalzend uitkijken naar het einde van de coronacrisis. Niet alleen omdat bij het langdurig gedwongen ophokken van mensen het aanvankelijk ongenoegen zich al redelijk snel omzet in boosheid en agressie.
Maar vooral omdat het gemis aan contact met mensen die ons nauw aan het hart liggen, met de tijd ook zwaarder en zwaarder gaat wegen.
Soms zelfs erg tragische, hartverscheurende vormen aanneemt, zoals in het geval van ouders die stervende zijn en waar de kinderen niet bij mogen.
Daar zijn geen woorden voor, onmenselijk gewoon.
Goddank zijn we er bijna door, want we komen er door, natuurlijk.

Politici
Wat mij daarbij wel een beetje stoort, is de manier waarop politici deze dagen spreken over het “normale leven” van vóór de crisis dat opnieuw zijn intrede moet doen. En met normaal bedoelen ze dan duidelijk en op de eerste plaats: de consumptiemaatschappij die terug in gang zal vliegen.
De winkels, de cafés, de festivals, de vakantiereizen, kortom het shoppen, het naar hartenlust consumeren van alles wat ons wordt aangepraat door de reclame.
Dingen die we nodig hebben en vooral ook dingen die we helemaal niet nodig hebben. Het schijnt zelfs dat er tegenwoordig een groeiend aantal mensen is dat meer geniet van het shoppen zelf dan van het bezit en het genieten van de dingen die ze kopen. Om maar te zeggen tot welke verdwazing de consumptiemaatschappij ons kan brengen.
En het is precies het opnieuw volop in gang vliegen van die maatschappij van hollen-en-kopen waar de politici en de echte, de economische machthebbers aan denken als ze het hebben over “het normale leven”.

Anders
Ik vrees echter dat het nieuwe normaal ietsje minder normaal zal zijn.
Dat wil zeggen, ik vrees dat voor hen, want zelf hoop ik er een beetje op dat het géén vanzelfsprekende doorstart wordt van het vroegere normaal.
Met al de ellende en al de tragedies die het coronavirus over ons gebracht heeft, zijn er immers toch ook enkele lichtpunten.
Eén ervan is dat niet alleen de maatschappij is stilgevallen maar, bij manier van spreken, ook de mensen.
Velen onder ons zijn blijkbaar gaan nadenken over onze manier van leven. Ze zijn zich beginnen afvragen of dat gedachteloos hollen en consumeren, of dat wel het echte leven is.
Mensen zijn. . . vriendelijker als je ze tegenkomt bij een wandeling, ze hebben meer tijd, leven bedachtzamer, genieten meer van gewone dingen. En ik ben echt niet de enige die dat ziet, bijna iedereen doet deze dagen die ervaring op. En zo is het goed.
Ik hoop echt, uit de grond van mijn hart, dat het nooit meer helemaal voor de volle 100% “normaal” wordt.

Geen aardverschuiving
Voor 95% zal het dat wel worden, natuurlijk. Daarover hoeven we ons geen illusies te maken.
Deze crisis heeft de zon niet stil doen staan en de aarde is niet uit haar baan gedreven.
Er is meer nodig dan een coronavirus om de loop van de geschiedenis een ingrijpende wending te geven en de consumptiemaatschappij op te doeken.
En dat hoeft voor mij ook niet echt. Zo’n ascetische jongen ben ik nu ook weer niet. Als ik moet kiezen tussen 2 kwalen, dan geef ik eerlijk toe dat ik meer voel voor zo’n wereldse en kunstminnende renaissance-kardinaal die hield van Venus in marmer en op doek maar ook in ’t echt, dan voor zijn tijdgenoot Savonarola voor wie elk pleziertje des duivels was.
Maar dat neemt niet weg dat de meeste mensen diep in hun hart weten dat de boodschap die de consumptiemaatschappij en haar paracommando’s, de reclamejongens, ons proberen aan te smeren, fundamenteel leugenachtig is.
Het is gewoon niet waar dat wij vrij worden door onze zucht naar hebbedingen in te volgen. Vrij ben je pas als je je hartstochten onder controle hebt, niet als je ze altijd maar involgt, want dan ben je er juist de slaaf van.
En nochtans is het dat wat men er bij ons probeert in te rammen:
dat we vrij (en gelukkig) worden door uitgebreider en chiquer te eten, te drinken, te kopen, door alles naar ons toe te halen, door dingen aan te schaffen die we eigenlijk niet nodig hebben maar waarmee we wel kunnen uitpakken en ons onderscheiden van anderen.

Hoop
Alles wijst er nu op dat de “lockdown” voor velen op dat punt een tijd van bezinning was. Zo van “waar waren we toch mee bezig? Is dát nu het belangrijkste in het leven?” Het valt echt op. Mensen lopen er meer ontspannen bij, maken tijd voor een babbel. Het is de ervaring van heel velen: de anderen zijn. . . anders, liever, attenter. En de paniekerige stormloop naar de tuincentra waar onze politici zo voor “vreesden” (dat zal wel!) bleef uit.
Zoals gezegd: het zal wel grotendeels allemaal terug “normaal” worden.
Maar misschien toch ook een beetje anders.

Gelukzoekers

Zondag 3 mei 2020, Vierde zondag van Pasen (jaar A)

Het zal voor niemand van u een openbaring zijn als ik zeg dat Kerk en geloof momenteel in West-Europa niet meteen een bloeitijd doormaken.
Wil dat nu zeggen dat onze mensen stilaan, bijna geruisloos, atheïst geworden zijn? Ik had bijna gezegd: “Was het maar zo.” Want atheïsme is een goed omlijnd begrip. En zolang ze elkaar respecteren, kunnen gelovigen en niet-gelovigen met elkaar op een beschaafde manier in discussie gaan en kan de één de ander met argumenten proberen te overtuigen. Maar in onze huidige situatie kan je met argumenten zo goed als niets beginnen. Want de meeste kerkverlaters zijn geen atheïsten geworden, maar hebben mét de tijd gewoon hun interesse in het geloof verloren. En in die situatie kan je met argumenten moeilijk iets aanvangen. En je kan zo’n mensen ook niet zomaar terugwinnen.
Iemand kan, na jarenlang een trouwe voetbalfan geweest te zijn, zijn interesse voor het voetbal langzaam maar zeker helemaal verliezen. En wegblijven.
De club mag dan nog zorgen voor flashy shirtjes en de majoretten mogen dan nog dubbel zo vaak hun beste beentje voorzetten, het haalt allemaal niks uit.

Overaanbod
Want dáár lag het probleem niet. Het probleem was gewenning, slijtage, verveling en nieuwe interesses.
Ik denk dat we op dit moment in onze samenleving en in de Kerk vooral met dat laatste fenomeen te maken hebben. Het aanbod op de markt van de zingeving is immers immens groot geworden. Ik zeg soms bij wijze van boutade dat het vroeger voor de Kerk veel gemakkelijker was: er was gewoon niets anders. Als de pastoor op zondag geen lof “inrichtte” (er was zelfs geen voetbal!) en processies en bedevaarten en de bijbehorende kermissen organiseerde, dan was er in het dorp compleet niets te doen.
In onze tijd echter zijn er ontelbaar veel mogelijkheden bijgekomen.
Er is natuurlijk op de eerste plaats de welstand, die al het andere mogelijk maakt. Er is het enorme scala aan sport- en ontspanningsactiviteiten, er zijn de reizen, de vakanties, de mogelijkheden om je op zowat ieder gebied verder te ontwikkelen. Er zijn de wandelingen en verkenningen in de natuur, en het gigantische aanbod van ontspannings- en relaxatiemogelijkheden.
Boks daar maar tegenop met alleen maar je zondagsmis.

Begrijpelijk
Wat ik daarmee wil zeggen, is dat wij om te beginnen niet al te knorrig moeten doen naar de mensen die ons (tijdelijk?) verlaten hebben, maar dat we minstens enig begrip voor de situatie moeten opbrengen. En datzelfde begrip mogen wij best ook voor onszelf opbrengen. Wij moeten niet te hard zijn voor onszelf of voor de Kerk. Wat de laatste 50 jaar gebeurde is niet alleen maar onze fout. Het is integendeel bijna een natuurlijk proces: het aanbod van de “concurrentie” is te gigantisch groot en verleidelijk geworden. Wat gebeurde lijkt te beantwoorden aan een economische wetmatigheid.
Maar, als dat zo is, laten we het spel dan ook meespelen. Dat wil zeggen: als wij zo sterk aan marktaandeel verloren hebben, dan moeten wij alles zetten op kwaliteit.
En hier verwijs ik terug naar het voorbeeld van de ex-voetballiefhebber: wij mogen niet reageren met nieuwe voetbaltruitjes en vlaggen en toeters en bellen.
We moeten ernstiger tewerk gaan. De zaken serieus onderzoeken.

Tijdloos
En als we dat doen, zullen we al vlug vaststellen dat de mensen vroeger en nu niet zo erg verschillen van elkaar. En dat de mensen die vroeger naar het lof en de zondagsmis en de processie gingen, ongeveer hetzelfde zochten als de mensen die nu naar Majorca gaan of aan diepzeeduiken doen of vogels gaan spotten.
Allen willen ze ontsnappen aan de dagelijkse sleur. Allen zijn ze ervan overtuigd dat het leven toch meer moet zijn dan “metro-boulot-dodo”.
Allen zijn ze op zoek naar dat méér, op zoek, uiteindelijk, naar geluk. Allemaal.
Wij moeten ons bijgevolg niet uitsluitend concentreren op het aangenaam en aantrekkelijk maken van onze bijeenkomsten. (Hoe belangrijk dat ook is).
Maar wij moeten de mensen overtuigen dat datgene waar ze zo sterk naar op zoek zijn, levensgeluk, zin en vervulling, bij ons in de aanbieding staan. Dat ons geloof wezenlijk dáár over gaat.

Bekering
Maar het is duidelijk dat de beste verkondiging gebeurt, niet met woorden, maar met je eigen leven, datgene wat je uitstraalt.
Ergens, ik meen in de brieven van Paulus, staat: verkondig te pas en te onpas met alles wat je hebt. En als het echt niet anders meer kan, als je niets anders ter beschikking hebt, verkondig dan óók met woorden. En iemand anders, een tijdgenoot, zei eens: “Het enige evangelie dat de mensen vandaag nog lezen is het leven van de christenen.”
Als wij de levensvervulling die we vinden in ons geloof uitstralen, dan is dat de beste manier van verkondigen die er is. Dan maken wij de mensen terug nieuwsgierig naar ons geloof. Maar dan moeten wij zelf eerst tot meer verdieping komen van ons geloof.
Misschien moeten wij voorlopig wat minder proberen anderen te bekeren.
En eerst wat meer werken aan onszelf.
Laten wij er iets aan doen!