Gelukzoekers

Zondag 3 mei 2020, Vierde zondag van Pasen (jaar A)

Het zal voor niemand van u een openbaring zijn als ik zeg dat Kerk en geloof momenteel in West-Europa niet meteen een bloeitijd doormaken.
Wil dat nu zeggen dat onze mensen stilaan, bijna geruisloos, atheïst geworden zijn? Ik had bijna gezegd: “Was het maar zo.” Want atheïsme is een goed omlijnd begrip. En zolang ze elkaar respecteren, kunnen gelovigen en niet-gelovigen met elkaar op een beschaafde manier in discussie gaan en kan de één de ander met argumenten proberen te overtuigen. Maar in onze huidige situatie kan je met argumenten zo goed als niets beginnen. Want de meeste kerkverlaters zijn geen atheïsten geworden, maar hebben mét de tijd gewoon hun interesse in het geloof verloren. En in die situatie kan je met argumenten moeilijk iets aanvangen. En je kan zo’n mensen ook niet zomaar terugwinnen.
Iemand kan, na jarenlang een trouwe voetbalfan geweest te zijn, zijn interesse voor het voetbal langzaam maar zeker helemaal verliezen. En wegblijven.
De club mag dan nog zorgen voor flashy shirtjes en de majoretten mogen dan nog dubbel zo vaak hun beste beentje voorzetten, het haalt allemaal niks uit.

Overaanbod
Want dáár lag het probleem niet. Het probleem was gewenning, slijtage, verveling en nieuwe interesses.
Ik denk dat we op dit moment in onze samenleving en in de Kerk vooral met dat laatste fenomeen te maken hebben. Het aanbod op de markt van de zingeving is immers immens groot geworden. Ik zeg soms bij wijze van boutade dat het vroeger voor de Kerk veel gemakkelijker was: er was gewoon niets anders. Als de pastoor op zondag geen lof “inrichtte” (er was zelfs geen voetbal!) en processies en bedevaarten en de bijbehorende kermissen organiseerde, dan was er in het dorp compleet niets te doen.
In onze tijd echter zijn er ontelbaar veel mogelijkheden bijgekomen.
Er is natuurlijk op de eerste plaats de welstand, die al het andere mogelijk maakt. Er is het enorme scala aan sport- en ontspanningsactiviteiten, er zijn de reizen, de vakanties, de mogelijkheden om je op zowat ieder gebied verder te ontwikkelen. Er zijn de wandelingen en verkenningen in de natuur, en het gigantische aanbod van ontspannings- en relaxatiemogelijkheden.
Boks daar maar tegenop met alleen maar je zondagsmis.

Begrijpelijk
Wat ik daarmee wil zeggen, is dat wij om te beginnen niet al te knorrig moeten doen naar de mensen die ons (tijdelijk?) verlaten hebben, maar dat we minstens enig begrip voor de situatie moeten opbrengen. En datzelfde begrip mogen wij best ook voor onszelf opbrengen. Wij moeten niet te hard zijn voor onszelf of voor de Kerk. Wat de laatste 50 jaar gebeurde is niet alleen maar onze fout. Het is integendeel bijna een natuurlijk proces: het aanbod van de “concurrentie” is te gigantisch groot en verleidelijk geworden. Wat gebeurde lijkt te beantwoorden aan een economische wetmatigheid.
Maar, als dat zo is, laten we het spel dan ook meespelen. Dat wil zeggen: als wij zo sterk aan marktaandeel verloren hebben, dan moeten wij alles zetten op kwaliteit.
En hier verwijs ik terug naar het voorbeeld van de ex-voetballiefhebber: wij mogen niet reageren met nieuwe voetbaltruitjes en vlaggen en toeters en bellen.
We moeten ernstiger tewerk gaan. De zaken serieus onderzoeken.

Tijdloos
En als we dat doen, zullen we al vlug vaststellen dat de mensen vroeger en nu niet zo erg verschillen van elkaar. En dat de mensen die vroeger naar het lof en de zondagsmis en de processie gingen, ongeveer hetzelfde zochten als de mensen die nu naar Majorca gaan of aan diepzeeduiken doen of vogels gaan spotten.
Allen willen ze ontsnappen aan de dagelijkse sleur. Allen zijn ze ervan overtuigd dat het leven toch meer moet zijn dan “metro-boulot-dodo”.
Allen zijn ze op zoek naar dat méér, op zoek, uiteindelijk, naar geluk. Allemaal.
Wij moeten ons bijgevolg niet uitsluitend concentreren op het aangenaam en aantrekkelijk maken van onze bijeenkomsten. (Hoe belangrijk dat ook is).
Maar wij moeten de mensen overtuigen dat datgene waar ze zo sterk naar op zoek zijn, levensgeluk, zin en vervulling, bij ons in de aanbieding staan. Dat ons geloof wezenlijk dáár over gaat.

Bekering
Maar het is duidelijk dat de beste verkondiging gebeurt, niet met woorden, maar met je eigen leven, datgene wat je uitstraalt.
Ergens, ik meen in de brieven van Paulus, staat: verkondig te pas en te onpas met alles wat je hebt. En als het echt niet anders meer kan, als je niets anders ter beschikking hebt, verkondig dan óók met woorden. En iemand anders, een tijdgenoot, zei eens: “Het enige evangelie dat de mensen vandaag nog lezen is het leven van de christenen.”
Als wij de levensvervulling die we vinden in ons geloof uitstralen, dan is dat de beste manier van verkondigen die er is. Dan maken wij de mensen terug nieuwsgierig naar ons geloof. Maar dan moeten wij zelf eerst tot meer verdieping komen van ons geloof.
Misschien moeten wij voorlopig wat minder proberen anderen te bekeren.
En eerst wat meer werken aan onszelf.
Laten wij er iets aan doen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s