Strijdbaar

Zondag 21 juni 2020, Twaalfde zondag door het jaar (jaar A)

“Wees niet bang voor de mensen”, zegt Jezus tegen zijn volgelingen als Hij hen uitzendt om over de hele wereld zijn boodschap van hoop en vertrouwen te verspreiden.
Het zijn woorden die allereerst waarschuwen voor naïef optimisme in de trant van: “Iedere mens heeft het eigenlijk goed voor”. Dat is niet zo.
Jezus kent ons door en door. Hij weet wat er in de mens steekt, zegt het evangelie. Hij weet dat mensen het soms absoluut niet goed voorhebben. Hoe dat komt, wie of wat hen zo gemaakt heeft, is een andere zaak. Maar de leerlingen moeten niet verwachten dat ze overal met grote bijval zullen worden binnengehaald. Mensen worden nu eenmaal niet graag uit hun comfortzone gehaald. Ze zetten niet graag oude ideeën en gewoonten aan de kant om plaats te maken voor nieuwe. Ook niet als dat nieuwe gaat over liefde en vrede, ook niet als dat nieuwe alleen maar hun geluk beoogt.
En als die mensen dan ook nog met macht zijn bekleed, bekijken ze al wat nieuw is met de grootste argwaan en wordt elk rimpeltje op de vijver gezien als een gevaarlijke verstoring van de rust en van de “goede gang van zaken”.
Net als hun Meester zullen vele leerlingen pesterijen en vervolging moeten doorstaan.
Net als hun Meester zullen velen onder hen worden gemarteld en gedood.

Talisman
En hier kunnen wij meteen een tweede en zeer belangrijke vaststelling doen. Je kan voor je geloof zelfs gedood worden.
Als Jezus zegt: “Wees niet bang voor de mensen”, dan bedoelt Hij dus niet: wees maar gerust, God zal het zover niet laten komen, God zal voor u opkomen, Hij zal nooit toelaten dat één van uw haren wordt gekrenkt. Er kan u niets gebeuren. Neen, dat zegt Hij juist niet. God is geen verzekering, geen beschermende talisman.
Hij zegt wel: ieder haar op uw hoofd is door God geteld. D.w.z. Hij kent u, Hij houdt van u. Maar ook: het kwaad bestaat. God neemt dat niet zomaar weg. Wat Jezus van ons vraagt is dat wij, terwijl wij dat niet te vermijden kwaad ondergaan, toch blijven vertrouwen op God. Toch blijven vertrouwen dat Hij ons draagt en koestert.
Dat uiteindelijk Hij en niets of niemand anders het laatste woord heeft.
En dat geen enkel kwaad in staat is ons te scheiden van zijn liefde voor ons.
En hier komen we natuurlijk aan een bijzonder moeilijk punt in ons christelijk geloof: het kwaad ondergaan. Het lijkt op gebrek aan moed. Je gaat het spontaan zien als een gebrek aan ruggengraat, als een zwakheid, als lafheid zelfs.
Het doet ook onmiddellijk denken aan die andere passage, waarin Jezus ons zegt: “Als men u op de rechterwang slaat, biedt dan ook de linker aan”.

Moedig
Het is een bijzonder harde noot om kraken. Omdat het ook heel onbegrijpelijke woorden zijn, komende uit de mond van iemand als Jezus.
Jezus was immers een bijzonder moedige man, heel zijn openbaar optreden getuigt daarvan. Bovendien, en het belang daarvan kan niet genoeg onderstreept worden, Jezus was geen van die ideologisch gedrogeerde fanatiekelingen die al zingend de dood ingaan.
En wier nummertje meer te maken heeft met verdwazing dan met moed.
Jezus wist zeer goed wat Hem te wachten stond en het vervulde Hem met afkeer. Hij kende angst. In de olijfhof zweette Hij water en bloed als zijn lijden en dood Hem voor ogen kwam.
Maar Hij zette door. D.w.z. Hij ging niet op de vlucht en Hij koos ook niet voor gewelddadig verzet. Neen, ook het slotakkoord lag volledig in de lijn van zijn hele leven: zichzelf wegschenkende liefde.
En dat is moedig zijn. Mensen die totaal geen angst hebben voor lijden en afzien en die blijmoedig een vreselijke dood tegemoet gaan, die zijn ofwel gedrogeerd ofwel niet goed bij hun zinnen. Moedig zijn is niet: geen angst kennen. Moedig zijn is, ondanks al je angst, toch doorzetten.

Wapens
Blijft dan natuurlijk nog de vraag, een vraag zo groot als een huis, of je dan als christen maar alle kwaad passief moet ondergaan.
Je kan toch niet geloven dat dat Jezus’ bedoeling was.
Ik denk dat de strijd tegen het kwaad juist tot het wezen van het christendom behoort. Wij worden opgeroepen om overal en voortdurend de strijd aan te binden met het kwaad in al zijn vormen. Maar wij mogen dat nooit doen met de wapens van het kwaad. Want dan wint het kwaad sowieso.
“Het doel heiligt de middelen”, is één van de meest onchristelijke uitspraken die er zijn.
Als wij valsheid met valsheid bestrijden, verraad met verraad en geweld met geweld, dan is het kwaad hoe dan ook de grote winnaar.
Wij moeten, zegt Jezus, het kwade overwinnen door het goede. Het kwade overwinnen met liefde en vergeving, met redelijkheid en verdraagzaamheid.
En zeker ook met het bedwingen van de driften en de hardheid in onszelf.

Bondgenoot
Gemakkelijk gezegd, maar aartsmoeilijk om uit te voeren.
Maar we staan er niet alleen voor. Als we ergens in ons leven God echt kunnen ervaren, dan is het wel in ons verzet tegen het kwaad.
Waarom dat kwaad er is, weten wij niet. Maar het is er. En God wil ons nodig hebben in de strijd tegen het kwaad.
Cum Deo, contra malum.” – Samen met God, tégen het kwaad.

Geloofsoverdracht stilgevallen?

Zondag 14 juni 2020, Elfde zondag door het jaar (jaar A)

Jezus zegt in het evangelie van vandaag: “De oogst is groot, maar arbeiders zijn er te weinig”. Als wij ervan uitgaan dat zijn woorden universeel van kracht zijn zowel in ruimte als in tijd, nemen wij aan dat ze ook voor ons vandaag bestemd zijn. Dat Hij ook tot ons vandaag zegt: trek eropuit, verkondig, win de mensen voor het geloof. Er is nood aan. Mensen wachten op u.
Nood aan? Die indruk hebben wij in ieder geval niet als we nuchter om ons heen kijken: overal onverschilligheid voor religieuze zaken, aversie tegen alles wat met te Kerk te maken heeft. Overal materialisme, overal de cultus van het geld. En terwijl in alle lagen van de bevolking en in alle leeftijdscategorieën de onwetendheid over godsdienstige zaken hand over hand toeneemt, lijkt er weinig goesting te bestaan om die leemte aan te vullen. Zelfs de interesse voor de groezelige schemerzone waarin sekten, waarzeggers en spiritisten opereren, een interesse die meestal toeneemt telkens wanneer de belangstelling voor het traditioneel geloof afneemt, ook die interesse lijkt eerder marginaal te zijn geworden.

En toch. . .
Blijkbaar is er in onze samenleving bijna alleen nog plaats voor materialisme, voor geld en voor carrière. En wie zich met andere dingen bezighoudt is, in het beste geval een softie, een leuke jongen misschien of een aardige meid. Maar ze horen er toch niet helemaal bij.
Zo lijkt het in ieder geval op het eerste gezicht. Maar ook hier is niets wat het lijkt. Een vriend van mij vertelde mij onlangs iets heel bijzonders.
Zijn zoon, een jonge gast die ook gelovig christen is, was op de wei van Rock Werchter vlak voor zijn tentje in gesprek geraakt met enkele van zijn kameraden over het geloof, over wat geloof voor hem betekent.
En, heel wonderlijk, naarmate de tijd vorderde, waren er steeds meer voorbijgangers die stopten, en zich neerzetten, vragen stelden of gewoon luisterden. Het gebeurde allemaal heel spontaan en blijkbaar voelde niemand de behoefte om op welke manier dan ook de magie van dit wonderlijk gebeuren te doorbreken.

Grote rol
Er is dus wel degelijk interesse bij jongeren en bij mensen in het algemeen, van wie wij misschien veel te vlug denken dat geloof hun kouwe kleren niet raakt. Uit bovenstaand verhaal kunnen we ook een aantal elementen opmaken die belangrijk zijn voor een goed gesprek over geloof. Het is duidelijk dat de sfeer, de omgeving, het juiste moment een grote rol spelen. Die zaken hebben wij grotendeels niet zelf in de hand. Plots zijn ze er en dan klikt het. En soms doen we ons uiterste best om de dingen goed voor te bereiden, maar het heeft blijkbaar weinig of geen effect en er gebeurt helemaal niets. Dat is dan jammer, maar je kan dan alleen maar proberen nog meer je best te doen, goed beseffend dat dát het enige is wat je kan doen. Je hebt niet alles in de hand.
Geloofwaardig
Duidelijk is ook dat diegene die het geloof wil overbrengen absoluut geloofwaardig moet zijn. Hij moet m.a.w. zelf helemaal vol zijn van wat hij vertelt.
Mensen (ook kinderen!) hebben een feilloos aanvoelen voor die dingen. Als een leerkracht godsdienst geeft maar die godsdienst zelf niet pratikeert, wéten kinderen dat, ook als niemand hen daarover inlicht.
Ook ouders die hun kinderen bijvoorbeeld naar een pensionaat sturen voor een “degelijke christelijke opvoeding” of hun kinderen verplichten naar de mis te gaan terwijl ze zelf weinig interesse tonen voor het geloof, zullen op gebied van geloofsoverdracht weinig succes boeken. Integendeel, de kinderen gaan er zich tegen afzetten.

Stilgevallen
En zo komen we bij een van de grootste problemen van de Kerk in onze huidige maatschappij: het sputteren en zelfs geheel stilvallen van de geloofsoverdracht tussen de verschillende generaties.
De traditionele kanalen die vroeger het geloof doorgaven zijn stilgevallen.
Priesters zijn er bijna niet meer. De jeugdbewegingen hebben bewust afstand genomen van het geloof omdat ze vonden dat ze moesten openstaan voor iedereen. En zo goed als alle katholieke verenigingen zijn hen daarin gevolgd.
Maar ook voor de katholieke scholen is het doorgeven van het geloof niet langer een prioriteit. En ook vele ouders voelen zich niet langer geroepen om “zich daarmee bezig te houden”, wegens te veel werk. Komt daar nog bij dat bij vele ouders die hoog opgeleid zijn de kennis van het geloof niet mee geëvolueerd is. Hun visie op God en geloof is soms even primitief en oubollig als die van veel atheïsten. En ze voelen zich gegeneerd om dat geloof door te geven aan hun kinderen.

Mobilisatie
M.a.w.: niet alleen de oogst maar ook de nood is groot. Wij moeten daarom alle gelovigen mobiliseren. Niet minder dan dat.
Het doorgeven van het geloof is vandaag meer dan ooit de taak van alle gelovigen. Als wij in West-Europa de ondergang van het christelijk geloof willen tegengaan, moeten wij resoluut kiezen voor iets dat bekend werd uit de Franse geschiedenis: de “levée en masse”, het mobiliseren van iedere gelovige.
Wij zijn geen sansculotten, wij beogen geen politieke macht.
Maar het wordt de hoogste tijd dat wij ons “hertrekken”. Wij allemaal, ieder van ons.
Er is werk aan de winkel.

Onversneden maar helder

Zondag 7 juni 2020, Hoogfeest van de Heilige Drievuldigheid (jaar A)

Vandaag is het de zondag van de Drie-eenheid of zoals men dat vroeger noemde = Drievuldigheidszondag.
Die drie-eenheid, die typisch christelijke opvatting van “één God in drie goddelijke personen” is altijd een moeilijk begrip geweest. Voor christenen zelf en zeker ook voor mensen die buiten ons geloof staan.
Moslims bijvoorbeeld hebben heel de geschiedenis door, en nu nog, de christenen ervan verdacht dat ze wel zeggen in één God te geloven maar dat ze heimelijk drie goden aanbidden. En we kunnen alleen maar toegeven dat dat aartsmoeilijke theologisch begrip heel gemakkelijk aanleiding geeft tot onbegrip en misverstanden.

Gesloten
En dat geldt trouwens voor vele geloofsformules (dogma’s).
De opstellers van die geloofspunten wilden waterdichte definities die geen enkele ruimte lieten voor afwijkende interpretaties. Rond die dingen was er in het verleden al te veel hommeles geweest. Het moest dus juist zijn.
En dus gingen, met de tijd, diegenen die het geloof moesten doorgeven, theologen, leraren en priesters, een taal gebruiken die zo correct en hermetisch was dat alleen ingewijden haar nog begrepen en konden smaken.
Het simpele avondgebedje dat je moeder je leerde: “Het kwaadje dat ik heb gedaan, rekent Jezus mij niet aan” werd als je groter werd vervangen door het “Akte van berouw”. En bij dat akte van berouw had je twee mogelijkheden.
Ofwel kromp je bijna ineen onder de zwaarte van de woorden, ofwel rammelde je het af, zonder er verder veel bij na te denken. De meesten onder ons kozen voor deze laatste mogelijkheid.

Helder
Waarom vertel ik dat nu allemaal?
Ik heb in ieder geval geen enkele behoefte om af te rekenen met de oude Kerk of de theologie van weleer. Die passie is mij volkomen vreemd. Iedere tijd heeft recht op zijn eigenaardigheden.
Maar ik weet ook dat die ouwe en ingewikkelde formuleringen heel vreemd klinken in de oren van mensen van vandaag. Mensen van nu hebben dat byzantijns gespin achter zich gelaten en verlangen klare, onmiddellijk begrijpelijke formuleringen.
Als wij dus ons geloof willen doorgeven aan mensen van vandaag, dan zal dat alleen maar lukken als wij dat doen in een heldere en klare taal.
En dat kan heel gemakkelijk. Wij hebben tenslotte niets te verbergen en kunnen er alleen maar bij winnen als buitenstaanders onze woorden onmiddellijk begrijpen.

Nicea
Wij moeten ons geloof dus niet “aanpassen”, het niet afzwakken, het niet “aanlengen” met water. Wij hebben een prachtig geloof, dat nu al 2000 jaar alle aanvallen overleeft.
Wij moeten niet, zoals bij minderwaardige olijfolie, afkomen met een tweede of een derde persing om het “aannemelijker” te maken. Wij moeten het echte christelijk geloof blijven aanbieden.
Maar de taal waarin dat gebeurt, moet wel aangepast zijn aan de tijd.
Neem nu het begrip van de Drie-eenheid en wat de geloofsbelijdenis van het Concilie van Nicea (4de eeuw) daarover heeft bepaald. Christus wordt daarin genoemd: “God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God, geboren, niet geschapen.”
Terwijl de Geest dan weer “voortkomt uit de Vader en de Zoon”. Niet uit de Vader alleen, want op dat punt zijn de katholieke en de orthodoxe kerk uiteindelijk uit elkaar gegaan. En terwijl je luistert naar al die plechtige en zwaarwichtige woorden uit Nicea, hoor je het toch ook altijd een beetje donderen in Keulen. Wat moet je vandaag in godsnaam met zo’n taal, die alleen nog door een select clubje ingewijden wordt begrepen?

Anders gezegd
Zou dat nu echt ketters zijn, als je bijvoorbeeld zegt dat God (de Vader) diegene is die aan de oorsprong ligt van alles wat bestaat en die dat bestaande ook doordringt en in stand houdt. Omdat die God ons begrip volkomen te boven gaat, heeft Hij zich aan ons laten kennen in een mens: Jezus (de Zoon). Van Hem weten wij dat God Liefde is en dat Hij ons wil opnemen in zijn eigen leven.
God laat zich niet alleen kennen via Jezus, maar Hij spreekt ook in ons eigen hart. En dat spreken van God in ons diepste binnenste noemen wij de H. Geest.
Als je het zo zegt, zal iedere mens van vandaag je begrijpen.
En toch verkoop je geen derde spoeling. Je zegt bijvoorbeeld niet dat “Jezus een groot leraar was, een bijzondere mens”. Want dan ben ik weg: “bijzondere mensen” hebben we al genoeg gehad in de geschiedenis. Daar loop ik niet achter aan. Vader, Zoon en H. Geest zijn gewoon drie verschijningsvormen van dezelfde God.
Ik hou van onversneden Christendom.
Maar het moet wel gebracht worden in een taal van vandaag.

Bidden

Zondag 31 mei 2020, Pinksteren (jaar A)

Omdat ik, 70 jaar geleden, in Vlaanderen geboren ben en niet in Cambodja of in Kameroen, lag het een beetje voor de hand dat ik katholiek zou worden opgevoed. Tegenwoordig is dat anders.
Een kind dat vandaag in Vlaanderen geboren wordt, maakt een redelijke kans om het levenslicht te zien in een gezin en een milieu dat het “seculier geloof” aankleeft, een geloof-zonder-God. Vaak zelfs uitgesproken anti God. In ieder geval echter word je ergens ingeworpen waar je zelf niet voor gekozen hebt. En toch is er in ieders leven ook altijd een moment dat je de keuze van je ouders en je omgeving ofwel beaamt ofwel verwerpt. Dat kan een langzaam groeiend proces zijn, of juist een heel overweldigend en plots gebeuren. Het kan ook zijn dat je je heel goed voelt in de biotoop waarin je geboren bent en daar ook wil blijven. Maar je zal in ieder geval je positie moeten bepalen. Ook als het gaat om een langzaam groeiend en steeds sterker wordend beamen van de overtuiging van je omgeving, dan nog zal je dat bewust moeten doen. Dat is belangrijk wil je levensproject, dat alle andere keuzes zal beïnvloeden, je eigen levensproject zijn.

Vergeving
Voor een christen zou die keuze voor het geloof nooit mogen bepaald worden door private gevoeligheden of door bijna folkloristische bijkomstigheden, maar wel door de fundamentele opvattingen van het evangelie.
De gedachte namelijk dat wij ons leven in ieder geval niet aan onszelf te danken hebben. Dat Iemand ons gewild heeft. En dat die Iemand, God, pure liefde is.
En dat die God, wat ons in het leven ook overkomt, oneindig veel van ons houdt.
Dat die God in Jezus mens geworden is om ons vrij te maken. En hoe maakt Hij ons vrij? Jezus brengt ons een geschenk, een uniek en alles overhoophalend geschenk, het meest creatieve en verlossende geschenk dat denkbaar is: de geest van vergeving (Thomas Halik). “Vader vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen.”
Vergeving krijgen en schenken is inderdaad de meest uniek christelijke en ook de meest verlossende act die denkbaar is. Zowel voor diegene die vergeving schenkt, als voor diegene die vergeving krijgt.
En ook al laten wij ons bij veel van onze handelingen leiden door soms meedogenloos egoïsme, wij weten dat God ons altijd vergeeft als wij erom vragen.
Geen enkele mens is bij machte ons zo volledig te aanvaarden, zoals Hij ons aanvaardt. En aanvaarden = verlossen.

Verdiepen
Die God bevindt zich niet alleen buiten ons maar is ook in ons diepste binnenste aanwezig. En wij weten dat. Als wij eerlijk in het diepste van onze ziel kijken, als wij alles wegdoen wat ons egoïsme er als een woekerende doornstruik omheen geweven heeft, dan ontdekken wij diep in onze ziel een zuiver verlangen naar liefde.
En dat is ook de reden -en je moet daar geen theoloog voor zijn, ieder van ons kan dat nagaan- dat is ook de reden waarom je alleen maar gelukkig wordt als je de liefde “loslaat” in je leven en je door haar laat bezielen. Omgekeerd is er nog nooit één mens gelukkig geworden door het altijd maar involgen van zijn zelfzuchtige neigingen.
Voor mij is dat zowat het christendom in een notendop.
Maar uiteindelijk is alles wat ik hierboven genoemd heb niets anders dan een aantal opvattingen, stellingen, meningen. En als je daar niets mee doet, blijven het even steriele en levenloze beweringen als elke andere vorm van kennis waar je akte van neemt of die je uit het hoofd leert zonder ze echt in je op te nemen, je erin te verdiepen, de waarheid ervan zelf op het spoor te komen.
En dat is nu precies wat van een christen wordt verwacht: dat hij de waarheid van al die beweringen in zijn eigen leven ervaart. Je moet er dus iets voor doen.

Vrede, vreugde
Soms kan zo’n ervaring je in de schoot geworpen worden. Maar zelfs dan moet je er ook voor openstaan. Zolang je aan de oppervlakte van het leven blijft, zolang het christendom een soort hobby van je is, zoals grasduinen in geschiedenis dat kan zijn of muziek beluisteren of tv kijken, zolang het een soort religieuze liefhebberij is, zal je nooit de diepe waarheid ervan ervaren.
Pas als je, stap voor stap, werkt aan je innerlijk leven en een mens wordt die tijd maakt voor bezinning en gebed, zal de waarheid van alles wat Jezus zegt zich in je binnenste ontvouwen. Dan gaat het niet langer alleen om een verstandelijk en gevoelsmatig instemmen maar om een -en nu komt er een verschrikkelijk stadhuiswoord- om een existentieel weten: het met al de vezels in je lijf weten dat het zo is. Dat God echt van je houdt en je heel dicht nabij is, wat je ook overkomt in je leven.
En dat gaat een diepe vreugde in je leven brengen. Een rustig kabbelende onderstroom van blijheid, dwars door alle tegenslagen heen. Een vrede en een geluk, die niets anders je ooit kan geven.

Ervan getuigen
Maar dat kan niemand je aanpraten, dat moet je zelf ondervinden.
En dat kan dus alleen maar als je echt een biddend mens wordt, die het nabij-zijn van God in zijn leven ook echt ervaart.
Alleen dan kunnen wij terug andere mensen boeien. Omdat wij dan het moraliserend discours achter ons kunnen laten. En met ons eigen leven, onze manier van zijn, getuigen dat geloof je gelukkig maakt en je leven vervult.
Alleen zo kunnen wij terug evangeliseren, kunnen wij terug mensen winnen voor ons geloof.
Niet eerder.