Kies verstandig, kies voor goed-zijn

Zondag 26 juli 2020, Zeventiende zondag door het jaar (jaar A)

De laatste weken hebben we het vaak gehad over gelukkig zijn, over het vinden van levensvervulling. Maar als ik mijn eigen teksten daarover nadien opnieuw lees, dan merk ik dat de verleiding altijd groot is om die zaken eerder negatief te benaderen, om vooral te benadrukken waar geluk en levensvervulling niet te vinden zijn.
En dat leidt natuurlijk regelrecht naar mijn persoonlijke dada en nog voor ik er erg in heb, sta ik hier van jetje te geven tegen de consumptiemaatschappij en de reclame, die ons voortdurend wegen en middelen aanprijzen die ons op geen enkele manier dichter bij het beoogde geluk brengen.
Vandaag echter nodigen Jezus’ parabels ons uit om de zaken op een meer opbouwende manier te benaderen. En om het nu eens onomwonden—niet met vage begrippen—maar concreet en onomwonden te hebben over wat ons nu wél gelukkig maakt en levensvervulling geeft.
Het is duidelijk dat wij dat gelukkig-zijn en die levensvervulling pas kunnen vinden als ons leven beantwoordt aan de bedoeling ervan en als het beantwoordt aan het diepste verlangen in ons.

Rijk Gods
Voor een christen vallen de bedoeling van ons leven en het diepste verlangen in ons helemaal samen. Omdat Diegene die ons gewild heeft en die wil dat wij een zinvol leven leiden, ook dat diepe verlangen in ons heeft gelegd. Volgens het evangelie nu zijn beide, zowel de bedoeling van ons leven als het diepste verlangen in onszelf, gericht op de vestiging van het Rijk Gods. Want dát is de parel en de schat die wij in ons leven op het spoor moeten komen.
Die schat en die parel, dat Rijk Gods waarin mensen levensvervulling vinden, is ondertussen heel dichtbij, je vindt het dicht bij huis, op de markt, in de akker, m.a.w.: in het gewone dagelijkse leven.
Je moet er geen zeeën voor doorkruisen, geen ontdekkingstochten voor ondernemen, geen legendarische vorsten in magische koninkrijken opzoeken. Je vindt het vlak onder je neus, in het leven van elke dag.

Omgaan met elkaar
Want het Rijk Gods is geen plaats, maar een manier van omgaan met elkaar. Een manier van omgaan met elkaar zoals God zich dat gedroomd heeft en die helemaal samenvalt met ons diepste verlangen.
Het gaat om een manier van leven met elkaar waarin we Jezus navolgen.
En een manier van omgaan met elkaar waarbij we, en hier valt het grote woord, waarbij we zo goed als God willen zijn voor elkaar. We zullen daar uiteraard nooit volledig in slagen. Zoals er onkruid groeit tussen de tarwe, zo zal er ook altijd aarde kleven aan de schat die wij opdelven in onze akker.
Het Rijk Gods zal pas ten volle werkelijkheid worden als wij, na onze dood, helemaal zijn opgenomen in het leven van God zelf.
Maar het is belangrijk dat wij ons inzetten opdat dat Rijk al zo goed en zo vaak mogelijk oplicht in ons aardse leven. Ons eigen geluk hangt ervan af.
Het Rijk Gods is dáár, krijgt gestalte overal en telkens als mensen liefdevol omgaan met elkaar, elkaar vergevend en elkaar bevrijdend.
Het licht op, telkens wanneer mensen andere mensen bevestigen, rechttrekken, elkaars eenzaamheid doorbreken, elkaar zorgend nabij zijn.
Het licht op, waar mensen het goede in elkaar bevorderen en de haat en de woede uit elkaars hart laten wegvloeien.
Het is daar, waar mensen God toelaten om via hen andere mensen tot leven te wekken.

Wilsakte
En het Rijk Gods ligt doodeenvoudig gewoon voor het grijpen. Maar je moet het wel willen, ervoor openstaan, het zoeken. Het is niets anders dan het bewust binnenhalen van Gods liefde in onze wereld.
Het is bewust kiezen voor goedheid en daarna ervaren dat precies dat kiezen voor goedzijn tegemoetkomt aan wat God van je verlangt en tegelijk je eigen diepste verlangen vervult en je gelukkig maakt.
Je hebt natuurlijk mensen die vanuit hun natuur, hun aard en hun genen liever en vriendelijker zijn dan anderen. Maar hier gaat het om een echte keuze die je maakt. Een keuze die meer te maken heeft met verstand en wil, dan met aanleg of gevoel.
In Lubbeek op het kerkhof heb ik ooit een grafschrift gelezen dat me nu nog altijd heel erg aanspreekt: “Zij was een schrandere vrouw en daarom koos ze voor het goede”. Daar stond niet: zij was door en door goed, zij was gevoelig en beminnelijk van aard. Neen, er stond: zij was een schrandere vrouw en dus koos ze voor het goede.
Dat is het dus helemaal. Het gaat om een wilsakte. Kiezen voor het goede, doe je omdat je overtuigd bent dat dat de weg is naar levensvervulling. Omdat die weg, dat bewust kiezen voor het goede, ondanks de ongemakken en de pijn die onvermijdelijk zijn, tegemoet komt aan je eigen diepste verlangen.

Gods anders-zijn

Zondag 19 juli 2020, Zestiende zondag door het jaar (jaar A)

In de eerste lezing botsen we vandaag op een niet-alledaagse gedachte. Sprekend over God, zegt de schrijver: “Uw macht is de grond van uw rechtvaardigheid, en omdat Gij over allen heerst, behandelt Gij allen ook met zachtheid”.
Dit is in ieder geval niet een gedachte die spontaan in ons opkomt als we het hebben over heersers en machthebbers in het algemeen.
Duizenden jaren menselijke geschiedenis hebben ons geleerd dat je van dat soort mensen niet teveel rechtvaardigheid en zeker geen zachtheid moet verwachten.
Terwijl ook Jezus over de machtigen spreekt met de milde ironie die Hem zo kenmerkte: “Gij weet”, zegt Hij, “dat zij die de volkeren met ijzeren vuist regeren, zich weldoeners laten noemen, maar zo moet gij niet doen”.
Je kan dus rustig stellen (en op goede gronden) dat te veel macht in dezelfde handen nooit goed is voor hen die er aan onderworpen zijn.

Anders
Maar waarom wordt hier in de 1ste lezing dan gezegd dat juist de absolute almacht van God de bron is van zijn rechtvaardigheid, zijn geduld, zijn zachtheid en zijn neiging tot vergeving?
De reden hiervan ligt eigenlijk voor de hand.
Ook de meest angstaanjagende menselijke tiran moet altijd beducht zijn voor het feit dat hij van de ene dag op de andere zijn macht kan verliezen.
Hij kan het zich gewoon niet permitteren van rechtvaardig, barmhartig, geduldig en vergevingsgezind te zijn omdat hij zich voortdurend met alle macht staande moet houden. Bij God ligt dat helemaal anders.
Vergeleken met God, Schepper en Instandhouder van een werkelijkheid die zo immens is dat wij ze niet eens kunnen denken, zijn al die aardse machthebbers alleen maar poppetjes, kleine nep-godjes die driftig staan te zwaaien met hun plastieken drietandjes, schertsfiguren die even het toneel op mogen om dan voorgoed weer te verdwijnen.
Vergeleken met die aardse poppenkastfiguren, is de almacht van God zo totaal en vanzelfsprekend dat Hij zich niet moet bedreigd voelen of verdedigen.
God kan zich bij wijze van spreken de luxe permitteren om barmhartig te zijn. En omdat Hij de God van Jezus Christus is, de liefdevolle Vader, kán Hij niet alleen liefdevol, barmhartig, geduldig en vergevend zijn, maar ís Hij dat ook, wil Hij dat ook zijn. Alleen op die manier kan je de schrijver van het boek Wijsheid begrijpen, als hij stelt dat juist Gods almacht de grond van zijn rechtvaardigheid en zijn welwillendheid is.

Schepper
Laten we daar nog even op verder gaan.
Heb jij dat ook als je naar zo’n wetenschappelijk programma over de kosmos kijkt, dat je dan helemaal overmand wordt door het besef dat hoe meer onze kennis toeneemt, hoe meer het blijkt dat we eigenlijk niets weten of zo goed als niets?
Dat de werkelijkheid zo onbevattelijk diep en uitgestrekt is, dat wij het 19de-eeuwse beaat geloof dat wij ooit alles zullen begrijpen moeten loslaten, want dat is niet zo. En elke nieuwe wetenschappelijke kennis verscherpt het besef dat ons oude weten maar een rommeltje was en dat alles volledig herzien moet worden. En dat dit eeuwig zo zal verdergaan.
En eigenaardig, in plaats van dat dit besef ons zou verpletteren brengt het een zekere rust teweeg. Voor gelovigen is het dan de evidentie zelf dat de Maker en Instandhouder van die immense werkelijkheid zich onmogelijk bedreigd kan voelen door een mens of door wie of wat dan ook. En dat die Schepper er geen enkele nood aan heeft om zich te gedragen als een aardse potentaat. Maar dat Hij zich verheugen kan in goedheid, schoonheid, harmonie en poëzie, waar zijn Schepping zo sterk van doortrokken is. Goedheid, schoonheid, harmonie en poëzie, en die ook leven in de mens.

Geduld
Het gevolg daarvan is dat God zich ook nooit zal laten kennen als de rusteloze verdelger van alle kwaad, als de onmiddellijke bestraffer van elke onrechtvaardigheid, als een schrikwekkende rechter die mensen scherp in het oog houdt en voortdurend vonnissen velt en uitvoert.
De 3 parabels die we vandaag te horen krijgen (en vooral dan die over het onkruid tussen de tarwe) vertellen ons over het oneindig geduld dat God met ons heeft. Kwaad wordt niet onmiddellijk gestraft. Ooit zullen wij geoordeeld worden op onze manier van leven. Maar dat zal pas helemaal aan het eind gebeuren.
Tot dan wil God blijven geloven in de groeikracht van het goede in ons. En Hij wil dat goede verleiden tot groei. Door ons altijd weer opnieuw te vergeven en nieuwe kansen te geven. Door ons te helpen om de razernij van onze wil tot bedaren te brengen en door alles wat wij aan liefdeskracht in ons hebben naar buiten te lokken. God heeft oneindig veel geduld met ons. Omdat Hij ons oneindig liefheeft. Maar ons aardse leven is natuurlijk eindig en uitstel is erg riskant, want morgen kan het gedaan zijn.
Toch denk ik soms, maar dat is natuurlijk een erg subjectieve gedachte, dat God nog het meest plezier heeft van iemand die zich pas op late leeftijd helemaal naar Hem toekeert. Ik denk dat tenminste.
Ouder wordende zondaars koesteren wel meer dergelijke fantasieën.

De pijlen richten op de roos

Zondag 12 juli 2020, Vijftiende zondag door het jaar (jaar A)

Enkele weken geleden was ik op een vergadering van de parochieverantwoordelijken van de regio Tienen (en dat is tegenwoordig het halve bisdom. En we hadden het daar over de nood aan vorming voor iedereen die in de parochie een pastorale verantwoordelijkheid opneemt. En natuurlijk ook voor elke geïnteresseerde gelovige.

Knelpunt
Omdat ik geleerd heb uit het verleden, gooide ik meteen mijn eigen stokpaardje in de groep: de nood aan vorming op het gebied van evangeliseren: hoe geef je het geloof door aan anderen? Aan kinderen, aan jongeren, aan mensen die nog niet geloven.
Ik denk echt dat dit het allerbelangrijkste knelpunt is in onze Kerk vandaag. En ik wilde voorkomen dat het overleg weer helemaal zou ondergesneeuwd geraken met remedies die aan de kwaal voorbijgaan en door antwoorden op vragen die niet worden gesteld.
Ik wilde voorkomen dat men weer zou afkomen (en nogal wat reacties achteraf wezen daar ook op) dat men weer zou afkomen met het oprichten van bijbelgroepen, met exegese, met het uitleggen van Bijbelteksten.
Maar eerlijk: een mens van vandaag is voor geen ene moer nog geïnteresseerd in het feit dat de kruiken op de bruiloft van Kana geen 2 liter maar 100 liter inhoud hadden. En dat een talent in de tijd van Jezus over verschillende kilo’s goud ging, is misschien een interessant weetje voor mensen die al geloven, maar voor zoekende mensen hebben ze geen enkel belang.

Zoeken
En hier is een belangrijk woord gevallen: zoekende mensen.
Het strikte christelijk geloof heeft de laatste 100 jaar heel veel van zijn aanhang verloren. Maar, vergis je niet, dat geldt evenzeer voor het klassiek, dogmatisch atheïsme. De enige groep die gegroeid is, exponentieel gegroeid is, is de groep van de zoekers.
En die zoekende mensen zijn, wat godsdienst betreft, vooral geïnteresseerd in twee fundamentele vragen:
1. Bestaat God of bestaat Hij niet? En,
2. als Hij bestaat, geeft geloven dan een meerwaarde aan mijn leven.
Gelovigen antwoorden op beide vragen uiteraard met: ja.
En vorming moet hen in staat stellen om dat “ja” geloofwaardig over te brengen aan mensen die zoekende zijn.
Vorming moet gelovigen helpen om het werkzaam-zijn van God in hun eigen leven onder woorden te brengen. En om ook te wijzen op sporen van God buiten henzelf.

Moeilijkheid
Aardig meegenomen daarbij is ook dat wij in onze tijd ons niet langer hoeven bezig te houden met het weerleggen van zogenaamde argumenten uit de wetenschap. Alsof geloof en rede elkaar zouden uitsluiten.
Zoekers van vandaag hebben die 19de eeuwse ingesteldheid allang achter zich gelaten.
Bovendien is die vraag naar het al dan niet bestaan van God misschien wel minder allesbeheersend dan wij wel denken.
De meeste mensen beseffen spontaan dat wij onszelf niet gemaakt hebben. Dat ons leven en de hele schepping ons gegeven zijn.
Dat er wel “iets” moet zijn dat boven ons uitstijgt.
De moeilijkheden beginnen bij wat dat “iets” volgens het christelijk geloof van ons vraagt. Want wat dat geloof van ons vraagt gaat helemaal in tegen ons huidig levensgevoel van goed zorgen-voor-jezelf.
Ik denk dat dáár inderdaad de echte moeilijkheid ligt.
En dat het evangeliseren van onze hedendaagse maatschappij daarop moet inspelen.

De kern
Vandaag moeten wij de zoekende mensen niet meer overtuigen met wonderlijke gebeurtenissen en opzienbarende voorvallen. Die zijn er natuurlijk wel, maar meestal behoren die tot de intieme belevingswereld van de gelovige, die zich daardoor gesterkt en in God geborgen weet. Maar mensen die niet meer of nog niet geloven, die beschouwen zichzelf als veel te nuchter voor dat soort zaken.
En daarom moeten wij ons richten op het hart van onze hedendaagse maatschappij die uit alle macht iedereen probeert te verslaven aan consumptie. (De economie weet je wel!)
Wij moeten mensen aantonen dat alles naar je toehalen, het alleen maar bezig zijn met jezelf, met geld en met luxe, met reizen en met feesten, je leven uiteindelijk leeg en zinloos maakt.
En dat wat Jezus vraagt: zorg dragen voor anderen, liefde, vriendschap en genegenheid, dat dát levensvervulling en geluk geeft.
En wij kunnen dat alleen maar aantonen door zelf zo te leven en gelukkig te zijn. Want als je gelukkig bent, kan je dat niet wegstoppen. Zoals je het ook niet kan faken met een glas champagne in de hand.

Wie heeft gelijk, Jezus of de reclame?

Zondag 5 juli 2020, Veertiende zondag door het jaar (jaar A)

Vorige week eindigden wij met Jezus’ uitspraak: “Ik ben gekomen opdat ze leven zouden hebben en wel in overvloed”. Dat klinkt erg mooi en aantrekkelijk maar het lijkt wel helemaal in tegenspraak met de harde eisen die Hij ons stelt.
Want elders zegt Jezus dat wie hem wil volgen zijn kruis moet opnemen.
Dat wie zijn leven krampachtig wil vasthouden, het zal verliezen. En, helemaal verbijsterend: “Als gij volmaakt wil zijn, verkoop dan al wat je bezit en geef het aan de armen. En kom dan terug om mij te volgen.”

Kruis
Dat van dat kruis, dat vroeg of laat op je weg komt als je wil leven naar het evangelie, daar hebben we het al over gehad. Dat kruis kan allerlei vormen aannemen. Je ik-gerichtheid intomen, je egoïsme aan banden leggen, is allesbehalve een prettige onderneming.
En het volhouden, er een levenshouding van maken, kan een harde dobber zijn.
Soms mag je dat kruis ook letterlijk nemen. Wij zijn niet overal even populair.
In het Midden-Oosten bijvoorbeeld worden dagelijks christenen vermoord, gewoon omdat ze christenen zijn. En in het westen wordt dat systematisch doodgezwegen door een allesbehalve objectieve pers.
Sterker nog, je kan je zelfs afvragen in hoeverre de compleet onverschillige houding van de westerse media geen koren op de molen is van de christenvervolgers elders in de wereld. . .

Ideologisch
Blijft dan natuurlijk nog het feit dat Jezus het er altijd maar over heeft dat wij onze gerichtheid op onszelf moeten laten varen als wij ten volle willen leven.
Maar dat is nu toch precies het tegenovergestelde van wat ons in deze tijd voortdurend op het hart gedrukt wordt en dat we, eerlijk gezegd, ook graag willen geloven.
Namelijk dat we goed moeten zorgen voor onszelf als we gelukkig willen zijn.
Kijk maar naar al die onderzoeken die gedaan worden naar het geluksgevoel bij mensen. En vooral naar de vragen die daarbij aan de mensen gesteld worden. Die vragen zijn allesbehalve objectief en helemaal doortrokken van de heersende ideologie van consumentisme.
Daardoor is het resultaat ook volkomen voorspelbaar. De gelukkigste landen zijn niet toevallig de landen met de grootste welvaart, de best betaalde jobs, een uitgebreid scholennet, goed georganiseerde gezondheidszorg, veel restaurants en veel ontspanningsmogelijkheden enz. En het ligt niet alleen aan de vragen, de ondervraagden zelf geven aan gelukkig te zijn omdat ze dat allemaal hebben. Omdat gelukkig zijn nu eenmaal geassocieerd wordt met het hebben van al die dingen.
Dat uitgerekend de “gelukkige landen” ook het hoogst aantal depressies en zelfmoorden kennen, doet blijkbaar niet ter zake. Ze zijn gelukkig en daarmee basta.
Maar is dat ook werkelijk zo? Natuurlijk niet. En ieder van ons weet dat.

Plezant
Geluk wordt hier afgemeten aan normen die alles te maken hebben met ons ideologisch systeem en dat klopt gewoon niet.
Het is aangenaam en plezant als je goed geld verdient en kan shoppen en op reis gaan en regelmatig kan uitgaan en kan eten en drinken wat je maar wil.
Dat is inderdaad aangenaam en je wordt daar ook vrolijk van. En ook het feit dat je kan beroep doen op allerlei voorzieningen en dat je je zelfs een zekere luxe kan permitteren, dat maakt je het leven zeker gemakkelijker en je kan ook echt genieten van die dingen. Maar geluk is blijkbaar toch van een andere orde.
Bovendien, dat wij tegenwoordig blijkbaar nood hebben aan altijd maar meer plezante dingen: i.p.v. 1 keer per jaar op reis, 3 of 4 keren. I.p.v. af en toe op restaurant, bijna elke week. Hetzelfde voor fuiven, barbecues enz. kan erop wijzen dat die diepe onderstroom van gelukkig-zijn er niet is.

Geschenk
Gelukkig ben je als je voor jezelf niet al te veel verlangt maar je iets kan betekenen voor anderen. Gelukkig ben je als je genegenheid, waardering en liefde krijgt van anderen en je jezelf ook durft geven om anderen gelukkig te maken.
En dus helemaal niet als je altijd maar alleen voor jezelf zit te zorgen.
En daarom is het dat Jezus gelijk heeft als Hij zegt dat ons leven pas vervulling kent als wij ons egoïsme inbinden en iets proberen te betekenen voor anderen.
Jezus heeft gelijk. En wij wéten dat gewoon. Gelukkig zijn we vooral als we iets krijgen dat we ervaren als een geschenk, iets dat we niet zelf bemachtigd of naar ons toegehaald hebben. De liefde van onze partner bijvoorbeeld of de geboorte van een kindje.
Dat maakt ons gelukkig.
En juist dan beseffen we dat gelukkig-zijn een geschenk is.
Dat we het niet naar ons toe kunnen halen, niet bemachtigen en met geen geld kunnen betalen. Dat gelukkig-zijn iets is wat we krijgen.
Vaak is het een toegift, iets wat ons in de schoot geworpen wordt als we ons inzetten om anderen gelukkig te maken.

Levensvervulling
En daarom zouden die zogenaamde gelukonderzoekers beter concluderen dat welvaart, een goeie job en allerlei voorzieningen het leven gemakkelijker en aangenamer maken. En dat dit dus moet bevorderd worden overal waar er een tekort aan is. Maar dat je daar ook geluk en levensvervulling door vind is gewoon niet waar.
Koken in een keuken van Donald Muylle is zonder twijfel aangenamer dan koken op een ineengezakte ouwe Leuvense stoof. Maar dat je er ook gelukkig van wordt is onzin.
Voor levensvervulling moet je bij Jezus zijn en bij zijn ogenschijnlijk harde eisen van sterven aan je egoïsme.
Wat Hij zegt is gewoon waar. En iedereen kan dat ondervinden.

Hoezo, leven in overvloed?

Zondag 28 juni 2020, Dertiende zondag door het jaar (jaar A)

Het is al jaar en dag de gewoonte dat bij een huwelijk de trouwers zelf een grote inbreng hebben bij het opstellen van hun huwelijksviering. De priester bezorgt hen een heleboel voorbeelden, bespreekt met hen een aantal mogelijkheden en beperkingen, wijst hen op de essentie van zo’n viering en geeft goede raad. Maar hij nodigt de trouwers ook uit om daar creatief mee om te springen, er hun viering van te maken.
Het zijn tenslotte zij die huwen, niet de priester.
Iets gelijkaardigs gebeurt de laatste jaren steeds vaker ook bij doopsels.
Maar de moeilijkheid hierbij is dat bij een huwelijk de betrokkenen altijd zeer goed weten wat een huwelijk, ook een kerkelijk huwelijk, inhoudt.
Terwijl dat bij een doopsel veel minder het geval is. En je bent dan als priester op je qui-vive als de ouders in kwestie je zeggen “dat ze al een boekje klaar hebben”.
Soms krijg je dan, bijvoorbeeld, een geloofsbelijdenis die begint met: “Ik geloof in de zon”. Dat is heel mooi. Ik geloof ook in de zon. En ook in af en toe een beetje regen want dat is goed voor de sla en de tomaten. Maar met geloofsbelijdenis bedoelen wij toch iets anders. En een doop is méér dan een wat rare gewoonte die om een of andere reden hoort bij de babyborrel.

Water
Vandaag legt Paulus ons glashelder uit wat een doopsel precies inhoudt.
Door de doop, zegt Paulus, zijn wij één geworden met Christus.
In die doop, gaat hij verder, zijn wij met Christus gestorven opdat wij daarna met Hem zouden verrijzen en een nieuw leven zouden leiden, zoals Christus.
Vroeger, en nu nog altijd bij de evangelicals en de orthodoxe christenen, werd die gedachte gesymboliseerd door de volledige onderdompeling in water.
Ook dat water heeft tegenwoordig zijn oude symbolische betekenis verloren.
Bij de huidige doopvieringen doet men vaak heel poëtisch over water: water doet leven, water doet groeien en bloeien, water stilt onze dorst en heeft ons ook voor de geboorte beschermd in de moederschoot. . . Maar dat is niet de oorspronkelijke betekenis van water bij een doopsel.
Oorspronkelijk stond water ook, en misschien wel vooral, symbool voor de dood. Het herinnerde aan de zondvloed en de vernietiging van farao’s leger in de Rode Zee. Het stond symbool voor overstromingen en Tsunami’s, voor verdrinking en vernietiging van leven.
De volledige onderdompeling bij de doop had dan de betekenis van sterven aan het oude, sterven aan de zonde, sterven aan het ingebakken egoïsme.
Om dan op te stijgen uit het doopwater, als een nieuwe mens wiens leven helemaal op God gericht is.

Oude mens
Het feit dat vandaag dopelingen bijna altijd baby’s zijn, doet natuurlijk afbreuk aan de symboliek. Maar de betekenis van het doopsel blijft in ieder geval dezelfde.
Ook als je ouders de belofte voorlopig in jouw plaats doen en je ze later bewust zal moeten bevestigen, het gaat wezenlijk over het achterlaten van de “oude mens” om te kiezen voor Christus. Waarbij die “oude mens” niets anders is dan het giftige pakketje dat we via de evolutie hebben meegekregen: de ingebakken drang om (alleen) voor onszelf te zorgen, ons egoïsme, ons narcisme, plus de zo goed als vanzelfsprekende neiging om al wie ons daarbij in de weg loopt neer te slaan.
Die “oude mens” moeten wij in het doopsel achterlaten om Christus in ons leven binnen te laten en op die manier een nieuwe mens te worden.
Een mens die al die zelfzuchtige rommel achter zich laat en kiest voor een leven in liefde.

Consequenties
Nu is het natuurlijk wel zo dat “sterven aan jezelf” en “leven in liefde” nogal zwaarwichtig en bijgevolg ook een beetje onbereikbaar klinkt.
Maar denk daarbij gewoon aan de liefde tussen twee mensen of de liefde die ouders kunnen opbrengen voor hun kinderen.
Is liefde niet altijd loskomen van jezelf om er te zijn voor anderen? Jezelf verliezen om goed te kunnen doen voor anderen. En daarin zin en geluk te vinden voor jezelf. Want daar gaat het tenslotte om. Dat jezelf een zinvol leven leidt, dat ook je eigen leven tot volle ontplooiing komt.
Hier moet immers een rood knipperlicht gaan branden.
Dolorisme, zelfkwelling, het verachten van je eigen leven is niet alleen een serieuze afwijking, het is ook een belediging voor de Schepper die ons het leven als een geschenk gegeven heeft.
Wanneer Jezus ons zegt: wie mijn volgeling wil zijn, moet mij volgen door zijn kruis op te nemen, dan wijst Hij op de normale consequenties van onze keuze.
Als wij kiezen voor een leven in liefde dan zal dat soms zeer onaangename gevolgen hebben. Altijd maar tegen je egoïsme ingaan, kan zeer onprettig zijn. En bovendien stel je jezelf zeer kwetsbaar op tegenover het egoïsme van anderen.

Je geven
Maar je moet gewoon het grotere plaatje bekijken.
Door je hele leven altijd maar zitten te schrapen, alles naar je toe te halen en iedereen te domineren en te gebruiken, zal je altijd een zielenpoot blijven en nooit gelukkig zijn, nooit een zinvol leven leiden, ook al ben je nog zo rijk als Cresus.
Jezus zegt: Ik ben gekomen opdat de mensen leven zouden hebben en wel in overvloed. Maar dat kan alleen als er liefde is in je leven.
Dat kan alleen als je jezelf durft geven.