Gods anders-zijn

Zondag 19 juli 2020, Zestiende zondag door het jaar (jaar A)

In de eerste lezing botsen we vandaag op een niet-alledaagse gedachte. Sprekend over God, zegt de schrijver: “Uw macht is de grond van uw rechtvaardigheid, en omdat Gij over allen heerst, behandelt Gij allen ook met zachtheid”.
Dit is in ieder geval niet een gedachte die spontaan in ons opkomt als we het hebben over heersers en machthebbers in het algemeen.
Duizenden jaren menselijke geschiedenis hebben ons geleerd dat je van dat soort mensen niet teveel rechtvaardigheid en zeker geen zachtheid moet verwachten.
Terwijl ook Jezus over de machtigen spreekt met de milde ironie die Hem zo kenmerkte: “Gij weet”, zegt Hij, “dat zij die de volkeren met ijzeren vuist regeren, zich weldoeners laten noemen, maar zo moet gij niet doen”.
Je kan dus rustig stellen (en op goede gronden) dat te veel macht in dezelfde handen nooit goed is voor hen die er aan onderworpen zijn.

Anders
Maar waarom wordt hier in de 1ste lezing dan gezegd dat juist de absolute almacht van God de bron is van zijn rechtvaardigheid, zijn geduld, zijn zachtheid en zijn neiging tot vergeving?
De reden hiervan ligt eigenlijk voor de hand.
Ook de meest angstaanjagende menselijke tiran moet altijd beducht zijn voor het feit dat hij van de ene dag op de andere zijn macht kan verliezen.
Hij kan het zich gewoon niet permitteren van rechtvaardig, barmhartig, geduldig en vergevingsgezind te zijn omdat hij zich voortdurend met alle macht staande moet houden. Bij God ligt dat helemaal anders.
Vergeleken met God, Schepper en Instandhouder van een werkelijkheid die zo immens is dat wij ze niet eens kunnen denken, zijn al die aardse machthebbers alleen maar poppetjes, kleine nep-godjes die driftig staan te zwaaien met hun plastieken drietandjes, schertsfiguren die even het toneel op mogen om dan voorgoed weer te verdwijnen.
Vergeleken met die aardse poppenkastfiguren, is de almacht van God zo totaal en vanzelfsprekend dat Hij zich niet moet bedreigd voelen of verdedigen.
God kan zich bij wijze van spreken de luxe permitteren om barmhartig te zijn. En omdat Hij de God van Jezus Christus is, de liefdevolle Vader, kán Hij niet alleen liefdevol, barmhartig, geduldig en vergevend zijn, maar ís Hij dat ook, wil Hij dat ook zijn. Alleen op die manier kan je de schrijver van het boek Wijsheid begrijpen, als hij stelt dat juist Gods almacht de grond van zijn rechtvaardigheid en zijn welwillendheid is.

Schepper
Laten we daar nog even op verder gaan.
Heb jij dat ook als je naar zo’n wetenschappelijk programma over de kosmos kijkt, dat je dan helemaal overmand wordt door het besef dat hoe meer onze kennis toeneemt, hoe meer het blijkt dat we eigenlijk niets weten of zo goed als niets?
Dat de werkelijkheid zo onbevattelijk diep en uitgestrekt is, dat wij het 19de-eeuwse beaat geloof dat wij ooit alles zullen begrijpen moeten loslaten, want dat is niet zo. En elke nieuwe wetenschappelijke kennis verscherpt het besef dat ons oude weten maar een rommeltje was en dat alles volledig herzien moet worden. En dat dit eeuwig zo zal verdergaan.
En eigenaardig, in plaats van dat dit besef ons zou verpletteren brengt het een zekere rust teweeg. Voor gelovigen is het dan de evidentie zelf dat de Maker en Instandhouder van die immense werkelijkheid zich onmogelijk bedreigd kan voelen door een mens of door wie of wat dan ook. En dat die Schepper er geen enkele nood aan heeft om zich te gedragen als een aardse potentaat. Maar dat Hij zich verheugen kan in goedheid, schoonheid, harmonie en poëzie, waar zijn Schepping zo sterk van doortrokken is. Goedheid, schoonheid, harmonie en poëzie, en die ook leven in de mens.

Geduld
Het gevolg daarvan is dat God zich ook nooit zal laten kennen als de rusteloze verdelger van alle kwaad, als de onmiddellijke bestraffer van elke onrechtvaardigheid, als een schrikwekkende rechter die mensen scherp in het oog houdt en voortdurend vonnissen velt en uitvoert.
De 3 parabels die we vandaag te horen krijgen (en vooral dan die over het onkruid tussen de tarwe) vertellen ons over het oneindig geduld dat God met ons heeft. Kwaad wordt niet onmiddellijk gestraft. Ooit zullen wij geoordeeld worden op onze manier van leven. Maar dat zal pas helemaal aan het eind gebeuren.
Tot dan wil God blijven geloven in de groeikracht van het goede in ons. En Hij wil dat goede verleiden tot groei. Door ons altijd weer opnieuw te vergeven en nieuwe kansen te geven. Door ons te helpen om de razernij van onze wil tot bedaren te brengen en door alles wat wij aan liefdeskracht in ons hebben naar buiten te lokken. God heeft oneindig veel geduld met ons. Omdat Hij ons oneindig liefheeft. Maar ons aardse leven is natuurlijk eindig en uitstel is erg riskant, want morgen kan het gedaan zijn.
Toch denk ik soms, maar dat is natuurlijk een erg subjectieve gedachte, dat God nog het meest plezier heeft van iemand die zich pas op late leeftijd helemaal naar Hem toekeert. Ik denk dat tenminste.
Ouder wordende zondaars koesteren wel meer dergelijke fantasieën.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s