Ontwrichtend individualisme

Zondag 23 augustus 2020, Eenentwintigste zondag door het jaar (jaar A)

Soms zeggen mensen mij na een preek: jij hebt me dunkt iets tegen genieten. En dan bekijken ze mij eens goed. En dan hoor je ze denken: dat zou je nochtans niet zeggen. En terecht natuurlijk.
Want als er één strekking is die zowat elk geloof af en toe teistert en waarvoor ik geen enkele sympathie koester, dan is dat wel: overdreven ascetisme.
Het op voorhand verketteren van alles wat leuk en aangenaam is.
Het je lichaam zelfs kwalijk nemen dat het honger en dorst heeft.
Ik vind dat volslagen maf, want hoe je het ook draait of keert: het leven is een geschenk, een kans die je krijgt. Ondanks de schrijnende ongelijkheid, vaak al vanaf het begin ervan, en ondanks alles wat je kan overkomen, al wat je leven tot een nachtmerrie kan maken, in wezen is het een kans die je krijgt om er iets moois van te maken.
Een kans om met al de kracht en de creativiteit die je in je hebt, er iets moois van te maken voor jezelf en voor de anderen.

Heilige Economie
Vooral dat laatste: er mee zorg voor dragen dat ook anderen van hun leven iets moois kunnen maken, staat in onze tijd op een lager pitje. Zo erg zelfs, dat je meer en meer kan spreken over een beschaving die gebaseerd is op individueel eigenbelang.
Er zijn ook geen grote ideologieën meer die erop uit zijn om het lot van de mensen of van grote groepen mensen te verbeteren.
Er is alleen nog het alles dominerende, door niemand nog in vraag gestelde kapitalistisch systeem met in het centrum daarvan de Heilige Economie. Dat is momenteel niet langer een typisch westers, maar een mondiaal verschijnsel geworden. Ook in zogenaamde communistische en islamitische landen krijgen de mensen van de media dezelfde of soortgelijke reclameboodschappen voorgeschoteld als wat wij hier dagelijks te verwerken krijgen.
Van Hitler en zijn nazi’s wordt vaak gezegd dat hun succes kwam van het beroep dat ze deden op de laagste driften in de mens: haat, wraakzucht, woede en angst.
Maar de “gevoeligheden” waar onze reclame en dus ook ons systeem beroep op doen, zijn al niet veel fraaier: ijdelheid, hebzucht en egoïsme.

Verbondenheid
En op termijn heeft dat natuurlijk kwalijke gevolgen.
Dat super individualisme, dat zijn wortels heeft in het westen, is momenteel als een pandemie doorgedrongen tot in de verste uithoeken van de wereld.
En vernietigt, overal op zijn weg, eeuwenoude vormen van verbondenheid tussen mensen.
De technologie en de media overbruggen wel enorme afstanden, maar ze brengen geen nieuwe verbondenheid.
Dat mensen, in tegenstelling tot vroeger, je niet meer groeten op straat tenzij ze je heel goed kennen, dat merken ze evengoed in New Delhi en Hongkong en in de Kaukasus als in Lubbeek en in Leuven.
Het extreem individualisme is vooral echter ook, hoe raar dit ook mag lijken, oorzaak van nieuwe en extreme vormen van verbondenheid, die zich op een gewelddadige wijze richt tegen anderen. Daar is een verklaring voor.

Woede
Men kan mensen heel lang een soort Amerikaanse droom van vrijheid, rijkdom en succes voorspiegelen, maar na een tijd beginnen grote groepen door te hebben dat zij daar toch niet voor in aanmerking komen.
En dat brengt groeiende frustratie en woede teweeg.
Want ondertussen worden ook de mensen in de sloppenwijken overal ter wereld overspoeld met beelden van de superrijken, die het wél gehaald hebben.
En dan gebeurt er iets heel curieus. De verongelijkten, die maar niet aan de bak komen, keren zich niet tegen diegenen die succes hebben, want dat blijven hun voorbeelden waar ze naar opkijken. Maar ze gaan op zoek naar zondebokken die er oorzaak van zijn dat zij het niet haalden. En dat zijn dan “nogal vlug” de mensen met een andere huidskleur, een ander geloof, nationaliteit of cultuur. En dat is, in onze tijd, de oorzaak van terrorisme en oorlogen.
Zo wordt het ook duidelijk dat bijvoorbeeld religieus fundamentalisme weinig met religie te maken heeft. Radicale moslims en hindoenationalisten staan op hun zogenaamde superioriteit, juist omdat ze hun religieuze identiteit zijn kwijtgeraakt. Hun traditionele levenswijzen zijn omgevormd tot agressieve ideologieën, en de aanhangers zijn mensen die vaak nooit in een moskee of een tempel zijn geweest.

Corona
Je kan gerust stellen dat de op individueel eigenbelang gebaseerde samenleving dé ergste neergang is die wij meemaken sinds de val van Rome.
En raar genoeg kan juist de coronacrisis ons helpen om de eerste stappen te zetten naar de uitgang. Een voorbeeld: er zijn nogal wat mensen onder ons die al die maatregelen overdreven vinden. Diep in ons hart denken we dan dat wij sterk genoeg en safe zijn. Maar laten we dan eens proberen alle regels strikt na te leven, gewoon uit respect en bezorgdheid voor mensen die wél angst hebben en die gevaar lopen.
Als dat lukt, zijn we al een heel eind op weg naar genezing van onze samenleving.

Inspiratie: “Tijd van woede, een geschiedenis van het heden”, Pankaj Mishra

Maria

Zaterdag 15 augustus 2020 – Onze-Lieve-Vrouw Ten Hemelopneming (jaar A)

Ik heb nog de tijd meegemaakt dat men bewust afstand nam van het oude beeld van God als de almachtige Schepper van hemel en aarde. De vreeswekkend rechtvaardige Rechter ook, die ons aan het eind zal oordelen.
En die ons onverbiddelijk en voor altijd zal verwijzen naar de hemel of de hel.
Het was een beeld dat vooral angst inboezemde.
En eind jaren vijftig, begin jaren zestig moest dat archaïsche beeld steeds meer wijken voor een beeld dat veel dichter aansloot bij datgene wat Jezus zelf ons gebracht heeft: dat van de barmhartige en liefdevolle Vader, die zielsveel van ons houdt.
Het duurde echter niet lang of ook daar kwam alweer kritiek op.
Sommigen vonden dat dit beeld van liefdevolle Vader een serieuze hinderpaal vormde voor mensen die alleen maar slechte ervaringen met hun aardse vader (gehad) hadden. Maar zo kan je natuurlijk blijven doorgaan.
Voor hetzelfde geld en met meer reden, kan je zeggen dat juist zo’n mensen zich kunnen optrekken aan een God die wél een goede Vader is en van hen houdt.

Moeder
Misschien kan je ook hetzelfde zeggen over Maria, voor mensen die geen al te beste relatie hebben met hun moeder.
Je moet dan natuurlijk wel voorbij een torenhoog en zeer oud taboe, dat stelt dat vaders wel al het geld kunnen opdrinken en vrouwen en kinderen slaan, maar dat moeders altijd zielsveel houden van hun kinderen. Onze tijd en vooral de media hebben korte metten gemaakt met dit taboe. Toch wordt er, zeker in godsdienstige middens, weinig over gesproken.
Maar ik ken mensen die zich sterk geborgen weten bij Maria. Juist omdat ze bij haar de warmte en genegenheid vinden die ze van hun eigen moeder nooit gekregen hebben.
Het is natuurlijk een kleine minderheid, zoals ook de moeders die hun kinderen de genegenheid ontzeggen waar ze recht op hebben, een kleine minderheid blijven.
Maar ze zijn er, en voor één keer mag dat ook wel eens gezegd worden, want voor die kinderen is Moeder Maria vaak de enige toevlucht.

Mens
Voor de overgrote meerderheid van de mensen die Maria vereren heeft de aanhankelijkheid en de genegenheid voor haar natuurlijk een heel andere grond.
Een grond die zo sterk doorwerkt dat nogal wat vrome mensen gevoelsmatig dichter bij Maria staan dan bij God.
En die grond is niets anders dan het besef dat Maria voor 100% “één van ons” is.
De status van Jezus is voor vele mensen eerder vaag. Het christelijke leerstuk dat Jezus “volledig God en volledig mens” is, maakt het hun niet gemakkelijk.
Van Maria kan je tenminste onbekommerd zeggen dat ze helemaal één van ons is. Ze is weliswaar Gods lieveling én de Moeder van Jezus, maar ze is in ieder geval 100% mens. En dus . . . “begrijpt ze ons beter”.
Niet-katholieke, vooral ook protestantse mensen, kijken vaak nogal zorgelijk naar de soms erg uitbundige Mariaverering bij de Roomse broeders. Ze vrezen dat Maria zo langzamerhand een soort goddelijke status heeft gekregen en vaak de plaats van God en van Jezus heeft ingenomen.
Dat de Mariaverering, vooral in de zuiderse landen, soms enigszins buitensporig kan genoemd worden, heeft echter juist een heel andere reden. De basis van het onwankelbare vertrouwen in haar is niet dat zij gezien wordt als een soort godin maar juist als een mens, iemand van ons maar die, vergeef me de uitdrukking, die het heel ver gebracht heeft, die heel dicht bij God staat.
Maar die méns is, die denkt en praat en voelt zoals wij. Die ons dus volkomen begrijpt. Vandaar dat Maria zo’n grote rol speelt bij het smeekgebed, als wij iets willen verkrijgen: zij begrijpt ons, zij kent onze miserie, onze angsten en onze pijn uit de eerste hand.

Verhoring
Misschien toch nog iets over dat smeekgebed.
Het spreekt vanzelf dat als je een smeekbede tot God richt dat je er dan van uit gaat dat God niet een onpersoonlijke, vage kracht is, maar Iemand die echt op je betrokken is, die je volgt en gadeslaat, die van je houdt.
Maar als Hij van mij houdt, hoe komt het dan dat ik zo vaak niet verhoord wordt?
Omdat God, God is. Niet een goedhartige opa die, als wij braaf zijn, niet anders kan dan al onze wensen involgen.
Als God dat deed, alles doen en geven wat wij vragen, dan zouden wij God zijn en Hij ons knechtje. Maar zo is het natuurlijk niet.
God respecteert onze vrijheid en kijkt toe hoe wij voortdurend keuzes maken. Maar God is zelf ook vrij en bovendien is Hij God. En Hij heeft ook plannen met ons, Hij wil ons ergens naartoe lokken. Als wij Hem nu iets vragen dat tegen zijn eigen doelstelling ingaat, zullen we op onze honger blijven. Als Hij echter ook zijn doel kan bereiken op een manier die overeenkomt met onze smeekbede, zal Hij, omdat Hij van ons houdt, alle wegen ombuigen en alle plannen veranderen om in te gaan op ons verzoek.
Smeekgebed heeft dus wel degelijk zin.

Een nabije God

Zondag 9 augustus 2020, Negentiende zondag door het jaar (jaar A)

Zit u ook met dat gevoel dat de God uit het Oude Testament een eerder angstaanjagende God is, die de legers van Israël vergezelt, soms zelfs voor hen uitgaat om dood en verderf te zaaien onder hun vijanden?
Een theatrale God ook, die imponeert met donder en bliksem, en die toch wel heel erg verschilt van de voorstelling die wij dankzij Jezus van God gekregen hebben.

Zachte bries
Maar eigenlijk is dat verschil vaak alleen maar schijn. Het lijkt in het Oude Testament alleen maar om een andere God te gaan omdat die teksten je vaak op het verkeerde been zetten. Bij een zorgvuldige lezing blijkt dat de joden wel denken en hopen dat God met hen mee ten strijde trekt, maar vaak lijden ze dan toch maar een smadelijke nederlaag.
En wat betreft de bombastische verschijnselen die in het Oude Testament met elke godsopenbaring gepaard lijken te gaan en die elke Hollywoodregisseur doen watertanden, die blijken alleen maar een soort stijlfiguur te zijn, die de openbaring moet aankondigen.
De openbaring zélf, het spreken van God, gaat met heel wat minder lawaai en gedruis gepaard. Dat spreken van God is een heel intiem gebeuren. Het vindt plaats in je hart. En gaat helemaal niet vergezeld van storm of “tekenen aan zon en maan”, maar het lijkt eerder op het “suizen van een zachte bries”, zoals de eerste lezing de ontmoeting van Elia op de Horeb beschrijft.
Anderzijds, dat spreken van God mag dan al zacht en niet-opdringerig zijn, het is altijd wel bijzonder helder, niet voor misverstanden vatbaar.

Orakels
Heel anders dus dan de vroegere orakels. In de oudheid gingen invloedrijke mensen als ze een belangrijke beslissing moesten nemen altijd te rade bij een of ander orakel. Zo’n orakel, dat was nog eens wat. Het bevond zich op heilige plaatsen, waar de godheid sprak door middel van een meestal zwaar gedrogeerde priesteres. Gedrogeerd inderdaad, maar altijd bleek ze toch nog net genoeg bij haar zinnen om heel geraffineerde en heel dubbelzinnige uitspraken te doen.
Koning Cresus bijvoorbeeld, die een oorlog wilde beginnen tegen het geweldige Perzische rijk, kreeg van het orakel te horen: “Een machtig rijk zal ten onder gaan”. Content en helemaal gerustgesteld begon Cresus dus aan de verovering van Perzië. Maar al vlug bleek dat het zijn eigen rijk was dat compleet ten onder ging.
Het orakel had dus altijd gelijk en je kon er dan ook eigenlijk niets mee aanvangen.

Eenduidig
Als God echt tot je spreekt, dan is dat nooit dubbelzinnig, maar kristalhelder.
En hoewel het spreken van God is als “het suizen van een zachte bries”, kan je het nooit “weg-interpreteren”, je kan er nooit alle kanten mee uit.
Natuurlijk zal iemand die niet gelooft alles wat wij hier behandelen terugbrengen tot inbeelding en ervan uitgaan dat heel dat “spreken van God” in werkelijkheid vanonder je eigen hersenpan vandaan komt.
Maar een gelovige weet intuïtief dat dit “van verder” komt: het is glashelder, strijkt vaak tegen de haren in en hoewel je het kan negeren, staat het er als in de rots gebeiteld.

Hoop
Dat spreken van God en de inzichten die we daaruit meekrijgen kan ondertussen over van alles gaan. Vooral echter over ons eigen leven. God wil ons vormen. En ons helpen om ons leven zinvol uit te bouwen. Het heeft dus niks onbehoorlijks om God te vragen je daarbij te helpen. Je moet niet per se altijd iets vragen voor andere mensen. Je mag gerust ook wat voor jezelf vragen.
God wil echt iets betekenen in je persoonlijk leven. Bid. Ga altijd meer en meer intiem met Hem om. Leg je probleem voor Hem neer. Spreek erover.
Vraag om je te helpen. Spreek over je angsten, je mislukkingen en ook over wat je tóch al bereikt hebt. Over je obsessies en verslavingen én over wat je blij maakt.
En na een tijd zal je merken dat spreken met God en met Christus vooral luisteren is.
En God zal je, op de eerste plaats, rust geven. En hoop. Vooral hoop. Bij alles wat je overkomt.

Minnaar
Wij mogen met onze mislukkingen en onze kwetsuren bij Hem komen. De verrezen Heer toont altijd zijn eigen wonden. Hij is zelf geslagen, vernederd, verwond en gekruisigd geweest voor Hij verrees.
Hij is een lichtbaken van hoop. Hoop door alle pijn heen.
En omdat Hijzelf, zoals we dat zeggen bij de consecratie, zelf alles heeft doorgemaakt wat wij ooit kunnen doormaken, mag Hij ons ook troosten, mag Hij ons hoop geven.
Want onze God is geen Albeheerser die majestueus troont boven de planeten.
Hij is een nabije God, die met ons meeleeft, bij wie we zwak en kwetsbaar mogen zijn.
Die ons koestert als alles tegenzit en wij het niet meer zien zitten.
Die nieuwe deuren opent als alle andere deuren voor ons dichtgeslagen worden.
Die ons altijd weer toekomst biedt, het nooit met ons opgeeft.
Hij houdt van ons. God is een minnaar die zich door onze nukkigheden nooit uit het veld laat slaan. Die altijd terugkomt.
Soms zou je zelfs gaan denken: het is God die ons aanbidt. . .

Bij de mensen zijn

Zondag 2 augustus 2020, Achttiende zondag door het jaar (jaar A)

Jezus is al een ganse dag, misschien zelfs al dagenlang met een grote groep mensen onderweg. Hij luistert naar hun problemen, bemoedigt hen, geneest hun kwalen en geeft hun onderricht. En de mensen hangen zodanig aan zijn lippen, dat zelfs bij het vallen van de avond van naar huis gaan geen sprake is.
En hoewel ze zonder twijfel honger beginnen te krijgen, maakt Jezus geen aanstalten om hen weg te sturen.
De apostelen echter, en dan op de eerste plaats waarschijnlijk Petrus, het heftige haantje, zijn daar veel realistischer in en willen zonder verder uitstel de evacuatie organiseren.
Maar Jezus houdt hen tegen. En dan komt het wonder van de broodvermenigvuldiging. Het is geen magische truc. En er is ook geen mecenas in het spel die sponsort en karrenvrachten brood laat aanrukken.
Er gebeurt een groter wonder, iets wat helemaal nog nooit gezien is.
Gevolg gevend aan de woorden van Jezus en vooral aan die formidabele blik van Hem, zoals ik mij dat graag voorstel, die donkere ogen, dat sterke gelaat waarvan de kracht alleen getemperd wordt door de liefde die eruit spreekt, beginnen duizenden mensen alles wat ze bij hebben met elkaar te delen.
Niet enkele goede zielen, maar allemaal halen ze zelfs het meest voorzichtig verborgen gehouden reserverantsoentje boven en delen het met hun buren.
En allen aten tot ze verzadigd waren, staat er.

Honger
En dat kan natuurlijk ook doorgetrokken worden naar onze tijd, en naar de hele wereld. Er zijn genoeg middelen voorhanden om ervoor te zorgen dat over heel de aarde niemand honger hoeft te lijden.
Maar waarom moeten er tot op vandaag dan ontelbare mensen, vooral ook kinderen, sterven aan ondervoeding?
Misschien kunnen wij daar persoonlijk niet zoveel aan verhelpen. Maar ook een druppel op een hete plaat is er één. En het zou in ieder geval getuigen van menselijkheid als wij daar minstens af en toe van wakker lagen.
Vandaag, 2 augustus, is het 20 jaar geleden dat men in het landingsstel van een Sabenatoestel uit Guinea de doodgevroren lichamen vond van twee Afrikaanse jongens. Ze hadden, in al hun naïviteit, een handgeschreven brief bij, gericht aan “de leiders van Europa” met daarin een smeekbede voor hulp aan de kinderen van Afrika.
Vandaag staan de mensen daar geen centimeter verder. De oogst in Oost-Afrika is verwoest en de honger staat opnieuw voor de deur.
Beroert ons dat nog als wij ons opmaken voor onze vakantie of jammeren omdat, wegens corona, een fuif of barbecue niet kan doorgaan?

“Moderniseren”
Het evangelie van vandaag leert ons nog iets anders.
Het feit namelijk dat Jezus mensen nooit wegstuurt; integendeel, Hij zoekt ze op.
Soms trekt Hij zich terug om alleen te zijn en te bidden maar altijd weer opnieuw zoekt Hij daarna de mensen terug op, wil Hij hun nabij zijn, iets voor hen betekenen, hen bemoedigen en bevestigen.
Hen, zo nodig, rechttrekken en genezen. Mensen nabij-zijn is een centraal begrip in het leven van een christen. Misschien moeten wij daar ook wat meer aan denken bij het organiseren van de pastoraal in onze parochies.
Zitten wij niet nog te veel gevangen in een mentaliteit uit de jaren 60 en 70, te veel bezig met het “moderniseren” van de Kerk?
Het organiseren van recepties en barbecues. Het vervangen van Missen door gebedsdiensten en van de vroegere alwetende pastoors en zich met alles moeiende onderpastoors, door even autoritaire leken.

Cyberkerk?
Eigenlijk heeft dat allemaal geen enkele toekomst zolang wij er blijven van uitgaan dat de mensen naar ons moeten komen en gelokt moeten worden door wat wij hun aanbieden “meer bij de tijd te brengen”.
Ik moet daar altijd aan denken als ik een priester zichzelf hoor prijzen omdat hij “zijn” Mis in deze coronatijd op het internet plaatst en op die manier “zijn mensen nabij blijft”. Dat is mooi. Maar als er niet méér is, vrees ik dat dat soort nabijheid dezelfde is als die die je krijgt van een goudvis in een bokaal op de kast.
De Kerk van de toekomst zal een Kerk zijn die de mensen nabij is door naar hen toe te gaan, daar waar ze werken en zich ontspannen.
Christenen zullen moeten prominent aanwezig zijn in de bedrijven en winkelcentra, in vakbonden en scholen, in ziekenhuizen en in zorgcentra, in asielcentra en jeugdverenigingen. Kortom overal waar mensen werken, genieten en afzien.
Dat vergt dan wel een serieuze reorganisatie van de Kerk.
Maar we zullen het aankunnen.
Het moet. Er is geen weg terug.