Tegenspraak

Zondag 30 augustus 2020, Tweeëntwintigste zondag door het jaar (jaar A)

In het eerste jaar middelbare school zat er een jongen uit Geetbets in mijn klas. En toen de pastoor aan zijn papa eens vroeg waarom zijn zoon niet meer naar de mis ging, antwoordde die: “Ja maar, meneer pastoor, mijn zoon is 12 jaar en gaat nu naar de normaalschool in Tienen, die is daar nu toch veel te geleerd voor geworden.”
Een wat extreem voorbeeld natuurlijk, maar dat was vroeger zo’n beetje de mentaliteit. Mensen die niet of niet meer geloofden, brachten dat nogal vlug in verband met hun intelligentie. Ook vandaag gebeurt dat nog vaak.
Hoewel tegenwoordig iedereen toch zou moeten weten dat dit verband louter denkbeeldig is. En dat zowel gelovigen als ongelovigen het intellectuele dak van onze wereld uitmaken. Vroeger, nu én in de toekomst.
Het is wel zo dat wanneer je algemene (wetenschappelijke) kennis toeneemt en je kennis van het geloof op kindniveau blijft (en bij nogal wat hooggeschoolden is dat zo), dat je dan brokken krijgt.
Maar vandaag weten wij dat er geen enkele negatieve correlatie bestaat tussen intelligentie en religieus geloof.
Vandaar dat nogal wat mensen die niet geloven in onze tijd eerder zullen zeggen dat ze “te nuchter” zijn om te geloven. Het klinkt nog altijd niet erg waarderend, maar het is toch al een verbetering.
Hoewel ook zij eigenlijk neerkijken op het geloof en op de gelovigen, gaan ze niet direct boze plannen tegen ons koesteren.

Anders
Als Jezus spreekt over vervolging en verdrukking, over offers voor je geloof moeten brengen en er zelfs je kruis voor moeten opnemen, dan gaat het over iets heel anders.
Dan gaat het over mensen die heel goed weten waar het christendom voor staat en wat het wil bereiken. En die het daar helemaal niet mee eens zijn. En die het geloof te vuur en te zwaard bestrijden. Denk aan de vervolgingen van de vroegere Romeinse keizers. En, dichter bij onze tijd, aan de vervolgingen van de twee meest mens verachtende ideologieën die er ooit geweest zijn: het sovjetcommunisme en het nazisme.
Achteraf bekeken gaat het hier natuurlijk om ideologieën die, goddank, maar tijdelijk succes kenden. En die zich alleen maar konden handhaven met geweld en onderdrukking.

Vandaag
De tegenstand, de vijandigheid die wij vandaag ervaren is van een heel andere aard.
Enkele weken geleden was ik aan het preken tijdens een begrafenis en op een gegeven moment merkte ik dat sommige mensen in de kerk zich ongemakkelijk voelden bij wat ik zei. Enkelen keken zelfs ronduit kwaad.
Wat had ik dan voor onbehoorlijks gezegd? Ik had gewoon gezegd dat je alleen maar gelukkig wordt als er liefde in je leven is. Omdat het diepste verlangen in elke mens het verlangen naar liefde is en niet datgene wat het moderne levensgevoel ons voorhoudt: het vergaren van zoveel mogelijk geld en hebbedingen.
En dan was ik nog niet eens zo stout van erbij te vertellen, dat het overmatig achterna hollen van geld en bezit en genot juist wijst op een gebrek aan liefde in je leven.

Inzicht
Ik geloof echt dat dit zo is, en hoewel het in de liturgie natuurlijk niet de bedoeling is dat je daar de aanwezigen wat staat te jennen, mag je toch nog wel zeggen waar het in ons geloof om gaat.
Vele tijdgenoten vinden dat geloof moet gaan over oude verhalen, wonderen en verschijningen. Dan blijft het “handelbaar”. Dan kan je er een etiket op plakken en het klasseren.
Maar als je vanuit je geloof serieuze vragen gaat stellen bij het huidig economisch fundamentalisme en bij het algemeen beleden geloof in verlossing door geld en consumptie, dan worden velen daar ongemakkelijk bij.
Maar het allerbelangrijkste inzicht dat ik in mijn hele leven heb opgedaan is juist het inzicht dat het diepste verlangen in de mens, het verlangen naar liefde is. En dat je bijgevolg alleen maar gelukkig wordt in de mate dat er liefde is in je leven. Voor dat inzicht zal ik Jezus, de Kerk en het christendom eeuwig dankbaar blijven.
Die “liefde” kan de liefde en de vriendschap zijn van je man, je vrouw, je ouders, je kinderen of van wie dan ook. Zij is het die je opricht, je laat groeien, je tot leven brengt.

Hulp
Maar wat als die er niet is?
Als die liefde ontbreekt in je leven, als je het gevoel hebt dat niemand van je houdt, dan kan je altijd nog je eigen capaciteiten om lief te hebben ontwikkelen. En vermits God, naar het woord van Johannes, zelf liefde is, zal Hij je graag helpen om, langzaam maar zeker, een liefdevol mens te worden. Iemand die zelf groeit als hij of zij iets kan betekenen voor anderen.
Het ontwikkelen van ons vermogen om lief te hebben, om liefde te geven en liefde te krijgen, is het enige wat wij hier te doen hebben eer wij naar God mogen terugkeren.
Het leven is een geschenk. Wij kunnen dus rustig genieten van alles wat dat leven mooi maakt: eten en drinken, sport, reizen, seks, ontspanning en alles wat het leven aangenaam maakt.
Het tomeloos najagen van al die dingen echter is niets anders dan compensatie voor het gemis, het gebrek aan datgene waar het werkelijk om gaat: liefde in je leven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s