Rechtvaardigheid: het fundament

Zondag 20 september 2020, Vijfentwintigste zondag door het jaar (jaar A)

Ik heb ooit een man gekend, Frans, die in zijn jeugd voor priester studeerde.
Maar er was iets misgelopen in zijn hersenen, met blijvende schade tot gevolg.
In het bedrijf waar ik toen werkte verdiende Frans een karig boterhammetje met het opknappen van kleine klusjes. Tijdens de pauzes en na het werk praatte hij nog altijd graag over God en over zijn geloof.
Maar als je het ook maar even had over de liefde van God dan keek hij je strak aan en hij zei dan, met opgestoken wijsvinger, bijna theatraal: “God zal dan wel liefde zijn, maar Hij is bovenal oneindig rechtvaardig”.
En in de ogen van Frans zag je dan plechtstatige ernst, maar toch vooral ook: angst. Frans zal nu al wel jaren in de hemel zijn, stellig tot zijn eigen blije verwondering. Hij vertegenwoordigde (of was de dupe van) een strekking binnen het geloof die in het Calvinisme en het Jansenisme haar hoogtepunt vond en die een domper zette op elke vreugde die normaal van het geloof zou moeten uitgaan.
Die angst voor God of de goden is heel oud en marcheert eigenlijk al van in de oertijd met ons mee doorheen de geschiedenis.
Vandaar dat Jezus zoveel belang hecht aan het bekendmaken van God als een liefdevolle Vader, die onvoorwaardelijk van ons houdt.
Omdat angst voor God ons belet om ook maar enigszins van God te houden, nota bene het belangrijkste gebod. Terwijl diezelfde angst ons eveneens belet om te genieten van Zijn liefde voor ons, de kern van de Evangelische Boodschap. Je zou dus al voor minder op je qui-vive zijn!
Maar, als God zo liefdevol en barmhartig is, is Hij dan niet rechtvaardig? Jazeker. Maar zijn barmhartigheid, zijn vergeving en zijn liefde overtreft zijn rechtvaardigheid. Dat is het klassieke antwoord.

Onrecht
We moeten hier echter wel bijzonder goed oppassen dat we een uiterst belangrijke zaak als rechtvaardigheid niet minimaliseren.
Het verlangen naar rechtvaardigheid staat iedere mens in het hart gebrand en er zijn in de Bijbel maar weinig woorden die vaker gebruikt worden dan recht, rechtvaardigheid en gerechtigheid.
Zonder rechtvaardigheid staan we nergens, niet als persoon en niet als gemeenschap.
Onrecht is oorzaak van ruzie, geweld en zelfs van doodslag. En maatschappelijk zet het groepen en klassen tegen elkaar op. Maatschappelijk loopt onrechtvaardigheid altijd uit op onderdrukking, tirannie en op verzet daartegen.
Het is oorzaak van onlusten, revoluties en oorlogen. Het ontwricht het samenleven van mensen. Het heeft alleen maar chaos en ellende tot gevolg.

Bijbels
Ik ben nog nooit in Amerika geweest. Maar wat mij altijd opvalt in films of reportages over de Verenigde Staten, dat zijn de beelden van zo’n typisch Amerikaans stadje, middelgroot en zonder wolkenkrabbers.
Hoewel het vaak gaat om een diepreligieuze gemeenschap, is het grootste, meest imposante gebouw niet de kerk maar het gerechtsgebouw. En dat komt omdat de Amerikanen afstammelingen zijn van mensen die vroeger uit alle delen van de wereld daar naartoe gevlucht zijn om te ontsnappen aan het onrecht en de onderdrukking die ze in hun land moesten ondergaan vanwege despoten die lak hadden aan wetten en rechtvaardigheid. Vandaar ook de Amerikaanse gevoeligheid voor vrijheid en recht.
Een bijna obsessieve gevoeligheid, die diepe Bijbelse roots heeft.
Want daar mag geen enkel misverstand over bestaan, de Bijbel is daarover zeer formeel: een serieuze samenleving is alleen maar mogelijk als er een stevig wettelijk kader is en als er instellingen en mensen zijn die die wetten ook kunnen doen naleven. Als dat er niet is heerst de wet van de jungle, de wet van de sterkste, de totale willekeur en zit je binnen de kortste keren met uitbuiting en onderdrukking.
Salomo was de grootste koning van Israël ooit, niet omdat hij een groot veldheer was, maar omdat hij als geen ander recht kon spreken en wijze oordelen vellen.
Israël heeft zelfs een hele periode gekend waarin het land niet door koningen werd bestuurd maar door rechters.

Vergeving
Rechtvaardigheid komt eerst, vormt de basis, de voorwaarde. En daarbovenop komt dan de barmhartigheid, de vergeving.
Ook in de biecht is dat zo. Je krijgt niet zomaar vergeving. Het kwaad dat je hebt aangericht en dat je kan herstellen, moet je ook eerst herstellen (bijvoorbeeld wat gestolen is terugbezorgen aan de eigenaar) en dan kan je vergeving krijgen.
Barmhartigheid is een typisch kenmerk van God. En daarom wordt van de gelovigen dezelfde houding verwacht.
Maar barmhartigheid kan nooit de plaats innemen van rechtvaardigheid.
Eigenlijk is barmhartigheid niet alleen een kenmerk, maar ook een privilege van God.

Beperking
Voor mensen zijn de mogelijkheden op dat gebied zeer beperkt.
Ik kan alleen maar mensen vergeven die mij persoonlijk (of mijn nabestaanden) kwaad hebben berokkend. Het zou erg misplaatst zijn als ik iemand het kwaad zou vergeven dat hij andere mensen heeft aangedaan. Dat mag ik niet. Dat kunnen alleen God én de slachtoffers zelf. Omgekeerd, maar op dezelfde wijze, moet ik geen vergeving vragen voor iets wat anderen gedaan hebben en moeten Duitse jongeren bijvoorbeeld zich niet schuldig voelen voor wat Hitler 70 jaar geleden heeft misdaan.
Schuldig ben je alleen als je zelf iets misdaan hebt, het mogelijk gemaakt of er aan meegedaan hebt. Maar vergiffenis vragen voor wat anderen hebben aangericht is niet alleen misplaatst, het heeft zelfs iets arrogants.
Laten we het simpel houden.
Vergiffenis vragen voor wat we zelf misdaan hebben is al moeilijk genoeg.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s