Mensen waar je kan op bouwen

Zondag 27 september 2020, Zesentwintigste zondag door het jaar (jaar A)

“Geef niet toe aan partijzucht en ijdelheid”, zegt Paulus, “maar acht de ander hoger dan jezelf”. “Laat niemand alleen zijn eigen belangen behartigen, maar liever die van zijn naasten”. Klinkt een beetje raar vandaag.
Als moderne, geciviliseerde mens die geleerd heeft niet over zich heen te laten lopen en op te komen voor jezelf, word je niet meteen wild van die woorden.
En toch heeft Paulus het hier over een van de grondhoudingen die een christen zouden moeten kenmerken.
Waar gaat het over? Paulus wil hier de eensgezindheid en samenhorigheid onder de christenen promoten. De eenheid in denken en doen, met de onderlinge liefde als band.

IJdelheid
Als er nu één ding is dat samenhorigheid brutaal doorkruist, dan is dat ijdelheid, de mening dat ik belangrijker ben dan een ander.
En dat dus ook op de eerste plaats mijn persoonlijke belangen moeten verdedigd worden. Partijzucht heeft hier trouwens niets te maken met politieke zeden. Paulus bedoelt daarmee gewoon het zoeken van bondgenoten om je ijdelheid en je eigenbelang te dienen.
Terwijl je als christen op de eerste plaats moet goed willen zijn voor de anderen.
Er staat letterlijk: de ander hoger achten dan uzelf.
Belangrijk is hier te zien dat het niet gaat over gevoelens van minderwaardigheid, met een beetje minnetjes denken over jezelf. Integendeel. Het is juist vanuit een gezond gedacht over jezelf en vanuit de zekerheid dat de Heer hierin achter je staat, dat je een stap opzij kan zetten en de ander kan laten voorgaan.

Dienen
Goed zijn voor, goeddoen aan een ander, heeft voor een christen niet op de eerste plaats te maken met aanleg of gevoelens. Je wil gewoon goed zijn omdat je precies daarin beeld van God bent. Als in Genesis staat dat wij geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis, dan wil dat niet zeggen dat er enige fysieke gelijkenis is tussen ons.
Maar dat wij God, die ook in ons aanwezig is, in de wereld laten komen, telkens als wij goed zijn voor anderen.
En omdat dit voor zelfbewuste mensen lang niet gemakkelijk is, gooit Paulus nu alles in de strijd om ons te overtuigen. En dan krijgen wij die geweldige ode aan de nederigheid van de Heer:
“Hij die bestond in goddelijke majesteit, heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God. Hij heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een slaaf op zich genomen”.
Hoe zouden wij ons dan nog te goed kunnen voelen om onze eigendunk opzij te zetten en de andere mensen te dienen? Als God zelf zich niet te goed voelde om af te dalen naar ons niveau. En om, in Christus, een slavenbestaan op zich te nemen en ons te dienen. Te sterven zelfs, om ons het leven te schenken.
Om ons te verlossen uit de zinloosheid en het niets.

Verhaaltje?
En na die indrukwekkende tekst van Paulus voegt de Kerk daar in de lezing van vandaag, bijna achteloos, een klein parabeltje aan toe.
Een tekstje dat je, als je het hele evangelie leest, nauwelijks opvalt en dat je zeker niet bijblijft. Een volkomen onbelangrijk stukje lijkt het wel.
Maar niets in het evangelie is onbelangrijk, geen enkele zin, geen enkel woord.
Het gaat over twee zonen die op de vraag van hun vader om hulp op zijn akker, totaal verschillend reageren. De één zegt OK, ik zal het doen, maar hij doet het niet, de ander zegt neen, maar later krijgt hij spijt en doet het toch.
Een schijnbaar banaal verhaaltje, maar eigenlijk een zeer venijnig verhaaltje.
Omdat het een van de pijnlijkste trekjes, zeg maar farizeïsche trekjes, blootlegt waaraan de volgelingen van Jezus zich nogal eens bezondigen: ja zeggen, maar niet doen. Beamen wat Jezus zegt, helemaal akkoord gaan met wat Hij van ons vraagt, maar het vertikken om het ook in praktijk te brengen.
Heel curieus. Want ook als wij in ons gezinsleven en in ons beroepsleven meestal mensen uit één stuk zijn, die doen wat ze zeggen, is dat ineens veel minder voor de hand liggend als het gaat om wat Jezus van ons vraagt. Ook al beweren wij daar helemaal achter te staan.
Bijvoorbeeld dat wij de ander moeten hoger achten dan onszelf of dat onze liefde en onze genegenheid vooral moeten uitgaan naar de armen en de uitgestotenen. Dat zeggen wij wel, maar in de praktijk leggen wij vaak toch andere prioriteiten.
Voor Jezus kan dat niet. No way!
“Die zeggen en niet doen”.
In zijn ogen één van de ernstigste vergrijpen die er zijn.

Uit één stuk
Hoe komt dat eigenlijk, dat wij zo vaak in dat bedje ziek zijn?
Ik weet het ook niet. Misschien zijn wij te sterk overtuigd geraakt van de eindeloze barmhartigheid van onze God. En van zijn beslistheid om ons niet 7 maal, maar 70 maal 7 maal, dat wil zeggen altijd te vergeven?
Misschien. Maar laten wij dan tenminste ons best doen om ook op godsdienstig gebied meer mensen uit één stuk te worden. Mensen die er voortdurend op bedacht zijn hun daden in overeenstemming te brengen met wat ze in geloof beweren.
Als wij een echt alternatief willen bieden aan een wereld die verder afzakt naar onverschilligheid en nihilisme, dan moeten wij meer geloofwaardig worden, minder tweeslachtig, meer christenen uit één stuk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s