Uitbreken

Zondag 11 oktober 2020, Achtentwintigste zondag door het jaar (jaar A)

Vorige week hebben wij het uitgebreid gehad over de dringende nood aan een nieuwe evangelisatie. Over de noodzaak om ons geloof terug door te geven, om mensen opnieuw te winnen voor Jezus en zijn evangelie.
Om de doodeenvoudige reden dat wij op een punt zijn aangekomen waarop wij wel moeten uitbreken en verkondigen, willen wij niet gewoon verdwijnen.
Het zal voor niemand van u een openbaring zijn als ik vertel dat onze kinderen niet meer automatisch het geloof van hun ouders en grootouders overnemen.
En dat de ons omringende cultuur ook niet bepaald nog zo van het christendom doordrongen is, dat mensen die het elders gaan zoeken raar bekeken worden.
Wij moeten terug de boer op. Wij moeten, net zoals een politieke partij, terug mensen winnen voor onze ideeën.
Maar dan niet om terug te vervallen in oude zonden: niet om terug machtig te worden en onze opvattingen aan iedereen op te dringen.
Maar vanuit de diepe overtuiging dat wat Jezus ons gebracht heeft, alles te maken heeft met het vinden van levensvervulling en levensgeluk voor elke mens.

Lamentabel
Eens daarvan overtuigd, kunnen we ook de moed opbrengen om eerlijk en kritisch te kijken naar de toestand waarin we als Kerk en als parochie zijn aanbeland.
Wij zijn helemaal verzand in wat je zou kunnen noemen: onderhoudspastoraal.
D.w.z. dat we geleerd hebben allang content te zijn als we zoveel mogelijk van het bestaande kunnen laten voortbestaan, terwijl het allemaal alsmaar verder afbrokkelt. Je kan het vergelijken met die Chinese jongleurs, die verschillende borden (telloren) op stokken draaiende houden door van de ene stok naar de andere te rennen, en dan met vlugge bewegingen van de stokken de boel in gang proberen te houden. Maar ze mogen lopen als gek, vroeg of laat moeten ze ermee ophouden of de borden vallen 1 voor 1 op de grond.
Parochies die alleen nog aan onderhoudspastoraal doen, zijn stervende, zijn eigenlijk op sterven na dood.
En het alsmaar groter maken van de pastorale zones biedt geen enkel soelaas.
Wij moeten gewoon terug uitbreken.

Grondig
Hoewel, zo “gewoon” is dat natuurlijk ook niet. Het gaat over niet meer of niet minder dan het voortbestaan van de Kerk in onze streken. Het zal dus gaan om een werk van lange adem. Grondig werk ook. Ophouden met knippen en plakken en pleisterwerk.
Ophouden met prullen. Inzet, wilskracht en enthousiasme zullen nodig zijn.
Vorming en doorzettingsvermogen ook. En alles, maar dan ook alles in de parochie zal moeten gefocust zijn op missionering, op evangelisatie.
Je moet van mij vandaag dus geen soort “masterplan” of visie verwachten die ik hier eens uit de doeken kom doen om dan volgende week het al te hebben over iets anders.
Het christelijk geloof is wezenlijk missionair. Het zal een werk van jaren zijn om al onze krachten opnieuw te mobiliseren in die richting. Wij zijn wat dat betreft nogal van de gemakkelijke kant geworden. . .

Schuldgevoel
Vandaag daarom alleen maar een inleidend woordje, bedoeld om onterechte schuldgevoelens weg te nemen bij zovele mensen die lijden onder het besef dat ze er niet in slaagden hun geloof door te geven aan de volgende generatie. Die pijn is heel begrijpelijk, en ik kan daar alleen maar met respect en begrip over spreken. Maar het gevoel is onterecht.
Je kan daar niets aan doen. De tijden zijn grondig veranderd.
Om te beginnen is een zeer groot gedeelte van de invloed en het gezag van de ouders op het denken en het gedrag van de kinderen overgenomen door de leeftijdsgenoten en de media.
Ook bij het doorgeven van het geloof kwam er een bijna totale breuk met het verleden.

Alles anders
Vroeger werd je geboren in een (min of meer) christelijk gezin en vanaf het begin nam je “christelijke” gewoontes en gedragingen aan: je ging naar de mis, onderhield de geboden, je ging naar een katholieke school, een katholieke jeugdbeweging enz.
In een tweede fase kon je, levend in die christelijke “cocon” ook gelovig worden (ook hier de ene min, de andere meer). En in een derde fase kon je je ook opgenomen en gedragen voelen in die christelijke gemeenschap.
Tegenwoordig is die situatie helemaal omgegooid.
Mensen (jongeren én ouderen) beginnen pas interesse te krijgen voor Kerk en parochie als ze daar een gemeenschap ontdekken die warm aanvoelt. Als de parochie een gemeenschap is waar mensen zich gedragen weten en waarderend en vriendelijk met elkaar omgaan. Een plaats waar ze niet alleen preken over “broeders en zusters”, maar waar ze zich ook echt zo gedragen.
Pas wanneer op die manier (meer nog dan door preken of boeken) hun interesse gewekt is, kunnen ze tot geloof komen en gaan ze zich uiteindelijk en vanuit dat geloof ook anders gedragen.

Warmte
Wanneer in deze tijd een parochie, een christelijke gemeenschap nog wil aanspreken, dan moet ze opvallen door de manier waarop de mensen in die kerk, in die parochie, in die christelijke vereniging met elkaar omgaan.
En zo komen we tot de allereerste, allernoodzakelijkste voorwaarde als wij in onze tijd willen evangeliseren en terug mensen willen aantrekken.
Wij zullen hen pas aanspreken als wij een hartelijke parochie zijn, waar mensen anders met elkaar omgaan dan buiten die parochie. Als wij voor mensen een voorbeeld zijn van hoe zij graag hebben dat het er in heel de maatschappij zou aan toegaan.
Dat is de allereerste voorwaarde. Daar moeten we al onze krachten op richten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s