Leven na dit leven

Zondag 1 november 2020, Allerheiligen (jaar A)

In mijn pensionaatsjaren moesten wij tijdens de retraite altijd boekjes lezen over het leven van heiligen. De bedoeling was natuurlijk dat je als jonge lezer de kriebels zou voelen om hetzelfde pad op te gaan. Maar je besefte al na de eerste regels dat daar gewoon niet aan te denken viel. De heiligen uit die boekjes stonden gewoon lichtjaren van ons af, oneindig boven ons verheven. Je kon daar gewoon niet bij.
Die mensen brachten blijkbaar heel hun leven door met het opvoeren van huzarenstukjes op het gebied van ascese. De hoogstandjes van vasten en ontbering, van nederigheid en boetedoening, waren zo adembenemend dat aan navolging gewoon niet te denken viel.
Hoe komt het toch, vraag je je af, dat die schrijvers ons probeerden enthousiast te maken met zwaar overdreven beschrijvingen van een manier van leven die op zich al excentriek genoeg was. Welke jonge gast van 13 of 14 voelt zich daar nu toe aangetrokken?
Ik denk dat dit komt omdat de schrijvers van die boekjes zelf geen heiligen waren. En dat ze zich precies daarom moesten beperken tot verhalen die, verzonnen of minstens zwaar overdreven, verbazing en bewondering moesten opwekken.
Omdat ze over de kern van de zaak, datgene wat de heilige bewoog, datgene waar het bij heiligheid om gaat: de intieme omgang met God, niets wisten te vertellen.

Einddoel
De intieme omgang met God, dat is inderdaad waar het bij heiligen om gaat.
De intieme omgang met een God die liefde is. En waardoor de heilige in kwestie in heel zijn doen en laten steeds meer de liefde en de heiligheid van God zelf uitstraalt.
Heiligheid is dus geen kwestie van bovenmenselijke hoogstandjes.
Heiligheid is iets wat iedere mens kan bereiken. Sterker nog: heilig-zijn is iets waartoe iedere mens geroepen is, wat van iedere mens verwacht wordt.
Het is zo dicht bij Jezus komen, dat je steeds meer op Hem begint te lijken.
Dat mensen aan jou kunnen zien hoezeer Jezus mensen ten goede kan veranderen.
Hoezeer zelfs de meest egoïstische of genotzieke of onverantwoordelijke mens, onder invloed van Jezus kan uitgroeien tot een liefdevol iemand die alleen nog maar goed wil zijn voor anderen, en die daarin zelf gelukkig wordt.
Je moet dus niet “voorbestemd” zijn of een speciale aanleg hebben. Je moet helemaal niet als heilige in de wieg gelegd zijn. Iedereen kan het worden, iedereen kan zijn eindbestemming bereiken.

Voorbehoud
Het woord heilig komt van “helen”. Heilig zijn = genezen zijn. Genezen van alles wat ons beknot en belemmert. Heilig zijn is alleen nog leven voor het diepste verlangen in jezelf: beminnen en bemind worden.
Er is echter een heel serieus voorbehoud: de perfectie is niet van deze wereld.
Ook heiligen zijn dat niet. Wanneer de Kerk schitterende mensen heilig verklaart en dus tot voorbeeld stelt, dan zegt ze daarmee niet dat deze mensen volmaakt geleefd hebben, volmaakte christenen waren. Dan zegt ze daarmee alleen maar dat deze mensen op zo’n overtuigende manier Jezus gevolgd hebben, dat we er zeker van kunnen zijn dat ze na hun dood zijn opgenomen in het leven van God zelf, in het eeuwig leven. Niet dat ze volmaakt waren.
En dat is belangrijk om 2 redenen. Ten eerste zegt het nog maar eens dat heiligheid, geheeld zijn, voor ieder van ons niet alleen het doel blijft, maar voor ieder van ons ook bereikbaar is.
En vooral ook: dat geen enkele toestand, geen enkele ideologie hier in dit leven, het Rijk Gods tot stand brengt.
En dat is een heel belangrijk voorbehoud, dat ons alert en kritisch houdt ten aanzien van elke politieke utopie en elke vorm van fanatisme.

Jezus
Boven dit alles uit echter, herinnert het feest van Allerheiligen vooral aan het feit dat het geloof in het leven na de dood, het geloof in het volle leven bij God, een centraal gegeven is binnen het christendom.
Wij geloven dat ooit, wanneer de sterrennevels als een boekrol worden opgerold en de tijd een einde neemt, dat dan het Rijk Gods een feit zal zijn, wanneer God alles in allen zal zijn. Dat ons eigen leven dan zijn ultieme bloei en vervulling zal vinden in God. En dat zelfs de hele schepping voltooid zal worden in Hem.
Dat geloof in het leven na de dood heeft bij ons niets te maken met wetenschap of filosofie, en ook niet met religieuze opvattingen over karma of reïncarnatie.
Dat geloof van ons in het herboren worden bij God gaat helemaal terug op de persoon van Jezus Christus, op zijn leven, zijn dood, en op de ontelbare getuigenissen, ook vandaag, dat Hij verrezen is, dat Hij leeft.
En op zijn belofte dat ieder van ons hetzelfde wacht als wij leven, Hem achterna.

Moraal
Indien Christus niet verrezen is, zeg Paulus, indien wij alleen maar voor dit leven onze hoop op Hem hebben gesteld (en je zou eraan kunnen toevoegen: indien wij het christelijk geloof verengen tot een moraal), dan zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen. Ik denk dat Paulus ook hierin gelijk heeft.
Aan het eind van de vorige eeuw dachten niet weinigen dat het geloof in het leven na de dood een rem zet op het serieus nemen van het leven vóór de dood.
Ondertussen weten wij dat het uitzicht op eeuwig leven vooral ook een stimulans is om van ons leven hier op aarde iets moois te maken voor anderen en voor onszelf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s