Kerstmis 2020

Donderdag 24/vrijdag 25 december 2020, Kerstmis (jaar B)

In het begin van onze tijdrekening was het bij invloedrijke Romeinse burgers grote chic om je kinderen te laten onderwijzen door geleerde Griekse slaven die hun de kennis van de filosofie bijbrachten. Na het succes van Paulus en zijn gezellen in Griekenland, bereikten op die manier, mét die Griekse filosofie, ook steeds meer christelijke elementen de jonge Romeinse geesten. Dat lijkt een godsgeschenk voor de verkondiging geweest te zijn. Maar was het ook werkelijk een geschenk?
In Troje hadden ze intussen immers geleerd dat je “op je hoede moet zijn als Grieken geschenken brengen”. De bestuiving was in ieder geval wederzijds. En het christendom dat ons hier in het Westen bereikte, bracht die typisch Griekse scheiding tussen lichaam en ziel mee en een duidelijk misprijzen voor alles wat te maken heeft met het lichaam. Alles moest “vergeestelijkt” worden om goed te zijn.

Menswording
Maar dat komt niet van Jezus. En dat zie je al meteen met Kerstmis: de menswording van God. God die de gigantische afstand tussen Hem en ons overbrugt door onder ons geboren te worden als een mens. Een echte mens. Geen spiritueel wezen dat zich vermomd heeft als mens, maar een echte mens van vlees en bloed.
Een man die weent bij het graf van Lazarus en die in de olijfhof water en bloed zweet van angst en ontsteltenis.
Ook wij zijn geen puur geestelijke wezens en we moeten dan ook niet doen alsof dat wel zo is. Wij hebben niet alleen een lichaam, voor een stuk zijn wij ook ons lichaam.

Nabijheid
Als wij iets geleerd hebben uit de huidige coronaperiode, dan is dat wel de enorme nood die wij hebben aan lichamelijke nabijheid. Als je een geliefde moet afgeven, besef je heel sterk dat een foto of een film nooit fysische aanwezigheid kan vervangen.
Fysiek contact heeft duidelijk iets meer. Iets onbenoembaars en geheimzinnigs, maar iets essentieels, dat door geen digitalisering kan overgebracht worden.
En het is juist die echte aanwezigheid die wij zo nodig hebben. Wij leven daarvan. Wij leven van de nabijheid van anderen, wij kijken terecht uit naar de tijd die nu snel dichterbij komt, de tijd van het vaccin, waarin wij terug kunnen gaan en staan waar we willen, op reis gaan, feestjes organiseren, sport beoefenen, manifestaties bijwonen. . .
Die dingen zijn belangrijk in ons leven, wij hebben daar nood aan. Ze brengen verzet en ontspanning, ze geven kleur aan ons leven, ze zijn als het ware de kers op de taart. Maar alleen maar de kers, niet de taart zelf. Leven zélf geven ze niet.
Alleen liefde en vriendschap en menselijke nabijheid brengen leven in ons leven. En lichamelijk contact speelt daar een grote rol in.

Liturgie
Ook binnen het kerkgebouw mag daar gerust wat meer aandacht voor zijn. Natuurlijk blijven gebed en ingetogenheid het aller voornaamste en het is niet de bedoeling dat wij voortaan in de liturgie een aantal uitgebreide knuffelmomenten inlassen.
Maar wij kunnen bijvoorbeeld wel meer zorg en aandacht besteden aan de begroeting van mensen die naar de mis komen. En hun bij het einde van de dienst ook meer kansen bieden om bij een kop koffie bijvoorbeeld, rustig kennis te maken met “nieuwe” mensen, en met mensen die je alleen op zondag in de kerk ontmoet.

Hoop
Zusters en broers, het einde van de corona-ellende is nabij, veel dichterbij dan velen vrezen. Laat je vooral niet uit je lood slaan door neerslachtige bedenkingen die je regelmatig hoort over een mogelijke derde golf, of de vraag of de vaccins wel zullen werken. Laat je integendeel inspireren door de typisch christelijke deugd van de hoop. En kijk uit naar de vervulling ervan. Want we komen erdoor. En, met de komst van de vaccins, vlugger dan wij hadden gedacht. We zullen nog wel een jaar of zo voorzichtig moeten zijn. Maar we komen erdoor. Het leven gaat voor ieder van ons terug open!
We zullen wel moeten oppassen voor een nieuw gevaar, dat achter het oude dreigt naar voren te komen.
Wij zullen er moeten over waken dat wij in onze omgang met elkaar niet terugkeren naar onze oude Hagelandse stugheid. Na eeuwen van robuust afstand houden, waren wij eindelijk een beetje ontdooid.
Wij staan nog niet, zoals onze Waalse zusters en broeders, voortdurend klaar om iedereen die voorbijkomt te zoenen, maar er was toch al een zekere kentering merkbaar.
Wij mogen dat niet terugdringen.

Doel
Wij moeten er voor oppassen dat wij het afstand houden dat we tijdens corona hebben aangekweekt niet doortrekken naar de toekomst. Onbewust, zonder het te willen zal een duiveltje in ons, ons blijven waarschuwen dat we afstand moeten houden. Ons waarschuwen voor de ander als een mogelijke bron van besmetting. Wij moeten daar heel erg voor oppassen.
Als we eraan toegeven, wordt onze wereld opnieuw zoals vóór de Schepping: woest en leeg.
Terwijl wij geschapen zijn om elkaar graag te zien en elkaar gelukkig te maken.

Alle kennis is vloeibaar

Zondag 20 december 2020

“Wat hebben ze ons vroeger toch allemaal wijsgemaakt?”, was een uitspraak die je vaak hoorde in de jaren na het 2de Vaticaans concilie. Meestal werd ze gedaan met een knipoog, zonder een spoor van bitterheid: men voelde zich niet echt gedupeerd. En dat wijst erop dat ook de “gewone” mensen allang doorhadden dat de hemel niet echt een kwestie was van rijstpap eten met gouden lepeltjes. En dat de “specialisten” zoals Augustinus in de 4de eeuw al begrepen dat de scheppingsverhalen en dat van Adam en Eva, volkse verhalen waren die een zekere leemte moesten opvullen.
Er was namelijk het universeel menselijk aanvoelen van een mysterie achter de zichtbare werkelijkheid. En precies de zoektocht naar, het willen begrijpen van dat Mysterie, gaf het ontstaan aan de godsdiensten. Maar omdat een mysterie per definitie nooit helemaal te vatten is, zijn er leemten in de kennis en dus ook verschillen tussen de religies.
En krijg je ook allerlei (goedbedoelde) verhalen die die leemtes moeten opvullen. En daar kon je mee leven.

Heibel
Ambras krijg je pas als je vanuit de zoektocht naar het Mysterie al te concrete uitspraken gaat doen over de zichtbare en meetbare werkelijkheid. Want dan zit je op het terrein van de wetenschap. En die gaat, met de tijd, een aantal verhalen overbodig maken en vervangen door exacte kennis.
Zo was het wachten op de Poolse monnik Copernicus om in te zien dat de gedachte dat de zon en de sterren draaien rond het aardse centrum (een gedachte die door het Oude Testament gesuggereerd wordt) gebaseerd is op gezichtsbedrog (als wij gewoon naar de hemel kijken lijkt dat immers ook zo). Maar toen Copernicus achter zijn telescoop ging zitten, zag hij wat anders en legde zo de grondslag van de moderne kosmologie.
Een andere monnik, Mendel, (de man van de chromosomen), ontdekte dat het niet zo was dat “God alle planten en dieren had geschapen, ieder naar hun soort”. Mendel lag aan de basis van de moderne genetica. In de reusachtige kloostertuin kweekte en kruiste hij bonen en erwten naar hartenlust en ontdekte dat wij al een hele voorgeschiedenis hebben als wij geboren worden.
De andere paters in het klooster kregen ondertussen dagelijks die erwten en bonen op hun bord. Het moet daar een erg winderig klooster geweest zijn.
Darwin ten slotte, ontdekte dat zelfs hele soorten evolueren. En zo kan je eindeloos doorgaan.

Toegenomen kennis
Belangrijk is het, te zien dat men ons nooit iets heeft willen wijsmaken. Het is gewoon zo dat de kennis altijd maar groter wordt en oude “inzichten” moeten worden losgelaten.
Speciaal waar het om zaken gaat die behoren tot de zichtbare en meetbare werkelijkheid en die bijgevolg het terrein zijn van de wetenschap.
De Kerk heeft, zoals elk zwaar en log instituut, een hekel aan grote verandering. Ze is echter genoeg rationeel ingesteld om niet te lang de loopgraven in te gaan, maar alles grondig te onderzoeken.
Als ze ons ooit iets heeft “wijsgemaakt”, dan is dat de gedachte dat ze onveranderlijk zou zijn. Dat ze “als een monoliet zegevierend door de eeuwen gaat”, zoals men dat vroeger zei.
Dat is niet waar.
Het behoort juist tot het genie van het christendom dat het alle deugdelijke nieuwe inzichten uiteindelijk omhelst en in zich opneemt.
Precies dáárdoor is de Kerk eeuwig. Sociologisch gesproken dan. Want voor de gelovige is er een andere reden: Christus zelf is haar echte Hoofd.

Zondagsmis

Zondag 13 december 2020

Al geruime tijd voeren een aantal mensen actie om wat zij noemen het “verbod” op religieuze vieringen ongedaan te maken, omdat dit strijdig zou zijn met de godsdienstvrijheid die door de grondwet gewaarborgd wordt. De Raad van State heeft daar nu, ten gerieve van de Joodse gemeenschap, een uitspraak over gedaan en onmiddellijk wekte dit grote verwachtingen bij sommige christenen, zeker naar Kerstmis toe.
Ik denk dat dit niet goed is. Om te beginnen is dit praktisch niet haalbaar.
In Lubbeek Sint-Martinus bijvoorbeeld komen op kerstavond en kerstdag normaal ongeveer 450 à 500 mensen naar de kerk. Stel dat de overheid beslist: 40 aanwezigen mag. En dan? Welke 40???
Daarmee zou men ons een fameuze pad in de korf zetten.

Solidair
Er is echter nog een veel belangrijker reden om niet happy te zijn met een eventuele “versoepeling” naar de Kerk toe.
Om te beginnen is er geen verbod op het vieren van de Eucharistie. Er is alleen maar een beperking opgelegd wat betreft het toegelaten aantal aanwezigen.
En die beperkingen, die zijn niet uitgevonden omwille van Kerstmis en voor katholieken alleen.
Die beperkingen gelden voor iedereen en op alle mogelijke terreinen.
Als wij ooit solidair moeten zijn met alle mensen, dan is het wel in deze crisistijd.
Godsdienstvrijheid is een zeer belangrijk recht en wij staan ook op dat recht, maar wij willen geen voorrechten. Als heel de maatschappij offers brengt, moeten wij geen uitzonderingen willen opeisen. Je zal van mij willen aannemen dat ik het als priester heel erg vind dat wij tijdelijk geen Eucharistie met heel de gemeenschap kunnen vieren. Maar er gebeuren deze dagen ergere dingen.
Mensen die zonder werk vallen, gezinnen die ineens van steun moeten leven, kinderen (en kleinkinderen) die in rusthuizen en hospitalen strikt gelimiteerd of helemaal niet aanwezig mogen zijn bij hun zieke en stervende ouders. Er zijn inderdaad ergere dingen. . .

Anderzijds
Anderzijds zijn er ook een aantal lichtpuntjes.
Het tijdelijk moeten missen van de Vieringen in het kerkgebouw heeft geleid tot een sterk toegenomen besef van het sociale karakter ervan, van het belang van fysiek aanwezig te zijn. En het gemis sterkt het verlangen ernaar.
Bovendien helpt het ons ook om meer solidair te zijn met onze zusters en broers in landen waar kerkvervolging heerst en waar het bijwonen van de Mis, gevangenisstraf of zelfs executie tot gevolg kan hebben. Dat gebeurt ook vandaag nog. Al lees je daar niet veel van in onze kranten.
Daarbovenop kan je nog een ander positief fenomeen vaststellen.
Momenteel bezoeken meer mensen dan vroeger onze (open) kapellen in Lubbeek en in Wever.
Misschien komen sommigen van hen nu vlugger tot een meer persoonlijk gebed en is hun bidden niet langer beperkt tot het wekelijkse uurtje Eucharistie.
Ik denk dat dit zo is. Sommigen zeggen me dat ook.

Samen erdoor
Maar de voornaamste reden voor ons om dit tijdelijk gemis van de Eucharistie met spijt maar zonder ons te ergeren “erbij te nemen” is de solidariteit.
Alle mensen worden getroffen, heel onze maatschappij lijdt onder de crisis. Als christenen zouden wij geaffronteerd moeten zijn als wij een speciale behandeling zouden krijgen.

Advent: uitkijken naar

Zondag 6 december 2020

De advent is een tijd die ons gegeven is om ons open te stellen voor de komst van Christus. Voor het kerstgebeuren dus? Ja, en toch ook niet helemaal. Toch niet alleen voor Kerstmis als historisch gebeuren, de geboorte van Jezus, meer dan 2000 jaar geleden in Bethlehem.
In de advent gaat het vooral om het toeleven naar het komen van Christus in ons eigen leven. Want, zoals ik enkele dagen geleden nog zei tegen onze vormelingen, als je geloof alleen maar bestaat uit het (min of meer aarzelend) voor waar aannemen van een aantal feiten en theorieën, dan schiet het zijn doel voorbij.
Dan heeft het weinig echte invloed op ons leven.
De advent wil daarom een tijd zijn waarin we een zekere gevoeligheid ontwikkelen voor het komen van God in ons eigen leven. En waarin we ook het verlangen ernaar cultiveren.

Angst
Eigenlijk schrikt ons dat af. Die angst hoeft ons helemaal niet te verwonderen. Hij is heel normaal en menselijk.
Denk aan de uitspraak: “Ik zou heel graag naar de hemel gaan. Maar nú nog niet”.
Je begrijpt wat ik bedoel. Je zegt daarmee: ik wil heel graag dat er een hemel is, maar voorlopig zijn er nog genoeg leuke dingen hier op aarde om nog even te blijven.
Met het komen van God in je leven is dat niet anders. Je denkt daarbij: Ho maar! Wacht eens even, niet te vlug …
Want je weet maar al te goed dat wanneer God echt een realiteit wordt in je leven, dat je dan niet anders meer kan dan anders te gaan leven.
Dat je dan vastgeroeste gewoonten zult moeten opgeven en meningen herzien.
Dat je dan zelfs nieuwe houdingen zult moeten aannemen, nieuwe manieren van omgaan met mensen. En dat is allesbehalve vanzelfsprekend of prettig.
Gelukkig heb je, als God te opdringerig wordt, een zeer efficiënt verweermiddel, eentje dat ik zelf al heel mijn leven met succes toepas. En dat verweermiddel heet: “Morgen”. Nu nog niet. Ik ben er nog niet klaar voor. Maar morgen of volgende week, dan zal je eens wat zien.

Misverstand
Het is iets wat je ook vaak hoort van mensen die op dieet moeten, of het roken moeten laten: morgen begin ik er aan. Het is dus angst om leuke dingen te moeten missen. Die angst kan je alleen overwinnen door die “leuke dingen” te relativeren, ze tot hun ware grootte terug te brengen en in te zien dat je daarmee je leven niet kan vullen. Terwijl je vanuit je geloof (en je verstand) weet dat God wél zin en betekenis aan je leven kan geven. En je dus ook gelukkig kan maken. Want je leven als zinvol ervaren en gelukkig zijn, is eigenlijk hetzelfde.
Ik denk dat God ieder van ons met een klein stukje leegte in ons geschapen heeft. En dat stukje leegte proberen wij met de meest uiteenlopende zaken te vullen om op die manier “heel” te worden. Tevergeefs echter. Hij heeft die leegte blijkbaar helemaal voor zichzelf geschapen. Alleen als Hij ze vult, zijn wij compleet.

Smartphone

Zondag 29 november 2020

Ik las deze week van een dame die ook kinderpsychiater is, een bekommerd stukje over de eenzaamheid onder jongeren, die als gevolg van de pandemie heel sterk zou toegenomen zijn. Voor zover ik dat kan nagaan, denk ik dat ze gelijk heeft. Waar ik haar niet meer volg is wanneer ze beweert: “Gelukkig hebben ze nog hun smartphone waardoor ze voortdurend in contact kunnen blijven met vrienden en vriendinnen. Moesten wij (de ouderen) in onze jonge jaren zo’n coronatijd hebben meegemaakt, wij zouden (zonder smartphone dus) zot geworden zijn. . .”

Nietes
En hier gaat de psychiater volgens mij volledig uit de bocht.
Het is een feit dat vele jongeren meer lijden onder de crisis dan de oudere mensen. Ze leven ook anders dan wij vroeger. Ze leven veel sneller, ontdekken voortdurend nieuwe dingen, leggen moeiteloos nieuwe contacten. Ze reizen veel, studeren meer, vaak ook in het buitenland en ze hebben hun festivals en hun fuiven. Hun wereld is veel ruimer geworden dan de onze vroeger.
En wanneer die wereld dan helemaal stilvalt, kan het ook niet anders of zij lijden daar meer onder dan wij. En de zorgwekkende berichten over toenemende eenzaamheid en zware depressies onder jongeren liegen er niet om.
Maar dan stellen: “Gelukkig hebben ze nog hun smartphone”, klinkt bijna cynisch. Want, wat we eigenlijk al vermoedden, is in deze coronacrisis pijnlijk duidelijk geworden. Juist de toegenomen eenzaamheid bij jongeren bewijst dat de zogenaamde sociale media wel hun enorme verdiensten hebben om het maatschappelijk verkeer vlotter en efficiënter te laten verlopen, maar dat ze om de fundamentele menselijke eenzaamheid op te heffen maar net ietsje beter dan waardeloos zijn.

“Nestwarmte”
Eenzaamheid wordt alleen maar gecounterd door duurzame relaties.
Onze contacten via de nieuwe media zijn verveelvoudigd, maar vluchtig en kortstondig. Onze relaties vaak ook.
De vroegere gezinnen waren ook niet altijd ideaal. Verre van. Maar ze gaven je, ook als je voortdurend ruzie maakte met je zussen en je broers, toch een onmiskenbare nestwarmte. En de sterke familiebanden gaven dat ook. En zelfs je dorp gaf je een soort warmte die je nergens anders vond. Ik herinner mij nog van toen ik vroeger in Brussel werkte het gevoel als ik ’s avonds terug in mijn dorp kwam. Van als ik van de autobus stapte, was ik thuis: alles was vertrouwd en gaf je een heel eigen soort rust en warmte.
Wij zijn dat kwijt. Dat warme nestgevoel, dat door geen enkele smartphoneapplicatie teruggebracht kan worden. Dát terugvinden, zonder terug te moeten naar vroeger, is juist de uitdaging in onze tijd.
Ook in de Kerk. Daarom kunnen we misschien beter de aankoop van dat nieuwe kazuifel nog wat uitstellen en in de plaats daarvan een koffiezet aanschaffen. Voor na de Mis.
Wij moeten ook in de Kerk terug “nestwarmte” brengen.
Ook naar jongeren toe. Zeker naar jongeren toe.
Eerst waarderen, dan pas preken.

De “andere” waarderen

Zondag 22 november 2020

Enkele dagen geleden zat ik rustig in de kapel, toen ik uit allerlei geluiden het naderen van een groep wandelaars opmaakte. Opeens klonk er een jonge meisjesstem: “Hé, hier branden veel kaarsen. Maar ik mag hier niet binnengaan want ik geloof niet”. En telkens als er iemand anders van de groep dichterbij kwam, herhaalde zij haar fiere mantra. Zelfbewust en zelfs een beetje superieur zoals dat past bij een meisje dat geleerd heeft geen God nodig te hebben.
Ik zat er stilletjes bij te glimlachen. Ik dacht: zou zo’n ongelovig opgevoed meisje later misschien ook zeggen: “Wat hebben ze mij vroeger allemaal wijsgemaakt?”
Of zou ze over 20 jaar, zoals zovelen, komen vertellen in de media dat ze een zwaar-katholieke opvoeding gehad heeft, waar ze moedig en resoluut mee kapte?
Vaak zijn dat mensen die ná 1980 geboren zijn, soms zelfs na het jaar 2000. Zwaar katholiek opgevoed? Je vraagt je dan af: op welke planeet mag dat wel geweest zijn?

Moeizaam
Tot aan de jaren 60 van de vorige eeuw was de Vlaamse maatschappij homogeen, bijna monolithisch katholiek. En zo’n homogene maatschappij is altijd erg drukkend voor mensen die er een andere overtuiging op nahouden.
Dat was vroeger zo en dat is het nu nog, overal ter wereld.
Maar sindsdien heeft hier bij ons een serieuze ontkerkelijking plaatsgevonden en een eveneens gevoelige instroom van andere religies. Secularisatie en globalisatie, je kent het verhaal.
Andere westerse maatschappijen hebben dat proces min of meer bevredigend verwerkt of zijn daar volop mee bezig.
Alleen Vlaanderen blijkt maar heel moeizaam het verleden een plaats te kunnen geven.
Zijn wij na eeuwen van katholieke dominantie met een zeer aan de kerk gebonden pers geruisloos overgegaan naar een open maatschappij met een eerlijke en objectieve berichtgeving? Niet echt.
Soms lijkt het er zelfs op dat er zich gewoon een machtswissel heeft voorgedaan.
Neutraal werd een ander woord voor niet-katholiek. En de pers is pas objectief als ze alles wat christelijk is wegmoffelt.
Moet dat nu echt? Tot in het kinderachtige?

Volwassen
Kerstkaarten met romantische, besneeuwde dorpjes, waarop het kruisje op de kerktoren gegarandeerd is weggegomd wegens neutraal. Of films op tv waarbij, nadat er al een serieuze selectie plaatsvond, zelfs tot in de ondertiteling alles wat positief klinkt naar religie toe, nog weg gecensureerd wordt.
Mijn God (of als je wil: mijn god), kunnen wij eindelijk eens niet volwassen worden en elkaar waarderen en respecteren in ons anders-zijn?