Over Christenen en politiek

Zondag 3 januari 2021

Tot zo’n goeie 70 jaar geleden heeft er een soort onofficiële competitie bestaan rond de vraag welk internationaal bedrijf het best, het meest efficiënt georganiseerd was in heel de wereld. En eigenlijk ging de strijd vooral tussen de twee koplopers, al de anderen kwamen daar ver achter. En die twee eeuwige rivalen voor de titel, waren de Duitse spoorwegen en de Katholieke Kerk.
Dat moet ons niet verbazen. De Katholieke Kerk is op gebied van recht en organisatie, van structuur en bestuur de voortzetting van het Romeinse Rijk na de val van Rome. Sterker nog, tijdens de donkere eeuwen die volgden op de invallen van de Barbaren, was het de Kerk die in haar abdijen en instellingen het kwijnende licht van de beschaving zo goed mogelijk bewaarde en doorgaf.
Dat lijkt allemaal mooi, maar die situatie had ook een donkere kant.
Doordat de Kerk in die tijd het intellectuele dak van de wereld was, werd voortdurend op haar beroep gedaan door de wereldlijke gezagsdragers, die vooral bedreven waren in oorlogsvoering. Maar die voor de rest de rechtspraak, het onderwijs en zelfs vele deelaspecten van het landsbestuur maar al te graag overlieten aan bisschoppen en prelaten.
Het gevolg daarvan was dat de Kerk deels ongewild, deels gewild, een enorme macht verkreeg. Ze had de Romeinse vervolgingen overleefd en ze was duidelijk van plan dit nooit meer toe te laten. Een herkenbaar gegeven, ook in onze tijd: stromingen die hevig onderdrukt werden, gaan als de vervolgingen ophouden, zelf macht opbouwen om een herhaling te voorkomen.
Op die manier worden de onderdrukten van gisteren vaak de onderdrukkers van morgen.

Monsters
Onthutsend en beangstigend daarbij, is vooral dat het vaak gaat om mensen die begonnen als idealisten en hun volk echt wilden bevrijden.
Zoals de communisten in Rusland, die het aanvankelijk echt goed voorhadden met de kleine man, maar die uiteindelijk miljoenen, gewone mensen, ombrachten in concentratiekampen.
En toen Robespierre, die tijdens de Franse Revolutie de terreur op de spits dreef, aan het begin van zijn carrière stond, merkte iemand op: “Robespierre is deugdzaam (vertueux), hij zal verschrikkelijk worden”.
En dat is beangstigend, griezelig zelfs. Te weten dat deugdzame en idealistische mensen kunnen evolueren tot monsters, eens dat ze veel macht in handen hebben.

Scheiding
De overweging alleen al zou ons als Kerk moeten behoeden voor het streven naar welke vorm van macht ook. Maar er is meer. Jezus zelf zegt: “Geef aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat aan God toekomt”. Hij maakt hiermee een duidelijk onderscheid tussen die twee domeinen, geloof en politiek. Je zou het zelfs kunnen zien als het allereerste pleidooi voor de scheiding tussen Kerk en Staat.
Maar veel van Jezus’ volgelingen hebben dat, in de loop van de geschiedenis niet zo begrepen. D.w.z., zijn echte volgelingen natuurlijk wel. Maar er zijn er ook anderen. Als je als instituut macht en aanzien verwerft, dan oefen je immers een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op allerlei types die erbij willen komen, niet omwille van de ideeën, maar omwille van de macht die ze op die manier hopen te verwerven.
De Richelieus en de Borgias van deze wereld waren zo’n mensen.
Jezus gebruikt (in een heel andere context, waar Hij het heeft op het herkennen van “de tekenen des tijds”) een beeld dat je ook perfect kan toepassen op het gegeven waar we het vandaag over hebben.
In al zijn soms onthutsende directheid zegt Hij: “Waar het lijk ligt, verzamelen zich de gieren”. Zo simpel is dat.
Als je als Kerk te rijk en te machtig wordt, kan je onmogelijk verhinderen dat allerlei ongure typetjes zich in je schoot komen nestelen. Niet omdat ze zo van Jezus houden, maar omdat ze uit zijn op macht en aanzien. Of gewoon op geld en rijkdom. “Ze preken kruis maar ze bedoelen munt”, zei een Nederlands cabaretier indertijd. En de Franse historicus Henri Guillemin noemde hen: “Les athées de nuance catholique”.

Sociaal
Wil dat dan zeggen dat wij alleen nog stilletjes in een hoekje mogen zitten bidden en—liefst onopvallend—mensen helpen en “Goede Werken” verrichten? Natuurlijk niet.
Het christendom is geen verzameling van private devoties. Het heeft een wezenlijk sociale dimensie. Wij willen, net zoals als andere groepen, invloed hebben op het maatschappelijk gebeuren. Wij willen net als andere groepen onze opvattingen en verlangens kenbaar maken bij het Beleid. Maar wij willen nooit nog zelf dat Beleid zijn.
Willen wij niet verdwijnen, dan zullen wij terug moeten uitbreken, evangeliseren, mensen terugwinnen voor het geloof.
Maar nooit mogen wij nog ingaan op de verleidingen van de macht.
Wij erkennen het legitieme, de noodzaak zelfs van politiek gezag.
Maar zelf passen wij daarvoor. Je kan niet tegelijk God dienen en streven naar macht.
Als christenen, als Kerk, moeten wij de mensen dienen. En ondertussen oneindig wantrouwig blijven t.a.v. het minste teken van machtstreven door of binnen de Kerk.
Ook wat dat betreft is paus Franciscus een godsgeschenk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s