Seks en zonde (Joh 3, 14-21)

Zondag 14 maart 2021, 4de zondag van de Veertigdagentijd (jaar B)

Het evangelie van vandaag brengt ons het verslag van het nachtelijk gesprek tussen Jezus en Nicodemus. Dat nachtelijke uur wijst meteen al op voorzichtigheid, op gevaar en risico voor de bezoeker. En Nicodemus had inderdaad een hoge positie in Jeruzalem toen Jezus het al helemaal verkorven had bij de machthebbers.
Er blijft natuurlijk de mogelijkheid dat Nicodemus oprecht geïnteresseerd was in Jezus en zijn leer.
Maar waarschijnlijk was hij een soort politieke opportunist. En hield hij er rekening mee dat Jezus wel eens een game changer kon zijn, iemand die het uiteindelijk wel eens kon halen. En in dat geval wilde hij, Nicodemus, goeie punten hebben.
Een soort Talleyrand dus, het prototype van de politieke overlever.
Talleyrand begon zijn carrière als bisschop van Autun. Maar hij had zoveel vrienden en relaties in zoveel elkaar bestrijdende kringen dat hij gewoon alles overleefde. Hij overleefde de val van het Ancien Regime, de verschillende elkaar de macht betwistende strekkingen van de revolutie, hij overleefde het schrikbewind van Robespierre, daarna het Directoire, daarna Napoleon. Dan kwam de restauratie en dan weer terug Napoleon, en dan terug Lodewijk XVIII. En al die tijd bewoog Talleyrand zich rustig verder in kringen aan de top, meestal als minister of Hoge raadgever van de meest uiteenlopende machthebbers.
Misschien was Nicodemus ook zo iemand. Maar we hebben verder nooit nog iets van hem gehoord.
In ieder geval zei Jezus tegen hem niets anders dan wat Hij zegt tegen ieder van ons. Sterker nog, het is zowat een samenvatting van zijn leer van ons.
God, zegt Jezus, houdt zoveel van ons dat Hij ons wil uitlichten uit de vergankelijkheid van alle dingen. Dat Hij ons wil opnemen in zijn eigen eeuwig leven.
En opdat wij zouden weten wat wij daarvoor moeten doen, hoe wij daarvoor moeten leven, heeft Hij ons zijn zoon gezonden, is Hijzelf als mens onder ons komen wonen.
Om ons de weg van liefde te tonen, de weg naar God en het eeuwig leven.
Maar Jezus moet vaststellen dat mensen niet altijd zitten te wachten op “verlichting”.
Dat ze de duisternis vaak meer beminnen dan het licht.
Wat Jezus zegt snijdt als een mes door de hedendaagse fantasie die beweert dat “iedereen wel terechtkomt, als God een liefdevolle Vader is komt alles goed, voor iedereen”.
Dat is niet wat Jezus zegt. Als wij willen deel uitmaken van Gods eeuwig leven dan moeten wij ook kiezen voor dat leven, d.w.z. kiezen vóór de liefde en tégen alles wat tegen die liefde ingaat. Dan moeten wij afstand nemen, ons bevrijden van alles wat zonde is, alles wat het leven neerhaalt, donker maakt.
Alles wat mensen tot slaaf maakt van negatieve gevoelens en gedachten.
Alles wat andere mensen belet te leven en wat hen uiteindelijk te gronde richt.

Zonde
Wat is dat eigenlijk, “zonde”?
Vroeger dacht men bij het woord zonde spontaan aan seks. Men gebruikte dat woord wel niet. Men had het over de “zonde van het vlees”. Maar dáár ging het feitelijk om.
Als je op dat vlak goede punten haalde, was al het andere ook wel oké. Dacht men.
Maar dat klopt natuurlijk niet.
Ik ben geen theoloog. Wat ik weet over zonde, is de opgedane kennis van een ouder wordende zondaar. Maar ik vind wel dat je een heel duidelijke opdeling kan maken.
Je hebt 2 grote soorten zonde. De ene soort zijn de zonden met betrekking tot het lichaam: bandeloosheid op gebied van eten, drinken en seks.
Het zijn zonden die te maken hebben met het dierlijke in ons. Het dierlijke dat, of we dat leuk vinden of niet, deel uitmaakt van ons mens-zijn.
De andere soort zijn de “geestelijke” zonden. En die zijn erger: hoogmoed, haat, wraakzucht, jaloezie, nijd enz. Die hebben te maken, niet met het dierlijke, maar met het duivelse in ons. Want die “duivelse” neigingen zitten, evenals het goddelijke verlangen naar liefde, eveneens in ons.
Met beide soorten moeten wij de strijd aangaan, om het licht te volgen en de weg naar eeuwig leven te gaan.

Bouwwerf
En daarom vind ik het zo belangrijk om ons tijdens de vasten niet uitsluitend te focussen op Goede Werken, op geld geven aan deugdelijke projecten in de derde wereld.
Hoezeer dat er ook bij hoort. Maar ik denk dat wij tijdens de Vastenperiode terug meer aandacht moeten geven aan het werken aan onszelf. De armoede en het onrecht in de wereld vragen dringend om onze aandacht, onze inzet, ons geld.
Maar wij zijn ook zelf een bouwwerf. Er moet serieus gewerkt, afgesmeten en heropgebouwd worden aan onze eigen persoon. Opdat wij steeds meer beantwoorden aan de droom die God over ons had. Opdat wij steeds meer gelijken op zijn zoon.
De Vasten is daarbij de oefentijd bij uitstek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s