De Geest die alles nieuw maakt

Zondag 23 mei 2021, Pinksteren (jaar B)

Pinksteren wordt algemeen gezien als het stichtingsmoment van de Kerk.
Het moment waarop de apostelen, die zich sinds Jezus’ dood als bange wezels gedeisd hadden gehouden, hun angst lieten varen en onverschrokken naar buiten kwamen om te getuigen van de Verrijzenis.
Hoewel ze heel goed wisten, zoals we vorige week al zagen, dat wat zij verkondigden door velen, niet op applaus zou worden onthaald.
Toen niet en nu niet.
Omdat “de wereld” gewoon niet zit te wachten op een leer die jezelf-geven de plaats wil laten innemen van alleen maar bezig zijn met het zorgen voor jezelf.
Ze weten dus heel goed dat ze op tegenstand en cynisme zullen botsen.
En wellicht vermoeden ze al dat uiteindelijk geen van hen het er levend zal afbrengen. Maar ze zetten door. Want ze beseffen nu dat ook massaal veel mensen juist wél zitten te wachten op het goede nieuws dat Jezus brengt.

Universeel
En dat is meteen de betekenis van Pinksteren. Al die markante, wonderlijke gebeurtenissen die dag: of je ze nu letterlijk aanneemt of liever kijkt naar de symbolische betekenis ervan, ze wijzen in beide gevallen in dezelfde richting.
Eén, het geloof dat Jezus brengt doorbreekt de joodse omknelling, het wordt meteen van in het begin universeel: bestemd voor iedere mens, in elk land, in elke tijd, of hij nu rijk is of arm, blank of zwart, geleerd of eenvoudig: de verlossing die Jezus brengt is voor elke mens bestemd.
En twee, nog meer opzienbarend, is het besef, de ervaring dat al die zo verschillende mensen er ook voor open kunnen staan.
De mensen die op dat moment in Jeruzalem verbleven om de verbondssluiting op de Sinaï te gedenken kwamen uit alle volkeren en culturen.
En “ze hoorden de apostelen spreken in hun eigen taal”, d.w.z. ondanks hun totaal verschillende achtergrond begrepen ze zeer goed wat hun over Jezus gezegd werd, m.a.w. ze bevestigden de universaliteit van het evangelie, het ongeëvenaarde vermogen van het evangelie om door elke mens begrepen en aanvaard te worden.

Inzicht
Ik denk dat dit inderdaad de kern is van het pinkstergebeuren: er is niet alleen de opdracht om het evangelie van Jezus te verkondigen tot aan de uiteinden der aarde. Er is ook het besef, de zekerheid zelfs dat het evangelie kan begrepen worden door elke mens. Dat mensen uit elke cultuur en in elke tijd erdoor gegrepen kunnen worden.
En die zekerheid, dat inzicht wordt de apostelen geschonken door God zelf.
En dat is nu precies wat wij de werking van de Heilige Geest noemen.
Inzicht, licht, klaarheid die je geschonken wordt. En waarbij je heel goed voelt en weet: dit komt niet van mij, dit is echt een geschenk.

Heilige Geest
De Heilige Geest, dat is God zoals Hij spreekt in ons hart. Zoals Jezus God is in de gestalte van een mens, zo is de Heilige Geest God zoals Hij tot ons spreekt via ons hart, ons verstand en ons geweten.
De Heilige Geest kan dus nooit in tegenspraak zijn met de Geest van Jezus.
Het IS immers de Geest van Jezus die via ons zijn aardse leven verderzet, zijn evangelie gestalte geeft en uitdraagt, ons aanneemt als zijn lichaam op aarde!
Als je die betekenis echt tot je laat doordringen word je daar heel stil van.
Wij zijn momenteel het lichaam van Jezus. Wij. Hoe ongelooflijk verscheiden en onwaardig we ook zijn, wij zijn het lichaam van Christus op aarde, als wij ons laten leiden door zijn Geest.
En omdat de Geest uitgaat van God zelf, mogen wij onze eigenheid bewaren, omdat Gods Geest niemand tot slaaf maakt maar juist iedere mens wil bevrijden van alles waarin hij gevangen zit.

Stimuleren
Iedere mens heeft bepaalde vaardigheden en talenten.
De Geest gaat niet van je vragen dat je die inlevert. Zoals Hij ze je ook niet plots gaat schenken. Het gaat om aanleg en kunde die je bij de geboorte hebt meegekregen. Maar de Heilige Geest gaat je stimuleren die in dienst van het Evangelie te stellen. Hij gaat de mens dus aanmoedigen om zijn super individuele gaven te ontwikkelen en ze dan aan te wenden voor het evangelie.
Niemand van ons moet dus een kopie worden van iemand anders.
Vandaar dat de Kerk een bonte wemeling moet zijn van allemaal verschillende mensen, maar die allemaal met hun eigen talenten werken aan het Rijk Gods.
Een gemeenschap waar je geven voor anderen de hoogste deugd is en liefde, vrede, vriendschap en respect de norm.
En voor ieder die dat wil komt de Geest niet enkel als een flits op Pinksteren, maar blijft Hij “stand-by”.
Ook op andere dagen. Voor ieder van ons.

Hemelvaart

Donderdag 13 mei 2021, Onze-Lieve-Heer Hemelvaart (jaar B)

In een van de (overigens pretentieloze, maar degelijke) preekboeken van pater Jos Lammers van eind de jaren 80 lees ik: “Het verhaal van de Hemelvaart van Jezus is niet het verslag van iemand die de dampkring doorboort.
Wij hoeven de hemel trouwens niet boven ons hoofd te zoeken, ook al is die een mooi beeld.”
Ik blijf hier wat langer bij stilstaan omdat er een oud en hardnekkig misverstand ter sprake komt. Het misverstand dat de mensen van nu denken dat de mensen vroeger naïever waren dan wij nu. Dat is níet zo. De mensen wisten minder dan wij nu, omdat de wetenschap zich altijd verder ontwikkelt. Maar de voorstellingen die de mensen zich vroeger maakten over de werkelijkheid waren heel aannemelijk.
Ze waren het gevolg van vragen, vermoedens en gedachten die opwelden bij alles wat hun zintuigen hun vertelden. Nu nog steeds het begin van elke wetenschap.

Naïef?
De gedachte dat de aarde plat was en de hemel daarboven het huis van God of van de goden, is daarom eerder logisch dan naïef.
En in ieder geval was er geen enkel middel om die voorstellingen te onderzoeken of tegen te spreken.
Maar toen later die beelden niet langer houdbaar bleken, het beeld bijvoorbeeld van 2 tronen boven de wolken met in de ene God de Vader en in de andere Jezus (gezeten-aan-zijn-rechterhand), denk ik niet dat dit grote ontreddering onder de gelovigen teweegbracht. Ik denk eerlijk dat de mensen vroeger vooral begrepen dat ze in Jezus een machtig voorspreker hadden bij God. Maar dat ze veel minder naïef waren, veel minder verknocht aan het letterlijk nemen van voorstellingen en metaforen dan wij nu graag willen geloven. . .
Wat mensen de Kerk in de jaren 60/70 wel bijzonder kwalijk hebben genomen is dat ze, bij monde van allerlei “moderne” predikanten, nogal meesmuilend begon te doen over allerlei “naïeve voorstellingen”. Voorstellingen die de vorige generaties predikanten de mensen jarenlang hadden onderwezen. Dát pikten ze niet. En ze hadden gelijk.

En nu?
Op dit ogenblik echter is het christelijk geloof zodanig verschraald tot alleen maar moraal dat mensen (ook jongeren) die eerlijk willen geloven en als christen willen leven, op hun honger blijven en nauwelijks nog antwoord krijgen op hun vraag naar de inhoud van het geloof.
Ze willen weten wat Hemelvaart nu precies inhoudt. Wat Pasen betekent en Pinksteren, menswording, sacramenten, door God bemind worden, eeuwig leven.
Wat houdt dat allemaal precies in? En wat betekent dat voor mijn leven? Het kan toch niet dat dit concept, heel die grandioze visie kan verpieteren tot “een beetje lief zijn voor elkaar”. Dáár moet echt iets aan gedaan worden.
Goed. Een beetje jammeren over wat er allemaal misgelopen is mag, als dat maar niet te vaak gebeurt want daar schiet je ook niets mee op.

Over Hemelvaart dus
Ik herinner mij dat ik ooit bij A. Lewis iets las dat mij erg bevreemdde. Pasen, schreef Lewis, had geen zin als er geen Hemelvaart bijkwam.
Later begreep ik dat als Jezus (zoals Lazarus) alleen maar was opgewekt om daarna zijn leven gewoon verder te zetten in Palestina, dat voor ons nu weinig of geen betekenis zou hebben gehad. Maar zo is het niet gegaan.
In plaats van een gereanimeerde dode werd Jezus “de verhoogde Christus, zetelend aan Gods rechterhand”.
De betekenis daarvan is duidelijk.
Tijdens zijn leven als mens onder ons was de werkzaamheid van Jezus eerder beperkt. Zowel in ruimte als in tijd. Hij had maar een kleine groep volgelingen, die Hem van heel nabij kenden. Waar Hij kwam verzamelden zich soms grote menigten om naar Hem te luisteren.
Maar ik kan mij moeilijk voorstellen dat ook buiten Palestina, vele mensen van Hem hadden gehoord. En zelfs binnen de grenzen van dat kleine land kon Hij niet overal tegelijk zijn.

Lammers
Door zijn hemelvaart worden de beperkingen opgeheven. De verrezen Heer kan nu aanwezig zijn voor iedereen. Hij die in zijn zichtbaar leven zeer beperkt gekend was door enkelen, kan nu intiem aanwezig zijn voor miljoenen mensen die Hem nooit hebben gezien, Hem nooit hebben horen spreken.
“Door de hemelvaart”, zegt Jos Lammers, “verwijdert zich zijn gestalte, maar verwijdt en verhoogt zijn tegenwoordigheid”. Zijn Geest kan iedereen vervullen die zich voor Hem openstelt. En Hij wordt de vertrouwde vriend en gids en tochtgenoot van miljoenen mensen in alle tijden.
Ineens begrijp ik wat Lewis bedoelde toen hij zei dat Pasen zonder Hemelvaart geen betekenis zou hebben.

Oprukkend heidendom

Zondag 9 mei 2021, Zesde Paaszondag (jaar B)

Beide lezingen vandaag gaan over het centrale christelijke thema dat God liefde is. Wij hebben die woorden al ontelbare keren gehoord. En ze vloeien ook zo gemakkelijk uit onze mond en onze pen, ze klinken voor ons zo gewoon en vertrouwd dat ze bijna banaal geworden zijn.
Maar dat zijn ze allerminst. De gedachte, de boodschap, de overtuiging dat God liefde is, was destijds zo revolutionair dat wij ons dat nu nog maar moeilijk kunnen voorstellen.

Angst
Tot aan de komst van het christendom waren God en de goden redelijk onbetrouwbare wezens. Ze hadden macht en konden je helpen, maar ze konden je met hetzelfde gemak de vernieling indraaien.
Het kwam er dus voor de mens in al zijn miserie op aan om de goden gunstig te stemmen. En dat probeerde je dan met gebeden en vooral met offers.
Het ging dus om een godheid die moest helpen om onze angsten tot bedaren te brengen, maar die zelf ook angstaanjagend was.
En een deel van die vreeswekkende God is via het Oude Testament ook het christendom ingeslopen.
Omdat Jezus zelf joods was, en de eerste leerlingen eveneens, hebben de christenen naast het evangelie van Jezus ook het Oude Testament in “hun” Bijbel opgenomen. En je zou dat nog enigszins kunnen verantwoorden. Omwille van het respect voor hun eigen origine: het joodse denken en het kordaat verwerpen van het veelgodendom en van alle mogelijke astrologische rimram.
Bovendien heeft het Oude Testament ons onmiskenbaar niet alleen enkele van de prachtigste verhalen uit de wereldliteratuur geschonken, maar ook indrukwekkende beelden en getuigenissen over de liefde, de trouw, de tederheid van God.
En toch kan je, wat Oosterhuis ook moge vertellen, de God van het Oude Testament niet echt de God van de christenen noemen.

God is liefde
Want de joodse God is niet alleen teder en trouw en liefdevol. Hij noemt zichzelf ook een jaloerse God, die zonden bestraft tot in het zoveelste geslacht, die mensen scherp in het oog houdt of ze zijn wetten wel naleven en die vuur spuwt naar de vijanden van zijn vrienden. Dit is niet de God van Jezus.
En als christelijke ouders mij zeggen dat ze hun kinderen stimuleren de Bijbel te lezen, dan raad ik ze altijd aan om hun het evangelie van Jezus te geven en het Oude Testament te laten voor later.
Voor als hun keuze voor Jezus al vaststaat.
Want de God van Jezus is pure liefde. En alles wat over Hem verteld wordt en dat daarmee niet strookt is larie. Elke bladzijde van het evangelie bevestigt dat.
Elke bladzijde in het evangelie leert ons dat dit het onbetwistbare centrale punt is in ons geloof: dat God oneindig veel houdt van iedere mens. En dat hij ons wil nodig hebben om zijn liefde door te geven. En ook al kunnen wij die liefde die God voor ieder van ons heeft niet wetenschappelijk bewijzen, wij kunnen ze in ieder geval wel zo sterk ervaren dat het een vaste zekerheid wordt in ons leven.

Vragen
Ook al begrijpen wij God niet altijd. Ook al stelt bijvoorbeeld de vreselijke gang van zaken in de natuur (vreten en opgevreten worden) ons voor een raadsel. En stellen wij ons vragen bij alle vreselijke dingen die onszelf in het leven overkomen.
Maar juist dan moeten wij als christenen blijven vasthouden aan dat centrale gegeven dat God liefde is en dat wij die liefde willen doorgeven.
Ook al zijn er dingen die wij niet begrijpen. God blijft nu eenmaal voor een groot deel mysterie.
Misschien is zijn liefde anders dan de onze? En bovendien weet en ziet en voorziet God ook dingen waar wij geen weet van hebben. Maar laat ons liever toegeven dat wij een aantal zaken niet begrijpen dan dit centrale thema, dat God liefde is, los te laten.
Liever die liefde niet altijd te begrijpen dan dingen te “verklaren” met mumbo jumbo, met “straf van God” bijvoorbeeld.

Prechristelijk
In streken waar het christelijk geloof achteruitboert wordt de leemte maar heel gedeeltelijk opgevuld met seculier denken. Het is vooral pseudoreligiositeit (ook in sport, politiek, entertainment enz.) die de plaats inneemt. Die pseudomystiek noemen ze in Engeland mumbo jumbo. En ze weten daar waar ze het over hebben.
In het hedendaagse Engeland alleen al zijn er duizenden geregistreerde en door de overheid erkende heksen en tovenaars. Je kan erom lachen. Maar het is gevaarlijker dan je denkt. Laatst zei iemand: neem de eerste de beste stupide mythe, plak er wat racistische complottheorieën tegenaan, overgiet het geheel met de bombastische muziek van Wagner en je krijgt . . . Hitler en zijn SS.
Het is allemaal niet zo zielig en ongevaarlijk als het lijkt.
Als het gaat om dit soort dingen moeten christenen zich rationeler opstellen dan de meest rabiate rationalisten. God is liefde, en wij moeten in onze manier van leven die liefde doorgeven aan onze broeders en zusters.
Elke leer die daarvan afwijkt, hoe religieus, mystiek of wereld-verbeterend ze ook lijkt, is niet-christelijk.

Contact met God

Zondag 2 mei 2021, Vijfde Paaszondag (jaar B)

Enkele weken geleden vond je op de eerste pagina van ons blad (K&L Glabbeek – Week 16, red.) een artikel van de hand van Dennis Vanden Auweele, auteur van “Bekentenissen van een afvallige atheïst”. De jonge filosoof heeft het daarin over het feit dat iemand die niet wil geloven door geen enkel verstandelijk argument of miraculeus gebeuren zal overtuigd worden.
Bewijs, zegt Vanden Auweele maakt geen geloof. Je moet op de eerste plaats willen geloven, d.w.z. de angst om bij de neus genomen te worden, laten varen.
“Bewijzen” doen weinig of niets ter zake. “Iemand die gelooft, ziet mirakels waar anderen bedrog en hallucinaties vermoeden”.

Zoeken
Vaak zeggen mensen: eerst zien en dan geloven. Maar inzake het al of niet bestaan van God is het net andersom: eerst geloven en dan zien.
Het is pas wanneer je alle innerlijke weerstand hebt laten varen en het geloof een kans geeft, dat de waarheid ervan zich aan je zal ontvouwen. Niet eerder.
Dit houdt dus ook in dat je op zoek moet gaan. Niet, en dat is heel belangrijk, niet naar argumenten, maar naar contact. Contact met God.
Uitkijken naar God. Wachten op God. Een wachten dat soms het karakter aanneemt van een “Waiting for Godot” van Samuel Beckett (die maar niet komt), maar God komt niet op bevel. Uiteindelijk zal blijken dat God meer op zoek is naar ons dan wij naar Hem, maar dat “contact” is absoluut noodzakelijk. Omdat een theoretisch geloof dat alleen gebaseerd is op opvattingen en argumenten of alleen het gevolg is van opvoeding en omgeving, niet beschut is tegen aanvallen van buitenaf.
Een geloof dat stoelt op een relatie met de Heer is dat wel.
Een geloof dat vertrouwelijke omgang met de verrezen Heer inhoudt, leidt tot de ervaring dat Hij er inderdaad is. En zo’n geloof valt niet zomaar omver bij de eerste de beste theoretische tegenwerpingen. Omdat zo’n geloof vaak is uitgegroeid tot een diepe, innige relatie met iemand waarvan je gewoon weet dat Hij onnoemelijk veel van je houdt en alleen maar het beste voor je wil.

Via mensen
Maar hoe zit het dan met de “Goede Werken”, de caritas, mijn liefde voor de mensen?
Uiteraard blijft dat een van de belangrijkste uitingen van ons christen-zijn.
Vaak is het zelfs de enige manier om onze liefde voor God te tonen.
Maar wij zijn er ons wel van bewust dat wij daar geen alleenvertoningsrecht op hebben.
Ook als niet-gelovige kan ik mij inzetten voor de medemensen. Uit politieke of filosofische overwegingen. Of gewoon omdat ik een toffe peer ben.
En dat kan natuurlijk ook gelden voor mensen die wel geloven.
Maar bij christenen speelt toch vooral de gedachte een rol dat God niet alleen van mij houdt, maar van iedere mens. En dat Hij via mij die liefde gestalte wil geven. Dat Hij voor het uiten van zijn liefde mij wil nodig hebben.
Je kent die spreuk wel: God heeft geen andere handen dan de onze.
Zijn liefde voor elke mens werkt bij voorkeur door mensen heen naar anderen.
Hij wil ons nodig hebben en wij willen er bewust op ingaan.
Zowel bij het handelen als bij het willen is er een samenwerking tussen God en mens.
Ik had bijna gezegd: als gelijken. Zo intiem is dit samenspel.

Verbonden
Dit alles houdt natuurlijk ook in dat er een sterke band moet zijn tussen de gelovige mens en de verrezen Heer. Jezus zelf heeft het in het evangelie van vandaag over de ranken die verbonden moeten blijven met de wijnstok.
Een niet mis te verstane vergelijking. De wijnstok is immers leven gevend voor de ranken. De rank die loskomt van de wijnstok verdort.
Los van mij kunt ge niets, zegt Jezus. Een erg boude uitspraak voor mensen zoals wij, die overtuigd zijn van de maakbaarheid van de wereld en van het eigen kunnen.
Maar Jezus mag dat zeggen omdat Hij inderdaad alles voor ons wil en kan betekenen.
Hij wil een tochtgenoot voor ons zijn in het leven, Hij wil ons helpen.
Hij wil een vriend voor ons zijn.

Vragen
Maar vrienden moeten niet alleen maar lief zijn voor elkaar, ze moeten je op tijd ook iets durven vragen. Laatst nog was ik erg teleurgesteld en zelfs een beetje kwaad toen ik ondervond dat een vriend van mij gegeneerd was om mij iets te vragen (iets wat ik graag had willen doen).
Wij mogen er absoluut niet voor terugschrikken om Jezus te vragen ons te helpen.
Wij moeten onze vragen misschien niet al te concreet maken (behalve in hoge nood).
Maar ik kan de Heer wel uitdrukkelijk vragen mij te helpen bij de uitbouw van een zinvol en gelukkig leven. En om, telkens als het leven pijn doet, mij toch te laten voelen dat Hij bij me is, van mij houdt en mij nooit zal laten vallen.
Wij mogen dat vragen want Hij geneert zich ook niet met zijn vraag aan ons.
Jezus vraagt dat wij ons openstellen, opdat doorheen ons, Zijn liefde kan worden doorgegeven aan alle andere mensen.
Wij mogen Hem dus ook wat vragen voor onszelf.
Wat Hij van ons verwacht is ook niet niks.