Moeilijke Paulus?

Zondag 4 juli 2021, Veertiende zondag door het jaar (jaar B)

Van Paulus is de op z’n minst eigenaardige uitspraak (eerste lezing): “Kracht (van God) wordt juist in (onze) zwakheid volkomen.”
“Dus”, zegt Paulus, “zal ik het liefst van alles roemen op mijn zwakheden. Dan zal de kracht van Christus in mij wonen. Daarom lijd ik om Christus’ wil gaarne zwakheid, smaad, nood, vervolging en benauwdheid. Want als ik zwak ben, dan ben ik sterk”.
Wat Paulus hier bedoelt, is dat God bij voorkeur ingaat op de gebeden en smekingen van mensen die, bewust van hun eigen onmacht, hun lot helemaal in zijn handen leggen.
Soms zijn mensen zo vol van zichzelf, zo overtuigd van eigen kunnen dat ze God alleen maar om een heel klein beetje “medewerking” vragen, opdat hun eigen erg belangrijk en intelligent uitgekiend project ten volle zou kunnen schitteren.
Een vraag die God waarschijnlijk -al dan niet geamuseerd- naast zich zal neerleggen. Alles wijst erop dat zijn liefdevolle hart bij voorkeur uitgaat naar mensen die in benarde situaties al hun hoop stellen op Hem. Alles van Hem alleen nog verwachten.

Nederig
Eerder zagen we hoe God op zo’n vraag altijd antwoordt. Heel vaak op een andere manier dan wij hadden verwacht, maar wel heel duidelijk.
God houdt er blijkbaar van dat de mens zich nederig en alles van Hem verwachtend opstelt.
Moest God een mens zijn met alle menselijke gebreken, dan zou je kunnen zeggen dat Hij bij zijn optredens een miserabele achtergrond nodig heeft om zelf des te meer te kunnen schitteren. Om zijn eigen optreden beter in de verf te zetten. Maar zo is God natuurlijk niet. Trouwens, God mag zich bij voorkeur tonen aan de mens die zich klein maakt.
God mag iets hebben met nederigheid. Hij is het zelf immers ook. En zelfs op de meest onvoorstelbare manier: Hij is zelf mens geworden.
Het is de grootse paradox van het christendom. God, de Schepper en Instandhouder van miljarden zonnestelsels en sterrennevels, heeft zich laten kennen in een mens, heeft de gestalte aangenomen van zijn schepsels.
“Het is”, zegt CS Lewis, “zo onvoorstelbaar, wij hadden het zelf nooit kunnen bedenken of uitvinden. Het is zo ondenkbaar, zo absurd. . . het MOET wel waar zijn.”

Ongeloof
Het moet ons dan ook niet verwonderen dat God zich niet alleen toont aan zwakke en nederige mensen maar soms ook in zwakke, nederige mensen.
Maar wij hebben het er heel, heel moeilijk mee dat het heilige, het goddelijke zich zou laten kennen in het kleine, het zwakke, het menselijke.
En vandaag vinden wij die reactie, die houding terug in het evangelie van deze zondag. Jezus komt terug in zijn vaderstad Nazareth. En dat bezoek brengt opschudding teweeg.
Dat de “menswording” heeft plaatsgevonden wil zeggen dat Jezus ook 100% mens was.
Dat Hij zich pas op volwassen leeftijd bewust geworden is van zijn zending en van wie Hij eigenlijk was. En dat Hij dus ook een gewone jeugd heeft gehad, die in weinig verschilde van die van de andere jongens van zijn leeftijd.
En nu horen de Nazareners de verhalen over Hem, over wat Hij zegt en doet en vooral over de uitspraken die Hij doet over zichzelf. En dat kan toch niet!
Zij kennen Hem toch van vroeger. Hij is familie, Hij is één van hen, Hij kan gewoon niet de Messias, de Verlosser of de Zoon van God zijn. . .

Moeilijk
En dat is zo typisch. Wij kunnen er gewoon niet bij dat God zich toont in een gewone mens, dat zijn kracht zich toont in zwakheid.
Dat God zich toont in Jezus, oké, dat is een geloofspunt. Tot daar dus!
Maar toch niet in andere, heel gewone mensen!
Heiligen moeten voor ons ook dag-en-nacht “heilig zijn”. Zij kennen de grootste tegenstand, soms zelfs pure vijandigheid in hun eigen kring. Heiligen zijn echter op de eerste plaats gewone mensen die soms iets uitzonderlijks doen.
Maar als ze op andere momenten gênant gewoon doen, dan wordt dat nogal eens gezien als een uit-hun-rol-vallen, als de ontmaskering van bedrog.
Wij hebben het er bijzonder moeilijk mee dat de Kracht van God zich bij voorkeur toont in de zwakheid van mensen.

Vertrouwen
En nochtans is dat een heerlijke, moedgevende gedachte.
Voor onszelf maar ook voor onze kerkgemeenschap.
Wij zijn zo langzamerhand op het punt gekomen dat wij durven zien dat de Kerk in Vlaanderen niet in crisis is maar gewoon aan het verdampen is.
Wij moeten ophouden met onszelf zoet te houden met projecten, studiedagen, vergaderingen, boeken en Cd’s. Met gewichtigdoenerij.
Het enige wat wij echt moeten doen is, met heel onze Kerk in alle nederigheid op de knieën gaan zitten. En vragen: “Heer, redt ons”.
Alleen dán zal de kracht van Christus onder ons komen.
Alleen dan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s