Geloofsoverdracht

Zondag 11 juli 2021, Vijftiende zondag door het jaar (jaar B)

De eerste lezing vandaag brengt ons een interessant twistgesprek tussen de profeet Amos en de door de overheid betaalde hogepriester van het staatsheiligdom in Betel. Het zou ons te ver voeren hier in te gaan op de oorzaken van dit twistgesprek: het uiteenvallen van het koninkrijk van David in twee elkaar weinig vriendelijk gezinde staten.
Interessant voor ons is vooral het twistgesprek zelf.
De hogepriester van Betel zegt -zeer uit de hoogte- tegen Amos: “Mijn beste profeet uit Jeruzalem, maak tussen het volk in Judea zoveel van je tak als je wilt, maar hier in dit officiële heiligdom in het Noordrijk heb je niets te vertellen”.
Waarop Amos, die ook niet op zijn mondje gevallen is, antwoordt: “Mijn beste hogepriester, ik ben helemaal geen profeet, ik ben niet van uw soort, ik behoor niet tot het gilde van gesubsidieerde specialisten. Ik ben een boer, een gewone veehouder en vijgenkweker. Maar de Heer heeft mij achter mijn dieren weggehaald om mij naar zijn volk te zenden”. Als dat geen statement is weet ik het niet.
En het is vooral ook een oproep naar ons toe, naar de gewone gelovigen in deze tijd.

Anders
Een tijd waarin de geloofsoverdracht van de ene generatie op de andere blijkbaar helemaal vastgelopen is.
Om te beginnen geven vele ouders en grootouders het geloof niet meer door aan de kinderen. Terwijl dat vroeger vanzelfsprekend was. Je kan daar vele redenen voor aanhalen, maar de allerbelangrijkste is zeker dat ouders en grootouders bang zijn iets verkeerds te zeggen of te doen. “’t Is nu allemaal zo anders dan vroeger, meneer”.
En dus laten ze de geloofsoverdracht helemaal over aan het godsdienstonderwijs op school. Maar het probleem is dat onderwijs en catechese tegenwoordig wel kennis van het geloof en van de moraal doorgeven. . . maar niet het geloof zelf.
Geloofsoverdracht is ook iets helemaal anders dan kennisoverdracht.
Geloof geef je door, niet via kennis maar met je hele manier van zijn. En van persoon tot persoon.

Doorleefd geloof
Ik weet nog heel goed dat ikzelf het geloof gekregen heb van een zustertje van de kleuterklas. Ze was een heel onopvallend nonnetje. Helemaal anders dan de juf van de tweede klas waar wij, de jongens, allemaal smoorverliefd op waren. Want hoewel ze al meer dan 60 was, vonden wij haar adembenemend mooi. Ze was ook de enige vrouw in ons dorp die in die tijd al make-up gebruikte. En ieder jaar ging ze, ook als enige in het dorp, in Spanje een bruin kleurtje kopen.
Het zustertje uit de kleuterklas daarentegen had niets dat echt de aandacht trok, ze was zeker niet opvallend mooi of verstandig. En, achteraf bekeken, wist ze waarschijnlijk wat theologie en filosofie betreft ook van toeten of blazen.
Maar als dat zustertje over Jezus sprak, dan wist je gewoon dat het waar was.
Dat is geloofsoverdracht: spreken vanuit je eigen doorleefde geloof.
En daarom, nu de “gewone” kanalen falen of toch minstens hun doel voorbijschieten, moeten wij als gelovige gemeenschap beroep doen op het potentieel aan geloof dat er leeft in ons midden.

Misvatting
En daarom kan het niet genoeg benadrukt worden dat zelf geloven -hoe eenvoudig ook- het enige is wat nodig is om het geloof te kunnen doorgeven.
In onze tijd leeft heel sterk de opvatting dat je zoekende mensen tot geloof kan brengen door het op een heel rationele, zeg maar geleerde manier te verwoorden. Of door het op een zeer originele manier te brengen.
En liefst ook met behulp van moderne audiovisuele middelen.
Maar ik denk dat dat een serieuze misvatting is.
Rationele argumenten, originele presentatie en ondersteunende illustraties worden heel zeker gesmaakt door mensen die al geloven en voor wie ze een verrijking kunnen betekenen, of soms ook nieuwe inzichten kunnen brengen.
Maar ze hebben, naar mijn mening, weinig nut als je het geloof wil doorgeven aan mensen die nog niet geloven.

Potentieel
Want het allerbelangrijkste bij het doorgeven van het geloof is dat de ander (het kind of de geïnteresseerde zoeker) voelt dat je zelf gelooft.
En wees er maar van overtuigd dat die ander daar heel speciale antennes voor heeft.
Ook kinderen voelen feilloos of je echt gelooft of alleen maar iets opdreunt.
Gebruik dat.
Een mama die zelf gelooft en die haar kind een gebedje aanleert, is oneindig veel belangrijker dan een theoloog die catechese geeft, maar die met de tijd meer verliefd geworden is op de geleerde verpakking van het geloof dan op de inhoud ervan.
Als wij terug willen evangeliseren moeten wij vooral beroep doen op het enorme potentieel dat leeft bij mensen in ons midden die geloven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s