Leven na dit leven

Zondag 1 november 2020, Allerheiligen (jaar A)

In mijn pensionaatsjaren moesten wij tijdens de retraite altijd boekjes lezen over het leven van heiligen. De bedoeling was natuurlijk dat je als jonge lezer de kriebels zou voelen om hetzelfde pad op te gaan. Maar je besefte al na de eerste regels dat daar gewoon niet aan te denken viel. De heiligen uit die boekjes stonden gewoon lichtjaren van ons af, oneindig boven ons verheven. Je kon daar gewoon niet bij.
Die mensen brachten blijkbaar heel hun leven door met het opvoeren van huzarenstukjes op het gebied van ascese. De hoogstandjes van vasten en ontbering, van nederigheid en boetedoening, waren zo adembenemend dat aan navolging gewoon niet te denken viel.
Hoe komt het toch, vraag je je af, dat die schrijvers ons probeerden enthousiast te maken met zwaar overdreven beschrijvingen van een manier van leven die op zich al excentriek genoeg was. Welke jonge gast van 13 of 14 voelt zich daar nu toe aangetrokken?
Ik denk dat dit komt omdat de schrijvers van die boekjes zelf geen heiligen waren. En dat ze zich precies daarom moesten beperken tot verhalen die, verzonnen of minstens zwaar overdreven, verbazing en bewondering moesten opwekken.
Omdat ze over de kern van de zaak, datgene wat de heilige bewoog, datgene waar het bij heiligheid om gaat: de intieme omgang met God, niets wisten te vertellen.

Einddoel
De intieme omgang met God, dat is inderdaad waar het bij heiligen om gaat.
De intieme omgang met een God die liefde is. En waardoor de heilige in kwestie in heel zijn doen en laten steeds meer de liefde en de heiligheid van God zelf uitstraalt.
Heiligheid is dus geen kwestie van bovenmenselijke hoogstandjes.
Heiligheid is iets wat iedere mens kan bereiken. Sterker nog: heilig-zijn is iets waartoe iedere mens geroepen is, wat van iedere mens verwacht wordt.
Het is zo dicht bij Jezus komen, dat je steeds meer op Hem begint te lijken.
Dat mensen aan jou kunnen zien hoezeer Jezus mensen ten goede kan veranderen.
Hoezeer zelfs de meest egoïstische of genotzieke of onverantwoordelijke mens, onder invloed van Jezus kan uitgroeien tot een liefdevol iemand die alleen nog maar goed wil zijn voor anderen, en die daarin zelf gelukkig wordt.
Je moet dus niet “voorbestemd” zijn of een speciale aanleg hebben. Je moet helemaal niet als heilige in de wieg gelegd zijn. Iedereen kan het worden, iedereen kan zijn eindbestemming bereiken.

Voorbehoud
Het woord heilig komt van “helen”. Heilig zijn = genezen zijn. Genezen van alles wat ons beknot en belemmert. Heilig zijn is alleen nog leven voor het diepste verlangen in jezelf: beminnen en bemind worden.
Er is echter een heel serieus voorbehoud: de perfectie is niet van deze wereld.
Ook heiligen zijn dat niet. Wanneer de Kerk schitterende mensen heilig verklaart en dus tot voorbeeld stelt, dan zegt ze daarmee niet dat deze mensen volmaakt geleefd hebben, volmaakte christenen waren. Dan zegt ze daarmee alleen maar dat deze mensen op zo’n overtuigende manier Jezus gevolgd hebben, dat we er zeker van kunnen zijn dat ze na hun dood zijn opgenomen in het leven van God zelf, in het eeuwig leven. Niet dat ze volmaakt waren.
En dat is belangrijk om 2 redenen. Ten eerste zegt het nog maar eens dat heiligheid, geheeld zijn, voor ieder van ons niet alleen het doel blijft, maar voor ieder van ons ook bereikbaar is.
En vooral ook: dat geen enkele toestand, geen enkele ideologie hier in dit leven, het Rijk Gods tot stand brengt.
En dat is een heel belangrijk voorbehoud, dat ons alert en kritisch houdt ten aanzien van elke politieke utopie en elke vorm van fanatisme.

Jezus
Boven dit alles uit echter, herinnert het feest van Allerheiligen vooral aan het feit dat het geloof in het leven na de dood, het geloof in het volle leven bij God, een centraal gegeven is binnen het christendom.
Wij geloven dat ooit, wanneer de sterrennevels als een boekrol worden opgerold en de tijd een einde neemt, dat dan het Rijk Gods een feit zal zijn, wanneer God alles in allen zal zijn. Dat ons eigen leven dan zijn ultieme bloei en vervulling zal vinden in God. En dat zelfs de hele schepping voltooid zal worden in Hem.
Dat geloof in het leven na de dood heeft bij ons niets te maken met wetenschap of filosofie, en ook niet met religieuze opvattingen over karma of reïncarnatie.
Dat geloof van ons in het herboren worden bij God gaat helemaal terug op de persoon van Jezus Christus, op zijn leven, zijn dood, en op de ontelbare getuigenissen, ook vandaag, dat Hij verrezen is, dat Hij leeft.
En op zijn belofte dat ieder van ons hetzelfde wacht als wij leven, Hem achterna.

Moraal
Indien Christus niet verrezen is, zeg Paulus, indien wij alleen maar voor dit leven onze hoop op Hem hebben gesteld (en je zou eraan kunnen toevoegen: indien wij het christelijk geloof verengen tot een moraal), dan zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen. Ik denk dat Paulus ook hierin gelijk heeft.
Aan het eind van de vorige eeuw dachten niet weinigen dat het geloof in het leven na de dood een rem zet op het serieus nemen van het leven vóór de dood.
Ondertussen weten wij dat het uitzicht op eeuwig leven vooral ook een stimulans is om van ons leven hier op aarde iets moois te maken voor anderen en voor onszelf.

Heilzame barst – Allerheiligen

Vrijdag 1 november 2019 – Allerheiligen (jaar C)

Op Allerheiligen vieren wij het feest van alle mensen die op een heel eigen maar ook heel radicale manier Jezus hebben nagevolgd in hun leven. Mensen van wie wij zeker kunnen zijn dat zij hun doel bereikten en nu leven bij God.
En daardoor werden ze een voorbeeld voor alle christenen.
Maar hun navolgen van Christus was zo strikt persoonlijk, individueel en uniek dat wij hen niet moeten proberen te kopiëren. Zij moeten ons alleen maar “goesting” doen krijgen om op onze eigen, persoonlijke manier ons geloof radicaler te beleven.
Een kleine jongen kan gefascineerd opkijken naar voetballers als Ronaldo.
Maar als hij zelf een groot voetballer wil worden, moet hij zijn eigen weg vinden. Hij mag niet proberen een kopie, een doorslag van Ronaldo te worden, want dan wordt het niets. Straks komen we daar nog op terug.

Gedenken
Nu eerst iets anders. Mét de jaren hebben wij, de gewone mensen in de Kerk, van Allerheiligen een opstapje gemaakt naar Allerzielen. En gedenken wij twee dagen lang onze eigen dierbaren die overleden zijn. Er zijn weinigen van ons op Allerheiligen nog bezig met de heiligen die officieel door de Kerk als voorbeeld zijn aangewezen. O.K., dat is dan maar zo. “Vox populi, vox Dei”, “de stem van het volk is de stem van God”.
Maar laat ons dan misschien ook eens even kijken naar dat “gedenken” van onze overledenen. Wat bedoelen wij eigenlijk met dat “gedenken?”
Gedenken wij hen zoals wij feiten en gebeurtenissen gedenken die ooit hebben plaatsgevonden, maar die nu zijn afgesloten en alleen nog leven in onze herinnering? Of geloven wij dat onze dierbaren ook echt verder leven, niet alleen in onze herinnering, niet alleen “in ons hart”, maar echt?

Bewust
Christenen geloven in leven na de dood.
In het centrum van ons geloof staat de Verrijzenis van Christus.
Wij geloven dat Jezus, gekruisigd en begraven, leeft bij God. En dat als gevolg van zijn leven, dood en verrijzenis, allen die zich zoals hij openstellen voor de liefde van de Vader, mét hem de dood zullen overwinnen en leven.
Hoe dat leven na de dood eruit ziet weten wij niet. Wij vermoeden dat het een totaal andere wijze van leven zal zijn. Maar hoe het precies zal zijn weten we niet. Wel, dat het een bewust verder leven zal zijn.
De oosterse idee van opgenomen worden in het Al, opgaan in God, zoals een druppel in een oceaan, is heel mooi op het eerste gezicht. Maar een druppel verdwijnt in de zee, lost erin op, houdt op met te bestaan. Terwijl wij geloven dat ons bewustzijn op de een of ander manier verder leeft.
Maar hoe, dat moeten wij helemaal overlaten aan Gods vindingrijkheid. Wij kunnen ons daar zo goed als niets bij voorstellen.

Braaf
Misschien kunnen wij nu toch even teruggaan naar de heiligen die wij vandaag geacht worden te vieren: de mensen die door de Kerk officieel zijn bevestigd als christenen die het geloof op eminente manier hebben beleefd en belichaamd. En die daardoor terecht zijn bij God en een voorbeeld werden voor ons allen. De officiële heiligen dus. De heiligen waar wij kaarsjes voor branden, de heiligen die geacht worden onze “voorsprekers” te zijn en waar nogal wat katholieken al eeuwenlang soms op een meer vertrouwensvolle manier mee omgaan dan met God en met Jezus.
Want God is tenslotte . . . God, en heiligen zijn mensen zoals wij. En dat is juist.
Maar precies dat laatste vergeten wij in de praktijk nogal eens. Wij zetten hen letterlijk en figuurlijk op een piëdestal.
Vandaar dat wij verwonderd opkijken als paus Franciscus (en hij doet dat voortdurend) iedere christen oproept tot heiligheid.
Heilig-zijn lijkt wel heel erg ver van ons bed. Omdat in ons christelijk onderbewustzijn de idee heeft postgevat dat heiligen ook in het echt een soort plaasteren beelden waren, mensen die een stuitende braafheid ten toon spreidden.

The crack
Maar dat is niet zo. Juist de grootste heiligen blijken in werkelijkheid vaak nukkige, dwarsliggende naturen geweest te zijn, met een moeilijk karakter.
Mensen die vaak ook hun hele leven last hadden van de hartstochten die in hen leefden, net zo goed als in ons.
Ze zijn zoals wij. Niets menselijks is hen vreemd.
Maar zij hebben zich wel radicaal opengesteld voor Gods liefde. Zich zodanig voor Hem opengesteld dat Gods liefde meer en meer in hen gestalte kreeg. Van hen uit naar buiten kwam. Onze gebreken moeten ons dus niet afschrikken.
Soms lijkt het er zelfs op dat juist onze gebrokenheid en onze onmacht de ontmoeting met God mogelijk maakt. Dat juist in onze zwakheid en via onze kwetsuren, God bij ons kan binnenkomen.
Omdat juist onze wonden, ons pantser verzwakken. En alleen als ons schild van zelfbehoud barsten vertoont, er plaats is voor overgave. Alleen als er een barst komt ik hét pantser dat wij jarenlang als een monsterlijk koraalrif om ons heen bouwen, kan God binnenkomen. Heiligen gaan vaak heel anders leven na een ernstige ziekte, volledige ontreddering of groot verdriet. Juist in onze grootste ellende vindt de Genade vaak zijn weg. “There is a crack in everything”, zingt Leonard Cohen, “that’s how the light gets in”. In alles komt wel ergens ooit een barst, en juist daardoor komt het licht binnen.

Allerheiligen

Donderdag 1 november 2018 – Allerheiligen (jaar B)

Twee weken geleden hebben we het erover gehad dat de westerse macht en uitstraling lang niet alleen maar zegeningen over de rest van de wereld brengt.
En dat, mét de westerse invloed, ook het kapitalistisch systeem en het economisch fundamentalisme zich tot in de verste uithoeken van de aarde heeft verspreid. En hoe dat systeem de aanbidding van het geld tot een wereldwijde religie heeft gemaakt. Eeuwenoude, soms duizenden jaren oude morele, culturele en godsdienstige systemen moesten ervoor wijken, wat vaak een ontwrichtende uitwerking had op de samenleving: eenheid en stabiliteit geraakten zoek en wanorde, ongenadige concurrentie en stijgende criminaliteit waren het gevolg.

Cement
Wij kunnen niet met zekerheid zeggen wat er precies gaat gebeuren als die trend doorzet, als de maatschappij helemaal Godloos wordt. Er zijn geen voorbeelden. Er is in de ganse geschiedenis nog nooit een maatschappij geweest waarin de meerderheid van de bevolking atheïstisch was. Wij kunnen dus ook niet vergelijken. Maar nogal wat samenlevingen in het Westen evolueren momenteel in die richting en de eerste tekenen zijn alvast niet gunstig. En van daar uit zegden we dan (vorige week) dat missionering en evangelisatie nodig blijft. Omdat religieus geloof vaak fungeert als cement in de maatschappij, omdat het mensen verbindt en bijeenhoudt. Waar de cement vervangen wordt door individualisme en economisch fundamentalisme, krijg je onvermijdelijk de wet van de jungle: “Ieder voor zich” en: “Loop mij vooral niet voor de voeten”.

Redenen
Alleen daarom al is het dus nodig dat wij terug missioneren en evangeliseren ook en op de eerste plaats in onze eigen omgeving, in ons eigen land, hier in het Westen. Maar niet alleen daarom. Er zijn nog andere redenen. Uit wetenschappelijk, gefundeerd onderzoek is gebleken dat religieus geloof natuurlijk is, eigen aan de mens, en dat het bovendien ook gezond is voor het individu en gunstig voor de samenleving. Maar de voornaamste reden waarom wij terug moeten evangeliseren is: dat wij geloven dat ons geloof waar is. Dat wat het christendom leert, dat wat Jezus ons kwam vertellen gewoon waar is.
Om dat geloof echter op een overtuigende manier te kunnen overbrengen, moeten we er eerst zelf door bezield zijn. En dat bekom je niet door alleen maar veel over Jezus te lezen en over Hem te discussiëren. Dat bekom je alleen maar door je voor Hem open te stellen en Hem te vragen in je leven binnen te komen. Door m.a.w. een biddend, een geestelijk mens te worden.

Heiligen
Op Allerheiligen gedenken wij de ontelbare mensen die ons daarin voorgingen. Heiligen, noemen wij hen, omdat het geheelde mensen waren. Mensen die van thuis uit, vanuit de traditie of vanuit een moeizame zoektocht of door pure genade beseften dat de diepste Grond van het bestaan, dat God pure liefde is. En dat ook onze eigen diepste kern daar weet van heeft, iets van God heeft. En dat een goed leven bijgevolg alleen maar een leven kan zijn dat in harmonie is met die diepste Grond van het bestaan en met onze eigen diepste kern. Maar zo’n leven is niet vanzelfsprekend. Omdat de diepste streving in ons, dikwijls overwoekerd wordt en het appel vanuit God heel vaak overstemd door de verlokking van meningen en modes, soms van hele ideologieën die appelleren aan het laagste in onszelf: egoïsme, afgunst, jaloezie, wraakzucht, geldzucht, heerszucht en meer van dat fraais.

Opstandeling
Als dat het geval is, als je daar “gevoelig” voor bent, moet je beginnen met de ernst van de toestand onder ogen te zien. Als je je leven laat leiden door egoïsme ben je niet gewoon “een beetje zwak”. Dan ben je een opstandeling die vecht, niet alleen tegen God en de liefde, maar ook tegen het diepste in jezelf. Een beetje make-up, een beetje schaven aan jezelf helpt dan niet. Het enige wat dan past is dat je de wapens neerlegt en je overgeeft. Je overgeeft aan het diepste in jezelf. Je overgeeft aan de liefde. Sommigen deden dat op een heldhaftige wijze. Aan hen denken wij meestal als wij spreken over heiligen: pater Damiaan, Moeder Thérèsa, de Heilige Therèsia van Avila, Sint-Franciscus.

Geheelde mensen
Maar heiligen zijn ook al die mensen die in hun dagelijks bezig-zijn proberen zich over te geven aan die liefde. Door hun werk goed te doen, door echt aandacht op te brengen, ook voor mensen die niet direct interessant zijn voor hun eigen doel, en lief te zijn voor mensen die dat eigenlijk niet verdienen. Het zijn mensen in de zorg die meer doen dan alleen maar hun uren kloppen. Het zijn ouders die vanuit de liefde voor hun kinderen, verder kijken dan het vluchtige tof-gevonden-worden en hun een goede opvoeding geven. Het zijn de mensen die elke dag opnieuw gaan werken, ook al is dat werk niet interessant en de vergoeding niet al te hoog, maar die het toch doen uit liefde voor hun gezin. Dat zijn de heiligen, de geheelde mensen die, uiteindelijk, het-graag-zien-van-anderen stellen boven het altijd-maar-bezig-zijn-met-jezelf.

Vrienden
Dat zijn de mensen die, vaak zonder er zich voortdurend van bewust te zijn, zich laten leiden door de liefde en dús behoren tot de “invloedsfeer”, de kring, de vrienden van God. Het is van hen dat Jezus zegt dat ze ook na hun dood tot Gods kring zullen blijven behoren. Omdat ze zich, vaak op een heel bescheiden, in weinig opzienbarende manier hebben overgegeven aan de liefde. Je “overgeven” klinkt niet zo mooi. Het heeft iets passiefs, iets van zwak zijn, geen weerstand bieden. Maar als het gaat om je overgeven aan de liefde, dan wordt dat ineens het mooiste woord dat er bestaat.

Hemel en hel

Woensdag 1 november 2017 – Allerheiligen – kerkelijk jaar A

Vanaf de zestiger jaren verloor de christelijke visie op wat er met ons gebeurt na onze dood, heel snel haar dominante positie. Zo sterk zelfs dat in zeer korte tijd – bijna van de ene dag op de andere – woorden als hemel, hel en vagevuur, woorden die eeuwenlang heel gewoon waren geweest, ineens vreemd en erg gedateerd klonken. En dat de “realiteit” waar die woorden naar verwezen dringend een andere invulling moest krijgen. Als men ze al niet helemaal aan de kant wilde zetten. Een van de eerste stelsels die in die tijd meende de open gekomen ruimte te kunnen opvullen was de leer van de reïncarnatie. Als je doodgaat is dat niet echt erg want je komt toch altijd weer terug in een ander lichaam. Ook een vorm van eeuwig leven dus. Dit was duidelijk bedoeld als troost voor de westerling die zijn hoop op de hemel verloren had.

Beetje raar
Maar juist dát was er vreemd aan, die troostgedachte. Want in het Oosten, waar deze leer al duizenden jaren ingeburgerd is, wordt reïncarnatie, het altijd maar moeten terugkomen, ervaren als een noodlot, zelfs als een vloek. Bovendien, als je het goed bekijkt, wat heb je eraan dat je terugkomt als je van een vorig leven geen weet hebt. Ik bedoel: stel dat ik in de middeleeuwen een koopman was. Wat moet ik daarmee als ik mij daar nu totaal niet bewust van ben. En wat heeft die koopman daar aan? Als zelfs ik van zijn bestaan niet afweet, dan is hij toch gewoon zo dood als een pier. Nu zijn er natuurlijk mensen, vooral Amerikanen, die beweren dat ze zich zo’n vorig leven wel herinneren. Maar er is iets dat daarbij stoort. Als het om een man gaat blijkt die altijd senator of consul in Rome geweest te zijn, nooit een doodarme Congolese visser. En de dames zijn altijd Cleopatra geweest of Maria-Theresia of een van hun hofdames, nooit kuisvrouw op het kasteel. Hoewel er in de geschiedenis nochtans veel meer kuisvrouwen zijn geweest dan Cleopatra’s. En ik vermoed dat arme vissers aan het Kivumeer doorgaans ook een deugdzamer leven leiden dan veel senatoren en consuls in Rome. En toch zijn het altijd weer die laatsten die terugkeren.

Beetje cynisch
Die reïncarnatie-hype heeft ondertussen wel haar beste tijd gehad. Maar bij niet weinigen werd ze vervangen door een opvatting die nog veel aantrekkelijker is. Door de gedachte namelijk dat wij na onze dood sowieso verder leven, ongeacht wat wij hier van ons leven gemaakt hebben. M.a.w. leef er maar op los, maak deze aarde desnoods tot een hel voor andere mensen. Maakt niet uit. Want later zitten beul en slachtoffer aan hetzelfde feest. God is goed! Dit is niet alleen een erg doorzichtige vorm van jezelf geruststellen. Het is bovenal een volslagen immorele gedachte. Het betekent immers het doortrekken van de onrechtvaardigheid in het aardse bestaan naar de eeuwigheid. Een God (of hoe je Hem in dat geval ook noemt) die dát toelaat zou niet goed zijn, maar heel onverschillig en cynisch. Voor mij en vele anderen hoeft dat voortbestaan dan niet. Trouwens dat hele voortbestaan hoeft sowieso al niet, als het niet een opgaan is in iets beters, maar enkel eindeloos voortbestaan, zonder God, zonder doel, alleen maar zinloos eindeloos voortbestaan …

Kiezen
Uiteindelijk blijven er maar twee serieuze mogelijkheden over. Ofwel zijn God en het hiernamaals menselijke verzinsels om het leven hier op aarde draaglijker te maken door er uitzicht op een hemel aan toe te voegen. Maar in werkelijkheid is het met de dood gewoon “amen en uit”. Ofwel geloof je in een liefdevolle God die zich als een Vader over ons ontfermen zal. Het is duidelijk dat je als christen gelooft in dat laatste. Maar het opgenomen worden in de liefde van God gebeurt niet automatisch. Je moet er uitdrukkelijk voor kiezen. God is liefde en het is de bedoeling dat wij steeds verder naar Hem toegroeien. Alles wat ons in het leven overkomt, positief en negatief, van de meest vluchtige ontmoeting tot de meest dramatische gebeurtenis, is een kans om te kiezen voor het goede en het liefdevolle. Het gaat er dus niet om af en toe ook eens iets goeds te doen, een cent te geven aan een Goed Werk. Het gaat erom al de kansen die we krijgen te benutten om de Geest van Christus zijn werk in ons te laten doen. Om – en nu komt er een heel zwaar woord – om steeds meer uit te groeien tot een Andere-Christus. Als we dat doen zullen we ook mét Hem verrijzen.

Ontnuchtering
Alleen dan. Want je kan ook verworpen worden. Het heeft immers geen enkele zin om opgenomen te worden in het leven van God-die-Liefde-is als je tijdens je leven systematisch hebt gekozen tégen de liefde en alleen maar bent gegroeid in egoïsme en verhard in de boosheid. Dat zou heel onlogisch zijn. Hoe meer je als mens groeit in de liefde, hoe meer je leven hier op aarde een deelnemen wordt aan het leven van Godzelf. Dat je dan als je sterft helemaal wordt opgenomen in God, is de logica zelf. Terwijl de andere mogelijkheid heel onwaarschijnlijk en zelfs ietwat absurd lijkt. In de “Divina Commedia” van Dante staat boven de poort van de hel: “Laat alle hoop varen, gij die hier binnentreedt”. Daarna volgt een plastische beschrijving van hoe een middeleeuwer dat verworpen-zijn zag. Met hallucinante beelden van de hel die ook Jezus soms gebruikte. Niet om een exacte beschrijving van de toestand te geven, maar om het definitieve karakter ervan te onderstrepen. Eens dat je hier staat is er geen hoop meer. Die kansen kreeg je op aarde. Je hebt ze systematisch verkeken. Je hebt systematisch verkeerd gekozen. En je zal het weten. Vlak voordat je definitief verdwijnt zal je weten dat het je eigen fout is. En dat is denk ik de hel. En daarna volgt wat de Bijbel heel geheimzinnig de “tweede dood” noemt. Ik denk: het volledig verdwijnen. Of je er nooit bent geweest.

Gods barmhartigheid
Wat dan met mensen die nooit over Jezus gehoord hebben? Of die bewust atheïst waren? Je moet hier natuurlijk oppassen dat je het belang van het leven, het lijden en de dood van Christus niet relativeert. Het is tenslotte dankzij Christus dat die mogelijkheid tot leven-bij-God er is. Bovendien zijn geloof en sacramenten een oneindig kostbare hulp om uit te groeien tot een liefdevol mens. Maar als God Liefde is, is dat uitgegroeid zijn tot een liefdevol wezen uiteindelijk het enige criterium. In die zin kan je veilig stellen dat er ook atheïsten in de hemel zijn en anderen die zich gelovig noemden niet. Maar het veiligste kompas, de zekerste weg naar God, is in ieder geval de weg die Jezus ons getoond heeft. Mét de verzekering dat Hij ons voortdurend zal bijstaan als wij Hem in ons leven binnenlaten. Bovendien geloven katholieke christenen dat je, als je het niet te bont hebt gemaakt, ook na de dood nog kansen krijgt om te groeien. Maar je moet dan tenminste geprobeerd hebben om altijd en overal voor het goede te kiezen.