Begrijpen = vergeven

Zondag 29 december 2019, Feest van de H. Familie (jaar A)

In het kader van de jongerenwerking in Lubbeek bracht Farid Boulos, een van onze jonge Syrische christenen, een tijdje geleden een 20-tal jonge mensen samen in de kerk voor een film met een serieuze religieuze thematiek.
Het verhaal gaat over een voortreffelijke man, een zekere Mack Philips, die een geslaagd en gelukkig leven leidt.
Prachtig gezin, mooie en liefhebbende vrouw en kinderen, leuke job, goed inkomen, enfin, alles wat een man zich dromen kan.
En dan op een keer gebeurt er iets verschrikkelijks en verandert het idyllische plaatje in een nachtmerrie. Macks jongste dochter, zijn oogappel, wordt tijdens een vakantie gekidnapt en een tijd later teruggevonden, misbruikt en vermoord.

Wraak
Van dan af wordt haar vader alleen nog gedreven door gevoelens van haat en wraakzucht. En terwijl zijn vrouw, ondanks alle ontreddering, haar sterk geloof behoudt, moet hij nu helemaal niet meer hebben van God.
Die relatie met God was vroeger al erg problematisch omdat zijn eigen vader een alcoholist was, die zijn vrouw, Macks moeder, voortdurend sloeg.
Een vader die ook hem op soms beestachtige wijze afranselde als hij voor zijn moeder opkwam. Hij kon gewoon niet begrijpen dat God al die dingen toeliet.
En toen dan die verschrikkelijke tragedie met zijn dochtertje gebeurde was de deur voor Mack voorgoed dicht.
D.w.z. voor hem. Maar niet voor God. God zoekt zelf contact met hem.
En Hij doet dat met oneindig veel liefde en tact. God (de Vader) laat zich aan Mack kennen, niet als een vader, want dat zou een heel naar effect gehad hebben, maar als een Afro-Amerikaanse dame van middelbare leeftijd, vol humor en vooral ook, vol liefde en begrip.

Zelfvernietigend
Enfin, ik ga u de hele film niet vertellen, u kan hem dan beter zelf gaan zien.
Maar de pointe komt hierop neer dat God de man langzaam maar zeker laat inzien dat zijn haat- en wraakgevoelens op de eerste plaats hemzelf ten gronde richten. Omdat haat en wraak en overigens elke vorm van negativisme, afgunst, nijd, woede en vijandigheid helemaal in strijd zijn met wat er ten diepste in ons leeft. Het diepste in ons is immers een schreeuw naar liefde: liefde geven en liefde krijgen.
Maar door alles wat ons overkomt in het leven (en ook door aangeboren afwijkingen, een verkeerde opvoeding en zo meer) raakt die diepste kern in ons ondergesneeuwd, bedolven, uitgeschakeld, vergeten.
En geraken wij ingekapseld en worden wij gedreven door vijandige gevoelens tegenover al wie wij zien als “daders”, als mensen die alleen maar kwaad willen doen. En dat woekert verder, altijd maar verder. Uiteindelijk richt onze kwaadheid zich tegen zowat iedereen, tegen de hele wereld, tegen het leven zelf. Maar, de wereld gaat daar niet aan kapot. Het zijn wijzelf die steeds meer wegkwijnen in onze kerker met muren van zelfbeklag en woede . . .

Inzicht
De enige mogelijkheid om daaruit te ontsnappen is dat wij inzien dat diegenen die ons kwaad berokkenen zelf ook slachtoffers zijn.
Zoals aan Mack in de film door God wordt duidelijk gemaakt dat zijn agressieve vader zelf ook mishandeld en misbruikt was door zijn vader . . .
Er bestaat geen enkele “dader” die niet ook zelf slachtoffer is.
En dat inzien is een echte genade. Omdat er alleen dán heling kan komen.
Dat inzicht komt niet vanzelf. Wij zijn door onze angst, onze woede en onze afkeer zo verblind dat iemand ons moet helpen: een wijs iemand, een vriend, een geliefde . . . God zelf.
Alleen het inzicht dat al wie ons kwaad doet, onnatuurlijk bezig is, zelf een slachtoffer is, alleen dat inzicht, kan ons bevrijden. En ons ervoor behoeden zelf daders, zelf mensen te worden die handelen tegen hun liefdevolle kern in.
Begrijpen = vergeven, zei Gaston Eyskens en dat is een van de meest wijze woorden die uit de mond van een politicus werden opgetekend.

Wegzinken
Er is dan echter nog één groot probleem.
Wanneer je niet alleen één iemand vergeeft, maar tegenover iedereen een nieuwe houding aankweekt van begrip en dus van vergeving, dan stort voor een stuk ook je vroegere zekerheid, eigenlijk zelfs je hele vroegere wereld in.
Al dat inkapselen, al die verweertechnieken, al die verontschuldigende reflexen, heel die jarenlange, soms levenslang opgebouwde Calimero-mentaliteit (zij zijn groot en ik ben klein, en dat is niet eerlijk), dat is gewoon een stuk van onszelf geworden. Net zoals onze automatisch opkomende gevoelens van achterdocht en wantrouwen. Wanneer dat allemaal wegvalt, valt ook een groot stuk zekerheid weg die we zo zorgvuldig opgebouwd hebben. Het lijkt wel of we onze persoonlijkheid zelf opgeven. Naakt staan. Wegzinken.

Jezus
En dan denk ik terug aan die film.
Aan die scene waarin Jezus Mack uitnodigt om met Hem over het water te lopen. Ongeloof, angst, maar uiteindelijk durft de man het toch. Hij laat alle angst varen en hij loopt over het water. Hij neemt een enorm risico, want hij laat al het vertrouwde los, laat alle gebaande wegen achter en maakt een sprong in het onbekende. Je moet goed beseffen: als je Jezus echt volgt, is er alleen nog het vertrouwen op God, alle andere zekerheden vallen weg.
En het lukt. En aan het eind van de film nog een grappige scene. Mack wil eens proberen of dat over-het-water-lopen hem ook alleen lukt. Maar hij zinkt.
En Jezus kijkt glimlachend toe en zegt: nee man, zonder mij lukt het je niet.
Ik geloof dat dat zo is. Ik ben er zelfs zeker van.

Wij moeten hen helpen

Zondag 17 maart 2019, 2de zondag van de Veertigdagentijd (jaar C)

“De wereld is ons dorp”, schreef Prof. Baeck al in de jaren 70. En inderdaad, dankzij de media mag er zo goed als niets in de wereld gebeuren of wij weten het. Maar wat er allemaal in dat grote dorp van ons gebeurt, is niet zo fraai.
Vandaag enkele gedachten bij de campagne van Broederlijk Delen die door onze parochies gesteund wordt. Een campagne die straatarme boeren in Guatemala wil helpen om een lapje grond te verwerven, en daarop aan landbouw te doen en bijvoorbeeld wat kippen te houden voor eigen gebruik. Die boeren werken nu op reusachtige plantages die eigendom zijn van grootgrondbezitters. Op die plantages wordt 1 bepaald product verbouwd, bestemd voor de uitvoer. In Guatemala is dat koffie, op andere plaatsen in Zuid-Amerika zijn dat bijvoorbeeld graangewassen als voeder voor de dieren, die moeten zorgen voor steaks en hamburgers voor Noord-Amerika.
Het is de boeren niet toegestaan iets anders te verbouwen, ze krijgen voor hun werk een hongerloon en als ze 1 dag afwezig zijn, door ziekte van henzelf, hun vrouw of een van hun kinderen, worden ze ontslagen. En ander werk is er niet.
Toen enkele jaren geleden de koffieprijs instortte, vonden de grootgrondbezitters in Guatemala het de moeite niet meer waard en ze lieten de grond braak liggen. Maar het verbod voor de boeren om op een klein stukje iets voor zichzelf te verbouwen, bleef. Organisaties ter plaatse, die door Broederlijk Delen gesteund worden, proberen nu via bewustmaking, politieke druk en met juridische middelen te bekomen dat de arme boeren eigenaar worden van een stukje grond dat toch niet gebruikt wordt. Zodanig dat ze voor zichzelf en hun gezin aan een betere toekomst kunnen werken.

Zelfrespect
Het spreekt natuurlijk vanzelf dat het om nog veel meer gaat dan alleen maar een meer gevarieerde en gezonde voeding en een beetje geld. Wanneer zo’n uitgebuite landarbeider een kleine maar zelfstandige boer wordt, dan geeft dat een enorme boost aan zijn gevoel van eigenwaarde. Hij is geen slaaf meer die altijd maar moet buigen en knikken voor het allernoodzakelijkste voedsel voor zijn gezin, maar iemand met verantwoordelijkheid, die echt aan de toekomst van zijn gezin kan werken. Iemand die rechtop gaat, die zich misschien voor het eerst echt een mens weet omdat hij iets kan betekenen voor anderen. Speciaal voor hen die hem het nauwst aan het hart liggen, zijn vrouw en zijn kinderen. En wat geldt voor de mannen geldt natuurlijk evenzeer voor de vrouwen. Vrouwen staan er in Latijns-Amerika dikwijls helemaal alleen voor en dan blijkt dat in de strijd voor meer rechtvaardigheid, vrouwen vaak mondiger en militanter zijn dan mannen.
Wij moeten deze mensen helpen. Het is gewoon een kwestie van elementaire rechtvaardigheid. En van menselijkheid.

Kan dat?
Wij zijn altijd verontwaardigd als wij horen over de sociale wantoestanden de voorbije eeuwen hier bij ons en we zijn maar wat blij dat er nu een zekere welstand is voor bijna iedereen. Maar, omdat de wereld inderdaad ons dorp geworden is, zijn wij perfect op de hoogte van de hemeltergende corruptie, uitbuiting en onderdrukking in grote delen van die wereld vandaag.
En dat maakt ons triest en opstandig. Want wij denken dan dat wij daar zelf niets aan kunnen veranderen. Wij zijn tenslotte geen politici. En wij behoren niet tot die 1% van de wereldbevolking van wie het gezamenlijk vermogen groter is dan dat van de overige 99%.

Het kan!
Maar . . . wij kunnen wel iets doen. Wij kunnen ons bijvoorbeeld meer richten op fairtrade producten en geen luxevoedsel kopen uit exotische landen, als we weten dat ze in onmenselijke omstandigheden gekweekt zijn. En wij kunnen vooral acties als die van Broederlijk Delen steunen, acties die op een niet-gewelddadige manier aansturen op echte en duurzame hervormingen.
Wij, westerlingen, zullen in ieder geval tot een vorm van herverdeling moeten overgaan. Zelfs als we het niet doen vanuit morele verontwaardiging, dan zullen we het toch moeten doen voor onze eigen veiligheid.
Want ook voor de doodarme uitgebuite mensen van de ontwikkelingslanden is de wereld een dorp geworden: zij zien hoe wij leven. Met wat een overvloed aan mogelijkheden en comfort. Terwijl zij niets hebben, niet eens genoeg te eten.
Voor hen zijn wij de hedendaagse bewoners van burchten en luxevilla’s, terwijl zij zoals de arme Lazarus ondervoed en met zweren overdekt aan onze poort liggen.

Het moet
Als wij niet echt gaan delen met hen, komen ze het op een dag zelf halen.
Niet met honderden en duizenden zoals de vluchtelingen nu, maar met tientallen miljoenen tegelijk. Dan overkomt ons wat de Romeinen overkwam. Dan worden wij weggevaagd door kolossale volksverhuizingen. Als christenen mogen wij echter niet handelen uit angst. Als wij achter meer rechtvaardigheid en herverdeling staan, dan is dat op de eerste plaats omdat wij Jezus willen volgen. Jezus, die ons leerde dat onze naasten niet noodzakelijk verwanten of buren zijn, maar elke mens die ik zou kunnen helpen en die beroep op mij doet.
Een totaal onbekend kind dat naar etensrestjes zoekt op een vuilnisbelt even buiten Kinshasa, is evenzeer mijn naaste als mijn tante in het rusthuis die weinig bezoek krijgt. Elke mens in nood is mijn broer of zus. En heeft recht op hulp.
Pas als dat besef diep in mij leeft, mag ik mij volgeling van Jezus noemen.

Van gekleurd tot gelogen

Zondag 15 januari 2017, Tweede zondag door het jaar (jaar A)

Vorige week hadden we het erover dat de God die zich in Jezus Christus laten kennen heeft, zin en betekenis geeft aan ons leven. En dat het geloof in Hem een krachtig antigif is tegen wanhoop en depressie. Dat het je een diepe onderstroom van geluk bezorgt die niet ongedaan gemaakt wordt door al het nare dat je overkomt in je leven. Immers, de gedachte dat alles wat je overkomt, een weg naar Hem zal blijken te zijn, dat we eens helemaal geborgen zullen zijn in Hem, maakt ons ook vrij. Omdat die gedachte helemaal ingaat tegen de beklemmende angst van de moderne mens, geworpen te zijn in een zinloos bestaan, in een eindeloos stil en doelloos heelal. En daarom hebben alle mensen het recht om minstens over dat geloof te horen. Omwille van de bevrijdende kracht die ervan uitgaat. Omwille van het levenselixir dat het voor hen kan betekenen.

Stilgevallen
Je vraagt je af hoe het dan komt dat de evangelisatie- en missioneringsgedachte hier in Vlaanderen helemaal stilgevallen is. Nog maar pas geleden stuurden wij duizenden missionarissen de wereldzeeën op om het Evangelie te brengen tot aan de uiteinden van de aarde. Terwijl wij het nu nog nauwelijks doorgeven in onze eigen kring. In een oproep om daarover eens na te denken eindigde ik vorige week met de nogal uitdagende vraag: “Waarom zitten wij hier in Vlaanderen alleen maar angst te hebben voor al die moslims die hier komen wonen en doen wij geen enkele poging om hen Jezus en het Evangelie te leren kennen?” Ik wil onmiddellijk toegeven dat het mij vooral om het schokeffect te doen was. Het is echt niet mijn bedoeling u op te roepen om alle moslims in uw buurt te bekeren. Maar wel dat wij eens zouden stilstaan bij het feit dat veel christenen in West-Europa zelfs te zwak zijn geworden om hun geloof nog door te geven aan hun eigen kinderen. En daar mag toch iets aan gedaan worden.

Desinformatie
Het verbazend snel verlopen secularisatieproces heeft ons serieus van onze melk gebracht. Maar nu wordt het echt tijd dat wij terug wat assertiever worden. Assertiever, niet agressiever! Ik zal wel de laatste zijn om christenen aan te sporen om in te gaan op de soms erg lage aanvallen tegen het geloof in de sociale media, aanvallen waarvan de toon vooral veel over de auteur vertelt.
Maar waar we ons wel moeten tegen afzetten is de onjuiste informatie in de gewone media. De fictie, de pulp, de leugens en halve waarheden die voortdurend verteld worden over kerk en geloof, in boeken en tijdschriften, op radio en tv, en zelfs in het onderwijs. Natuurlijk, als je als Kerk 2000 jaar lang over een uitzonderlijk grote macht hebt beschikt kan het niet dat je alleen maar goeie dingen hebt gedaan, dat je nooit misbruik gemaakt hebt van die macht.
Macht corrumpeert zelfs de grootste heilige. Maar men moet wel eerlijk blijven. En ook het goede vertellen. En ook het slechte van de “anderen”. Nu wordt het allemaal zo ziekelijk eenzijdig gebracht.

Selectief
Neem nu de kruistochten en de inquisitie, waar men ons voortdurend mee rond de oren slaat en waarover wij ons voortdurend schaapachtig op de borst zitten te slaan. Natuurlijk wil ik die niet goedpraten. Maar, kan daar echt niet objectiever over gesproken worden? Waren de kruistochten in wezen zoveel verschillend van wat het Westen nu met IS doet? Ook de kruistochten waren een antwoord van Europa op de voortdurende invallen en slachtpartijen door moslims in christelijke landen. En de inquisitie, natuurlijk was dat iets verschrikkelijks, zoals er altijd verschrikkelijke dingen gebeuren als ideologieën botsen. Maar de Spaanse inquisitie – zoals die in ons collectieve geheugen is gebrand – is, zoals modern historisch onderzoek uitwijst, heel sterk gekleurd door de Engels-protestantse propaganda. Cromwell liet in zijn katholiekenhaat soms op één dag meer mensen ombrengen dan de Spaanse inquisitie gedurende haar hele bestaan. Maar daar hoor je nooit iets over. Net zomin als over de eerste genocide in de geschiedenis. Toen, eind 18de eeuw, in de Vendeé tienduizenden mannen, vrouwen en kinderen werden afgeslacht. In de naam van Jezus? Neen. In naam van de Verlichting. Wie hoort daar ooit iets over?

Bedrieglijk
Dat onze tijdgenoten zich steeds minder voor geschiedenis interesseren, maakt dat men zowat alles uit het verleden kan verdraaien zonder dat mensen het merken. “Godsdienst is oorlog”, hoor je dan. Laat ons toch serieus blijven.
Ik ben oprecht democraat maar ik heb niet de indruk dat de huidige seculiere staten vredelievender zijn dan de vroegere religieus-geïnspireerde monarchieën. En van de twee meest moderne en door en door atheïstische ideologieën, het nazisme en het communisme, kan je alleen maar zeggen dat ze alle grenzen hebben verlegd wat betreft mensonterende wreedheid. Laatst zei iemand mij nog maar eens: “Wat hebben ze ons vroeger toch allemaal wijsgemaakt?” Ik heb hem geantwoord: “Ge moest eens weten wat ze u nu allemaal wijsmaken.” Want die man had het over communie op de tong en palmtakken tegen de bliksem. Maar dat heeft niets te maken met bedrog. Wel met verandering van inzicht en aanvoelen. Maar tegenwoordig merk je regelmatig op tv – als er al eens iets positiefs gezegd wordt over ons geloof – in een Amerikaanse film bijvoorbeeld, hoe dat in pure sovjet-stijl wordt weggezuiverd in de ondertiteling. En dat is bewust bedrog.

Weerbaarheid
Wij moeten dat af en toe toch eens hardop durven zeggen. Ik ga daar niet blijven over preken. Maar één keer mag het toch eens gezegd worden. Onze media hier in Vlaanderen zijn helemaal in handen van niet-katholieken. Velen onder hen zijn antikatholiek en weinig objectief in hun berichtgeving. En daarom moeten wij kritisch blijven bij alles wat ze ons voorschotelen. Katholieken hebben op dit ogenblik de Verlichting en de secularisatie helemaal verteerd. Voor ons moeten er geen kruisen hangen in openbare gebouwen. Maar wij moeten wel voor onszelf hetzelfde respect opeisen dat wij hebben voor anderen. En ingaan tegen de voortdurende desinformatie over ons geloof. Op de eerste plaats voor onze eigen mensen. Opdat zij via degelijke informatie en serieus godsdienstonderwijs terug fier kunnen zijn op hun geloof.
Dat is de eerste voorwaarde om zelfs maar te kunnen denken aan een nieuwe evangelisatie.

Deemoeddeemstering

Zondag 20 juni 2016, 12de zondag door het jaar (jaar C)

Vorige week zagen we hoe de explosieve toename van de welvaart en het sterk doorgedreven democratiseringsproces de mogelijkheid, de kans om vooruit te komen in het leven voor iedereen sterk heeft doen toenemen. Het gevolg daarvan is dat de doorsnee mens veel zelfbewuster is geworden en allang niet meer zijn ‘klakske’ afneemt als een persoon van aanzien hem passeert. (Voor alle zekerheid dragen wij zelfs gewoon geen klakske meer). De opzienbarende toename van de welvaart, hoe zegenrijk die ook mag zijn op zich, heeft echter ook de concurrentie en de competitie tussen de mensen erg doen toenemen. En ook het individualisme, het egocentrisme zelfs. Vaak hoor je zeggen dat de televisie de oorzaak is van de teloorgang van de gemeenschapszin, het sociale netwerk in onze dorpen, het contact tussen de mensen. Maar de televisie is alleen maar een begeleidend verschijnsel van iets dat veel fundamenteler is. De teloorgang namelijk van het besef dat men elkaar nodig heeft.

Solidair
Onze voorouders, en voor bijna ieder van ons waren dat boeren, waren helemaal doordrongen van de gedachte dat ze op elkaar aangewezen waren, elkaar nodig hadden. Dat besef was geen gevolg van filosofische overwegingen maar van pure noodzaak. Elke boer had andere boeren nodig, al was het maar om zijn eigen oogst binnen te krijgen. En dat schiep natuurlijk een sterk solidariteitsgevoel, niet zozeer uit idealisme maar uit noodzaak. De mensen waren diep doordrongen van het besef dat je het alleen niet redt. En precies dat besef maakte mensen ook nederig, bewust van eigen onmacht en beperktheid.
En ze bewonderden de trekkers die zich inzetten voor meer solidariteit, minder ongelijkheid, meer hulp voor hulpeloze mensen. Het is ter gelegenheid van de wereldmarkt tijdens het Octaaf in Lubbeek weer opgevallen hoeveel mensen er eigenlijk – zowel binnen als buiten de Kerk – bezig zijn met projecten en solidariteitsacties ten voordele van mensen uit de derde en de vierde wereld. Wij vinden dat doorgaans prima, maar zijn deze mensen die zich niet-aflatend inzetten voor hulpbehoevende medemensen, zijn dat tegenwoordig nog altijd onze idolen, zijn dat de mensen waar we naar opkijken, waar we echt willen op lijken?

Omslag
Neen. Onze idolen zijn sporthelden, mediafiguren, dat zijn mensen als Marc Coucke en Fernand Huts, mensen die succes hebben, die het maken. Onze echte idolen zijn niet mensen die goed zijn voor anderen maar die zich juist onderscheiden van anderen, die specialer zijn dan anderen, die meer kunnen, meer schitteren dan anderen. Dat zijn onze goden, onze ongenaakbare helden, hoog verheven boven gewone stervelingen. En wij spiegelen ons eraan, diep in ons hart willen wij zijn zoals zij … Is dat de reden waarom wij het zo moeilijk hebben met deemoed, met het toegeven dat we zwak en zondig zijn? Ik weet het niet. Misschien zijn de redenen die ik aanhaal niet sluitend, maar het fenomeen zelf is in ieder geval onmiskenbaar: de moderne mens heeft het enorm moeilijk om voor zijn klein-zijn uit te komen.

Biecht
Dat is ook de reden waarom de mensen de biecht radicaal afgeschaft hebben. Zelfs sterk overtuigde christenen laten het biechtsacrament helemaal links liggen. “Omdat het zo’n karikatuur geworden was”, zeggen ze. Sorry, maar dat is onzin. De manier waarop je biecht heb je volledig zelf in de hand. Wat je daar zegt en hoe je het zegt, hangt volledig van jezelf af. Als wij een lint met een strikje rond de biechtstoel gedaan hebben, dan heeft dat denk ik gewoon te maken met het feit dat wij het vertikken om minnetjes over onszelf te praten. Wij leven in een klimaat waarin je vooral moet tonen wat je kan, wat je waard bent. Jezelf op de borst kloppen en zeggen dat je eigenlijk toch maar een kluns bent, wordt zelfs als ziekelijk ervaren … Soms zeggen mensen, en dát lijkt dan wél een serieus argument, dat ze het er moeilijk mee hebben om de priester te zien als de directe vertegenwoordiger van God, en dat ze daarom de “directe lijn” verkiezen en wat ze op hun kerfstok hebben met Godzelf zoeken uit te praten. De vraag is dan alleen maar of dat praten met God zoveel anders is dan ons praten onder mensen. Of we ook in het gesprek met God het bekennen van schuld niet verwarren met het aandragen van verontschuldigen en verzachtende omstandigheden.

Essentieel
Misschien denkt u wel: is dat allemaal zo belangrijk? Als ik nu doe wat ik moet doen en het Evangelie probeer in praktijk te brengen, volstaat dat dan niet? Is dat “gezond schuldgevoel” dan zo belangrijk dat je er twee zondagen aan besteedt en volgende week nog een derde? Ik denk het wel. Omdat we hier raken aan de essentie van het godsdienstig-zijn. De religieuze mens is per definitie op zoek naar het oneindige, het absolute. Biddend probeert de christen zich open te stellen en zich te laten aanspreken door een God die absolute schoonheid is, absolute goedheid, absolute Liefde. Het spreekt vanzelf dat in Zijn nabijheid gevoelens van deemoed, berouw en de vaste wil om anders te leven normaal zijn. Je kan je dus afvragen of je überhaupt wel godsdienstig kan zijn zonder besef van eigen kleinheid. En of in de huidige goddeloosheid, het onvermogen van de hedendaagse westerse mens om zich op de borst te kloppen niet een grotere rol speelt dan de aanbidding van het geld.