Mensen helpen verrijzen

Zondag 4 april 2021, Pasen (jaar B)

Wanneer men het vandaag over de Verrijzenis van Christus heeft, dan bedoelt men meestal de ontdekking van het lege graf en de verschijning van Jezus een paar meter daarvandaan.
Maar deze bijna exclusieve aandacht voor de eerste 5 of 10 minuten van de opstanding, zou de eerste christenen zeer verbaasd hebben.
Als, onmiddellijk na Jezus’ dood, zovelen beweerden getuige te zijn van zijn verrijzenis, dan beweerden ze niet per se dit gezien te hebben. Maar wel dat ze, vanuit heel uiteenlopende ervaringen, er rotsvast van overtuigd waren geraakt dat de Jezus die ze hadden zien sterven, meer leefde dan ooit. Dat de man die als een slaaf was vernederd en gekruisigd, nu de levende Heer geworden was.

Vertrouwd
Die verrijzenis van Christus staat in het middelpunt van ons geloof.
En volgens dat geloof zelfs in het middelpunt van de menselijke geschiedenis.
En toch is die Verrijzenis helemaal niet zo vreemd en buitenissig als je op het eerste gezicht wel zou denken. Wij zijn er meer mee vertrouwd dan we beseffen.
Sterven en verrijzen, als het goed met ons gaat overkomt het ons voortdurend.
Al van bij het begin. Denk aan de dood van de foetus wanneer wij het levenslicht zien. En daarna aan al die keren die wij moeten sterven aan zekerheden. Dat papa alles weet bijvoorbeeld en dat onze ouders almachtig zijn. Of denk aan al onze verlangens die in de kiem gesmoord worden, de eerste hartstochtelijke verliefdheid bijvoorbeeld die alleen maar op onverschilligheid botst bij de ander.
Er zijn zoveel zekerheden die wij moeten opgeven, zoveel verlangens die niet vervuld kunnen worden, zoveel beproevingen die ons worden aangedaan door anderen en door ons eigen onvermogen.
Zoveel doden die wij moeten sterven in de ontplooiing van ons menszijn en evenzoveel verrijzeniservaringen. Als alles goed gaat tenminste. Maar alles loopt natuurlijk niet altijd gesmeerd.

Helpen verrijzen
En precies daar situeert zich de oproep van het Evangelie.
Wij zijn geboren om te verrijzen.
Niet één keer maar ontelbare keren.
Om altijd weer opnieuw op te staan uit alles wat ontmoedigt en gevangen houdt.
Maar het is de bedoeling dat wij elkaar daarbij helpen.
En voor de Kerk is dat zelfs het wezen van haar zending.
Mensen in alle denkbare duistere situaties moed geven, hen helpen opstaan en hen op die manier voor een stuk laten deelnemen aan de verrijzenis van Christus.
Paus Franciscus gebruikt daarvoor een treffende uitdrukking: “De Kerk moet het veldhospitaal van de wereld worden”, zegt hij.
Moeten wij dus vanaf nu allemaal de zorg in, verpleegster worden, geneesheer of psychiater? Natuurlijk niet. Wij hebben daar als christenen een heel eigen weg in te gaan.

Oase
Augustinus had in de 4de eeuw al begrepen dat veel van de tegenstellingen die wij oproepen, die tussen blank en zwart bijvoorbeeld, tussen man en vrouw, gelovig of niet-gelovig enz. alleen maar schijn zijn.
De twee fundamentele tegenstellingen die in het menselijk hart leven, noem het de twee grote liefdes van de mens, zijn eigenliefde en liefde die gericht is op de ander.
Terwijl de liefde voor de ander gelukkig makend is voor beiden, brengt de eigenliefde van de een vaak alleen maar ellende over de ander.
In een wereld waarin egoïsme, onverdraagzaamheid en extreem geweld alsmaar toenemen, moet de Kerk een oase zijn waar gekwetste en verkommerde mensen op verhaal kunnen komen. Maar ook een plaats waar mensen in het algemeen, gelovigen en mindergelovigen respectvol geholpen worden in hun zoeken naar zin en betekenis. Een plaats ook, een school als het ware, waar methoden worden aangereikt om het egoïsme van de mens te overwinnen en zijn agressiviteit bij te schaven. En op zoek te gaan naar regels voor een rechtvaardig en vreedzaam samenleven.

Duiken
Dat is de rol voor christenen vandaag.
Maar om die rol naar behoren te vervullen, moeten wij eerst serieus werk maken van onze eigen bekering.
Als wij mensen willen rechttrekken, doen opstaan en verrijzen, dan moeten wij eerst zelf verrezen mensen zijn.
Christenen in deze tijd hebben de waanzinnige opdracht het evangelie terug uit te dragen in de grotendeels geseculariseerde wereld van vandaag.
Hoe onmogelijk dit ook lijkt, wij zullen het kunnen. Maar dan moeten wij eerst terug het diepe water in en heel serieus werken aan ons eigen innerlijk leven.
De uitdaging weer niet te lijf gaan met projecten en vergaderingen alleen. Maar terug veel meer plaats inruimen voor persoonlijk gebed en bezinning. Als wij mensen willen helpen om te verrijzen, moeten wij zelf verrezen mensen zijn.
Wij kunnen dat. Wij moeten ons daar niet ongerust over maken. Wij kunnen dat.
Bij ons is al eens iemand opgestaan uit de dood.

Pasen

Zondag 21 april 2019, Pasen (jaar C)

Religie is zo oud als de mensheid zelf.
Het was er vanaf het allereerste begin. Al in de prehistorische schilderingen in de grotten van Lascaux zie je hoe religie een poging is om een zin te geven aan het bestaan. In het aangezicht van de aanhoudende pijn en onrechtvaardigheid van dat bestaan. Het is zoeken naar een diepere eenheid en samenhang achter een schijnbaar zinloze werkelijkheid, waarin elk leven blijkbaar afhankelijk is van het vernietigen van ander leven. Religie is dus niet iets dat werd toegevoegd aan onze menselijke conditie, niet iets dat ons werd opgedrongen en aangepraat. Integendeel. Het verlangen naar transcendentie, naar het overstijgen van onszelf en van de vaak gruwelijke werkelijkheid, is misschien wel de meest karakteristieke eigenschap van de mens. En als de religieuze riten ons niet meer aanspreken, dan zoeken we het in muziek en dans, in sport en zelfs in drugs. Vaak gaat het dan om een vlucht, om een compensatie voor een bestaan dat als zinloos en pijnlijk ervaren wordt. En ook bepaalde vormen van godsdienstigheid zijn duidelijk een vlucht. Maar goed begrepen en op de juiste manier toegepast, brengen alle grote religies echte bevrijding. Precies omdat zij ons bewustmaken van het bestaan van die diepere zin en eenheid.

Een klank
Religie is, naar het woord van Karen Armstrong, dé hedendaagse specialiste, “een praktische discipline, die ons leert nieuwe vermogens te ontdekken van onze geest en van ons hart”. En zowel christenen als brahmanen, Griekse filosofen en Chinese wijzen komen, onafhankelijk van elkaar, tot het bestaan van die diepere zin en eenheid achter de verwarrende, zichtbare werkelijkheid zoals wij die dagdagelijks ervaren. Sommigen noemen die diepere werkelijkheid God, anderen noemen ze anders. Maar allen hebben ze het over die Diepere Eenheid, die ons inspireert om die eenheid ook zelf te beleven. Om tegen onze oppervlakkige driften in, te streven naar eenheid en vrede met andere mensen en elke andere vorm van leven te respecteren. Om rechtvaardigheid en mededogen na te streven.

Harmonie
Het christelijk geloof gaat daarin misschien het verst. Voor het christendom is God liefde. En dus kan een zinvol leven alleen maar een leven zijn van strijd tegen alles wat tegen het leven en de liefde ingaat en het bestaan verduistert.
Strijd tegen alles wat mensen vervreemdt, gevangenhoudt en onderdrukt.
En is een leven van alleen maar bekommerd zijn om je eigen pleziertjes, zinloos en waardeloos. Het is natuurlijk een geloof. En geloof kan je evenmin bewijzen als ongeloof. Maar je kan de waarheid van dat geloof wel op het spoor komen door het te doen, door het te beleven. Het is pas als je probeert van je te geven aan anderen, dat je ervaart dat dit het meest zinvolle is dat je ooit gedaan hebt. En dat je er zelf ook gelukkig van wordt. Precies omdat wat je dan doet in harmonie is met je diepste kern, met wat je ten diepste zelf wil. Met de Geest van God die diep in jou aanwezig is.

Hedonisme
Het is jammer dat in onze huidige samenleving mensen al bijna van in de wieg geleid worden in precies de tegenovergestelde richting. Opvoeding, media en reclame duwen ons voortdurend in de richting van individualisme en hedonisme. Ze zeggen ons dat echt leven, zorgen voor jezelf is en genieten van zoveel mogelijk dingen. Die houding wordt momenteel op de meest vanzelfsprekende manier doorgegeven van de ene generatie op de andere. Ze is het nieuwe “normaal” geworden. Ze wordt nauwelijks nog in twijfel getrokken. Wij mogen het kritische en alternatieve karakter van het geloof in deze kwestie niet wegmoffelen. Wij mogen niet toegeven aan de druk naar levensbeschouwelijke eenheidsworst. Wij moeten onze eigenheid bewaren en openlijk blijven zeggen waar het voor ons op staat.

Keuze maken
Als wij terug jongeren willen evangeliseren – en wij zullen daar werk moeten van maken, willen wij hier in West-Europa niet helemaal verdwijnen – dan moeten wij dat doen met open vizier. Hen niet willen lokken met Tomorrowland-achtige toestanden. Of met een avondje religieuze clips, met misschien nog een jointje achteraf. Wij moeten van het begin af aan duidelijk zeggen dat je een fundamentele keuze moet maken. Dat je als christen ervan uitgaat dat alleen maar voor jezelf leven, waardeloos is. En dat, als je zo leeft, je dat ook zelf als eerste zal ervaren. En dat alleen een gegeven leven, een leven van inzet voor anderen, zin en betekenis geeft aan je bestaan. Klinkt dat niet een beetje saai, zeker voor jongeren? Dat klinkt afschuwelijk saai. Maar wie er durft op ingaan, die merkt dat het gewoon zo is. Die verlaat het land van zoeken naar genietingen als doel op zich. Om te ontdekken dat zorg dragen voor anderen, voor je vrouw, voor je kinderen, voor je ouders, en zelfs voor wildvreemde mensen, je eigen leven zin geeft. En je dus ook gelukkig maakt.

Bevestiging
En, gaande-de-weg ontdek je iets wat nog belangrijker is dan zingevend en gelukkig-makend: je ontdekt dat het wáár is. Dat die diepere eenheid waar geloof het over heeft er wel degelijk is. Dat God echt bestaat.
En dat Hij met je meegaat en op een heel geheimvolle manier van je houdt als van de appel van zijn oog.

Wees niet bang

Zondag 1 april 2018 – Pasen (jaar B)

In sommige streken is het de gewoonte om tijdens de dagen vóór Pasen de kerkvensters af te dekken met doeken. Om dan op paaszondag, wanneer de priester uitroept “Christus is verrezen”, die doeken met een ruk te laten vallen zodat het licht door alle ramen overvloedig en schitterend naar binnen dringt. Op het ogenblik dat het licht doordringt in de duisternis word je als vanzelf meegesleurd in de verrijzenisgedachte. En ook de voortdurend herhaalde aansporing van Jezus “Wees niet bang” komt spontaan in je op. En aan verhalen van roekeloos lijkend vertrouwen wordt dan herinnerd. God die Jeremia oproept niet bang te zijn voor de Assyrische wereldmacht. Of Abraham die alles achterlaat voor een onzekere toekomst in het onbekende. Of de Hebreeërs die de vleespotten van Egypte laten voor wat ze zijn en die, vertrouwend op God, de woestijn intrekken.
En vooral is er die steeds weer herhaalde aansporing van Jezus: “Wees niet bang, wees niet bang van de wereld. Ik heb de wereld overwonnen”.
Niet bang zijn van de wereld.

Wending
Er is een tijd geweest dat “de wereld” een beetje bang was van ons. Het was de tijd van het monolithisch blok dat “de christenheid” heette. De tijd dat de Kerk zichzelf zag als de enige echte erfgenaam van het Romeinse Rijk en blaakte van zelfvertrouwen. De tijd dus ook van dogma’s en geblokte zekerheden. De tijd van op macht en aanzien beluste prelaten in Rome en van de zich met alles moeiende onderpastoors in onze dorpen. Op dit ogenblik is dit toch wel even anders en wordt de aansporing van Jezus opnieuw ervaren als erg actueel en ook heel nodig. Want wij zijn een beetje te veel in onze schelp gekropen. Niemand van ons wil terug naar de toestanden van vroeger. Maar op dit ogenblik zitten wij helemaal in het andere uiterste en lijkt het wel of wij bevreesd zijn voor onze eigen schaduw, bang van onze eigen stem. Wij moeten daar iets aan doen.
Dit is geen crisis meer. Het christendom hier bij ons is stilletjes aan het verdampen. Natuurlijk geloof ik niet dat ons geloof zal verdwijnen. Zoals Pascal al zei: “Si Dieu est vrai … : als God bestaat en als het evangelie waar is, dan is er toch geen moeilijkheid?” En dát denk ik ook. Maar het christelijk geloof kan wel elders bloeien, maar hier bij ons verdwijnen. Zoals het in Noord-Afrika verdween. En dát mogen wij de generaties die na ons komen niet aandoen. Oprecht.

Gezond zelfbewustzijn
Hier zitten we trouwens bij het enige juiste motief om terug naar buiten te treden met het geloof dat onze cultuur en onze geschiedenis gevormd heeft: de overtuiging dat dat geloof de mogelijkheid in zich draagt ons leven te verrijken. De overtuiging dat ons geloof een belangrijk instrument is voor mensen om levensvervulling te vinden. En natuurlijk ook de overtuiging dat het gewoon waar is. Daarbij moeten wij ons, nu wij aanzienlijker en minder talrijk geworden zijn, vooral ook hoeden voor sekte-achtig gedrag, het vanaf de zijlijn afkeurend kijken naar de boze wereld. Dit is immers ook onze wereld. Wij christenen hebben die wereld voor een groot stuk gemaakt. Het is hier, in Vlaanderen, niet langer een katholieke wereld maar het is nog altijd ook onze wereld. Een wereld waarin wij ons thuis voelen en waarin wij als christenen een eigen rol hebben te spelen.

Keuze
Gelukkig groeit ook bij velen het respect voor het anders-zijn van mensen.
Er zijn geen ernstige christenen meer die niet-gelovigen nog zien als foute of immorele mensen. En geen enkele intelligente atheïst ziet gelovigen nog als ietwat imbeciele medeburgers. Ook zij weten dat er geen enkel rationeel of wetenschappelijk argument is dat wijst in de richting van atheïsme en dat niet door diezelfde wetenschap helemaal kan onderuit gehaald worden.
Eens dat je gekozen hebt te geloven of niet te geloven, kan en moet je die keuze rationeel onderbouwen en motiveren, maar de keuze zelf is een wils-act. Het is een beslissing van de wil. De rede dwingt je nooit in een bepaalde richting. Ook voor gelovigen is hun keuze voor het geloof een sprong in het ongewisse. Maar het is pas wanneer die keuze gemaakt is en ik er ook ga naar leven, dat zal blijken dat aan mijn geloof een werkelijkheid beantwoordt. En dat het tastend zoeken kan uitgroeien tot een met heel mijn wezen wéten dat God geen hersenschim is maar een ontzagwekkende werkelijkheid. Dat Jezus leeft en dat ook wij geroepen zijn om voor eeuwig te leven met Hem. Ook al kunnen wij ons van dat leven geen enkele voorstelling maken.

Motief
Ons geloof is iets oneindig kostbaars voor ons. Omdat het zin, verdieping en vervulling geeft aan ons leven. En daarom moeten wij dat geloof ook koesteren, het behoeden en het versterken onder elkaar. Vóórdat wij dromen van grote evangelisatiecampagnes moeten wij op de eerste plaats elkaar terug bevestigen in ons geloof. Als de God van Jezus, de God van Liefde werkelijk bestaat, dan is dat meteen het allerbelangrijkste feit in het leven van een mens. Wij geloven dat. Wij geloven dat de diepste grond van het leven ons draagt en van ons houdt. Wij geloven dat die Diepste Grond Liefde is en ons oproept om ook zelf liefdevol in het leven te staan.

Sta op
Vandaag vieren wij het feest van de opstanding. Maar eigenlijk ademt heel ons geloof opstanding en verrijzenis uit. Het is een geloof dat ons voortdurend toeroept: sta op. Loop niet weg als het moeilijk wordt. Wees niet bang, leg je niet neer bij zogenaamde feiten. Geloof en blijf werken aan de toekomst. Wellicht is geloof het beste antigif tegen ontmoediging en cynisme. Denk aan de weggerolde steen, het lege graf. Sta op en help ook anderen recht. Weiger te geloven dat armoede een noodlot is en oorlog normaal. Verander de wereld, al was het maar door één arme echt te helpen, één tegenstander oprecht te vergeven, één lusteloze verlichting en uitzicht te geven. Geloof in het visioen. En in de verwerkelijking ervan. Niets houdt iemand tegen die echt gelooft , zelfs niet de dood. Heel ons verhaal begint met iemand die uit de dood is opgestaan.

Een Zalig Pasen!

De steen is weggerold. Voorgoed.

Zondag 16 april 2017 – Pasen (jaar A)

Pasen valt niet toevallig in de lente. Het is het feest van het eerste groen dat onder winterse dorheid vandaan komt. Van openbarstende bloembollen en van bloesems en blaadjes aan dood gewaande takken. Het is het feest van opstanding na schijnbare ondergang, het feest van de hoop tegen alle wanhoop in.

Opvallend
Pasen is vooral de bevestiging van ons aarzelend vertrouwen dat ondanks de schijn van het tegendeel het goede het uiteindelijk haalt van het kwaad. Dat, hoezeer het kwaad ook oppermachtig lijkt, de liefde sterker is. Sterker zelfs dan de dood. En dat maakt ons blij. Wat eigenlijk toch wel erg opvallend is. Want wij weten maar al te goed dat het kwaad ook in ons zit. Dat, in aanleg, in ieder van ons trekjes zitten van zowel Moeder Thérésa als van Adolf Hitler. En toch zijn wij altijd weer blij als wij de paasbloemen de schrale voorjaarstuin in bloei zien zetten. Zijn wij blij als wij zien hoe zieke mensen genezen en oorlogen worden beëindigd. En zelfs in momenten dat wij lusteloos of verbitterd zijn, zijn wij blij als wij zien dat rechtvaardigheid het haalt van onrecht. Dat moet ons niet verwonderen, want diep in ons is er iets dat ons probeert te verleiden om te kiezen voor liefde en goedheid.
En dat iets dat is niet zomaar iets, dat iets dat is God zelf. Dat is, zoals Oosterhuis het zegt, de Geest van God die “in ons roept en ademhaalt, die ons bewoont”.

Kiezen
En telkens als wij zijn wenken volgen en kiezen voor het goede, kiezen voor de liefde, laten wij het Rijk Gods even oplichten in ons midden. God is dus niet op de eerste plaats een soort reddende cavalerie, die altijd net op tijd komt aandraven om ons uit de nood te helpen zoals dat gebeurt in cowboyfilms. God werkt in de eerste plaats in ons, als een stuwende kracht die ons probeert te winnen voor het goede. En het Rijk Gods gebeurt daar waar liefde en inzet voor het goede het halen van onrecht, onverschilligheid en kwaad. Het Rijk Gods is dus ook geen politieke of economische heilsstaat die ooit eens bereikt zal worden. Het is een heilzame situatie, die oplicht telkens wanneer wij de diepste streving in ons volgen en precies daardoor niet alleen voor anderen het goede doen maar ook onszelf heel-maken.
Wij zijn immers, zoals Augustinus het zegt, geschapen naar God toe. Toegeven aan welk kwaad dan ook maakt ons ziek en breekt ons af. Omdat ons diepste innerlijk, ons eigenlijke ik, het goede wil. Het Rijk Gods, waar Jezus het altijd over had, is dus inderdaad geen perfect politiek systeem of een ideaal maatschappelijk bestel waar we naartoe groeien.

Vooruitgang
En toch is het ook méér dan een geheel van hoopvolle tekens, eilandjes van goedheid, lichtgevende sintels tegen een duistere achtergrond. Als je de hobbelige pelgrimage van de mensheid over de eeuwen heen overziet, dan merk je wel degelijk vooruitgang. Er is natuurlijk regelmatig ook terugval in de meest onvoorstelbare barbarij en elke nieuwe oorlog is nog wreder en nog meer vernietigend dan de vorige. Terwijl de kloof tussen superrijken en extreem armen steeds groter wordt. Dit mag ons echter niet beletten om ook te zien dat de groep extreem armen in de wereld ieder jaar kleiner wordt en nu nog minder dan 10% van de wereldbevolking bedraagt. In de voorbije eeuwen was dat 90 tot 95%. De levensverwachting verdubbelde en oorlog wordt door geen zinnig mens nog gezien als een normaal, noodzakelijk verschijnsel. We zijn dus ondanks regelmatige terugval wel degelijk op weg naar beter. Het streven naar het goede in ons zit blijkbaar dieper dan het diepste kwaad.

Schijn
En dat geeft hoop. En kracht. Kracht om door te gaan als het moeilijk wordt. Want dat vooral is Pasen: de zekerheid dat wat er ook gebeurt, uiteindelijk altijd God het laatste woord heeft. Dat hoe ongenaakbaar, wild en oppermachtig het kwaad ook om zich heen kan slaan, alleen het goede, alleen de liefde toekomst heeft. Pasen snijdt als een mes door de wereld van de schijn, de wereld van het geld en van de macht en de dood, onze wereld. Ondanks de schijn van het tegendeel heeft het kwaad geen enkele toekomst. Ook niet de pionnen van het kwaad en van de macht: de sluwe Kajafas, de wrede Herodes, de laffe Pilatus, het vuilbekkende gepeupel – geen van hen heeft toekomst. Als het waas doorbroken wordt en het doek valt over de wereld blijkt de verachte man aan het kruis, de Heer van het leven te zijn.

Geloof
En dat geeft moed als wij ons inzetten voor het goede en op tegenstand botsen. Tegenstand ook in onszelf. Als het echt moeilijk wordt en je begint te twijfelen aan de zin van je inzet, probeer dan de aarzeling niet alleen tegen te gaan met morele overwegingen en principes. Er is iets dat sterker werkt: denk dan aan Pasen. Laat je helpen door je geloof dat het goede altijd overwint. Als je inzet voor mensen op onverschilligheid botst, geen resultaat heeft of zelfs meewarig wordt bekeken, denk dan aan de woorden van Henriette Roland Holst: “Ik zal de halmen niet meer zien, noch binden ooit de volle schoven. Maar doe mij in de oogst geloven waarvoor ik dien”.
Denk dan aan Pasen: voor christenen bestaat er geen definitieve nederlaag.
Niets van het goede gaat ooit verloren. En ook wijzelf gaan niet verloren. Bij ons “is al eens iemand opgestaan uit de dood” (D. Sölle).

God ervaren

Zondag 27 maart 2016, Pasen (jaar C)

Christenen leren van jongs af aan dat contact met God op de eerste plaats gelegd wordt via het gebed. Ze moeten niet zoveel hebben van het gehuppel van de ene spirituele ervaring naar de andere, dat zoveel nieuwe religieuze en pseudo-religieuze groeperingen kenmerkt. En ze staan al helemaal argwanend ten aanzien van religieuze ervaringen die met behulp van technieken worden opgewekt. Voor een christen neemt het geloven zelf de belangrijkste plaats in.
En geloven dan als een be-amen, een voor-waar-aannemen van wat het Evangelie en de gelovige gemeenschap (de Kerk) ons vertellen over God en over hoe God zichzelf aan ons heeft laten kennen. Daar is een heel eenvoudige reden voor. Niet ieder van ons heeft de kans of de mogelijkheid om ervaringen met God op te doen. En dus zijn wij aangewezen op wat bevoorrechte getuigen, profeten en geleerden ons daarover vertellen. Op dezelfde manier heeft niet ieder van ons de kans en de mogelijkheid om aan historisch onderzoek te doen, om de wetten van wiskunde en fysica op het spoor te komen of om door te dringen in de geheimen van de muziek, de taal en de schilderkunst. Wij zijn aangewezen op wat anderen ons daarover kunnen vertellen. Wij geloven hen. En wij geloven hen des te meer naarmate onze eigen ervaringen dat geloof bevestigen.

Ontmoeting
Ook de eigen ervaring is dus van groot belang. Trouwens, wanneer wat je gelooft bevestigd wordt door wat je ervaart, kan dat alleen maar je geloof versterken. Onder de christenen is het vooral de katholieke Kerk die benadrukt dat de openbaring, het zich-laten-kennen-van-God niet afgesloten is met Jezus Christus. Dat ook vandaag God zich aan mensen laat kennen. Dat ook vandaag nog mensen ervaringen opdoen met God. En dat is een niet meer dan logische houding van de Kerk, omdat ook haar geloof steunt op ervaring. Wij geloven niet in H. Boeken die door God zelf zijn geschreven of gedicteerd. Onze Bijbel is de neerslag van de ervaringen die mensen gedurende duizenden jaren opdeden met God. En dat geldt ook voor het sluitstuk van ons geloof: de Verrijzenis van Christus. Wij geloven dat Jezus werkelijk verrezen is, omdat na zijn dood een steeds maar aanzwellende groep mensen vanuit hun ervaring is gaan geloven dat de Gekruisigde werkelijk leeft. Omdat ze de Verrezen Heer ontmoet hebben in hun leven. En omdat dat geloof 2000 jaar lang door miljoenen anderen vanuit hun ervaring is bevestigd.

Tastend
Wij kunnen God ervaren. Ik zei zojuist: “Niet ieder van ons heeft de kans om ervaringen op te doen met God”. Maar eigenlijk is dat niet helemaal juist. Wij denken dat dat zo is, wij leggen ons daar te vlug bij neer. Maar ieder van ons kan God  ervaren in zijn leven.
Wij kunnen God niet doorgronden. God overstijgt ons verstand. Maar wij kunnen Hem wel ervaren in ons leven. De voorwaarde is dat wij ons voor Hem openstellen, dat wij er echt naar verlangen om door Hem aangeraakt te worden. En vooral ook, dat wij niet gaan proberen de ontmoeting zelf in scène te zetten. Alsof het om de juiste techniek zou gaan. Of dat we beroep zouden doen op wat men vroeger noemde: “vermetel vertrouwen”. Uit het raam springen bijvoorbeeld en dan zeggen: “God, als jij me niet pakt, besta je niet”. Dat dát soort operettegod niet bestaat, daar had je ook op een veiliger manier kunnen achter komen. De God waarin wij geloven is geen theatergod maar een ontzagwekkend Geheim. Het is de diepste grond van het bestaan en van het leven, het is het Mysterie achter alles wat is, achter het microscopisch kleine en achter de sterrennevels en planeten. Het geheim achter het weinige dat wij kennen, en het vele waarvan wij niet eens het bestaan vermoeden.

Noodzaak
Zo’n God kén je niet. Je vermoedt Hem, je gelooft in Hem. En soms ervaar je Hem ook. Maar de twijfel is ook nooit ver. Om het met een ontroerende Gerard Reve te zeggen: “Eigenlijk geloof ik niets en twijfel ik aan alles, zelfs aan U. Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft, dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam, en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt zoals ik U”.
Het is een tekst die mij altijd weer opnieuw ontroert, omdat hij op een perfecte manier weergeeft hoe de mens in onze tijd heen en weer geslingerd kan worden tussen geloof en ongeloof. Een tijd waarin een arrogant en opdringerig atheïsme de pers en het publieke debat beheerst. En waar je moeilijk weerwerk kan aan bieden door een preekje in de kerk of een artikeltje in het parochieblad.
En daarom moeten wij de mensen terug aansporen om zelf ervaringen op te doen met God. Probeer God op het spoor te komen in je eigen leven. Zoek Hem, want Hij laat zich vinden. Of beter: Hij zal je overkomen, verrassend, overhoophalend wellicht, nooit precies zoals je Hem verwacht had. Maar wel onmiskenbaar. Je achterlatend met een diep gevoel van vrede, rust, veiligheid, dankbaarheid.

Schok
Maar de ervaring zelf is natuurlijk schokkend. Het is altijd schokkend op leven te stuiten wanneer wij dachten alleen te zijn. Zoals wanneer je in het donker vlak naast je ineens hoort ademen. En dus schrikt het ook af. De ervaring van de Levende God haalt ons immers weg uit ons zelfgenoegzaam leventje van semmelen en discussiëren over God. En velen schrikken daarvoor terug.
En toch moeten we naar Hem op zoek gaan. Welk een onbeschrijflijk geluk levert het immers op als we het grauwe land van de conventies en het praatverkopen over God kunnen verlaten, om binnen te gaan in het land van de levende God.