Bidden

Zondag 31 mei 2020, Pinksteren (jaar A)

Omdat ik, 70 jaar geleden, in Vlaanderen geboren ben en niet in Cambodja of in Kameroen, lag het een beetje voor de hand dat ik katholiek zou worden opgevoed. Tegenwoordig is dat anders.
Een kind dat vandaag in Vlaanderen geboren wordt, maakt een redelijke kans om het levenslicht te zien in een gezin en een milieu dat het “seculier geloof” aankleeft, een geloof-zonder-God. Vaak zelfs uitgesproken anti God. In ieder geval echter word je ergens ingeworpen waar je zelf niet voor gekozen hebt. En toch is er in ieders leven ook altijd een moment dat je de keuze van je ouders en je omgeving ofwel beaamt ofwel verwerpt. Dat kan een langzaam groeiend proces zijn, of juist een heel overweldigend en plots gebeuren. Het kan ook zijn dat je je heel goed voelt in de biotoop waarin je geboren bent en daar ook wil blijven. Maar je zal in ieder geval je positie moeten bepalen. Ook als het gaat om een langzaam groeiend en steeds sterker wordend beamen van de overtuiging van je omgeving, dan nog zal je dat bewust moeten doen. Dat is belangrijk wil je levensproject, dat alle andere keuzes zal beïnvloeden, je eigen levensproject zijn.

Vergeving
Voor een christen zou die keuze voor het geloof nooit mogen bepaald worden door private gevoeligheden of door bijna folkloristische bijkomstigheden, maar wel door de fundamentele opvattingen van het evangelie.
De gedachte namelijk dat wij ons leven in ieder geval niet aan onszelf te danken hebben. Dat Iemand ons gewild heeft. En dat die Iemand, God, pure liefde is.
En dat die God, wat ons in het leven ook overkomt, oneindig veel van ons houdt.
Dat die God in Jezus mens geworden is om ons vrij te maken. En hoe maakt Hij ons vrij? Jezus brengt ons een geschenk, een uniek en alles overhoophalend geschenk, het meest creatieve en verlossende geschenk dat denkbaar is: de geest van vergeving (Thomas Halik). “Vader vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen.”
Vergeving krijgen en schenken is inderdaad de meest uniek christelijke en ook de meest verlossende act die denkbaar is. Zowel voor diegene die vergeving schenkt, als voor diegene die vergeving krijgt.
En ook al laten wij ons bij veel van onze handelingen leiden door soms meedogenloos egoïsme, wij weten dat God ons altijd vergeeft als wij erom vragen.
Geen enkele mens is bij machte ons zo volledig te aanvaarden, zoals Hij ons aanvaardt. En aanvaarden = verlossen.

Verdiepen
Die God bevindt zich niet alleen buiten ons maar is ook in ons diepste binnenste aanwezig. En wij weten dat. Als wij eerlijk in het diepste van onze ziel kijken, als wij alles wegdoen wat ons egoïsme er als een woekerende doornstruik omheen geweven heeft, dan ontdekken wij diep in onze ziel een zuiver verlangen naar liefde.
En dat is ook de reden -en je moet daar geen theoloog voor zijn, ieder van ons kan dat nagaan- dat is ook de reden waarom je alleen maar gelukkig wordt als je de liefde “loslaat” in je leven en je door haar laat bezielen. Omgekeerd is er nog nooit één mens gelukkig geworden door het altijd maar involgen van zijn zelfzuchtige neigingen.
Voor mij is dat zowat het christendom in een notendop.
Maar uiteindelijk is alles wat ik hierboven genoemd heb niets anders dan een aantal opvattingen, stellingen, meningen. En als je daar niets mee doet, blijven het even steriele en levenloze beweringen als elke andere vorm van kennis waar je akte van neemt of die je uit het hoofd leert zonder ze echt in je op te nemen, je erin te verdiepen, de waarheid ervan zelf op het spoor te komen.
En dat is nu precies wat van een christen wordt verwacht: dat hij de waarheid van al die beweringen in zijn eigen leven ervaart. Je moet er dus iets voor doen.

Vrede, vreugde
Soms kan zo’n ervaring je in de schoot geworpen worden. Maar zelfs dan moet je er ook voor openstaan. Zolang je aan de oppervlakte van het leven blijft, zolang het christendom een soort hobby van je is, zoals grasduinen in geschiedenis dat kan zijn of muziek beluisteren of tv kijken, zolang het een soort religieuze liefhebberij is, zal je nooit de diepe waarheid ervan ervaren.
Pas als je, stap voor stap, werkt aan je innerlijk leven en een mens wordt die tijd maakt voor bezinning en gebed, zal de waarheid van alles wat Jezus zegt zich in je binnenste ontvouwen. Dan gaat het niet langer alleen om een verstandelijk en gevoelsmatig instemmen maar om een -en nu komt er een verschrikkelijk stadhuiswoord- om een existentieel weten: het met al de vezels in je lijf weten dat het zo is. Dat God echt van je houdt en je heel dicht nabij is, wat je ook overkomt in je leven.
En dat gaat een diepe vreugde in je leven brengen. Een rustig kabbelende onderstroom van blijheid, dwars door alle tegenslagen heen. Een vrede en een geluk, die niets anders je ooit kan geven.

Ervan getuigen
Maar dat kan niemand je aanpraten, dat moet je zelf ondervinden.
En dat kan dus alleen maar als je echt een biddend mens wordt, die het nabij-zijn van God in zijn leven ook echt ervaart.
Alleen dan kunnen wij terug andere mensen boeien. Omdat wij dan het moraliserend discours achter ons kunnen laten. En met ons eigen leven, onze manier van zijn, getuigen dat geloof je gelukkig maakt en je leven vervult.
Alleen zo kunnen wij terug evangeliseren, kunnen wij terug mensen winnen voor ons geloof.
Niet eerder.

Zelfbewuste en toch hartelijke Kerk

Zondag 9 juni 2019, Pinksteren (jaar C)

Je wordt in het Westen niet langer als christen geboren om het daarna je leven lang te blijven. Christen-zijn is hoe langer hoe meer een keuze. En dat wil zeggen dat, als wij ons niet gaan “hertrekken”, zoals we dat in het dialect zeggen, als wij niet serieus gaan evangeliseren, dat wij dan gewoon verdwijnen.
Wij hebben in onze zones Lubbeek en Glabbeek sinds kort een verantwoordelijke voor evangelisatie en de bedoeling is dat die, samen met de werkgroep die ze gevormd hebben, zich over die zaken bezinnen, strategieën bedenken en initiatieven uitwerken. Zowel in Lubbeek als in Glabbeek is men daar al mee bezig, elk met een eigen insteek. En zo is het goed. De taak van de priester is het om, vanuit zijn ervaring, enkele aandachtspunten naar voor te schuiven.

Hamvraag
Vorige week had ik het over het feit dat wij nooit mogen proberen onze “zaal terug vol te krijgen” met lokmiddelen die niets met het geloof te maken hebben. Wij moeten mensen terug winnen voor ons geloof, niet meer of niet minder dan dat. Het is niet zo moeilijk om aan te tonen dat ons geloof “interessant” is. Dat het een enorme rol gespeeld heeft in de beschavingsgeschiedenis van Europa en van de andere continenten. Dat het een enorme schat aan spiritualiteit te bieden heeft en dat het, iets waar vooral de laatste jaren de nadruk wordt op gelegd, dat het mensen ook gelukkig kan maken, dat het volheid van leven, levensvervulling kan schenken. Je kan dat aantonen. Maar de ultieme vraag waarop mensen een antwoord verwachten is: “Is het ook waar?”

Assertief
En om daar op een efficiënte manier te kunnen op ingaan moeten wij onszelf terug meer bekwamen. De tijd dat de pastoor de plaatselijke dorpsatheïst wel even op zijn nummer zette, is voorbij. Het is nu aan iedere gelovige om voor zijn geloof op te komen, niet brutaal en opdringerig, wel assertief. Daarom is het nodig dat wij terug meer over ons geloof praten en ook meer interessante boeken en artikels daarover lezen, meer naar voordrachten gaan, meer studeren en mekaar inzichten bijbrengen. Wij beseffen maar half hoezeer onze mensen dag na dag, via de media, blootstaan aan antigodsdienstige propaganda. Soms subtiel, soms brutaal, maar altijd vanuit dezelfde strategie: zelfs de meest absurde bewering gaat er uiteindelijk bij de mensen in als je ze maar vaak genoeg herhaalt en als je alleen maar mensen aan het woord laat die dezelfde mening delen. En de anderen niet.
Een typisch voorbeeld hiervan is de stelling dat “godsdienst leidt naar oorlog”. Het is een bewering die gewoon nergens op slaat, maar die er zo ingehamerd werd dat zelfs katholieken geneigd zijn tot een zekere bezorgdheid daaromtrent. En daarom moeten wij onszelf meer bekwamen. Zodat wij niet—zoals in de tijd van de Da Vinci Code-smurrie—het aan nobele ongelovigen als Umberto Eco moeten overlaten om ons geloof te verdedigen tegen de meest groteske verzinsels.

Jongeren
En een tweede punt dat zeker onze aandacht verdient, is het feit dat wij ons in Vlaanderen, in onze parochies, zonder dat wij er veel erg in hebben, helemaal richten op oudere mensen: ziekenzorg, gepensioneerdenbonden, bezoek in klinieken en rusthuizen. Maar voor kinderen en jongeren: niets.
Ja maar, zeggen veel oudere mensen dan, daar moet je geen eieren onder leggen, die krijg je toch niet naar de kerk. Maar ook van de oudere mensen gaat slechts een klein percentage wekelijks nog naar de kerk. Geen al te best criterium dus.
Anderzijds laat nog altijd de meerderheid van de jonge mensen hun kinderen dopen. En een zeer aanzienlijk deel daarvan doet later zijn eerste communie en wordt gevormd. Toch een duidelijk signaal dat die jonge gezinnen afgeven. Maar na die vieringen is er geen enkel contact meer met hen.
En trouwens—wat mij dit jaar bijzonder pijnlijk getroffen heeft—zelfs in die vieringen zelf vind je zo goed als niemand van de traditionele kerkgangers.
En van al degenen die een of andere verantwoordelijkheid dragen in hun parochie is er gewoon niemand aanwezig als de kinderen—de toekomst!—hun communie doen.
Dit is niet meer pijnlijk maar. . . hallucinant.
Wij mogen de oudere mensen zeker niet verwaarlozen, maar het wordt de hoogste tijd dat wij ons ook richten op de jongeren, meer voor hen betekenen. De vraag is niet: waar zitten ze op zondag? Maar: wat betekenen wij voor hen?

Levenswijze
En zo komen we bij het derde punt.
Wat betekenen wij voor elkaar? Voor al de mensen, ook de niet-kerkelijke?
Als wij terug mensen willen winnen voor ons geloof dan zullen kennis, interessante activiteiten en meer contact met jongeren niet volstaan.
Het voornaamste instrument van propaganda is ons eigen leven.
Wij mogen het geloof nog uitleggen zoveel we willen, het verpakken in blinkend papier en flashy strikken, de mensen kijken in de eerste plaats naar hoe wij leven.
Hoe wij omgaan met andere mensen, of wij opvallen omwille van ons respect en inzet voor anderen. Of wij opvallen in ons anders-zijn. Niet alleen in wat wij geloven, maar vooral in onze manier van leven.
Met de Bijbel de straten af leuren heeft in deze tijd geen zin. Wij moeten door onze manier van leven belangstelling opwekken bij mensen.
Pas dan kunnen wij hun spreken over Jezus. Eerst onszelf bekeren dus.
Zusters en broers, dit keer is het wel een echte “preek” geworden. Ik wilde u eigenlijk niet “bepreken”. Alleen maar een pleidooi houden voor een hartelijke, maar ook een zelfbewuste kerk. Een warme kerk, waar jongeren en nieuwkomers die “even komen piepen” zich direct op hun gemak voelen. Ik weet het, wij zijn Hagelanders. En ik ben misschien de nog meest hagelandse Hagelander van ons allemaal. Wij zijn wat stroever in die dingen. Maar laten we het toch maar proberen.

 

Bruggen of muren?

Zondag 15 mei 2016, Pinksteren (jaar C)

Vorige week hadden we het over wat genoemd wordt het “Hogepriesterlijke gebed”. Jezus bidt daarin dat zijn volgelingen, zijn broeders – wij dus – dezelfde eenheid zouden mogen beleven als de eenheid die er bestaat tussen Hem en zijn Vader. Omdat je heel deze kwestie niet in één keer kan behandelen heb ik het toen alleen gehad over de eenheid tussen Jezus en de Vader. Vooral ook omdat dat een-zijn van Jezus met zijn Vader een beetje de mist dreigt in te gaan in het hedendaags christendom. Vooral dan in de wishy-washy versie ervan, waarin Jezus een groot moreel leider wordt en het geloof verpietert tot een aantal “christelijke waarden”…

Strijd
Vandaag kunnen we het dan hebben over de eenheid onder de christenen onderling, die Jezus blijkbaar bijzonder dierbaar is en waarvoor hij ook zo uitdrukkelijk heeft gebeden. Ondertussen weten we wel waarom.
Die eenheid is inderdaad allesbehalve vanzelfsprekend. De geschiedenis van het christendom kent heerlijke bladzijden van broederlijke verbondenheid en eendrachtig werken aan een betere wereld in het zorg dragen voor mensen die op welke manier ook in nood verkeren. Maar die geschiedenis kent ook bladzijden van diepe onenigheid, scheuringen, wederzijds verketteren van elkaars geloof, vervolgingen zelfs … En eigenlijk hoeft ons dat niet te verwonderen. Ondanks de enorme expansie van de islam, blijven ook vandaag de verschillende christelijke kerken elkaar bekampen of het om concurrerende merken van waspoeders gaat. En zelfs in onze eigen Vlaamse kerk, die toch niet direct een geweldige bloeiperiode doormaakt, gaat de strijd tussen “progressieven” en “conservatieven” rustig verder. Minder openlijk dan twintig jaar geleden, maar toch.

Respect
Zeg nu eerlijk, is er nu iets belachelijker dan onder christenen mekaar te beplakken met etiketten om vervolgens, al naargelang het etiket, elkaar vriendelijk dan wel heel vies te gaan bekijken? Is er nu iets minder christelijk dan dat? Paus Franciscus heeft het onlangs nog gezegd tegen een van de betere Amerikaanse presidentskandidaten: “Je kan jezelf geen christen noemen als je muren wil bouwen tussen mensen”. Christenen zijn er in de eerste plaats op uit om bruggen tussen mensen te bouwen, geen muren. Dat er überhaupt bruggen moeten gebouwd worden, komt doordat er nu eenmaal verschillen bestaan tussen mensen. En als het nu alleen maar ging over hoe je je biefstuk gebakken wil hebben, saignant of à point, dan was dat niet echt een probleem. Maar mensen, hele volkeren zelfs, verschillen bijvoorbeeld ook qua staatkundige en politieke opvattingen. Ze belijden verschillende godsdiensten en er zijn de diepgaande culturele verschillen. Het zijn allemaal heel gevoelige zaken en wie op dat terrein mensen dichter bij elkaar wil brengen moet met heel veel tact en respect te werk gaan. Dat wil niet zeggen dat je je eigen opvattingen moet inslikken of moet knielen voor principes waar je absoluut niet mee akkoord kan gaan. De ander moet voor jou hetzelfde respect opbrengen als jij hebt voor hem. Maar hoe traag en moeizaam het werk ook vordert, je moet met hart en ziel blijven werken aan het doel: mensen dichter bij elkaar brengen, de vrede bevorderen.

Schande
Nu spreekt het vanzelf dat die vredesopdracht voor christenen in de wereld, veel eenvoudiger zou zijn als zij zelf onder mekaar een toonbeeld van gelijkgezindheid en samenhorigheid zouden zijn. Helaas …! Er zijn niet alleen de levensgrote ego’s van nogal wat leiders van de verschillende kerken, je vindt diezelfde stevig uit de kluiten gewassen ego’s terug tot in het kleinste parochietje, kerkfabriekje, parochieploegje of kloostertje. Op zichzelf is dat niet iets om weg te kruipen van schaamte. Opgeblazen ego’s, meterslange tenen, uit de pan swingende geldingsdrang en een zorgvuldig gecultiveerd gevoel voor achterdocht en jaloezie, het is allemaal des mensen en je komt het echt niet alleen in de Kerk tegen, maar overal om je heen. Het feit echter dat je al die leuke houdingen even vrolijk in de Kerk aantreft als daarbuiten, is een regelrechte schande en zou een voortdurende bron van bezinning en bekering moeten zijn. Want ons geloof gaat precies over het tegenovergestelde.

Duivel
Ik heb weer te veel uitgeweid, daarom gaan we hier volgende week dieper op in.
Nu alvast enkele grote lijnen. Voor christenen is God pure Liefde. Mensen die zich op Hem beroepen moeten proberen om zo vriendelijk en liefdevol mogelijk met elkaar om te gaan. De Geest van God is per definitie een geest die mensen samenbrengt. De geest die mensen verdeelt en tegen elkaar opzet wordt in de Schrift ‘diabolos’ genoemd, de duivel, het absolute kwaad …
Duidelijker kan het niet.